Rijksmonumentenregister · Netherlands
Tripgemaal
Gersloot, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gemaal
- Function
- Gemaal(M3)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1876
- Address
- Hooivaartsweg 14, 8457 EE Gersloot (Heerenveen 21)
- Place
- Gersloot
- Municipality
- Heerenveen
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.03171, 5.94463
- Part of complex
- 510450
- Monument number
- 510451
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUtrecht University LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het Trip-GEMAAL uit 1876 vormt samen met de bijbehorende machinistenwoning een complex. In 1875 werden plannen en voorbereidingen gemaakt voor de inpoldering van de polders van het Zesde en Zevende Veendistrict, thans onderdeel van het waterschap Boarnferd, met een totale oppervlakte van 3828 ha. Het stroomkanaal werd gegraven door bestaande wijken te verbreden en op het talud van de polderdijk werd een stoomvijzelgemaal gebouwd naar ontwerp van de architecten W.C. en K. de Wit uit Amsterdam en in een Ambachtelijk-traditionele bouwtrant uitgevoerd door Berend Jelles Overwijk uit De Knipe. Het gemaal verving drie van de negen poldermolens. De bemalingscapaciteit en de krachtbron werden diverse malen gewijzigd: in 1905, in 1906, in 1926 en het laatst in 1932. Toen is ook de werkplaats geheel gewijzigd door de inpandige installatie van een transformator. De zuiggasmotor werd vervangen door een elektrische installatie: daaraan herinnert een gedenksteen in de pomphal. Het gemaal bestaat uit twee geschakelde maar ten opzichte van elkaar verspringende bouwvolumes die voorheen verschillende functies bevatten: de bemalingsinrichting en de werkplaats. De bemalingsinrichting is het grote hoofdvolume, de werkplaats had een ondergeschikte functie: deze lijkt aangebouwd en is kleiner van proporties. Het gemaal is vernoemd naar de familie Trip die drie generaties lang de machinisten van het gemaal waren. Het gemaal is in 1996 uitgebreid aan de zuidoostzijde met een haaks op het gemaal geprojecteerd bouwvolume. Bij deze gelegenheid zijn in het achterste dakschild twee dakkapellen aangebracht. De nieuwbouw, de buiten de bescherming van rijkswege valt, is met het gemaal verbonden middels een doorbraak ter plaatse van een raam. Voor de realisering van de uitbreiding is de kolk marginaal versmald. Het gemaal is buiten werking en is in de jaren 1989-1990 gerestaureerd.
Omschrijving
De plattegrond van het gemaal vertoont een verspringing bij de aanzet van de werkplaats, waarlangs de bouwvolumes ten opzichte van elkaar verschoven lijken. Beide volumes zijn één bouwlaag hoog en opgetrokken in bruine bakstenen verlevendigd met tectonische decoraties in rode strengpersbakstenen: de pomphal is hoger dan de werkplaats. De pomphal wordt gedekt door een schilddak; de werkplaats heeft een zadeldak waarvan het achterste dakschild doorloopt in het dakschild van het hoofvolume; beide daken zijn gedekt met rode ongeglazuurde Friese pannen. De (west-) voorgevel van de pomphal is geleed door vier lisenen, oprijzend vanuit een plint met rode afgeschuinde strengpersbakstenen die doorlopen in een gevellijst, waardoor er drie spaarvelden ontstaan. In het midden is een opgeklampte dubbele toegangsdeur met aan weerszijden luchtroosters. In de spaarvelden aan weerszijden zijn drielichtvensters met zesruits bovenlichten en negenruits ondervensters. Zowel de deur als de ramen zijn onder een anderhalf steens rode strengpersstenen strek. In de voorgevel van de werkplaats zijn twee ijzeren meerruits segmentboogvensters onder een rode strengpersbakstenen rollaag en een nieuwe opgeklampte dubbele deur onder een streklaag. Op de hoek van de west- en de zuidgevel hangt een buitenlantaarn. De zuidgevel van de werkplaats is blind. De oostgevels zijn ten opzichte van elkaar verschoven en zijn enigszins gewijzigd als gevolg van de inpandige verbouwing ten behoeve van een trafo. De inpandige trafo is voorzien van glazen 'bouwstenen' lichtsleuven en een deur. De oostgevel van de pomphal is geleed als de westzijde, maar met twee spaarvelden: één ervan bevat een drielichtvenster, de andere een driezijdig uitgebouwd portaal onder plat dak met een deur. Onder het raam is een gedenksteen ter gelegenheid van de eerste steenlegging op 24 oktober 1876. Op de hoek van oost- en noordgevel hangt een buitenlantaarn. In de noordgevel zijn drie drielichtvensters aangebracht.
De kolkwanden -met een ijzeren hekwerk- van de dubbele waterinlaat zijn van beton op een bakstenen onderbouw. Via een betonnen trap is het mogelijk het lager gelegen bordes tussen beide kolken te bereiken en vandaar de ijzeren loopgang langs de krooshekken. Op de wand van de zuidelijke kolkmuur is een houten peilschaal bevestigd. De uitstort heeft eveneens een betonnen wand met een ijzeren hekwerk erop.
Het INTERIEUR wordt overkapt met een houten hangspantconstructie; de lambrizering van de wanden is betegeld evenals de vloeren. De bemalingsinstallatie bestaat uit twee centrifugaalpompen: de oudste uit 1906 van de fa. L. Smulders & Co. (later 'Jaffa') uit Utrecht van 1906 en de tweede van de fa. Gebr. Stork uit Hengelo van 1926. Beide pompen kunnen worden aangedreven door alhier herplaatste open elektromotoren afkomstig uit De Rijp (NH) van 1915. De werkplaats bevat onder meer een kantoor.
Waardering
Het gemaal is van algemeen cultuurhistorisch en architectonisch belang:
- als bijzondere uitdrukking van de landschappelijke ontwikkeling,
- wegens de redelijke mate van esthetische kwaliteit van het ontwerp,
- wegens de hoge mate van belang van het object i.v.m. de situering, verbonden met de ontwikkeling van de streek,
- wegens de redelijke mate van kwaliteit van de bebouwing en de historisch ruimtelijke relatie met het landschap, de bodemgesteldheid en de waterwegen,
- wegens de vrij hoge mate van gaafheid van zowel interieur- onderdelen als machinerieën,
- wegens de vrij hoge mate van architectonische gaafheid.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The Trip GEMAAL from 1876 forms a complex together with the associated machinery keeper's residence. In 1875, plans and preparations were made for the reclamation of the polders of the Sixth and Seventh Peat District, now part of the waterboard Boarnferd, with a total area of 3828 ha. The drainage channel was dug by widening existing ditches and on the slope of the polder dike a steam-powered pumping station was built to the design of architects W.C. and K. de Wit from Amsterdam and executed in an Artisanal-traditional building style by Berend Jelles Overwijk from De Knipe. The pumping station replaced three of the nine polder mills. The pumping capacity and the power source were modified several times: in 1905, in 1906, in 1926 and most recently in 1932. At that time the workshop was also completely modified by the in-house installation of a transformer. The suction gas engine was replaced by an electrical installation: a commemorative stone in the pump hall recalls this. The pumping station consists of two linked but offset building volumes which previously contained different functions: the pumping facility and the workshop. The pumping facility is the large main volume, the workshop had a subordinate function: it appears to be an attached structure and is smaller in proportion. The pumping station is named after the Trip family, three generations of whom were the machinery keepers of the pumping station. The pumping station was extended on the south-east side in 1996 with a building volume projected at right angles to the pumping station. On this occasion, two roof dormers were installed in the rear roof slope. The new construction, which falls outside the protection of national heritage, is connected to the pumping station by means of an opening in place of a window. For the realisation of the extension the chamber was marginally narrowed. The pumping station is no longer in operation and was restored in the years 1989-1990.
Description
The floor plan of the pumping station shows an offset at the start of the workshop, along which the building volumes appear displaced relative to each other. Both volumes are one storey high and constructed in brown brickwork enlivened with tectonic decorations in red stiff-pressed bricks: the pump hall is higher than the workshop. The pump hall is covered by a hipped roof; the workshop has a gabled roof whose rear roof slope continues into the roof slope of the main volume; both roofs are covered with red unglazed Frisian tiles. The (west-) front facade of the pump hall is articulated by four pilasters, rising from a plinth with red bevelled stiff-pressed bricks which continue in a facade cornice, creating three panel fields. In the centre is a clamped double entrance door with air vents on either side. In the panel fields on either side are three-light windows with six-pane fanlights and nine-pane lower windows. Both the door and the windows are under a one-and-a-half brick red stiff-pressed course. In the front facade of the workshop are two iron multi-pane segmental arch windows under a red stiff-pressed brick roll moulding and a new clamped double door under a course. On the corner of the west and south facade hangs an external lantern. The south facade of the workshop is blank. The east facades are offset relative to each other and have been somewhat modified as a result of the in-house renovation for a transformer. The in-house transformer is provided with glazed 'bricks' light slots and a door. The east facade of the pump hall is articulated like the west side, but with two panel fields: one contains a three-light window, the other a three-sided projecting canopy under a flat roof with a door. Below the window is a commemorative stone on the occasion of the laying of the first stone on 24 October 1876. On the corner of the east and north facade hangs an external lantern. In the north facade three three-light windows are installed.
The chamber walls -with an iron framework- of the double water inlet are of concrete on a brick substructure. Via a concrete stair it is possible to reach the lower landing between both chambers and from there the iron walkway along the trash racks. On the wall of the southern chamber wall a wooden gauge scale is attached. The outlet also has a concrete wall with an iron framework on top.
The INTERIOR is covered with a wooden collar tie roof truss structure; the wall panelling is tiled as are the floors. The pumping installation consists of two centrifugal pumps: the oldest from 1906 by the firm L. Smulders & Co. (later 'Jaffa') from Utrecht from 1906 and the second by the firm Gebr. Stork from Hengelo from 1926. Both pumps can be driven by open electric motors relocated here originating from De Rijp (NH) from 1915. The workshop contains, among other things, an office.
Valuation
The pumping station is of general cultural-historical and architectural importance:
- as a particular expression of landscape development,
- due to the reasonable degree of aesthetic quality of the design,
- due to the high degree of importance of the object in relation to its location, linked to the development of the region,
- due to the reasonable degree of quality of the construction and the historically spatial relationship with the landscape, soil conditions and waterways,
- due to the fairly high degree of integrity of both interior components and machinery,
- due to the fairly high degree of architectural integrity.
Nearby in the register
- Machinistenwoning, Hooivaartsweg 16Dienstwoningunder 1 mi
- WatzamastateBoerderij2 mi
- WatermolenIndustrie- en poldermolen2 mi
- Kerk, Rolbrêgedyk 6Kerk en kerkonderdeel2 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.