Rijksmonumentenregister · Netherlands
Casa Carmeli
Vogelenzang, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1850 - 1868
- Address
- Bekslaan 9, 2114 CB Vogelenzang (Bloemendaal 27)
- Place
- Vogelenzang
- Municipality
- Bloemendaal
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.32631, 4.57974
- Part of complex
- 511135
- Monument number
- 511136
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1825 map "V.1:1-5: V:1. Niederlande: Prov: 9a. Sudholland. 13. Utrecht" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
VILLA "Carmeli", onderdeel van het complex "Casa Carmeli", is afgeleid van het in de eerste helft van de 19de eeuw populaire type "Italiaanse villa met toren", welke in de eerste helft van de 19de eeuw in Duitsland door C.F. Schinkel en in Engeland door John Nash was geïntroduceerd. Dit type wordt gekenmerkt door een onregelmatige vorm, wit pleisterwerk, rondboogvensters, de toepassing van een toren en flauw hellende zadeldaken, veelal gecombineerd met neoclassicistische detaillering en in het bovengenoemde geval tevens met Engelse schilderachtige, neogotische elementen zoals de stijle spits die op de toren is aangebracht.
Het pand behoort tevens tot de eerste categorie villa's die in Bloemendaal rondom de oude dorpskernen in een natuurrijke omgeving werd geplaatst voordat de aanleg van villaparken tot ontwikkeling kwam. Het betreft veelal grote, witgepleisterde panden, overwegend neoclassicistisch in detaillering.
In 1905 zijn door architect J.A.G. van der Steur plannen gemaakt voor uitbreiding van bovengenoemd pand aan de achterzijde (noord). Deze zijn in 1907 uitgevoerd. In 1923 is het pand nogmaals aan de achterzijde gewijzigd en gedeeltelijk opnieuw ingedeeld. In 1913 is de serre aan de zuidwestzijde vergroot door architect S.P. Rijnierse. Ook in 1946 en in 1956/58 hebben verbouwingen plaatsgevonden. De monumentale waarde is door bovengenoemde wijzigingen evenwel niet geschaad; het exterieur en de indeling van het oorspronkelijke gedeelte zijn goed bewaard gebleven.
Omschrijving
De villa is gebouwd op een rechthoekige plattegrond voorzien van uitgebouwde erkers, serres, risalieten en veranda. De indeling van het huis aan de voorzijde (zuid) is nog oorspronkelijk en stamt uit de bouwtijd 1850-1868. In het midden bevindt zich een grote hal met trappenhuis. Vanuit deze hal betreedt men links de voormalige huiskamer en rechts het boudoir. Het merendeel van de overige vertrekken op de begane grond is opnieuw ingedeeld.
De villa is opgetrokken uit witgepleisterde baksteen met grijsgeverfde plint en bestaat uit twee loodrecht op elkaar geplaatste bouwvolumen van twee bouwlagen met mezzanino onder een licht hellend zadeldak voorzien van overstek op houten klossen en bedekt met mastieken daktegels. In de hoek tussen deze bouwvolumen bevindt zich aan de zuidoostzijde een plat afgedekt gedeelte van twee bouwlagen en een vierkant uitgebouwde toren van drie bouwlagen, voorzien van een achthoekig tentdak met bolvormige loden bekroning.
De villa heeft diverse classicistische details, zoals de lisenen met rechthoekige profilering op de hoeken van de verschillende bouwvolumen, de bekroningen boven deuren en vensters in de vorm van naar voren springende lijsten van stucwerk rustend op consoles, en de kroonlijst van het plat afgedekte gedeelte, welke als decoratieve, horizontale lijst over de andere, hoger opgaande delen wordt voortgezet. Een smallere horizontale lijst is tussen de verdiepingen aangebracht.
Het merendeel van de vensters is T-vormig. Alle balkons zijn voorzien van ijzeren hekwerk tussen witgepleisterde bakstenen borstweringen, oorspronkelijk bekroond met schalen, zoals nog aanwezig bij het pand Donkerelaan 4 te Bloemendaal.
De voorgevel (zuid) heeft links een hoog opgaand gedeelte onder zadeldak met op de begane grond een rond uitgebouwde erker, met drie schuiframen, waarvan het dak dient als balkon voor de verdieping. Op dit balkon opent een dubbele deur. Recht hierboven bevindt zich een rondboogvenster met halfcirkelvormige omlijsting van stuc. Het rechter plat afgedekte bouwvolume heeft op de begane grond een tegen het gevelvlak aangebouwde veranda met een lessenaardak rustend op dunne ijzeren kolommen. In het gevelvlak bevindt zich links de hoofdingang, bestaande uit deur met smalle verticale vensterstrook aan weerszijden, en rechts een rechthoekig uitgebouwde erker, met twee dubbele deuren, waarvan het dak dient als balkon voor de verdieping. Op dit balkon opent een dubbele deur. In het gevelvlak links hiervan bevindt zich een T-vormig venster.
De rechter zijgevel (oost) heeft links in het plat afgedekte deel twee ramen boven elkaar en rechts op de begane grond een tweedelig toiletraam en op de verdieping een groot kruisvormig venster. Vervolgens zijn in het hoger opgaande bouwvolume onder zadeldak op de begane grond aangebracht een driedelig venster, op de verdieping een raam en in de geveltop, die gelijkvormig is gedetailleerd als de puntgevels aan de noord-, west- en zuidzijde, een dichtgezet rondboogvenster.
Rechts van dit middendeel bevindt zich op de begane grond het bouwvolume van één bouwlaag onder plat dak, aangebracht in 1907 en vergroot in 1923, met in de oostgevel een deur, twee kleine ramen en een groter raam. In de zuidgevel heeft dit ten opzichte van de oostgevel naar voren springende deel nog een raam.
Het dak van dit bouwvolume fungeert als balkon voor de verdieping. De oostgevel van het teruggelegen, hoger opgaande gedeelte opent hierop met een dubbele deur, de noordgevel met twee gelijkvormige deuren en een T-vormig schuifraam. De mezzanino heeft recht boven deze deuren en vensters tweedelige ramen, respectievelijk één in de oostgevel en drie in de noordgevel. Aan de noordzijde zijn in het uitgebouwde deel van één bouwlaag in 1923 vier T-vormige schuiframen en een deur aangebracht. Het rechter hoog opgaande bouwvolume onder zadeldak heeft op de begane grond een driedelig raam en in de geveltop, die overigens hetzelfde is gedetailleerd als de puntgevels aan de west-, zuid- en oostzijde, een rondboogvenster.
De linker zijgevel (west) heeft in het midden een gedeelte, verticaal afgegrensd door hoekrisalieten, dat hoger opgaat, onder steekkap, met op de begane grond een rechthoekig uitgebouwde erker, met twee ramen, waarvan het dak fungeert als balkon voor de verdieping. Op dit balkon openen twee ramen. De geveltop bevat een rondboogvenster en is voor het overige gelijkvormig gedetailleerd als de puntgevels aan de zuid-, oost- en noordzijde.
Het gevelvlak links van het middendeel (behorende tot de uitbreiding van 1907) heeft twee gelijkvormige deur/vensterassen met van beneden naar boven beschouwd: een dubbele deur, een T-vormig schuifraam en een tweedelig mezzanino-venster.
Rechts van het middendeel bevindt zich op de begane grond een rechthoekig uitgebouwde serre (oorspronkelijk was dit een veranda die in 1907 tot serre is verbouwd en in 1913 is vergroot) met aan de westzijde twee grote driedelige vensters en aan de zijkanten een enkel driedelig raam aan de noordzijde en een dubbele deur met venster aan weerszijden aan de zuidkant. De bovenlichten hebben glas-in-lood ramen. Het dak van de serre fungeert als balkon voor de verdieping. Hierop openen twee dubbele deuren. De mezzanino bevat recht boven elk van deze deuren een tweedelig raam.
In de rechthoekig uitgebouwde toren, voorzien van horizontale groeven in het pleisterwerk, bevinden zich aan de zuidzijde drie gekoppelde bogen waarvan twee blind en de meest oostelijke een raam is; aan de oostzijde zijn deze door een deur vervangen. De toren wordt afgesloten door een uitkragende lijst rustend op consoles en bekroond door antefixen.
Waardering
De villa is van algemeen belang als historisch-functioneel onderdeel van het complex "Casa Carmeli" en wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde: als representatief en zeldzaam wordend voorbeeld van een villa gebouwd omstreeks het midden van de 19de eeuw in een eclectische bouwstijl waarin neoclassicistische, italianiserende en Engelse neogotische elementen met elkaar zijn vermengd; vanwege de grotendeels gave hoofdvorm, detaillering en het materiaalgebruik; als vroeg voorbeeld van de ontwikkeling van villabouw, waarbij het betreffende pand de overgang markeert van de aanleg van buitenplaatsen naar de bouw van villa's op kleinere percelen, voordat de exploitatie van villaparken een aanvang nam.
De villa heeft situationele waarde vanwege de beeldbepalende situering op de hoek van de Bekslaan en de Vogelenzangseweg.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
VILLA "Carmeli", component of the complex "Casa Carmeli", is derived from the "Italian villa with tower" type popular in the first half of the 19th century, which was introduced in the first half of the 19th century in Germany by C.F. Schinkel and in England by John Nash. This type is characterized by an irregular form, white render, round-arched windows, the application of a tower and gently sloping gabled roofs, often combined with neoclassical detailing and in the aforementioned case also with English picturesque, neo-Gothic elements such as the slender spire affixed to the tower.
The building also belongs to the first category of villas that were placed in Bloemendaal around the old village centres in a nature-rich environment before the development of villa parks came about. These are mostly large, white-rendered buildings, predominantly neoclassical in detailing.
In 1905 architect J.A.G. van der Steur made plans for the extension of the aforementioned building on the rear side (north). These were executed in 1907. In 1923 the building was again altered on the rear side and partially reorganized. In 1913 the conservatory on the southwest side was enlarged by architect S.P. Rijnierse. Alterations also took place in 1946 and in 1956/58. However, the monumental value has not been compromised by the aforementioned alterations; the exterior and layout of the original section have been well preserved.
Description
The villa is built on a rectangular ground plan provided with projecting bay windows, conservatories, risalits and a veranda. The layout of the house on the front side (south) is still original and dates from the building period 1850-1868. In the centre there is a large hall with staircase. From this hall one enters on the left the former living room and on the right the boudoir. Most of the remaining rooms on the ground floor have been reorganized.
The villa is built of white-rendered brick with grey-painted plinth and consists of two building volumes placed perpendicular to one another with two storeys each with mezzanine under a gently sloping gabled roof provided with overhang on wooden brackets and covered with mastic roof tiles. In the corner between these building volumes there is on the southeast side a flat-roofed section of two storeys and a square projecting tower of three storeys, provided with an octagonal hipped roof with spherical lead coping.
The villa has various classical details, such as the pilasters with rectangular profiling on the corners of the various building volumes, the cornices above doors and windows in the form of forward-projecting mouldings of stucco resting on corbels, and the cornice of the flat-roofed section, which continues as a decorative horizontal moulding over the other, taller rising parts. A narrower horizontal moulding is applied between the storeys.
Most of the windows are T-shaped. All balconies are provided with ironwork between white-rendered brick parapets, originally crowned with shells, as still present at the building Donkerelaan 4 in Bloemendaal.
The front facade (south) has on the left a high-rising section under a gabled roof with on the ground floor a round projecting bay window, with three sash windows, the roof of which serves as a balcony for the storey above. On this balcony a double door opens. Directly above it is a round-arched window with a semicircular stucco surround. The right flat-roofed building volume has on the ground floor a veranda built against the facade plane with a sloping roof resting on slender iron columns. In the facade plane on the left is the main entrance, consisting of a door with narrow vertical window strips on either side, and on the right a rectangular projecting bay window, with two double doors, the roof of which serves as a balcony for the storey above. A double door opens on this balcony. In the facade plane to the left of this is a T-shaped window.
The right side facade (east) has on the left in the flat-roofed section two windows one above the other and on the right on the ground floor a two-part toilet window and on the storey above a large cross-shaped window. Subsequently, in the taller rising building volume under a gabled roof on the ground floor a three-part window is provided, on the storey above a window and in the gable apex, which is detailed in the same manner as the pointed gables on the north, west and south sides, a closed round-arched window.
To the right of this middle section there is on the ground floor the building volume of one storey under a flat roof, built in 1907 and enlarged in 1923, with in the east facade a door, two small windows and a larger window. In the south facade this section, which projects forward compared to the east facade, has another window.
The roof of this building volume serves as a balcony for the storey above. The east facade of the recessed, taller rising section opens onto it with a double door, the north facade with two identically detailed doors and a T-shaped sash window. The mezzanine has directly above these doors and windows two-part windows, respectively one in the east facade and three in the north facade. On the north side four T-shaped sash windows and a door are provided in the one-storey projecting section in 1923. The right tall rising building volume under a gabled roof has on the ground floor a three-part window and in the gable apex, which is otherwise detailed in the same manner as the pointed gables on the west, south and east sides, a round-arched window.
The left side facade (west) has in the middle a section, vertically defined by corner risalits, which rises higher, under a strut roof, with on the ground floor a rectangular projecting bay window, with two windows, the roof of which serves as a balcony for the storey above. Two windows open on this balcony. The gable apex contains a round-arched window and is otherwise detailed in the same manner as the pointed gables on the south, east and north sides.
The facade plane to the left of the middle section (belonging to the 1907 extension) has two identically detailed door/window axes with from bottom to top considered: a double door, a T-shaped sash window and a two-part mezzanine window.
To the right of the middle section there is on the ground floor a rectangular projecting conservatory (originally this was a veranda which was converted into a conservatory in 1907 and enlarged in 1913) with on the west side two large three-part windows and on the sides a single three-part window on the north side and a double door with windows on either side on the south side. The fanlights have leaded-glass windows. The roof of the conservatory serves as a balcony for the storey above. Two double doors open on it. The mezzanine contains directly above each of these doors a two-part window.
In the rectangular projecting tower, provided with horizontal grooves in the render, there are on the south side three coupled arches of which two are blind and the most easterly is a window; on the east side these are replaced by a door. The tower is closed off by a projecting moulding resting on corbels and crowned by antefixes.
Assessment
The villa is of general importance as a historical-functional component of the complex "Casa Carmeli" and for reasons of architectural and cultural-historical value: as a representative and increasingly rare example of a villa built around the middle of the 19th century in an eclectic architectural style in which neoclassical, Italianizing and English neo-Gothic elements are combined; on account of the largely intact main form, detailing and material use; as an early example of the development of villa construction, whereby the building in question marks the transition from the layout of country estates to the construction of villas on smaller plots, before the exploitation of villa parks commenced.
The villa has situational value because of its image-defining location at the corner of the Bekslaan and the Vogelenzangseweg.
Nearby in the register
- Tuinmanswoning(K), Vogelenzangseweg 53Dienstwoningunder 1 mi
- Woonhuis, Bekslaan 52Woonhuisunder 1 mi
- Landhuis, Bekslaan 22Kasteel, buitenplaatsunder 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Bekslaan bij 22Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.