TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Gemeentehuis, Hofstraat 16

Enschede, Overijssel, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Bestuursgebouw en onderdl
Function
Gemeentehuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1930 - 1933
Address
Hofstraat 16, 7511 HD Enschede
Place
Enschede
Province
Overijssel
Country
Netherlands
Coordinates
52.21934, 6.89688
Monument number
510599

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Utrecht University Library

A historical map covers this location.

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het STADHUIS van Enschede is gebouwd naar ontwerp van ir G. Friedhoff in de periode 1930-33. Op de locatie hebben zeker sinds de 16de eeuw verschillende stadhuizen gestaan.

Burgemeester en Wethouders gaven in 1927 een richtlijn voor het ontwerp: "in onze werkstad is geen plaats voor een gebouw dat opvalt door weelde, wel mag het blijk geven van het welvaren waarin Enschede zich kan verheugen". In 1928 werd op voorstel van de commissie van Voorlichting van de B.N.A. (i.c. rijksbouwmeester G.C. Bremer, W.M. Dudok, G. Versteeg) aan zes "der bekwaamste bouwmeesters in den lande" (i.c. G. Friedhoff, J. Boterenbrood, P. Vorkink, J. Klijnen, J. Luthman en F. Symons) de opdracht gegeven een ontwerp te maken. Vorkink bedankte. De ontwerpen werden anoniem en onder motto voorgelegd aan de commissie van beoordeling (i.c. S. de Clerq, A.R. Hulshoff, C.F. Klaar en directeur gemeentewerken H.G. Mos). Deze koos voor "In d'oude stad" van Friedhoff.

Diens ontwerp is te typeren als traditionalistisch in materiaalvoering, detaillering en typologie. Architectonisch vertoont het Skandinavische invloed. De toren is de evenknie van de toren van het stadhuis in Oslo. Op 15-9-1930 werd door burgemeester E. Bergsma de eerste steen gelegd. Een natuurstenen plaat met inscriptie, die een ruimte afdekt met daarin een oorkonde, bouwtekeningen en een verzameling munten, gedenkt deze gebeurtenis.

Aannemer was de firma J. van Egteren en Zoon te Enschede. Glas- en schilderwerken zijn door W.H. Schunselaar te Enschede verricht. De betonwerken door de N.V. Koninklijke Rotterdamsche Betonijzermij., voorheen Waning & Co. te Enschede.

Het stadhuis is in gebruik genomen tijdens het burgemeesterschap van J.J.G.E. Rückert op 5-8-1933. Een plaquette onder het balkon in de burgerzaal gedenkt deze gebeurtenis: "in het jaar 1929 werden in een tijd van welvaart en vooruitgang de plannen van ir. g. friedhoff voor dit huis der gemeente aanvaard. in het jaar 1930 legde burgemeester edo bergsma den eersten steen. in het jaar 1933 werd onder burgemeesterschap van j.j.g.e. rückert het raadhuis voltooid en in gebruik genomen in een tijd van groote werkloosheid en teruggang op stoffelijk gebied. zoo verrees dit gebouw, een schakel tusschen op- en neergang in het maatschappelijk leven. verfraaid door menig blijk van nobelen burgerzin als een plaats waar in den wisselenden loop der tijden het gemeenschapsbelang steeds richtsnoer moge zijn voor het gemeentebestuur"Op 10-10-'43 is de oostelijke vleugel vrij zwaar beschadigd. Bij het grote bombardement van 22-2-'44 is dezelfde vleugel opnieuw getroffen en was er brand op de zolder boven de raadzaal, waardoor veel waterschade ontstond.

In 1952 is het stadhuis uitgebreid, zoals voorzien door Friedhoff, aan de noordzijde op de plaats waar tijdelijk een stadhuistuin was aangelegd. De uitbreiding is zoveel mogelijk in dezelfde stijl en materialen uitgevoerd.

Oorspronkelijk waren alle afdelingen der secretarie ondergebracht in een grote kantoorruimte onder sheddak. Deze ruimte is na de oorlog gemoderniseerd waarbij de oude indeling verloren is gegaan.

Speciale aandacht verdienen de klimaatinstallaties. Deze zijn op enkele uitbreidingen na nog geheel intact. Het systeem is in de jaren '30 dermate royaal opgezet dat het tot op heden, zij het na modernisering (niet meer oliegestookt), is blijven functioneren.

Bij de ornamentering van het stadhuis zijn in de periode van de bouw verschillende kunstenaars betrokken geweest.

Op de hoogste nok staat een windwijzer van koper voorstellende het Saksische paard tussen zon-, maan- en stermotieven naar ontwerp van F.J. van Hall. De bronzen borstwering van het balkon met in "continuous narrative" de geschiedenis van Enschede en het beeldje van St. Bureaucratius op de eindbaluster van de hoofdtrap zijn eveneens naar zijn ontwerp. In de zuidgevel is een gevelsteen opgenomen met het stadswapen uitgehakt door J. van Lunteren. In de burgerzaal zes wandtapijten naar ontwerp van Bet Huberts-Scheuffler, vervaardigd in weverij Het Paapje van H. Polak te Voorschoten. De wandbespaninning van de raadzaal en de trouw- en leeskamers komt hier eveneens vandaan. De gobelin in de eerste trouwkamer is van J.F. Semey uit Den Haag. De grote glas-in-lood vensters in de burgerzaal zijn van A.J. Grootens uit Bloemendaal. Het middelste venster beeldt een moderne industriestad af. De flankerende vier glazen beelden elk één van de elementen uit; vuur, water, lucht en aarde. Uiterst links een afbeelding van de oude huisindustrie in Twente, met een afbeelding van Herman van Lochem die als eerste in Enschede in de 18de eeuw katoen als grondstof toepaste in de Twenste nijverheid. Uiterst recht de moderne textielindustrie met een portret van Edo Bergsma. Ook de vensters in de raadzaal zijn van Grootens. Boven de eretrap in de burgerzaal een in mahoniehout ajour bewerkt paneel van Theo van Reijn. De voorstelling is oud Twents; bruid en bruidegom onder de Pinksterboog, die gedragen wordt door "noabers".

In de wand er tegenover drie roodkoperen platen van Van Hall, voorstellende de drie Parsen; resp. de levensdraad spinnend, het levensboek lezend en de levensdraad afsnijdend.

In de kleine ontvangstzaal een mozaïek van Molin en Bouhuys uit Den Haag.

De burgemeesterskamer is ontworpen door A. Grimmon uit Amsterdam. De muurschildering in de nis achter het bureau is van R. Stolk uit Amsterdam. De verlichtingsornamenten in dit en andere vertrekken en in de gang zijn naar ontwerp van F. Lensvelt en vervaardigd door glasfabriek Leerdam. In diverse ruimtes handgeknoopte kleden ontworpen door T. Poggenbeek van weverij Kinheim te Beverwijk. Het glas-in-lood op de gangen van de verdieping, in de trouwkamers, de vestibule, op de tweede verdieping en in het torentrappenhuis zijn van C. Alons uit Den Haag. Voor alle vertrekken is door Friedhoff bijpassend meubilair, voornamelijk in berkenhout, ontworpen. Een deel van dit meubilair ligt opgeslagen.

In de vestibule een beeldengroep van L.O. Wenckebach uit 1958. Het portret van Friedhoff uit 1964 is van G. de Jong.

Omschrijving

De plattegrond van het stadhuis bestaat uit een vierkant (NW) en een rechthoek (ZO) die op de punt met een toren verbonden zijn. Het gebouw is over drie bouwlagen opgetrokken in geelgrijze Waalsteen op een basement van Beucha-graniet onder overstekende schilddaken, gedekt met matgeglazuurde Romaanse pannen. De entreezijde van het rechthoekige blok telt vier bouwlagen, hier steekt het dak niet over. De vierkante toren met entasis meet ruim 50 meter en heeft een spits van koper. Onder de bekroning aan vier zijden een wijzerplaat met blauwe tegels. Alle kozijnen zijn van staal.

Het rechthoekige blok is geheel gesloten, hier bevinden zich de representatieve vertrekken, deels over twee bouwlagen.

De hoofdentree bevindt zich in een loggia van drie rondbogen in de westgevel van dit blok. Op de eerste verdieping het balkon met bronzen borstwering van de kleine ontvangstzaal met tienruits glasdeuren in natuurstenen lijst. Op de tweede verdieping vijf zesruits vensters, op de derde kleine zolderraampjes. In de zuidgevel centraal de glas-in-lood vensters over twee verdiepingen van de burgerzaal. Onder de daklijst een fries met zesruits vensters. Rechts de erker van de voormalige koffiekamer (nu B&W kamer) op de verdieping, eronder drie zesruitsvensters. Links een zesruits vierlicht met erboven het wapen van Enschede. Uiterst links de kopgevel van de loggia met één rondboog en bronzen balustrade.

De symmetrisch gelede oostgevel heeft een vertikale driedeling met een centrale risaliet over twee verdiepingen. Deze heeft in het midden een toegang met erboven een hoog venster, op beide verdiepingen geflankeerd door twee maal twee zesruits vensters. De risaliet eindigt in het balkon van de derde verdieping. Aan weerszijden van de risaliet op de begane grond drie zesruits vensters en op de verdieping drie tienruits vensters met gevelbalkon. Op de derde verdieping een fries van zesruits vensters. Dit fries loopt met enkele vensters door in de noordgevel.

In de noordgevel lopen over twee verdiepingen de omlijste glas-in-lood ramen van de raadzaal. Op de begane grond drie achtruits vierlichten. Links in de gevel een risaliet met topgevel en zadeldak. Vermoedelijk heeft een dergelijke risaliet rechts onder de toren gezeten, waar de aanbouw van 1952 op aansluit.

Wellicht is met de linker risaliet ook rekening gehouden met verdere uitbreiding.

Het vierkante blok heeft een binnenhof waarin zich oorspronkelijk de kantoortuin bevond. Noord- en oostzijde van dit blok zijn aangebouwd in 1952. De kantoortuin is vervangen door een moderne lichthof. In dit blok bevinden zich de overige dienstvertrekken.

De zuidgevel telt elf zesruits vensters boven het basement, op de verdieping vier tienruits glasdeuren met gevelbalkon en onder de daklijst zeven vierruits vensters. Links een deur en twee ronde vensters van het trappenhuis op de hoek.

De westgevel aan de Langestraat heeft een sterk horizontale driedeling met zesruits vensters op de begane grond, tienruits vensters met gevelbalkon op de verdieping, en een fries van zesruits vensters onder de daklijst. Rechts drie vensters van het trappenhuis.

De noord- en oostzijde van het open blok zijn van 1952. De gevelgeleding sluit aan op de risaliet in de noordgevel van het gesloten blok.

Het interieur is tot in details grotendeels bewaard gebleven. De dispositie van de representatieve ruimten is zodanig dat men langs steeds voornamere en minder publiek-toegankelijke ruimtes uiteindelijk bij de burgemeesterskamer op de verdieping uitkomt. In de vestibule is in de lambrizering van travertin een plattegrond opgenomen van Enschede rond 1933 geschilderd op stucwerk. Ernaast een gedenksteen met opschrift: "De heer C.F. Klaar, gemeente-secretaris van Enschede, stelde zijn vele gaven ten dienste van den bouw van dit gemeentehuis".

De semi-openbare burgerzaal beslaat twee bouwlagen. Tegenover de ingang een bordes met balkon, door donker natuursteen omlijst. Onder het balkon de gedenksteen van de ingebruikname. Links een trap die naar de deels open gang op de verdieping voert. Voor de gang over de volle hoogte zeven rechthoekige kolommen. Vanaf de verdieping zijn de zeven glas-in-lood vensters optimaal zichtbaar. Boven de entree van de burgerzaal drie tienruits glasdeuren met gevelbalkon van de kleine ontvangstzaal.

De raadzaal is betimmerd met Slavonisch eikenhout met coromandel-ebben deuren, waarin ook het podium van de burgemeester en wethouders en de perstribune zijn uitgevoerd. De glas-in-lood vensters hebben afbeeldingen voorstellende: volkshuisvesting, wetten, bedrijven, onderwijs, samenwerking en regeerders (B&W van 1933). De parketvloer is van zwart perehout.

In de kleine ontvangstzaal een groot mozaïek, derhalve ook mozaïekzaal genoemd, met de vier jaargetijden op de zijpanelen. Op het middenpaneel de stedemaagd van Enschede die in haar linkerhand het stadhuis draagt en met de rechter een eed aflegt. Eronder in gotische letters een 16de eeuwse eedsformule.

De twee trouwkamers en de leeskamers van de raadsleden, via verschuifbare muurpanelen tot één receptieruimte samen te voegen, zijn betimmerd met gepolitoerd ahorn en voorzien van een wandbespanning. Op de gobelin zijn twee zwanen afgebeeld als metafoor voor huwelijkse trouw. De twee trouwstoeltjes zijn voor deze kamer gemaakt.

In de burgemeesterskamer zijn betimmering en meubilair uitgevoerd in massief teakhout, versierd met verchroomd metaal en een zilverlegering.

De figuur in de muurschildering in de nis stelt het Enschede van na de brand van 1862 voor. Boven zijn hoofd een kind voorstellende de toekomst van Enschede, verder figuren die scheep- en luchtvaart aanduiden.

Naast de burgemeesterskamer de vergaderkamer van B&W, betimmerd met eiken Rio-palissander.

Begane grond en de gang die de vertrekken op de verdieping verbindt zijn voorzien van zeer bijzondere verlichtingsarmaturen, soms gecombineerd met de verwarmingsapparatuur.

Op de tweede verdieping bevinden zich de overige wethouderskamers en enkele vergaderkamers.

In de toren bevindt zich over vijf bouwlagen verspreid een groot deel van de luchtbehandelingsinstallatie, met name de vertrekken voor luchtfiltering en -bevochtiging.

De controlepanelen van de klimaatinstallatie en de oude oliegestookte machines zijn bewaard gebleven in de kelder. Eveneens in de kelder bewaard zijn de originele fietsenstalling met persoonlijke kluisjes, de archiefruimte en kluizen. Deze ruimtes zijn voorzien van tegellambrizeringen en -vloeren.

Waardering

Stadhuis van cultuur-, architectuurhistorisch en stedebouwkundig belang:

- vanwege de bouwgeschiedenis van de locatie en de relatie met de economische ontwikkeling van Enschede

- als gemeentelijke overheidszetel met de daarbij behorende representatieve vertrekken

- vanwege de oorspronkelijke typologie met kantoortuin

- vanwege de kwaliteit van het ontwerp zowel in architectuur als in detaillering.

- als meesterwerk in het oeuvre van G. Friedhoff.

- vanwege de gaafheid van het in- en exterieur.

- vanwege de zeldzaamheid als Gesamtkunstwerk, met daarbij inbegrepen stoffering en decoratie van de vertrekken en de destijds geavanceerde klimaatinstallatie.

- vanwege de beeldbepalende ligging in het centrum van Enschede

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The TOWN HALL of Enschede was built according to designs by engineer G. Friedhoff in the period 1930-33. At this location, various town halls have stood since at least the 16th century.

In 1927, the Mayor and Aldermen issued guidelines for the design: "in our working city there is no place for a building that stands out through luxury, yet it may show evidence of the prosperity in which Enschede can take pleasure". In 1928, on the proposal of the advisory committee of the B.N.A. (i.e. state architect G.C. Bremer, W.M. Dudok, G. Versteeg), six "of the most capable master builders in the country" (i.e. G. Friedhoff, J. Boterenbrood, P. Vorkink, J. Klijnen, J. Luthman and F. Symons) were commissioned to produce a design. Vorkink declined. The designs were submitted anonymously and under a motto to the assessment committee (i.e. S. de Clerq, A.R. Hulshoff, C.F. Klaar and director of public works H.G. Mos). This committee chose "In d'oude stad" by Friedhoff.

His design can be characterized as traditionalist in material, detailing and typology. Architecturally, it shows Scandinavian influence. The tower is the counterpart to the tower of the town hall in Oslo. On 15-9-1930, the first stone was laid by Mayor E. Bergsma. A natural stone plaque with inscription, which covers a space containing a charter, building drawings and a collection of coins, commemorates this event.

The contractor was the firm J. van Egteren and Son of Enschede. Glass and painting works were carried out by W.H. Schunselaar of Enschede. The concrete works by the N.V. Koninklijke Rotterdamsche Betonijzermij., formerly Waning & Co. of Enschede.

The town hall was put into use during the mayoralty of J.J.G.E. Rückert on 5-8-1933. A plaque below the balcony in the burgerzaal commemorates this event: "in the year 1929 in a time of prosperity and progress the plans of engineer g. friedhoff for this house of the municipality were accepted. in the year 1930 mayor edo bergsma laid the first stone. in the year 1933 under the mayoralty of j.j.g.e. rückert the town hall was completed and put into use in a time of great unemployment and decline in material affairs. thus this building arose, a link between rise and fall in social life. embellished by many evidence of noble civic spirit as a place where in the changing course of times the common interest may always be a guide for the municipal government". On 10-10-'43 the eastern wing was severely damaged. In the great bombardment of 22-2-'44 the same wing was hit again and there was a fire in the attic above the council chamber, which caused considerable water damage.

In 1952 the town hall was expanded, as provided for by Friedhoff, on the north side in the place where a town hall garden had been temporarily laid out. The expansion was carried out as much as possible in the same style and materials.

Originally all departments of the secretariat were housed in a large office space under a monitor roof. This space was modernized after the war, whereby the old layout was lost.

Special attention is deserved by the climate control systems. These are completely intact except for some expansions. The system was set up so generously in the 1930s that it has continued to function to this day, although after modernization (no longer oil-fired).

Various artists were involved in the decoration of the town hall during the construction period.

On the highest ridge stands a copper weather vane depicting the Saxon horse between sun, moon and star motifs, designed by F.J. van Hall. The bronze balustrade of the balcony with in "continuous narrative" the history of Enschede and the figure of St. Bureaucratius on the end baluster of the main staircase are also by his design. In the south facade a facade stone is incorporated with the city coat of arms carved by J. van Lunteren. In the burgerzaal six wall tapestries designed by Bet Huberts-Scheuffler, manufactured in the weaving works Het Paapje of H. Polak in Voorschoten. The wall coverings of the council chamber and the wedding and reading rooms come from there as well. The gobelin in the first wedding room is by J.F. Semey from The Hague. The large stained glass windows in the burgerzaal are by A.J. Grootens from Bloemendaal. The middle window depicts a modern industrial city. The four flanking glass images each show one of the elements: fire, water, air and earth. Furthest left an image of the old domestic industry in Twente, with an image of Herman van Lochem who was the first in Enschede in the 18th century to use cotton as raw material in Twente industry. Furthest right the modern textile industry with a portrait of Edo Bergsma. The windows in the council chamber are also by Grootens. Above the honour stair in the burgerzaal a panel worked in open design in mahogany wood by Theo van Reijn. The depiction is old Twente; bride and bridegroom under the Whitsunday arch, which is held by "noabers".

On the opposite wall three red copper plates by Van Hall, depicting the three Fates; respectively spinning the thread of life, reading the book of life and cutting the thread of life.

In the small reception room a mosaic by Molin and Bouhuys from The Hague.

The mayor's office was designed by A. Grimmon from Amsterdam. The wall painting in the niche behind the desk is by R. Stolk from Amsterdam. The lighting ornaments in this and other rooms and in the corridor are designed by F. Lensvelt and manufactured by Leerdam glassworks. In various rooms hand-knotted carpets designed by T. Poggenbeek of Kinheim weaving works in Beverwijk. The stained glass in the corridors of the storey, in the wedding rooms, the vestibule, on the second storey and in the tower staircase are by C. Alons from The Hague. For all rooms Friedhoff designed matching furniture, mainly in birchwood. Part of this furniture is stored away.

In the vestibule a sculptural group by L.O. Wenckebach from 1958. The portrait of Friedhoff from 1964 is by G. de Jong.

Description

The floor plan of the town hall consists of a square (NW) and a rectangle (SE) which are connected at the corner with a tower. The building is constructed over three storeys in yellowish-grey Walloon stone on a basement of Beucha granite under overhanging hipped roofs, covered with matt-glazed Romanesque tiles. The entrance side of the rectangular block has four storeys, here the roof does not overhang. The square tower with entasis measures over 50 meters and has a copper spire. Under the crown on four sides a clock face with blue tiles. All window frames are of steel.

The rectangular block is completely enclosed, here are located the representative rooms, partly over two storeys.

The main entrance is located in a loggia of three round arches in the west facade of this block. On the first storey the balcony with bronze balustrade of the small reception room with ten-pane glass doors in a natural stone frame. On the second storey five six-pane windows, on the third small attic windows. In the south facade centrally the stained glass windows over two storeys of the burgerzaal. Under the cornice a frieze with six-pane windows. Right the oriel of the former coffee room (now aldermen's room) on the storey, below it three six-pane windows. Left a six-pane four-light with above it the coat of arms of Enschede. Furthest left the gable end of the loggia with one round arch and bronze balustrade.

The symmetrically articulated east facade has a vertical tripartition with a central risalit over two storeys. This has in the middle an entrance with above it a tall window, on both storeys flanked by two by two six-pane windows. The risalit ends in the balcony of the third storey. On both sides of the risalit on the ground floor three six-pane windows and on the storey three ten-pane windows with facade balcony. On the third storey a frieze of six-pane windows. This frieze continues with a few windows into the north facade.

In the north facade over two storeys the framed stained glass windows of the council chamber run. On the ground floor three eight-pane four-lights. Left in the facade a risalit with a stepped gable and a gabled roof. Presumably a similar risalit has been on the right under the tower, where the 1952 addition connects to.

It is possible that the left risalit was also considered for further expansion.

The square block has an internal courtyard in which originally the office garden was located. The north and east sides of this block were added in 1952. The office garden was replaced by a modern light well. In this block are located the remaining service rooms.

The south facade has eleven six-pane windows above the basement, on the storey four ten-pane glass doors with facade balcony and under the cornice seven four-pane windows. Left a door and two round windows of the staircase on the corner.

The west facade on the Langestraat has a strongly horizontal tripartition with six-pane windows on the ground floor, ten-pane windows with facade balcony on the storey, and a frieze of six-pane windows under the cornice. Right three windows of the staircase.

The north and east sides of the open block are from 1952. The facade articulation connects to the risalit in the north facade of the enclosed block.

The interior has been largely preserved in its details. The disposition of the representative spaces is such that one passes through ever more formal and less publicly accessible spaces until finally reaching the mayor's office on the storey. In the vestibule a plan of Enschede around 1933 is incorporated in the travertine panelling, painted on stucco. Next to it a commemorative stone with inscription: "Mister C.F. Klaar, municipal secretary of Enschede, placed his many talents at the service of the construction of this municipal building".

The semi-public burgerzaal spans two storeys. Opposite the entrance a dais with balcony, framed by dark natural stone. Under the balcony the commemorative stone of the opening. Left a staircase that leads to the partly open corridor on the storey. For the corridor over the full height seven rectangular columns. From the storey the seven stained glass windows are optimally visible. Above the entrance to the burgerzaal three ten-pane glass doors with facade balcony of the small reception room.

The council chamber is panelled with Slavonian oak with coromandel ebony doors, in which also the podium of the mayor and aldermen and the press gallery are executed. The stained glass windows have depictions showing: housing, laws, commerce, education, cooperation and rulers (aldermen of 1933). The parquet floor is of black pere wood.

In the small reception room a large mosaic, therefore also called the mosaic room, with the four seasons on the side panels. On the middle panel the city maiden of Enschede who carries the town hall in her left hand and takes an oath with the right hand. Below in gothic letters a 16th century oath formula.

The two wedding rooms and the reading rooms of the aldermen, which can be combined through sliding wall panels into one reception room, are panelled with polished maple and provided with wall coverings. On the gobelin two swans are depicted as a metaphor for marital fidelity. The two wedding chairs were made for this room.

In the mayor's office, panelling and furniture are executed in solid teak wood, decorated with chrome-plated metal and a silver alloy.

The figure in the wall painting in the niche represents Enschede after the fire of 1862. Above his head a child representing the future of Enschede, further figures indicating shipping and aviation.

Next to the mayor's office the conference room of the aldermen, panelled with oak Rio-palissander.

Ground floor and the corridor connecting the rooms on the storey are provided with very special lighting fixtures, sometimes combined with the heating equipment.

On the second storey are located the other aldermen's rooms and some conference rooms.

In the tower, distributed over five storeys, is a large part of the air handling system, particularly the rooms for air filtration and humidification.

The control panels of the climate control system and the old oil-fired machines are preserved in the basement. Also preserved in the basement are the original bicycle storage with personal lockers, the archive room and safes. These rooms are provided with tile wainscoting and floors.

Valuation

Town hall of cultural, architectural historical and urban planning significance:

- due to the building history of the location and the relationship with the economic development of Enschede

- as a municipal government seat with the associated representative rooms

- due to the original typology with office garden

- due to the quality of the design both in architecture and in detailing

- as a masterpiece in the oeuvre of G. Friedhoff

- due to the integrity of the interior and exterior

- due to the rarity as a Gesamtkunstwerk, including the furnishings and decoration of the rooms and the then advanced climate control system

- due to the image-determining location in the centre of Enschede

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map