Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kerk, Rozenstraat 22
Zeist, Utrecht, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1922 - 1924
- Address
- Rozenstraat 22, Locatie: Bloemenkwartier, 3702 VP Zeist
- Place
- Zeist
- Province
- Utrecht
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.08932, 5.23837
- Monument number
- 510278
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1902 map "Chromo-topographische kaart voor het Garnizoen Utrecht / [Topographische Inrichting]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Neo-gotische St. Josefkerk naar ontwerp van architect W. te Riele uit 1915 is in 1922-24 gebouwd in opdracht van het bestuur van de rooms-katholieke Kerk in Zeist. Aannemer was de firma Van Herk en Van de Kaam. Op 2 juli 1924 is de kerk ingewijd door de aartsbisschop van Utrecht.
De kerk bevindt zich in een woonwijk met bebouwing die voornamelijk van voor 1940 is. De kerk is gebouwd op een rechthoekig perceel dat aan de oostzijde, achter de kerk onbebouwd is en waar een aantal volwassen bomen staan. De pastorie rechts van de kerk is van ondergeschikt belang en valt derhalve buiten de rijksbescherming.
Omschrijving
De St. Josefkerk is een middelgrote BASILICALE KERK bestaande uit een breed middenschip met smalle zijbeuken, pseudo transept, een polygonaal koor en zijkapellen. De gevels van de kerk zijn opgebouwd uit rode en paarsige machinale baksteen in kruisverband met regelmatig gebruik van bloktand- en muizetandlijsten. Het samengestelde schilddak is gedekt met leien in maasdekking.
De toren aan de westzijde heeft een vierkante plattegrond en bestaat uit vier geledingen. De hoeken zijn voorzien van gemetselde steunberen. In de eerste geleding is de hoofdingang geplaatst. Deze bevindt zich in een terugliggend spitsboogvormig gevelveld, dat op zijn beurt in een groter spitsboogveld gezet is. De tweede geleding heeft twee naast elkaar liggende spitsboogvormige vensters waarboven een groot spitsboogvenster is geplaatst. Dit venster heeft een gemetselde middenstijl. De derde geleding heeft twee naast elkaar geplaatste en hoog opgaande spitsboogvelden die een weinig verdiept liggen. In de vierde en laatste geleding bevinden zich aan elke zijde twee galmgaten. De bekroning van de toren bestaat uit een achthoekige opengewerkte lantaarn die op vier hoeken is voorzien van luchtbogen. De lantaarn heeft een gemetselde spitsbekroning, waarop een smeedijzeren kruis met krulwerk is gezet. Om de lantaarn bevindt zich een gemetselde borstwering waartegen, aan elke zijde, een wijzerplaat is gezet. Tegen de rechter gevel van de toren bevindt zich een kleinere vijfhoekige traptoren die tot onder de galmgaten doorloopt. Aan beide zijden van de toren bevindt zich een lage zijkapel. Aan de rechterzijde is een doorgang met de pastorie gerealiseerd.
De bouwmassa van het schip weerspiegelt de plattegrondindeling. Deze heeft een opzet van drie traveëen die door de drie topgevels met steekkappen in het exterieur tot uiting komen. In deze topgevels zijn spitsboogvensters met een middenstijl aangebracht die als lichtbeuk voor het schip fungeren. De zijbeuken zijn in het exterieur opgevat als aparte bouwvolumes en zijn voorzien van een schilddak. Ook de aan de zuidzijde geplaatste sacristie heeft een eigen bouwvolume met schilddak. Het koor heeft een octagonale plattegrond waarvan slechts drie zijden in het exterieur te zien zijn. Aan de buitenzijde heeft het koor voor elke gevelzijde een topgevelbekroning gekregen, waarin een spitsboogvenster is gezet. De bekroning van het koor bestaat uit een op de dakschilden geplaatste lantaarn die opengewerkt is met kleine spitsboogvormige vensters in twee rijen boven elkaar.
De kerk heeft een complex dakpatroon als gevolg van de verschillende dakvormen, nok- en goothoogten. Aan de oostzijde van de kruising, ter weerszijden van het schip, zijn twee kleine torens geplaatst die een gemetselde spits hebben. De spitsen worden met een natuurstenen sluitsteen bekroond.
Het interieur herbergt vele architectonische details en kunstwerken die in de bescherming worden meegenomen. Pijlers, scheibogen, gordelbogen, muraalbogen en ribben zijn in schoon metselwerk uitgevoerd met regelmatig gebruik van muizetand- en bloktandlijsten. De velden in het gewelf en de muurvlakken rond de spitsboogvensters zijn wit bepleisterd. Het gewelf in het schip is een vierdelig kruisgewelf op rechthoekige basis, terwijl de zijbeuken een vierdelig kruisgewelf op vierkante basis hebben. De kruising heeft hoog opgaande scheibogen, waarboven het triforium loopt. De scheibogen worden aan de koorzijde door vier gebundelde granieten zuilen gedragen. De vlakke schacht heeft een groene kleur en de kapitelen zijn uitgevoerd met gestyleerde blad- en voluutmotieven.
Het koor heeft, zoals de beschrijving van het exterieur al vermeldde, een octogonale grondslag. In het interieur is deze grondslag slechts in vier zijden weergegeven. Deze vier zijden zijn opengewerkt met spitsbogen die op drie gemetselde pijlers en 2 granieten zuilen rusten. Er is een smalle loopruimte tussen deze pijlers en de buitenmuur. Boven deze spitsbogen bevindt zich de lichtbeuk met triforium. De balustrade van het triforium is gemetseld en bestaat uit gekoppelde spitsboogjes. Het koepelgewelf van het koor rust op pendentieven en is geheel in schoon metselwerk opgetrokken. Via de kleine glas-in-lood vensters van de lantaarn wordt de wand van de koepel belicht.
De belangrijkste kunstwerken in de kerk zijn ondermeer de glas-in-lood vensters uit het atelier van Otto Mengelberg. De ramen in de zijbeuken, met beeltenissen van heiligen en engelen, zijn later gerealiseerd en komen van de hand van Willem Mengelberg. Een deel van de glazen is in het atelier van Van Straaten vervaardigd. In de zijbeuken zijn ramen aangebracht met bijbelse voorstellingen, betrekking hebbend op de twaalf artikelen van het geloof. In en bij de doopkapel zijn ramen die betrekking hebben op de Mariadevotie. In de dagkapel zijn glazen van de heiligen Anfridus, Cunera en Theresia. Ter hoogte van de sacristie bevinden zich vensters die betrekking hebben op de devotie van het Heilig Hart. Opzij van het altaar in de dagkapel bevinden zich vensters die betrekking hebben op de devotie van de heilige Jozef. Boven het koor is een raam met de voorstelling van het Laatste Oordeel. De mozaïekvensters in de doop- en Mariakapel zijn van de hand van Willem Wiegmans. De kruiswegstaties zijn geschilderd door C. Dunselman. Opmerkelijk zijn de gepolychromeerde muren van de zijkapellen ter weerszijden van de ingang (de Doopkapel en Mariakapel). De betegelde vloeren van deze kapellen zijn uitgevoerd in bruin, rood, wit en zwart.
Het portaal is in de loop der jaren veranderd. De afsluiting van het middenpad doormiddel van vensters en de nieuwe toegangsdeuren zijn latere wijzigingen en voor de rijksbescherming van ondergeschikt belang.
Waardering
De rooms-katholieke St. Josefkerk uit 1924 is van cultuurhistorische en architectuurhistorische waarde als een laat voorbeeld van een neo-gotische kerk waarbij het basilicale en centraalbouwtype werden geïntegreerd, alsmede van belang vanwege het interieur en detaillering. Tevens van belang als onderdeel van het oeuvre van W. te Riele, een leerling van P. Cuypers.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Neo-gothic St. Josefkerk designed by architect W. te Riele in 1915 was built in 1922-24 on behalf of the board of the Roman Catholic Church in Zeist. The contractor was the firm Van Herk and Van de Kaam. On 2 July 1924 the church was consecrated by the archbishop of Utrecht.
The church is situated in a residential district with buildings predominantly dating from before 1940. The church was built on a rectangular plot which is unbuilt on the east side, behind the church, where a number of mature trees stand. The rectory to the right of the church is of secondary importance and therefore falls outside national monument protection.
Description
The St. Josefkerk is a medium-sized BASILICAL CHURCH consisting of a broad nave with narrow aisles, pseudo transept, a polygonal choir and side chapels. The facades of the church are constructed from red and purplish machine-made brick in bond pattern with regular use of tooth and mouse-tooth mouldings. The composite hipped roof is covered with slate in Dutch bond.
The tower on the west side has a square ground plan and consists of four storeys. The corners are provided with rubble buttresses. In the first storey the main entrance is placed. This is located in a recessed pointed-arch shaped facade field, which in turn is set in a larger pointed-arch field. The second storey has two adjacent pointed-arch shaped windows with a large pointed-arch window placed above them. This window has a rubbled central mullion. The third storey has two adjacent and tall pointed-arch fields that lie slightly recessed. In the fourth and final storey there are two sound holes on each side. The crown of the tower consists of an octagonal openwork lantern provided on four corners with flying arches. The lantern has a rubbled pointed spire, on which a wrought-iron cross with scrollwork is set. Around the lantern is a rubbled parapet against which, on each side, a clock face is set. Against the right facade of the tower is a smaller pentagonal stair turret that extends down to below the sound holes. On both sides of the tower is a low side chapel. On the right side a passage to the rectory has been realised.
The building mass of the nave reflects the ground plan layout. This consists of three bays which are expressed in the exterior by the three gable ends with steeple caps. In these gable ends pointed-arch windows with a central mullion are placed which function as a clerestory for the nave. The aisles are conceived in the exterior as separate building volumes and are provided with a hipped roof. The sacristy placed on the south side also has its own building volume with hipped roof. The choir has an octagonal ground plan of which only three sides are visible in the exterior. On the outside the choir has a gable-end crown for each facade side, in which a pointed-arch window is set. The crown of the choir consists of a lantern placed on the roof ridges which is openwork with small pointed-arch shaped windows in two rows above each other.
The church has a complex roof pattern as a result of the various roof forms, ridge and eaves heights. On the east side of the crossing, on either side of the nave, are two small towers which have a rubbled spire. The spires are crowned with a natural stone keystone.
The interior houses many architectural details and works of art which are included in the protection. Pillars, arcade arches, banding arches, wall arches and ribs are executed in fair-faced brickwork with regular use of mouse-tooth and tooth mouldings. The fields in the vault and the wall surfaces around the pointed-arch windows are whitewashed. The vault in the nave is a four-part cross vault on a rectangular base, while the aisles have a four-part cross vault on a square base. The crossing has tall arcade arches, above which the triforium runs. The arcade arches are supported at the choir side by four bundled granite columns. The plain shaft has a green colour and the capitals are executed with stylised leaf and volute motifs.
The choir has, as the description of the exterior already mentioned, an octagonal ground plan. In the interior this ground plan is only represented in four sides. These four sides are openwork with pointed arches which rest on three rubbled pillars and 2 granite columns. There is a narrow passage space between these pillars and the outer wall. Above these pointed arches is the clerestory with triforium. The balustrade of the triforium is rubbled and consists of coupled pointed-arch elements. The barrel vault of the choir rests on pendentives and is entirely executed in fair-faced brickwork. Through the small stained-glass windows of the lantern the wall of the barrel vault is lit.
The most important works of art in the church include the stained-glass windows from the atelier of Otto Mengelberg. The windows in the aisles, with depictions of saints and angels, were realised later and come from the hand of Willem Mengelberg. Some of the glass was made in the atelier of Van Straaten. In the aisles windows have been placed with biblical representations relating to the twelve articles of faith. In and near the baptismal chapel are windows relating to Marian devotion. In the day chapel are windows of the saints Anfridus, Cunera and Theresia. At the level of the sacristy are windows relating to the devotion of the Sacred Heart. Beside the altar in the day chapel are windows relating to the devotion of Saint Joseph. Above the choir is a window with the representation of the Last Judgement. The mosaic windows in the baptismal and Marian chapel are from the hand of Willem Wiegmans. The Stations of the Cross were painted by C. Dunselman. Remarkable are the polychromed walls of the side chapels on either side of the entrance (the Baptismal Chapel and Marian Chapel). The tiled floors of these chapels are executed in brown, red, white and black.
The portal has changed over the years. The closure of the centre aisle by means of windows and the new entrance doors are later modifications and of secondary importance for national monument protection.
Valuation
The Roman Catholic St. Josefkerk from 1924 is of cultural-historical and architectural-historical value as a late example of a neo-gothic church in which the basilical and centralized building types were integrated, and is also of importance because of the interior and detailing. Also of importance as part of the oeuvre of W. te Riele, a student of P. Cuypers.
Nearby in the register
- Graf, Bergweg bij 21Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Graf, Bergweg bij 21Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Graf, Bergweg bij 21Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Begraafplaats, Bergweg bij 21Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.