Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Westvlietweg 123
Leidschendam, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1921
- Address
- Westvlietweg 123, 2267 AL Leidschendam (Leidschendam-Voorburg 28)
- Place
- Leidschendam
- Municipality
- Leidschendam-Voorburg
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.05932, 4.35299
- Monument number
- 510320
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1910 map "Polderkaart van de landen tusschen Maas en ij / door W.H. Hoekwater" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Geprefabriceerd houten LANDHUIS 'Vliet en Hove', in opdracht van dhr. J.A.F. Kok uit Rijswijk in 1921 gebouwd volgens het 'blokhausbau'-systeem gebouwd. Het huis is geleverd door de firma Christoph & Unmack A.G. uit Niesky O/L te Silezië (Duitsland). Deze firma leverde in de eerste decennia van de 20ste eeuw in Nederland circa 30 bouwpakketten, die zich kenmerken door een zorgvuldige uitwerking van het ontwerp en de detaillering. Bijzonder aan Westvlietweg 123 is dat de oorspronkelijke transparante lichtkleurige laklaag nog aanwezig is, evenals de rode en groene kleurstelling van diverse sierende onderdelen. De dunwandige constructie ontleent zijn stevigheid aan de opbouw van elkaar kruisende schotten. Alle delen zijn door middel van halfhoutse verticale inkepingen met elkaar verbonden en sluiten op elkaar aan met veer en groef. Het dak wordt gedragen door zware sporen die rusten op door spanten gedragen gordingen. Het landelijk nabij de Vliet gelegen pand is met uitzondering van de zuidzijde omgeven door een tuin met een ruim gazon. De houten betimmering met koven van de achterkamer op de verdieping dateert mogelijk uit 1937. NB De moderne garage en de uitgebouwde (deels boven het maaiveld uitstekende) kelder zijn voor de bescherming van onder geschikt belang.
Omschrijving
Vrijstaand landhuis op rechthoekige plattegrond met aan de langsgevels iets uitspringende volumes. Het aan de achterzijde afgewolfde zadeldak heeft een fors overstek en is belegd met leien in maasdekking. De uitspringende partijen van de zijgevels sluiten met een steekkap aan op het hoofddak, dat haaks op de straat staat. De bouwmassa, bestaande uit twee bouwlagen en een zolder, is ter hoogte van de verdiepingsvloer uitgekraagd. Door alleen het achterste bouwvolumes over de volle breedte te onderkelderen is een 'split-level'-indeling ontstaan. De plint, de muren van het onderkelderde gedeelte en een kleine uitbouw onder lessenaarsdak tegen de noord-oostgevel zijn opgetrokken uit wit gesausde baksteen. Daarboven bestaan de wanden uit liggende grenen delen, die halfhouts gekeept, haaks over elkaar zijn geplaatst. De uiteinden ervan zijn verspringend afgekort, waardoor een decoratief profiel is ontstaan. De einden van de bovenste delen zijn functioneel, omdat ze als consoles het dakoverstek dragen. De kopse einden van de delen zijn rood geschilderd, raam- en deuromlijstingen, windveren en bloembakken groen en de kozijnen en de onderzijde van de dakoverstekken wit. Alle kopgevels hebben een symmetrische indeling, waarbij de geveltopppen zijn voorzien van een verticaal beschot. De voor het merendeel originele enkele en samengestelde vensters hebben een roedenverdeling met boven het kalf bovenlichten (uitgezonderd de zoldervensters). Het zijn zowel enkele als dubbele openslaande ramen en klepramen. Enkele vensters worden geflankeerd door een groen geschilderde omlijsting ter halve breedte van de vensters (hierin bevonden zich in oorsprong de ijzeren rails van de schuifluiken). De voorgevel (noord-west) is een puntgevel, die door een door de gevelstekende tussenwand in tweeën is gedeeld. Aan weerszijden ervan bevinden zich op de begane grond drie door een groen geschilderde omlijsting gekoppelde vensters. Eronder hangen originele bloembakken, die aan de voorzijde decoratief zijn opengezaagd met een cirkelmotief. Boven het middelste van de rechter vensterpartij is de naam "VLIET EN HOVE" uitgestoken en rood geschilderd. De begane grond en verdieping zijn van elkaar gescheiden door een groen geschilderde overkraging, waarvan de kopse einden rood zijn geschilderd. De verdiepingwand ligt iets terug, waardoor een balkon wordt gevormd. Tegen de bovenrand van de uit staande delen bestaande borstwering zijn, zoals bij de gekoppelde begane-grondvensters, bloembakken geplaatst. Aan weerszijden van de dwarswand bevindt zich een balkondeur, waarvan de rechter geflankeerd wordt door zijvensters en de linker alleen links een zijvenster heeft. Het balkon wordt overhuifd door een luifel met lessenaarsdak, dat zijdelings aansluit op het hoofddak. De zolderverdieping heeft een ovaal vierruits venster. De uitbouw van noord-oostelijke langsgevel heeft op de begane grond in het midden één en op de verdieping twee vensters. In het links van de uitsprong gelegen deel van de gevel een keukendeur, bereikbaar via een trap met vier treden en een bordes. Links van het venster op de begane grond staat een gemetselde uitbouw onder lessenaarsdak. Het rechter langsgeveldeel heeft een uitgebouwde, bijna tot de nok reikende, gele bakstenen (halfsteens gemetselde) schoorsteen die door de dakvoet steekt. Links van de schoorsteen bevindt zich een tuindeur. Rechts ervan is een venster aangebracht, vergelijkbaar met die inde voorgevel. De zuid-westelijke kopgevel heeft in het midden een gemetselde bordestrap van drie treden, voorzien van een houten balustrade met decoratief gezaagde spijlen. De éénruits paneeldeur is voorzien van gesmeed traliewerk met cirkelmotieven, gekoppelde dubbele zijlichten met diagonaalsgewijs geplaatste roeden en gesmede kruislings geplaatste getordeerde diefijzers. De houten geprofileerde deur- en vensteromlijsting met gestoken decoratie is aan de bovenzijde afgesloten door een houten luifel in zig-zag-vorm, opgehangen aan met speerpunten versierde ijzeren stangen. Aan de luifel boven de entree en tegen de zuidhoek van de gevel hangt een originele ijzeren lantaarn. Op de verdieping in het midden bevinden zich drie gekoppelde vensters. Het zoldervenster met luik is identiek aan dat in de tegenoverliggende kopgevel. Het rechterlangsgeveldeel heeft één venster en het linker heeft er twee. Hiervan is de linker voorzien van een bloembak, conform die van de voorgevel. Een tweede schoorsteen bevindt zich links van de steekkap. Van de achtergevel (zuid-oost) is de top tot wolfseind afgesnoten. De houten gevel staat op de gemetseld muur van de kelder, die om de hoek doorloopt. Aan weerszijden van de in het midden geplaatste deur en in de zijgevels bevinden zich keldervensters met gesmede diefijzers. In het interieur zijn enige oorspronkelijke elementen bewaard gebleven zoals de buffetkast, de balkenzoldering met gestoken geometrisch reliëf in de woonkamer, het trappenhuis en de houten wand met glas-in-lood-panelen in de achterkamer.
Waardering
Het landhuis met bijbehorende interieuronderdelen is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde als representatief voorbeeld van een geprefabriceerd houten landhuis in Chaletstijl uit de eerste decennia van de 20ste eeuw, waarbij het blokhutsysteem is toegepast en als zodanig van belang voor de geschiedenis van de bouwtechniek. Het landhuis is van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische waarde wegens de vrij hoge mate van gaafheid van hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering, de bijzondere samenhang tussen in- en exterieur en de verschillende oorspronkelijke interieuronderdelen. Het landhuis is van belang binnen het oeuvre van de firma Christoph & Unmack A.G., Niesky O/L te Silezië (Duitsland), wiens houten huizen in Nederland relatief zeldzaam zijn. Voorts is het pand stedebouwkundig van belang vanwege de situering nabij de Vliet, dat zich tot een cultuurhistorisch waardevol gebied van grote en kleinere landgoederen en landhuizen heeft ontwikkeld.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Prefabricated wooden COUNTRY HOUSE 'Vliet en Hove', built in 1921 by order of Mr J.A.F. Kok from Rijswijk according to the 'blockhaus' system. The house was supplied by the firm Christoph & Unmack A.G. from Niesky O/L in Silesia (Germany). In the first decades of the 20th century this firm supplied approximately 30 building kits to the Netherlands, which are characterised by a careful elaboration of the design and detailing. Particular to Westvlietweg 123 is that the original transparent light-coloured lacquer layer is still present, as is the red and green colouring of various decorative components. The thin-walled construction derives its rigidity from the build-up of intersecting bulkheads. All parts are connected to each other by means of half-lap vertical notches and fit together with tongue and groove. The roof is supported by heavy trusses that rest on purlins carried by roof frames. The rural building situated near the Vliet is, with the exception of the south side, surrounded by a garden with extensive lawn. The wooden panelling with recesses of the back room on the first floor possibly dates from 1937. NB The modern garage and the extended (partly protruding above ground level) cellar are of subordinate importance for the protection.
Description
Detached country house on a rectangular ground plan with slightly projecting volumes on the longitudinal facades. The rear half-hipped gabled roof with substantial overhang is laid with slate in Dutch bond. The projecting sections of the side facades are topped with a half-hip roof that connects at right angles to the main roof. The building mass, consisting of two storeys and an attic, is cantilevered at the level of the floor of the first storey. By only undercellaring the rear building volume over its full width, a 'split-level' arrangement was created. The plinth, the walls of the undercellared section and a small extension under a lean-to roof against the north-east facade are constructed of white-rendered brick. Above this the walls consist of horizontal pine components, which are half-lap notched and placed at right angles to each other. Their ends are staggered and shortened, creating a decorative profile. The ends of the uppermost components are functional, as they serve as consoles supporting the roof overhang. The end grain of the components is painted red, window and door surrounds, edge boards and flower boxes green, and the frames and the underside of the roof overhangs white. All gable end facades have a symmetrical layout, with the gable tops equipped with vertical boarding. The mostly original single and composite windows have glazing bars with transoms above the main lights (except for the attic windows). These are both single and double casement windows and top-hung windows. Some windows are flanked by a green-painted surround at half the width of the windows (originally these contained the iron rails of the sliding shutters). The front facade (north-west) is a pointed gable, divided into two by a bulkhead projecting through the gable. On either side of it there are three windows on the ground floor coupled by a green-painted surround. Below them hang original flower boxes, which are decoratively open-sawn on the front with a circular motif. Above the middle of the right window group the name "VLIET EN HOVE" is incised and painted red. The ground floor and first floor are separated by a green-painted cantilever, the end grain of which is painted red. The first-floor wall is set slightly back, forming a balcony. Against the upper edge of the parapet consisting of projecting components are, as with the coupled ground-floor windows, flower boxes placed. On either side of the cross-wall is a balcony door, the right one flanked by side windows and the left one only by a side window on the left. The balcony is covered by a canopy with a lean-to roof, which connects laterally to the main roof. The attic storey has an oval four-pane window. The extension of the north-east longitudinal facade has one window in the middle on the ground floor and two on the first floor. In the part of the facade to the left of the projection is a kitchen door, accessible via a flight of four steps and a landing. To the left of the ground-floor window stands a masonry extension under a lean-to roof. The right part of the longitudinal facade has an extended yellow-brick chimney (half-brick bond), reaching almost to the ridge, protruding through the roof edge. To the left of the chimney is a garden door. To the right of it is a window placed, similar to those on the front facade. The south-west gable end has a masonry stoep of three steps in the middle, provided with a wooden balustrade with decoratively sawn spindles. The single-pane panel door is provided with wrought iron with circular motifs, coupled double side lights with diagonally placed glazing bars and wrought twisted fire bars placed crosswise. The wooden moulded door and window surround with incised decoration is closed at the top by a wooden canopy in a zigzag form, hung from iron rods decorated with spear points. On the canopy above the entrance and against the south corner of the facade hangs an original iron lantern. On the first floor in the middle there are three coupled windows. The attic window with shutter is identical to that on the opposite gable end. The right part of the longitudinal facade has one window and the left part has two. The left of these is provided with a flower box, conforming to those on the front facade. A second chimney is located to the left of the half-hip roof. The top of the rear facade (south-east) is cut off to a half-hip roof. The wooden facade stands on the masonry wall of the cellar, which continues round the corner. On either side of the centrally placed door and in the side walls are cellar windows with wrought iron fire bars. In the interior some original elements have been preserved such as the buffet cabinet, the beam ceiling with incised geometric relief in the living room, the stairwell and the wooden wall with glass-in-lead panels in the back room.
Evaluation
The country house with associated interior components is of general importance due to its cultural-historical value as a representative example of a prefabricated wooden country house in Chalet style from the first decades of the 20th century, in which the blockhaus system is applied and as such is significant for the history of building techniques. The country house is of general importance due to its architectural-historical value owing to the relatively high degree of integrity of the main form, use of materials and detailing, the particular coherence between interior and exterior and the various original interior components. The country house is of importance within the oeuvre of the firm Christoph & Unmack A.G., Niesky O/L in Silesia (Germany), whose wooden houses in the Netherlands are relatively rare. Furthermore, the property is of urban planning significance due to its situation near the Vliet, which has developed into a culturally and historically valuable area of large and small estates and country houses.
Nearby in the register
- Huize ArentsburghKasteel, buitenplaatsunder 1 mi
- Archeologie, Tussen Prinses Mariannelaan en de Vliet aan weerszijden van Voorburg (Leidschendam-Voorburg 28)Archeologieunder 1 mi
- Toegangshek, Westvlietweg bij 148Erfscheidingunder 1 mi
- Tuinmuur, Arentsburghlaan bij 3Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.