Rijksmonumentenregister · Netherlands
Station Vogelenzang-Bennebroek
Vogelenzang, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Transport
- Function
- Spoorwegstation
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1880
- Address
- Leidsevaart 34, 2114 AC Vogelenzang (Bloemendaal 27) (and others)
- Place
- Vogelenzang
- Municipality
- Bloemendaal
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.32388, 4.58761
- Monument number
- 511154
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Voormalig SPOORWEGSTATION "Vogelenzang-Bennebroek" met dubbele bovenwoning, in 1880/1881 gebouwd aan de in 1842 door de Hollandse IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) aangelegde spoorlijn tussen Haarlem en Leiden.
Het station is naar alle waarschijnlijkheid ontworpen door architect D.A.N. Margadant die in die tijd voor de HIJSM werkte.
Het station is één van de vroegste voorbeelden waarbij de voor de stations in die tijd gebruikelijke neoclassicistische vormentaal wordt doorbroken door het aanbrengen van a-symmetrie in de rangschikking van de verschillende bouwonderdelen. (Voor het eerst was deze nieuwe ontwerpmethodiek toegepast bij het in 1877 gebouwde MES-station te Oosterbeek.) Hierdoor en door de toepassing van schilderachtige details, zoals het houtsnijwerk bij de veranda's en overstekende daken, is het station in overeenstemming gebracht met de landelijke omgeving.
In 1914 is de goederenloods aan de zuidzijde van het gebouw uitgebreid; in 1972 is een houten loods toegevoegd.
Sedert 1942 is het station niet meer in gebruik voor het personenvervoer; tot 1956 diende het nog wel als halte ten behoeve van het goederenvervoer; in 1965 is het ingericht als verkoop- en kantoorruimte. De verdieping wordt nog steeds bewoond.
In 1984 is de buitenretirade aan de noordzijde van het gebouw gesloopt.
NB. De houten loods uit 1972 valt niet onder de bescherming.
Omschrijving
Het voormalige station is gebouwd op een langgerekte, onregelmatige plattegrond, bestaande uit twee vrijwel vierkante onderdelen; het linker, met vestibule en plaatskantoor, groter dan het rechter, oorspronkelijk wachtkamer 3de klas. Deze twee onderdelen zijn met elkaar verbonden door de langgerekte, rechthoekige voormalige wachtkamer 1ste en 2de klasse, die op de begane grond voorzien is van een gaanderij aan de voorzijde (oost) en een waranda aan de achterzijde (west), welke tevens achter de wachtkamer 3de klasse is doorgetrokken.
De loods aan de zuidzijde van het station is gebouwd op rechthoekige plattegrond en in 1914 een stuk naar het zuiden uitgebreid.
Het station is opgetrokken uit crèmekleurig gepleisterde baksteen op zwart geverfde plint. Het pleisterwerk is voorzien van groeven ter imitatie van zandsteenblokken.
Het gebouw bestaat uit twee bouwlagen onder een samenstel van in elkaar geschoven schilddaken, oorspronkelijk bedekt met zwarte kruispannen, die later helaas door zwarte Hollandse pannen zijn vervangen. De daken zijn voorzien van een overstek, rustend op consoles, en een omlopende gootlijst.
Het merendeel van de vensters die in het gebouw zijn aangebracht zijn T-vormige schuiframen met segmentboogvormig afgesloten bovenlicht.
De voorgevel (oost) heeft links en rechts een naar vorenspringend gedeelte. Het linker deel is breder en hoger dan het rechter bouwblok. Bij beide blokken gaat de middelste travee hoger op, links hoger dan rechts, doorbreekt de dakrand en wordt afgedekt door een zadeldak dat in het schilddak is ingelaten. Het zadeldak heeft een makelaar en een overstek met daarin aangebracht een rijk bewerkt sierspant op consoles.
De beide bouwvolumen worden geleed door boven elkaar geplaatste pilasters met basement; de onderste vier aan de bovenzijde voorzien van een cirkelvormig ornament en onderling verbonden door een lijst; de bovenste elk van twee voluten ter ondersteuning van het overstekende dak.
De pilasters verdelen de gevels in drie traveeën.
De buitenste traveeën zijn zowel op de begane grond als op de verdieping voorzien van een T-venster.
De middelste travee heeft in het rechter blok op de begane grond een gelijkvormig venster en op de verdieping openslaande deuren die openen op een klein balkon. In het linker blok bevindt zich op de begane grond in het midden de hoofdingang, te bereiken via een brede hardstenen stoep van twee treden. Deze ingang bestaat uit een dubbele paneeldeur bekroond door een lessenaardak, met omlopende geprofileerde lijst, rustend op houten consoles voorzien van houtsnijwerk. Boven de ingang bevindt zich op de verdieping een dubbele openslaande deur met een smal venster aan weerszijden. De deuren openen op een balkon gelijkvormig aan dat aan de rechterzijde.
De middelste travee wordt afgesloten door een geveltop. In de linker top is een rechthoekig kruisvormig venster geplaatst, in de kleinere top rechts een rond raam.
De brede geprofileerde lijst die bij beide bouwvolumen de twee bouwlagen van elkaar scheidt, is als horizontale geleding doorgetrokken over het teruggelegen middendeel en tevens langs de overige gevels. Deze lijst bevat bij voor- en achtergevel in elke vensteras een verdiept, rechthoekig vak voorzien van geglazuurde tegels met gekrulde acanthusbladeren (arabesken) in verschillende kleuren op een zwarte ondergrond.
Aan de voorzijde is in het midden van deze panelen tussen de acanthusbladeren tevens een schild weergegeven met daarop de initialen van de HIJSM.
Een gelijksoortige versiering is aangebracht onder de daklijst, rondom het hele pand. Deze versiering, die bestaat uit geglazuurde tegels met gekleurde bloemen (tulpen) op een groen-blauwe ondergrond, is het beste zichtbaar aan de voorzijde in drie naast elkaar gelegen vakken onder het venster van de linker geveltop.
Het teruggelegen middendeel aan de voorzijde heeft op de begane grond twee vensters en een deur die openen op de zogenaamde gaanderij.
De zijgevels van de twee naar voren springende bouwblokken hebben elk op de begane grond een dubbele deur die uitkomt op deze gaanderij. De linker deur geeft toegang tot de wachtkamer 2de klasse, de rechter tot de wachtkamer 3de klasse, zoals boven deze deuren geschreven staat.
De gaanderij heeft een vloer die iets hoger is gelegen dan het straatniveau en is bedekt met tegels, langs de buitenzijde afgegrensd door een natuurstenen lijst. Hierop steunen geprofileerde houten stijlen die aan de onderzijde, behalve voor de deuropening, door een balustrade onderling verbonden zijn, en aan de bovenzijde door houtsnijwerk. Op deze stijlen rust een lessenaarsdak met gootlijst.
De verdieping van het middendeel wordt geleed door drie vensters die recht boven de vensters en deur op de begane grond zijn geplaatst.
De rechter zijgevel (noord) heeft geen deur- en vensteropeningen. Oorspronkelijk bevond zich hier op de begane grond de zeshoekig uitgebouwde retirade met toiletten en bergruimte, die in 1984 is gesloopt. Ter hoogte van de verdieping is tussen de horizontale lijnen van het pleisterwerk een langgerekte cartouche aangebracht waarop oorspronkelijk de naam van het station stond geschreven: Vogelenzang-Bennebroek.
De achterzijde (west), evenwijdig gelegen aan de spoorlijn, heeft links een langgerekt teruggelegen deel, dat op de linker hoek is voorzien van twee pilasters boven elkaar en op de begane grond van links naar rechts beschouwd wordt geleed door twee dubbele deuren van de voormalige wachtkamer 3de klasse, een raam, en een dubbele deur en raam van de voormalige wachtkamer 1ste klasse.
Tussen de deur- en vensteropeningen zijn houten banken met rugsteunen geplaatst.
Deze deuren en vensters openen op een tegen de gevel geplaatste waranda die is opgebouwd uit geprofileerde houten stijlen, op natuurstenen neuten, aan de onderzijde door middel van een balustrade onderling verbonden, behalve op twee plaatsen, links en rechts, om doorgang te verlenen tot het perron.
De stijlen zijn aan de bovenzijde door houten latwerk verbonden en dragen een lessenaardak met witgeverfde omlopende gootlijst.
Al het overige houtwerk van zowel deze waranda, als van de gaanderij aan de voorzijde is geschilderd in een paars-bruine kleur. De vloer van de waranda is met tegels bedekt.
In het muurwerk van de verdieping zijn zes verdiepte vakken aangebracht. Vanaf links beschouwd bevat het eerste en derde een schuifraam; het tweede, vierde, vijfde en zesde een in rode tekening aangebrachte decoratie in renaissancestijl, gelet op de toepassing van cartouches met rolwerk, kandelabers en festoenen, voorstellende - zoals aan de onderzijde in elk vak met letters is aangeduid - respectievelijk Vogelzang, Visch, Bloemen en Wild, verwijzend naar de natuurrijke omgeving dicht bij zee.
Het rechter deel van de achtergevel springt naar voren, wordt op de hoeken geleed door twee boven elkaar geplaatste pilasters, gelijkvormig aan die aan de voorzijde en bevat op de begane grond, van links naar rechts beschouwd, twee smalle deuren naast elkaar, een venster en een dubbele deur. Op de verdieping bevinden zich recht hierboven drie vensters. In de zuidelijke zijgevel bevat dit bouwvolume op de begane grond één venster, gelijkvormig aan de bovengenoemde ramen.
Het overige van de zuidgevel is hetzelfde gedetailleerd als de noordelijke zijgevel.
Tegen deze gevel is de goederenloods geplaatst die in 1914 werd verlengd. De loods is gebouwd op rechthoekige plattegrond en is opgetrokken uit crèmekleurig gepleisterde baksteen en grijs geverfde plint. Het pleisterwerk, met pilasters op de zuidoost- en zuidwesthoek, is voorzien van groeven.
De loods bestaat uit één bouwlaag onder zadeldak met overstek, omlopende gootlijst en makelaar aan de zuidzijde. Het dak was oorspronkelijk bedekt met zwarte kruispannen, die later helaas door zwarte Hollandse pannen zijn vervangen.
Het oorspronkelijke gedeelte heeft van rechts naar links beschouwd een groot raam (ter vervanging van een dubbele deur met bovenlicht), een verdiept vak met later dichtgemaakt bovenlicht en een dubbele deur met daarvoor een houten flonder, die later is doorgetrokken voor het in 1914 toegevoegde gedeelte met nogmaals een verdiept vak met dichtgemaakt bovenlicht en een dubbele deur. Alle deuren en voormalige vensters zijn aan de bovenzijde segmentboogvormig afgesloten.
De achtergevel (west) van de loods heeft dezelfde indeling als de voorgevel, maar is evenwel meer intact gebleven. Alleen de meest noordelijk gelegen dubbele deur is dichtgezet, met uitzondering van het bovenlicht.
De zuidgevel van de loods, uit 1914, heeft een dubbele deur; de geveltop is voorzien van verticale houten delen.
Van het oorspronkelijke gebouw zijn inwendig de indeling en detaillering voor een belangrijk deel bewaard gebleven, in het bijzonder de vestibule, met tegels op de vloer en langs de wanden, en het plaatskaartenkantoor met loketten.
Waardering
Het voormalige station is van algemeen belang wegens architectuurhistorische, cultuurhistorische en typologische waarde: als representatief en zeldzaam wordend voorbeeld van een volledig bewaard gebleven stationsgebouw uit het laatste kwart van de 19de eeuw; vanwege de gaafheid van hoofdvorm, detaillering en het toegepaste materiaal; vanwege de grotendeels bewaard gebleven indeling van het interieur en van diverse daarin aangebrachte onderdelen, zoals de loketten tussen de vestibule en het plaatskaartenkantoor; als goed bewaard gebleven station aan de oudste spoorlijn van Nederland; vanwege de goede kwaliteit van het ontwerp; als vroeg voorbeeld van de toepassing van a-symmetrie bij de stationsbouw; als één van de weinige voorbeelden in Nederland van het aanbrengen bij een stationsgebouw van diverse rustieke details, zoals veranda's en houtsnijwerk, waardoor het gebouw in overeenstemming is gebracht met de landelijke omgeving en de daarin gebouwde villa's die in die tijd (ca. 1880) dezelfde rustieke kenmerken vertoonden.
Het station heeft situationele waarde vanwege de beeldbepalende ligging op de kruising van Leidsevaartweg en Bekslaan.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Former railway station "Vogelenzang-Bennebroek" with double upper dwelling, built in 1880/1881 on the railway line between Haarlem and Leiden, laid out in 1842 by the Hollandse IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM).
The station was most likely designed by architect D.A.N. Margadant, who worked for the HIJSM at that time.
The station is one of the earliest examples in which the neoclassical formal language customary for stations of that era is broken by introducing asymmetry in the arrangement of the various building components. (This new design methodology was first applied at the MES station in Oosterbeek, built in 1877.) Through this and the application of picturesque details, such as the woodcarving on the verandas and overhanging roofs, the station has been brought into harmony with the rural surroundings.
In 1914 the freight shed on the south side of the building was enlarged; in 1972 a wooden shed was added.
Since 1942 the station has not been in use for passenger transport; until 1956 it still served as a halt for freight transport; in 1965 it was converted into retail and office space. The upper storey is still occupied as a dwelling.
In 1984 the external outdoor toilet on the north side of the building was demolished.
NB. The wooden shed from 1972 is not protected.
Description
The former station is built on an elongated, irregular plan, consisting of two almost square components; the left one, with vestibule and booking office, larger than the right one, originally a third-class waiting room. These two components are connected to each other by the elongated, rectangular former first and second-class waiting room, which on the ground floor is provided with a covered veranda on the front (east) and a veranda on the rear (west), which also extends behind the third-class waiting room.
The shed on the south side of the station is built on a rectangular plan and was enlarged southwards in 1914.
The station is constructed of cream-coloured rendered brick on a black-painted plinth. The render is provided with grooves to imitate sandstone blocks.
The building consists of two storeys under an assembly of interlocking hipped roofs, originally covered with black roof tiles, which were unfortunately later replaced with black Dutch tiles. The roofs have an overhang, resting on consoles, and a continuous gutter moulding.
The majority of the windows in the building are T-shaped sash windows with segment-arched fanlight.
The front facade (east) has a projecting section on the left and right. The left section is wider and higher than the right building block. In both blocks the middle bay rises higher, on the left higher than on the right, breaks through the roof edge and is capped by a gabled roof set into the hipped roof. The gabled roof has a curved timber and an overhang with an ornately worked decorative roof truss resting on consoles.
The two building volumes are articulated by pilasters placed one above the other with basement; the lowest four provided at the top with a circular ornament and interconnected by a moulding; the uppermost each of two volutes to support the overhanging roof.
The pilasters divide the facades into three bays.
The outer bays are provided on both ground floor and upper storey with a T-window.
The middle bay has in the right block on the ground floor a similar window and on the upper storey double doors opening onto a small balcony. In the left block on the ground floor in the centre is the main entrance, reached via a broad stone steps of two treads. This entrance consists of a double panel door crowned by a lean-to roof, with continuous profiled moulding, resting on wooden consoles provided with woodcarving. Above the entrance on the upper storey is a double opening door with a narrow window on either side. The doors open onto a balcony similar to that on the right side.
The middle bay is terminated by a gable. In the left gable is a rectangular cross-window, in the smaller gable on the right a round window.
The broad profiled moulding which separates the two storeys in both building volumes serves as horizontal articulation and is continued over the recessed central section and also along the other facades. This moulding contains on the front and rear facades in every window axis a recessed rectangular panel provided with glazed tiles with curved acanthus leaves (arabesques) in various colours on a black ground.
On the front side in the middle of these panels between the acanthus leaves a shield is also depicted with the initials of the HIJSM.
A similar decoration is applied under the roof edge, around the entire building. This decoration, which consists of glazed tiles with coloured flowers (tulips) on a green-blue ground, is best visible on the front in three adjacent panels under the window of the left gable.
The recessed central section on the front has on the ground floor two windows and a door opening onto the so-called covered veranda.
The side facades of the two projecting building blocks each have on the ground floor a double door opening onto this covered veranda. The left door gives access to the second-class waiting room, the right to the third-class waiting room, as written above these doors.
The covered veranda has a floor situated slightly higher than street level and is covered with tiles, bounded on the outer side by a natural stone moulding. On this rest profiled wooden posts which at the bottom, except for the door opening, are interconnected by a balustrade, and at the top by woodcarving. On these posts rests a lean-to roof with gutter moulding.
The upper storey of the central section is articulated by three windows placed directly above the windows and door on the ground floor.
The right side facade (north) has no door and window openings. Originally on the ground floor here was the hexagonal projection with toilets and storage space, which was demolished in 1984. At the level of the upper storey between the horizontal lines of the render is a long cartouche on which the name of the station was originally written: Vogelenzang-Bennebroek.
The rear (west), parallel to the railway line, has on the left a long recessed section, which on the left corner is provided with two pilasters one above the other and on the ground floor from left to right is articulated by two double doors from the former third-class waiting room, a window, and a double door and window from the former first-class waiting room.
Between the door and window openings wooden benches with backrests are placed.
These doors and windows open onto a veranda placed against the facade which is constructed from profiled wooden posts, on natural stone bases, at the bottom interconnected by means of a balustrade, except in two places, left and right, to allow passage to the platform.
The posts are at the top connected by wooden latticework and carry a lean-to roof with white-painted continuous gutter moulding.
All the remaining woodwork of both this veranda and the covered veranda on the front is painted in a purplish-brown colour. The floor of the veranda is covered with tiles.
In the masonry of the upper storey six recessed panels are arranged. Viewed from the left the first and third contain a sash window; the second, fourth, fifth and sixth a decoration drawn in red in Renaissance style, given the use of cartouches with scrollwork, candelabra and festoons, depicting - as indicated at the bottom of each panel with letters - respectively Vogelzang, Visch, Bloemen and Wild, referring to the nature-rich surroundings close to the sea.
The right section of the rear facade projects forward, is articulated at the corners by two pilasters placed one above the other, similar to those on the front and contains on the ground floor, from left to right, two narrow doors next to each other, a window and a double door. On the upper storey are three windows directly above these. In the southern side facade this building volume contains on the ground floor one window, similar to the aforementioned windows.
The remainder of the south facade is detailed the same as the northern side facade.
Against this facade is placed the freight shed which was lengthened in 1914. The shed is built on a rectangular plan and is constructed of cream-coloured rendered brick and grey-painted plinth. The render, with pilasters on the south-east and south-west corner, is provided with grooves.
The shed consists of one storey under a gabled roof with overhang, continuous gutter moulding and curved timber on the south side. The roof was originally covered with black roof tiles, which were unfortunately later replaced with black Dutch tiles.
The original section has from right to left a large window (replacing a double door with fanlight), a recessed panel with later blocked fanlight and a double door with in front of it a wooden flap, which was later extended for the section added in 1914 with again a recessed panel with blocked fanlight and a double door. All doors and former windows have segment-arched heads.
The rear facade (west) of the shed has the same arrangement as the front facade, but has remained more intact. Only the most northern double door is blocked, with the exception of the fanlight.
The south facade of the shed, from 1914, has a double door; the gable is provided with vertical wooden elements.
Internally of the original building the layout and detailing have been largely preserved, in particular the vestibule, with tiles on the floor and along the walls, and the booking office with counters.
Valuation
The former station is of general importance due to its architectural-historical, cultural-historical and typological value: as a representative and increasingly rare example of a completely preserved station building from the last quarter of the 19th century; due to the integrity of the main form, detailing and the material used; due to the largely preserved layout of the interior and various components installed in it, such as the counters between the vestibule and the booking office; as a well-preserved station on the oldest railway line in the Netherlands; due to the good quality of the design; as an early example of the application of asymmetry in station construction; as one of the few examples in the Netherlands of applying various rustic details to a station building, such as verandas and woodcarving, whereby the building has been brought into harmony with the rural surroundings and the villas built in it which at that time (c. 1880) displayed the same rustic characteristics.
The station has situational value due to its image-defining location at the intersection of Leidsevaartweg and Bekslaan.
Nearby in the register
- Woonhuis, Bekslaan 52Woonhuisunder 1 mi
- Casa CarmeliWoonhuisunder 1 mi
- Bollenschuur, Leidsevaartweg 1Boerderijunder 1 mi
- Tuinmanswoning(K), Vogelenzangseweg 53Dienstwoningunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.