TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Bollenschuur, Leidsevaartweg 1

Heemstede, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Bollenschuur
Category
onroerend gebouwd
Built
1924 - 1928
Address
Leidsevaartweg 1, 2106 NA Heemstede
Place
Heemstede
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.32920, 4.59106
Monument number
508453

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1918 map "Onteigening voor het aanleggen van een duinweg van de kommen van Bloemendaal en van Overveen naar Zandvoort" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

GEBOUW VOOR DE BLOEMBOLLENCULTUUR, gebouwd tussen 1924 en 1928 door architect J. Zietsma volgens een stijl die de strakke variant van de Amsterdamse School genoemd kan worden. Het pand is gesitueerd aan de Leidsevaartweg, die ten oosten van de spoorlijn Leiden-Haarlem loopt, ongeveer vier kilometer ten zuiden van het station Heemstede/Aerdenhout. Het complex is geplaatst op de smalle strook grond tussen Leidsevaart en spoorlijn en wordt omgeven door een tuin. Vanaf 1957 zijn enkele wijzigingen aangebracht die de monumentale waarde van het geheel evenwel niet hebben geschaad.

Omschrijving

Het complex is gebouwd op een langgerekte, rechthoekige plattegrond met in het midden een gedeelte dat aan voor- en achterzijde iets uitsteekt en hoger is opgetrokken dan de rest van het gebouw. Het hele ontwerp is in blokken verdeeld van verschillende hoogte. Elk blok heeft een eigen functie. In het midden bevindt zich aan de voorzijde (oost) een trappenhuisblok dat zich naar achteren verbreedt in een voormalig directie/kantoorgedeelte. De twee vleugels zijn onderverdeeld in een pakplaatsblok ter weerszijden van het trappenhuis en droogruimtes ter weerszijden van het directie/kantoorblok. De droogruimten hebben langs de zijkanten een arcade. In het oorspronkelijke directie kantoorgedeelte bevond zich in 1986 een woning. Het complex is opgetrokken met behulp van een ijzeren constructie, die bestaat uit een geraamte van kolommen met hoofdliggers en gordingen, en bruine baksteen in kettingverband, op sommige plaatsen in decoratief metselverband, onder meer in de bogen bij de hoofdingang en in de muurdammen tussen de vensters hierboven.

Het middendeel bestaat uit twee bouwlagen; de beide zijvleugels uit één bouwlaag; het geheel afgedekt met platte daken en voorzien van een hoge borstwering waarop een natuurstenen lijst met daaronder een rand van siermetselwerk. Voor het middendeel (oost) is een overdekte doorgang gemaakt. Deze heeft aan de voorzijde drie gemetselde boogopeningen en aan de zijkanten een enkele boog. Op deze doorgang bevindt zich tegenwoordig een balkon. De muur waar de doorgang tegenaan staat heeft ook drie bogen. De middelste bevat de voordeur; links en rechts hiervan zijn de bogen dichtgemaakt in siermetselwerk. Het middenblok heeft op de verdieping een vooruitspringend gedeelte met daarin vijf smalle, lange verticale vensteropeningen, waartussen naar voren stekende muurdammen geplaatst zijn. Het middelste raam is door een houten deur vervangen, de andere ramen zijn nog intact en bevatten stalen kozijnen. Boven de vensteropeningen is een overstek van natuursteen aangebracht. Ter hoogte van het balkon bevindt zich links en rechts van de vijf ramen een vensterstrook met een vierkant raam aan de voorzijde en drie gelijksoortige ramen langs de zijkanten van het middenblok; deze zijn voorzien van nieuwe houten kozijnen.

Van de zijvleugels is de linker nog grotendeels oorspronkelijk (de rechter langgerekte zijvleugel is verbouwd en vergroot waardoor de symmetrie enigszins is verstoord). De beschrijving beperkt zich dan ook tot het linker gedeelte. Dit smalle langgerekte bouwblok ligt iets terug ten opzichte van het middengebouw. Gedeeltelijk ervoor, tegen het middendeel aan, is een lager blok geplaatst (dit blok is vergroot in 1957). Zowel in dit uitspringende deel als in het overige van de zijvleugel bevindt zich een reeks ramen, waaronder een doorlopende, smalle plantenbak is geplaatst. Het enkele raam in het uitspringende gedeelte is nieuw, het venster met beneden- en bovenraam in het overige deel is oorspronkelijk. Tussen deze ramen zijn uitspringende muurdammen geplaatst met daarboven een sluitsteen van natuursteen. Links en rechts in deze vleugel bevindt zich een deuropening waardoor oorspronkelijk de rails ten behoeve van het vervoer van de bollen naar buiten kwamen.

De rechter deur (evenals de linker deur in de rechter zijvleugel) is ten behoeve van de vergroting van de uitbouw verplaatst. Boven de deuren: een luifel en steunpunten van natuursteen.

De zuidgevel bevat in het rechterdeel een zelfde deur met vensters ter weerszijden; de plantenbak loopt om de hoek door. In het linker deel van deze gevel is vóór de oorspronkelijke boogopeningen van de arcade (vijf) een muur met vijf garagedeuren geplaatst. De bogen hebben hetzelfde siermetselwerk als de bogen van de overdekte doorgang aan de voorzijde van het complex. De rechter zijgevel van het complex (noord) is door ver- en aanbouw verdwenen.

De achtergevel (west) is een bedrijfsgevel in tegenstelling tot de representatieve voorgevel. Aan deze kant bevindt zich in het midden van de verdieping de directeurskamer die, over de spoorlijn heen, uitzicht biedt op bollenvelden die oorspronkelijk bij het bedrijf hoorden. De beschrijving van de achtergevel loopt van zuid naar noord. De zuidelijke hoek wordt gevormd door een naar voren springend gedeelte van de arcade van de zijgevel, oorspronkelijk open, later met metselwerk en een raam dichtgezet. Op dit naar voren springende gedeelte ligt een overstekende lijst van gewapend beton die doorloopt tot de linkerkant van de achtergevel. Deze lijst volgt het verspringen van de gevelblokken en springt dan ook bij deze hoek uit ten opzichte van het terugliggende, langgerekte, lage blok dat tot aan het middendeel van het complex loopt. In dit lage blok bevinden zich op regelmatige afstand van elkaar vier deuropeningen waardoor oorspronkelijk de rails naar buiten kwamen ten behoeve van het vervoer van de bollen. De deuren in deze openingen zijn later door nieuwe vervangen. Tussen de deuropeningen telkens twee ramen, elk met twee horizontale roeden, en muurdammen. Tegen het middendeel aan, op de plaats waar oorspronkelijk een vijfde, gelijksoortige deur was aangebracht, bevindt zich nu een kleinere deur; de ramen rechts daarvan zijn dichtgemaakt. Het middendeel springt op de begane grond naar voren en bevatte oorspronkelijk in het midden een gedeelte van de centrale verwarmingshal, ter weerszijden daarvan opslagruimten en op de hoeken trappen, die naar het boven gelegen terras van het directie/kantoorblok leidden; alleen de linker trap is bewaard gebleven. De gevels van beide opslagruimten hebben onder meer siermetselwerk, een deur (gelijk aan die van de rechter zijgevel) en smalle verticale ramen met uitstekende muurdammen daartussen. In het linker deel is het merendeel van deze ramen dichtgemetseld. Midden voor het uitspringend gedeelte is een doorgang geplaatst, waar de rails onderdoor liepen. Deze doorgang wordt gevormd door vier bakstenen pijlers waarop het terras van de directiekamer rust. De verdieping van het middendeel bestaat uit twee voormalige kantoorblokken ter weerszijden van de gedeeltelijk iets teruggelegen en hoger opgaande directiekamer. In de kantoorblokken is de oorspronkelijke vensterindeling grotendeels bewaard gebleven; de ramen zijn evenwel vernieuwd bij de verbouw tot woning. De directiekamer heeft drie dubbele deuren tussen vier muurdammen, bekroond door een overstek van gewapend beton. Daarboven springt, met uitzondering van de muurdammen, het gevelvlak terug en heeft tussen de muurdammen drie vensters. Ter weerszijden van het directieblok is een schoorsteen geplaatst. In de vleugel links van het middenblok zijn nog enkele oorspronkelijke ramen en deuren te zien. De lijst van gewapend beton is hier weggeslagen om plaats te maken voor een silo die daardoor een gedeelte van de gevel min of meer aan het zicht onttrekt.

Net als het gebouw was de tuin ook geheel symmetrisch van opzet. De tuin was zeer belangrijk in het ontwerp als functie aanduiding (gebouw voor de bloembollencultuur). Van de oorspronkelijke tuinaanleg zijn, met name aan de oost- en zuidzijde, belangrijke delen bewaard gebleven.

Het terrein aan de Leidsevaartweg is afgebakend door een bakstenen omheining. In 1926 heeft Zietsma ook hiervoor het ontwerp geleverd. Rechts voor het complex heeft de muur een opening tussen twee zware pijlers; op dezelfde plaats aan de linkerkant is de doorgang later dichtgemaakt. Op het muurwerk bevindt zich tegenwoordig een ijzeren hek. De hoofdingang in de muur wordt gevormd door vier grote bakstenen pijlers met siermetselwerk. Alleen tussen de binnenste twee is een doorgang; de andere twee openingen zijn dichtgemaakt. Aan de achterzijde zijn tegen de vier pijlers bloembakken gemetseld.

Het interieur van het directie/kantoorgedeelte werd in 1935 tot woning verbouwd. Van de oorspronkelijke indeling zijn evenwel belangrijke delen bewaard gebleven, zoals de directiekamer en het trappenhuis aan de voorzijde op de begane grond.

Waardering

Het gebouw voor bloembollencultuur is van architectuurhistorische betekenis:

- als representatief voorbeeld van baksteenarchitectuur uit de jaren twintig van de 20ste eeuw, ook wel strakke variant of tweede generatie van de Amsterdamse school genoemd, vanwege het accent op het ontwerpen vanuit een totaal-conceptie, op het ambachtelijke en de toepassing van decoratieve metselverbanden, gecombineerd met invloeden van Frank Lloyd Wright;

- als zeldzaam voorbeeld van de toepassing van een dergelijke architectuur bij een bloembollengebouw, bedoeld om de welstand van het bedrijf tot uitdrukking te brengen;

- vanwege de grotendeels gave hoofdvorm en detaillering.

Het complex is van cultuurhistorische betekenis als element uit de geschiedenis van handel en industrie in Nederland, in casu de bloembollenteelt in Zuid-Kennemerland, waarbij een voor die tijd zeer moderne bedrijfsvoering werd toegepast.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

BUILDING FOR BULB CULTIVATION, built between 1924 and 1928 by architect J. Zietsma according to a style that can be called the austere variant of the Amsterdam School. The building is situated on the Leidsevaartweg, which runs east of the Leiden-Haarlem railway line, approximately four kilometres south of Heemstede/Aerdenhout station. The complex is placed on the narrow strip of land between the Leidsevaart and the railway line and is surrounded by a garden. From 1957 onwards, some modifications have been made which have not, however, damaged the monumental value of the whole.

Description

The complex is built on an elongated, rectangular floor plan with a section in the middle that protrudes slightly on the front and rear sides and is built higher than the rest of the building. The entire design is divided into blocks of different heights. Each block has its own function. In the middle there is a stairwell block at the front (east) which broadens towards the rear into a former management/office section. The two wings are subdivided into a packing area block on either side of the stairwell and drying rooms on either side of the management/office block. The drying rooms have an arcade along the sides. In the original management office section, there was a residential unit in 1986. The complex is constructed with the help of an iron structure, which consists of a frame of columns with main beams and collar ties, and brown bricks in running bond, in some places in decorative bond patterns, including in the arches at the main entrance and in the wall sections between the windows above.

The central section consists of two storeys; both side wings consist of one storey; the whole is covered with flat roofs and provided with a high parapet on which is a natural stone moulding with beneath it a band of decorative brickwork. In front of the central section (east), a covered passage has been made. This has three brick arched openings at the front and a single arch on the sides. There is nowadays a balcony above this passage. The wall against which the passage stands also has three arches. The middle one contains the front door; to the left and right of it the arches have been closed in decorative brickwork. The central block has on the upper floor a projecting section containing five narrow, long vertical window openings, between which projecting wall sections have been placed. The middle window has been replaced by a wooden door, the other windows are still intact and contain steel frames. Above the window openings a natural stone overhang has been installed. At the level of the balcony, to the left and right of the five windows, there is a window strip with a square window at the front and three similar windows along the sides of the central block; these are provided with new wooden frames.

Of the side wings, the left one is still largely original (the right elongated side wing has been rebuilt and enlarged, which has somewhat disturbed the symmetry). The description therefore limits itself to the left section. This narrow elongated building block is set back slightly from the central building. Partially in front of it, against the central section, a lower block has been placed (this block was enlarged in 1957). In both this projecting part and in the remainder of the side wing there is a series of windows, below which a continuous narrow planter box has been placed. The single window in the projecting section is new, the window with lower and upper panes in the remaining section is original. Between these windows are projecting wall sections with a natural stone voussoir above. On the left and right in this wing there is a door opening through which originally the rails for transporting the bulbs came out.

The right door (as well as the left door in the right side wing) has been relocated for the purpose of enlarging the extension. Above the doors: a natural stone canopy and supports.

The south facade contains in the right part a similar door with windows on either side; the planter box runs around the corner. In the left part of this facade, in front of the original arched openings of the arcade (five), a wall with five garage doors has been placed. The arches have the same decorative brickwork as the arches of the covered passage at the front of the complex. The right side facade of the complex (north) has disappeared due to alteration and extension.

The rear facade (west) is a utilitarian facade, in contrast to the representative front facade. On this side, in the middle of the upper floor, is the director's room which, overlooking the railway line, offers a view of bulb fields that originally belonged to the business. The description of the rear facade runs from south to north. The southern corner is formed by a forward-projecting section of the arcade of the side facade, originally open, later closed with brickwork and a window. On this forward-projecting section lies an overhanging reinforced concrete moulding which runs to the left side of the rear facade. This moulding follows the offset of the facade blocks and therefore projects at this corner relative to the set-back, elongated, low block that runs to the central section of the complex. In this low block there are four door openings at regular intervals through which originally the rails came out for the transport of the bulbs. The doors in these openings have later been replaced with new ones. Between the door openings, each time two windows, each with two horizontal glazing bars, and wall sections. Against the central section, in the place where originally a fifth, similar door was placed, there is now a smaller door; the windows to the right of it have been closed in. The central section projects at ground level and originally contained in the middle a section of the central heating hall, flanked by storage rooms and corner staircases at the corners, which led to the terrace above of the management/office block; only the left staircase has been preserved. The facades of both storage rooms have among other things decorative brickwork, a door (similar to that of the right side facade) and narrow vertical windows with projecting wall sections between them. In the left part, most of these windows have been bricked up. In front of the projecting section in the middle is a passage, where the rails passed underneath. This passage is formed by four brick pillars on which the director's room terrace rests. The upper floor of the central section consists of two former office blocks on either side of the partially set-back and higher-rising director's room. In the office blocks, the original window arrangement has been largely preserved; the windows have, however, been renewed during the conversion to a residential unit. The director's room has three double doors between four wall sections, crowned by a reinforced concrete overhang. Above this, except for the wall sections, the facade plane steps back and has three windows between the wall sections. On either side of the management block is a chimney. In the wing to the left of the central block, some original windows and doors can still be seen. The reinforced concrete moulding has been broken here to make room for a silo which thereby partially obscures a section of the facade.

Like the building, the garden was also completely symmetrical in design. The garden was very important in the design as a function indicator (building for bulb cultivation). Of the original garden layout, particularly on the east and south sides, important parts have been preserved.

The site on the Leidsevaartweg is bounded by a brick wall. In 1926, Zietsma also provided the design for this. To the right of the complex, the wall has an opening between two heavy pillars; at the same place on the left, the passage was later closed off. On the wall there is nowadays an iron gate. The main entrance in the wall is formed by four large brick pillars with decorative brickwork. Only between the inner two is there a passage; the other two openings have been closed in. On the rear side, flower boxes have been bricked against the four pillars.

The interior of the management/office section was converted to a residential unit in 1935. Important parts of the original layout have, however, been preserved, such as the director's room and the stairwell at the front on the ground floor.

Valuation

The building for bulb cultivation is of architectural historical significance:

- as a representative example of brick architecture from the nineteen-twenties of the 20th century, also known as the austere variant or second generation of the Amsterdam School, because of the emphasis on design from a total concept, on craftsmanship and the application of decorative bond patterns, combined with influences from Frank Lloyd Wright;

- as a rare example of the application of such architecture in a bulb-growing building, intended to express the prosperity of the business;

- because of the largely intact main form and detailing.

The complex is of cultural historical significance as an element in the history of trade and industry in the Netherlands, in this case the cultivation of bulbs in South-Kennemerland, in which a very modern business operation was applied for that time.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map