TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Buitenplaats Beukenhorst

Wassenaar, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Landhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1845
Address
Zijdeweg 47, 2244 BE Wassenaar
Place
Wassenaar
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.10801, 4.36071
Part of complex
511040
Monument number
511039

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1825 map "V.1:1-5: V:1. Niederlande: Prov: 9a. Sudholland. 13. Utrecht" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Behorend bij de historische buitenplaats Beukenhorst een WOONHUIS (1) van het type landhuis. Omstreeks 1845 gebouwd in Neo-Classistische stijl naar een ontwerp van de Duitse architect H.H.A. Wentzel. Opdrachtgever was jonkheer Guillaume Charles Albert Herman von Goëdecke, kamerheer en adjudant van prins Frederik der Nederlanden (zoon van koning Willem I). In architectonisch opzicht vertoont de buitenplaats veel overeenkomsten met de in opdracht van prins Frederik aangelegde buitenplaats De Paauw, waarvan het huis en het park eveneens in het midden van de 19de eeuw hun huidige vorm kregen naar ontwerp van de Duitse architecten Wentzel (1853) en Petzold (1854). Vanaf 1900 woonden er Carel Anne Adriaan Willem baron van Lynden en zijn vrouw Adolphine Wilhelmina Anna baronesse van Lynden-gravin van Limburg Stirum van Warmond. Na het overlijden van haar man in 1923 bleef zij er tot haar dood in 1961 wonen. Aan deze periode herinnert ondermeer de scheepstoeter die de baronesse tegen top van de achtergevel had laten plaatsen en aangesloten was op een schellekoord in de middelste slaapkamer.

In 1974 verkocht Carola Elisabeth Aurelia Anna gravin-douairière van Rechteren Limpurg Beukenhorst het huis aan dhr. en mw. Van der Plas-Moes. Een algehele renovatie vond plaats, waarbij o.a de later aangebouwde serre tegen de achtergevel is verwijderd. Op oude foto's is te zien dat de gevels oorspronkelijk okerkleurig waren.

Bijzonder in het interieur is de aanwezigheid van een balatum en de vijf klassieke vormgegeven reliëfs in de hal en de gang, alle geïnspireerd op Pompeaanse voorbeelden.

Omschrijving

Op een licht glooiende heuvel gesitueerd monumentaal landhuis, bestaand uit een souterrain, bel étage en verdieping, onder een flauw hellend zadeldak met dwarskappen. Tegen beide kopgevels is een éénlaags zijvleugel met zadel- en tentdak geplaatst. De daken zijn belegd met een zinken roevendak. De symmetrisch opgezette hoofdmassa heeft in opzet een rechthoekige plattegrond. Van de wit geschilderde gepleisterde gevels zijn de voor- en achtergevel (resp. west- en oostgevel) lijstgevels met ter plaatste van de middenrisaliet een flauw hellende puntgevel. De noordelijke en zuidelijke kopgevel hebben identieke flauw hellende puntgevels. Boven de met een profiellijst afgedekte plint is de bel étage voorzien van horizontale schijnvoegen ter imitatie van natuursteen rusticawerk. Geveldelen worden afgesloten door Toscaanse pilasters, die een cordonlijst dragen. Vlak gepleisterde verdieping, eveneens met Toscaanse pilasters op de hoeken, wordt afgesloten door een hoofdgestel. Op de hoeken en de geveltoppen staan aan de voor- en achterzijde zinken siervazen, waarvan enkele ontbreken. De enkele en samengestelde vensterpartijen hebben geprofileerde houten vensteromlijstingen. De samengestelde vensterpartijen op de verdieping hebben pilasters met verdiept gelegen velden als penanten, die een hoofdgestel dragen. Het merendeel van de vensters is voorzien van binnenluiken en/of persiennes als buitenluiken. De overwegend openslaande ramen/deuren hebben een roedenverdeling en zijn uitgevoerd met het oorspronkelijke hang- en sluitwerk. De openslaande deuren en vensters van de hoger uitgevoerde bel étage hebben tevens (tweeruits)bovenlichten. De verdiept gelegen (vierrruits) souterrainvensters zijn merendeels voorzien van diefijzers en getoogd gemetselde lichtkolken.

De voor- (noordwest) en achtergevel (zuidoost) hebben een vergelijkbare gevelindeling, waarbij op de bel étage de middenrisaliet bestaat uit drie venstereenheden en de verdieping uit een breed driedelig venster. Beide zijdelen bestaan op bel étage en verdieping uit één venstereenheid. De hoofdentree, dubbele drieruitsdeur met tweeruits bovenlicht en daarboven een vrij eenvoudige lantaarn, bevindt zich in de middenas van de voorgevel. De entree is toegankelijk via een hardstenen overkluisde trap, geflankeerd door twee haaks daarop aansluitende scheimuurtjes. Langs het bordes en op deze muurtjes is een decoratief opengewerkt gietijzeren hekwerk geplaatst. Achter de rechtermuur bevindt zich een trap naar de overdekte entree van het souterrain, welke zich bevindt onder de trap van de hoofdentree. Dit portaal is aan de noordzijde voorzien van een vierruitsraam.

Tegen de achtergevel is ter breedte van de middenrisaliet, ter hoogte van de bel étage een overkluisd terras gebouwd, toegankelijk via een met hardstenen platen bekleedde trap, geflankeerd door keermuurtjes. Hierop is, vergelijkbaar met de voorzijde, een smeed/gietijzeren hekwerk geplaats dat om het terras heenloopt. Op het balkon komen een drietal dubbel openslaande drieruits deuren met vierruitsbovenlichten uit. De verdieping heeft een vergelijkbare indeling als de voorgevel, met dien verstande dat voor de verdiepingsvensters houten balkons met hoekpijlers en balusters hangen, die gedragen worden door gesneden consoles. In de geveltop onder het middelste venster hangt een scheepstoeter.

De rechter (zuidwestelijke) kopgevel heeft op souterrain en bel étage drie vensters met links daarvan de zuidwestelijke zijvleugel. Op de verdieping bevindt zich in het midden van de gevel een driedelige vensterpartij, vergelijkbaar met die in de middenrisaliet van de voorgevel. Er boven bevindt zich een klein rond venster. De zuidwestelijke zijvleugel heeft geen verdieping en bestaat uit een kleine, risalerende rechthoekige paviljoen (de oorspronkelijke badkamer) onder een tentdak, dat via een smal tussenlid onder een zadeldak met hoofdmassa is verbonden. Het tussenlid, dat aan de voorzijde ter breedte van één travee uitspringt ten opzichte van de voorgevel, is door een Toscaanse pilastergeleding verdeeld in vijf traveeen met in de meest linker één venster. In de achtergevel zijn drie vensters symmetrisch over de traveeen verdeeld. Het iets boven het tussenlid uitstekende paviljoen (badkamer) heeft aan voor- en achterzijde één venster. In de twee traveeen lange aanbouw tegen de zuidwestelijke kopgevel bevindt zich het stookhuis, welke aan de zuidwestelijke zijde via een dubbele deur met kraaldelen toegankelijk is. Aan tuinzijde bevindt zich in de rechter travee één venster.

De noordoostelijke zijvleugel sluit aan tegen het midden van de linker (noordoostelijke) kopgevel van de hoofdmassa. Aan weerszijden van de zijvleugel bevindt zich in de kopgevel op bel étage en souterrain één venster. Op de verdieping bevinden zich een drietal kleine vensters met in de top een klein rond venster. De zijvleugel bestaat uit een drie traveeen breed éénlaags tussenlid met souterrain onder een zadeldak, waartegen een iets hogere risalerende rechthoekig paviljoen onder een tentdak aansluit. Het tussenlid heeft aan weerszijden één venster. Aan de voorzijde is tegen het paviljoen een uit fijngevoegd schoon metselwerk (rode baksteen, knipvoeg) opgetrokken aanbouw onder een lesenaarsdak geplaatst, voorzien van een deur met kraaldelen en een tweetal vensteropeningen, elke onder een strek. Aan de achterzijde bevinden zich in het paviljoen op bel étage en souterrain twee vensters; de linker zijgevel (noordoost) is blind. Omwille van het symmetrisch aanzien aan de voorzijde is, één travee uitspringend ten opzichte van het hoofdgebouw, de voorgevel aan de noordoosten verlengd met negen traveeen, waarbij de kapitelen van de Toscaanse pilasters iets boven de muur uitsteken. Achter deze muur en de feitelijke noordoostelijke zijvleugel is hierdoor een binnenplaatsje onstaan. Tegen de achtergevel van de gekanteelde muur is aan weerszijden een houten schuurtje gebouwd.

In het INTERIEUR is ondermeer van belang de oorspronkelijke indeling die grotendeels is gehandhaafd, waarbij de plattegrond zich kenmerkt door duidelijke maatverhoudingen. De meeste deuren met geprofileerde omlijsting zijn bewaard gebleven, de kamers hebben een lage houten lambrizering met (dubbele) panelen, enkele vloeren bestaan uit brede houten delen. In ondermeer woon-, eet- en slaapkamer bevinden zich marmeren schouwen. De meeste kamers hebben een vrij sober uitgevoerd stucplafond met een geprofileerde licht koofvormige aanzet; de woon- en eetkamer hebben rijker uitgevoerd reliëfs met ondermeer varenbladmotieven. Op de bel étage wordt de met marmer belegde hal afgesloten door een gietijzeren dubbele tochtdeur met bovenlicht. Deze leidt naar een in noord-oost/zuid-west lopende gang met aan weerszijden van de tochtdeur en er tegenover Toscaanse pilasters. In de hal en de gang zijn in totaal vijf cirkelvormige stucreliëfs in Neo-Classicistische trant met figuren in klassieke kledij. Ten noordoosten van de hal bevindt zich het trappenhuis met gietijzeren spijlen balustrade, leidend naar het souterrain en de verdieping. In het verlengde van de middenas bevindt zich aan de achterzijde de dwarsgeplaatste woonkamer met ten noord-oosten ervan de eetkamer en een dienkamer. Ten zuidwesten van de woonkamer bevindt zich een antichambre met dwars daarop de slaapkamer, voorzien van een alkoof. In de zuidwestelijke vleugel die uitkomt op de slaapkamer, leidt het tussenlid met aan één zijde een kastenwand, naar de badkamer. De badkamer wordt gedekt door een gedrukt kloostergewelf met geprofileerde ribben, opgaande van een rondlopende eierlijst. Tegen de achterwand zijn in de vloer twee houten luiken aangebracht, ter afdekking van een zinken badkuip. Achter deze badkamer ligt het ketelhuis met in de hoek een kwartrond gemetselde stookplaats in de hoek. Op een houten met gesneden korbeels uitgevoerde vide, bevindt zich de ruimte van het hoogplaatse waterreservoir. Het souterrain en de verdieping hebben een vergelijkbare ruimteindeling als de bel étage, die zich kenmerkt door een dwarsgeplaatste gang met kamers aan weerszijden. In het souterrain, waarin enkele getoogde doorgangen voorkomen, bevindt zich ondermeer de oorspronkelijke met witjes betegelde keuken, voorzien van een grote brede schouw.

Waardering

Het woonhuis Beukenhorst is algemeen belang vanwege cultuur-, architectuurhistorisch en stedebouwkundig waarde - als onderdeel van een buitenplaats, kenmerkend voor de ontwikkeling van de landgoederenzône aan weerszijden van de Rijksstraatweg; - vanwege de Neo-Classicistische bouwstijl, typerend voor het oeuvre van de Duitse architect H.H.A. Wentzel; - vanwege de opdrachtgever jonkheer Guillaume Charles Albert Herman von Goedecke die als kamerheer en adjudant verbonden was aan het hof van prins Frederik der Nederlanden; - vanwege de zeer hoge mate van gaafheid in hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering; - vanwege de bijzondere plattegrondindeling en interieuronderdelen, waaronder het balatum en de stucreliëfs. - vanwege de ruimtelijke, functionele en stilistische samenhang met de overige complexonderdelen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Belonging to the historic country estate Beukenhorst a DWELLING HOUSE (1) of the country house type. Built around 1845 in Neo-Classical style according to a design by the German architect H.H.A. Wentzel. The client was jonkheer Guillaume Charles Albert Herman von Goëdecke, chamberlain and adjutant to Prince Frederik of the Netherlands (son of King Willem I). From an architectural point of view, the country estate shows many similarities with the country estate De Paauw, laid out on the orders of Prince Frederik, the house and park of which likewise acquired their present form in the middle of the 19th century according to designs by the German architects Wentzel (1853) and Petzold (1854). From 1900 onwards, Carel Anne Adriaan Willem baron van Lynden and his wife Adolphine Wilhelmina Anna baroness van Lynden-countess van Limburg Stirum van Warmond lived there. After her husband's death in 1923, she remained living there until her death in 1961. This period is recalled among other things by the ship's horn which the baroness had had placed against the top of the rear facade and which was connected to a bell-pull in the middle bedroom.

In 1974, Carola Elisabeth Aurelia Anna countess-dowager van Rechteren Limpurg sold Beukenhorst to Mr and Mrs Van der Plas-Moes. A complete renovation took place, during which among other things the conservatory later built against the rear facade was removed. In old photographs it can be seen that the facades were originally ochre-coloured.

Particular in the interior is the presence of a balatum and the five classically designed reliefs in the hall and the corridor, all inspired by Pompeian examples.

Description

A monumental country house situated on a gently sloping hill, consisting of a basement, principal floor and first floor, under a gently sloping gabled roof with transverse roof lights. Against both end facades are placed single-storey side wings with gabled and ridge roofs. The roofs are covered with a zinc gutter roof. The symmetrically arranged main mass has a rectangular plan. The white-painted plastered facades have front and rear facades (respectively west and east facades) as cornice-topped facades with a gently sloping gable at the position of the central projection. The northern and southern end facades have identical gently sloping gables. Above the plinth covered with a profile moulding, the principal floor is provided with horizontal sham joints imitating natural stone rustication work. Facade sections are terminated by Tuscan pilasters, which carry a cordon moulding. Smooth plastered first floor, likewise with Tuscan pilasters on the corners, is terminated by a cornice. On the corners and the gable ends at the front and rear stand zinc decorative urns, some of which are missing. The single and composite window sections have profiled wooden window surrounds. The composite window sections on the first floor have pilasters with recessed fields as pilaster strips, which carry a cornice. The majority of the windows are provided with internal shutters and/or venetian blinds as external shutters. The predominantly opening windows/doors have glazing bars and are executed with the original hinges and fittings. The opening doors and windows of the higher executed principal floor likewise have (two-light) fanlights. The recessed (four-light) basement windows are mostly provided with guard irons and vaulted-brick light wells.

The front (north-west) and rear facades (south-east) have a comparable facade arrangement, whereby on the principal floor the central projection consists of three window units and the first floor of a wide three-part window. Both side sections consist on the principal floor and first floor of one window unit. The main entrance, double three-light door with two-light fanlight and above it a rather simple lantern, is located in the central axis of the front facade. The entrance is accessible via a stone arched staircase, flanked by two brick dividing walls adjoining it at right angles. Along the landing and on these walls decorative open-work cast-iron railings are placed. Behind the right-hand wall is a staircase to the covered entrance of the basement, which is located beneath the staircase of the main entrance. This entrance hall is provided on the north side with a four-light window.

Against the rear facade at the width of the central projection, at the height of the principal floor, a vaulted terrace has been built, accessible via a staircase covered with stone slabs, flanked by retaining walls. On it, comparable to the front side, wrought/cast-iron railings are placed that run around the terrace. Onto the balcony come three double-opening three-light doors with four-light fanlights. The first floor has a similar layout to the front facade, with the difference that in front of the first-floor windows hang wooden balconies with corner pillars and balusters, which are supported by carved consoles. In the gable top below the middle window hangs a ship's horn.

The right (south-westerly) end facade has on basement and principal floor three windows with to the left of them the south-westerly side wing. On the first floor, in the middle of the facade is a three-part window section, comparable to that in the central projection of the front facade. Above it is a small round window. The south-westerly side wing has no first floor and consists of a small, projecting rectangular pavilion (the original bathroom) under a ridge roof, which via a narrow connecting section under a gabled roof with main mass is connected. The connecting section, which on the front side projects at the width of one bay with respect to the front facade, is divided by a Tuscan pilaster arrangement into five bays with in the furthest left one window. In the rear facade three windows are symmetrically distributed over the bays. The slightly projecting pavilion (bathroom) above the connecting section has on front and rear one window. In the connecting section two bays long against the south-westerly end facade is located the boiler house, which is accessible on the south-westerly side via a double door with edge mouldings. On the garden side is in the right bay one window.

The north-easterly side wing joins against the middle of the left (north-easterly) end facade of the main mass. On either side of the side wing, there is in the end facade on principal floor and basement one window. On the first floor there are three small windows with in the top a small round window. The side wing consists of a three bays wide single-storey connecting section with basement under a gabled roof, against which a slightly taller projecting rectangular pavilion under a ridge roof adjoins. The connecting section has on either side one window. On the front side, against the pavilion, a building constructed from finely-jointed fine brickwork (red brick, broken joint) under a lean-to roof is placed, provided with a door with edge mouldings and a pair of window openings, each under a lintel. On the rear side in the pavilion are on principal floor and basement two windows; the left side facade (north-east) is blank. In order to maintain the symmetrical appearance on the front side, one bay projecting with respect to the main building, the front facade on the north-east is extended with nine bays, whereby the capitals of the Tuscan pilasters slightly protrude above the wall. Behind this wall and the actual north-easterly side wing a courtyard has thus arisen. Against the rear facade of the crenellated wall are on either side wooden sheds built.

In the INTERIOR is among other things important the original layout which has largely been maintained, whereby the plan is characterised by clear proportions. Most doors with profiled surrounds have been preserved, the rooms have a low wooden dado with (double) panels, some floors consist of wide wooden sections. In among other things the living room, dining room and bedroom are marble fireplaces. Most rooms have a rather sober executed plaster ceiling with a profiled light cove detail; the living and dining rooms have more richly executed reliefs with among other things fern leaf motifs. On the principal floor, the marble-covered hall is terminated by a cast-iron double draught door with fanlight. This leads to a north-east/south-west running corridor with Tuscan pilasters on either side of the draught door and opposite. In the hall and the corridor are in total five circular plaster reliefs in Neo-Classical style with figures in classical dress. To the north-east of the hall is the staircase with cast-iron railing balustrade, leading to the basement and the first floor. In the extension of the central axis at the rear is the transversely placed living room with to the north-east of it the dining room and a serving room. To the south-west of the living room is an antichamber with transversely through it the bedroom, provided with an alcove. In the south-westerly wing which opens onto the bedroom, the connecting section leads with on one side a wardrobe wall to the bathroom. The bathroom is covered by a depressed cloister vault with profiled ribs, rising from a continuous egg moulding. Against the rear wall are two wooden shutters in the floor, for covering a zinc bathtub. Behind this bathroom is the boiler house with in the corner a quarter-round brick-built stove in the corner. On a wooden opening executed with carved corbels, is located the space of the raised water reservoir. The basement and the first floor have a similar room layout as the principal floor, which is characterised by a transversely placed corridor with rooms on either side. In the basement, in which some vaulted passages occur, among other things is the original white-tiled kitchen, provided with a large broad fireplace.

Valuation

The dwelling house Beukenhorst is of general interest because of cultural-, architectural-historical and urban planning value - as part of a country estate, characteristic of the development of the country estates zone on either side of the Rijksstraatweg; - because of the Neo-Classical building style, typical of the oeuvre of the German architect H.H.A. Wentzel; - because of the client jonkheer Guillaume Charles Albert Herman von Goedecke who as chamberlain and adjutant was connected to the court of Prince Frederik of the Netherlands; - because of the very high degree of integrity in main form, material use and detailing; - because of the exceptional plan layout and interior components, including the balatum and the plaster reliefs. - because of the spatial, functional and stylistic coherence with the other complex components.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map