Rijksmonumentenregister · Netherlands
Gemeentehuis, Sint Janstraat 1 A
Laren, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Bestuursgebouw en onderdl
- Function
- Gemeentehuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1888
- Address
- Sint Janstraat 1 A, 1251 KX Laren (and others)
- Place
- Laren
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.25539, 5.22678
- Monument number
- 511282
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1879 map "De Nieuwe Hollandsche Waterlinie en de stelling in de Geldersche Vallei / ontworpen door M.H.J. Plantenga ; geteekend door M. van Meurs" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Voormalig RAADHUIS, gebouwd in 1888 in neo-renaissancistische bouwtrant naar ontwerp van architect J.C. Jurriëns in opdracht van het gemeentebestuur van Laren. Thans is het pand in gebruik als horecagelegenheid. Het pand is vrijstaand en is beeldbepalend gesitueerd in de kern van Laren, op de hoek van de Eemnesserweg, Brink en de St. Janstraat. Het pand heeft een grote aanbouw aan de oostzijde die doorloopt langs de zuidzijde. Omstreeks 1993 is het pand teruggerestaureerd door A. Mouissie in de oorspronkelijke stijl; daarbij zijn de klauwstukken van de trapgevel aan de voorzijde achterwege gelaten. De naam boven de hoofdentree "De Prinsemarij" is in 1993 aangebracht.
N.B. De aanbouw aan de achterzijde valt niet onder de bescherming.
Omschrijving
Voormalig raadhuis op rechthoekige plattegrond, bestaande uit twee bouwlagen onder een verzonken zadeldak met zwarte Hollandse pannen. In het dakschild aan de voorzijde (W) zijn twee houten dakkapellen aangebracht, elk met een dubbel draaivenster met diagonaal geplaatste roeden en afgesloten door een ingesnoerd tentdak met leien in Maasdekking en voorzien van een nokpiron.
Het pand is opgetrokken in rode baksteen, gemetseld in kruisverband en afgewerkt met een knipvoeg. De lage plint is aangstreken met cement. Tenzij anders vermeld, bevatten de vensterassen een korfboogvormig venster met een of meer rechthoekige houten schuiframen en met een terugliggend boogveld. Ter hoogte van de onder- en bovendorpels van de kozijnen zijn gepleisterde banden aangebracht. Ook de stenen aan weerszijden van het middenkalf van de vensters zijn gepleisterd, alsmede de aanzet- en sluistenen van de korfbogen. Laatstgenoemde zijn tevens voorzien van een diamantkop (aanzetstenen) of maskaron (sluistenen). Zandsteen is toegepast voor de hoeklisenen en enkele oorspronkelijke details, zoals de afdekplaten van de treden van de trapgevels. De trappartij heeft hardstenen treden.
De symmetrisch ingedeelde voorgevel (W) heeft een breedte van drie vensterassen. Op de begane grond zijn hoeklisenen met geboseerde hoekblokken aangebracht, op de eerste verdieping gladde hoekblokken. De nadruk ligt op een middenrisaliet ter breedte van een vensteras, boven de daklijst afgesloten door een trapgevel onder ingestoken zadeldak. Het risaliet bevat op de begane grond een risalerende trappartij met twee gebogen steektrappen die op de eerste verdieping (de piano nobile) samenkomen bij het bordes van de hoofdentree. De trappen hebben ijzeren balusters en ijzeren leuningen. In het midden van de trap, onder het bordes, bevindt zich een secundaire ingang, bestaande uit een rechthoekige dubbele paneeldeur. De hoofdentree op de eerste verdieping heeft een rechthoekige dubbele paneeldeur met diamantkoppen in de onderste panelen en rechthoekige gladde panelen daarboven. Boven de dubbele deur bevindt zich een rechthoekig bovenlicht met roedenverdeling, bestaande uit twee halve cirkels aan weerszijden van een hele cirkel. De entree wordt omlijst door een geprofileerde houten architraaf met bekronend fronton en siervazen op de hoeken. Ter hoogte van de dakgoot zijn twee kleine rondboogvensters met zesruits-roedenverdeling aangebracht. De topgevel tenslotte heeft een tandlijst, een vierkante wijzerplaat en geaccentueerde hoekblokken. De topgevel wordt afgesloten door een kleine trapgevel met bekroning door middel van een luidklok in een open fronton. Op de punt prijkt een smeedijzeren decoratie. Aan weerszijden van het middenrisaliet bevindt zich een geveldeel ter breedte van een vensteras. Op de begane grond bevatten de vensterassen een groot rechthoekig venster (zonder korfboog) met twee vierruits-schuiframen met tweeruits-bovenlichten. Op de eerste verdieping bevatten de vensterassen elk een dubbel zesruits-venster met tweeruits-bovenlicht. In de borstwering van de vensters op de eerste verdieping is siermetselwerk aangebracht. De gevel wordt afgesloten door een cordonband en een geprofileerde houten gootlijst.
De linkerzijgevel (N) heeft een breedte van drie vensterassen. Het geveldeel rond de middelste vensteras is licht risalerend, net zoals de bakstenen hoeklisenen. De middelste vensteras bevat op de begane grond een driedelig venster met vierruits-schuifraam met tweeruitsbovenlicht en twee drieruits-zijlichten. Op de eerste verdieping bevat de middenas een dubbel zesruits-venster met tweeruits-bovenlicht. De geveldelen aan weerszijden van de middenas hebben een breedte van een vensteras en bevatten op de begane grond een zesruits-venster met drieruits-bovenlicht, op de eerste verdieping een negenruits-venster met drieruits-bovenlicht. Ter bekroning van de hoeklisenen zijn kleine stukken houten gootlijst doorgetrokken over de hoeken. Ter hoogte van de gootlijst is over de rest van de gevel een deels gepleisterde, deels gemetselde cordonband aangebracht. In de topgevel is, rustend op de cordonband, een dubbel zesruits-venster met tweeruits-bovenlichten aangebracht. Aan weerszijden van het venster bevindt zich een in pleister uitgevoerde ruitvorm, gevuld met siermetselwerk. De topgevel wordt afgesloten door een trapgevel.
De achtergevel (O) had in oorsprong een breedte van drie vensterassen. De twee noordelijke assen zijn nog zichtbaar, tegen de meest zuidelijke is een grote (niet beschermde) aanbouw gerealiseerd. De nadruk lag in oorsprong op de middenas, die wordt bekroond door een topgevel onder ingestoken zadeldak. Zowel op de begane grond als op eerste verdieping bevatten de middenas en de rechteras een schuifvenster met meerruits-roedenverdeling. De vensters op de middenas waren in oorsprong ook voorzien van een korfboog. In de topgevel bevindt zich een zesruits-venster met drieruits-bovenlicht.
De rechterzijgevel (Z) had in oorsprong eveneens een breedte van drie vensterassen. Tegen de meest oostelijke as is de tweelagige (niet beschermde) aanbouw gerealiseerd. De overige twee assen bevatten twee (niet oorspronkelijke) stolpende deuren met roedenverdeling. Op de eerste verdieping bevinden zich drie negenruits-vensters met drieruits-bovenlichten. In de topgevel bevindt zich een zesruits-venster met drieruits-bovenlicht (de nooddeur is recent aangebracht). De afwerking van de topgevel is identiek aan de linkertopgevel.
Waardering
Het voormalige raadhuis is van algemeen belang uit cultuur- en architectuurhistorisch oogpunt als een qua exterieur gaaf bewaard voorbeeld van een overheidsgebouw uit het vierde kwart van de 19de eeuw, gebouwd in neo-renaisancistische stijl. Daarnaast heeft het pand situationele waarde vanwege de stedebouwkundig markante ligging op de hoek van de Brink, St. Janstraat en Eemnesserweg.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Former TOWN HALL, built in 1888 in neo-Renaissance style to the design of architect J.C. Jurriëns on behalf of the municipal authority of Laren. The building is currently in use as a hospitality venue. The building is detached and is situated in a visually dominant position in the centre of Laren, on the corner of the Eemnesserweg, Brink and St. Janstraat. The building has a large extension on the east side which continues along the south side. Around 1993 the building was restored by A. Mouissie in the original style; the claw-pieces of the stepped gable on the front were omitted in this process. The name above the main entrance "De Prinsemarij" was added in 1993.
N.B. The extension on the rear is not included in the protection.
Description
Former town hall on a rectangular plan, consisting of two storeys beneath a recessed gabled roof with black Dutch tiles. In the roof slope on the front (W) two wooden roof dormers have been installed, each with a double sash window with diagonally placed glazing bars and closed off by a constricted tent roof with slates in Maas bond and provided with a ridge finial.
The building is built in red brick, laid in English bond and finished with a struck joint. The low plinth is rendered with cement. Unless otherwise stated, the window axes contain a segmental arch window with one or more rectangular wooden sash frames and with a recessed arch field. At the height of the under- and upper sills of the frames, plastered bands have been applied. Also the stones on either side of the middle bar of the windows are plastered, as well as the springers and keystones of the segmental arches. The latter are also provided with a diamond head (springers) or mascarons (keystones). Sandstone has been used for the corner strips and some original details, such as the cover plates of the steps of the stepped gables. The stair section has stone steps.
The symmetrically arranged front facade (W) has a width of three window axes. On the ground floor corner strips with rusticated corner blocks have been applied, on the first floor smooth corner blocks. The emphasis is on a central risalit the width of a window axis, above the eaves finished by a stepped gable under recessed gabled roof. The risalit contains on the ground floor a projecting stair section with two curved dog-leg stairs which meet on the first floor (the piano nobile) at the landing of the main entrance. The stairs have iron balusters and iron railings. In the middle of the stairs, under the landing, there is a secondary entrance, consisting of a rectangular double panelled door. The main entrance on the first floor has a rectangular double panelled door with diamond heads in the lower panels and rectangular smooth panels above. Above the double door is a rectangular fanlight with glazing bars, consisting of two half circles on either side of a full circle. The entrance is framed by a moulded wooden architrave with crowning pediment and ornamental vases at the corners. At the height of the eaves, two small segmental arch windows with six-pane glazing bars have been installed. The top gable finally has a dentil cornice, a square clock face and accentuated corner blocks. The top gable is finished by a small stepped gable with a crown formed by a bell tower in an open pediment. A wrought-iron decoration adorns the apex. On either side of the central risalit is a section of facade the width of a window axis. On the ground floor the window axes contain a large rectangular window (without segmental arch) with two four-pane sash frames with two-pane fanlights. On the first floor the window axes each contain a double six-pane window with two-pane fanlight. In the parapet of the windows on the first floor ornamental brickwork has been applied. The facade is finished by a stringcourse band and a moulded wooden eaves line.
The left side facade (N) has a width of three window axes. The facade section around the middle window axis is slightly projecting, as are the brick corner strips. The middle window axis contains on the ground floor a tripartite window with four-pane sash frame with two-pane fanlight and two three-pane side lights. On the first floor the middle axis contains a double six-pane window with two-pane fanlight. The facade sections on either side of the middle axis have a width of a window axis and contain on the ground floor a six-pane window with three-pane fanlight, on the first floor a nine-pane window with three-pane fanlight. To crown the corner strips, small sections of wooden eaves line are continued across the corners. At the height of the eaves line, across the rest of the facade a partly plastered, partly laid-up stringcourse band has been applied. In the top gable, resting on the stringcourse band, a double six-pane window with two-pane fanlights has been installed. On either side of the window is a diamond shape executed in plaster, filled with ornamental brickwork. The top gable is finished by a stepped gable.
The rear facade (E) originally had a width of three window axes. The two northern axes are still visible, against the most southern axis a large (unprotected) extension has been built. The emphasis originally lay on the middle axis, which is crowned by a top gable under recessed gabled roof. Both on the ground floor and on the first floor the middle axis and the right axis contain a sash window with multi-pane glazing bars. The windows on the middle axis originally also had a segmental arch. In the top gable is a six-pane window with three-pane fanlight.
The right side facade (S) originally also had a width of three window axes. Against the most eastern axis the two-storey (unprotected) extension has been built. The remaining two axes contain two (non-original) hinged doors with glazing bars. On the first floor are three nine-pane windows with three-pane fanlights. In the top gable is a six-pane window with three-pane fanlight (the emergency door was added recently). The finish of the top gable is identical to the left top gable.
Appreciation
The former town hall is of general interest from a cultural-historical and architectural perspective as an excellently preserved example, in terms of exterior, of a public building from the fourth quarter of the 19th century, built in neo-Renaissance style. Moreover, the building has situational value due to its prominent town-planning position on the corner of the Brink, St. Janstraat and Eemnesserweg.
Nearby in the register
- Pastorie(F), Brink 33Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Boerderij, Eemnesserweg 5Boerderijunder 1 mi
- Erfscheiding(D1), Brink bij 31Erfscheidingunder 1 mi
- St. JansbasiliekKerk en kerkonderdeelunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.