TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

St. Petrus-Bandenkerk

Diemen, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1910
Address
Hartveldseweg 25, 1111 BG Diemen
Place
Diemen
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.33896, 4.95900
Part of complex
509009
Monument number
509011

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1910 map "Polderkaart van de landen tusschen Maas en ij / door W.H. Hoekwater" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

Driebeukige HALLENKERK op nagenoeg rechthoekig grondplan onder een zadeldak voorzien van steekkappen ter hoogte van het licht uitstekende transept, en met een ondiep rechthoekig koor onder een lager afgewolfd zadeldak. Vóór het brede middenschip is een hoog dwarspand opgetrokken waarvan het zadeldak in het midden onderbroken wordt door een op dit "westwerk" geplaatste toren. Het dwarspand ligt ingeklemd tussen twee lage kapellen (verbouwd tot zijportalen) in het verlengde van de smalle zijbeuken, beide voorzien van een lessenaarsdak met voorschild. Tegen de voorzijde van het dwarspand zet de hoofdvorm van het schip zich verkleind voort in een geringe uitbouw met middenvoor een uitgebouwd portaal, beide voorzien van een smal zadeldak. Alle genoemde daken zijn gedekt met rode tuiles du nord. Het muurwerk is uitgevoerd in miskleurige machinale baksteen Waalformaat in kruisverband met platvolle voeg en voorzien van een omgaande rollaag ter hoogte van de plint. De topgevels worden afgesloten door een licht overstek op geprofileerde klossen, de rechte muurdelen door een bakgoot, eveneens op geprofileerde klossen. Alle vensters zijn, tenzij anders vermeld, voorzien van blank glas. De als topgevel uitgevoerde voorgevel (Z) heeft bovenin een polychroom tegeltableau met het Christussymbool "IHS" en daaronder de tekens van de dierenriem en, ter weerszijden van het rondvenster eronder, zonnestralen. Het rondvenster wordt omgeven door lichtrode profielstenen. Links en rechts van de topgevel zit in de zuidgevel van het dwarspand een kleiner rondvenster. Het portaal heeft schuine dagkanten die boven een rand van witte en lichtblauwe tegels overgaan in geprofileerde archivolten van lichtrode profielsteen. De topgevel van het rondboogportaal kraagt opzij uit boven zandstenen consoles die aan de voorzijde voorzien zijn van een bladmotief. In de top van het portaal bevindt zich evenals in de voorgevel een veelkleurig driehoekig tegeltableau met een pauselijk wapen, vermoedelijk van Pius X (paus van 1903 tot 1914). De dubbele portaaldeur is evenals de later aangebrachte dubbele deuren in de voormalige zijkapellen links en rechts modern. Ter weerszijden van het portaal bevindt zich hoog in de voorgevel een tweetal smalle vensters. In de voorgevel zijn verder op goothoogte twee reliëfs ingemetseld met een voorstelling uit het leven van Petrus, de patroonheilige van de kerk: links Petrus in de kerker, rechts aan het roer van een schip. De toren boven het dwarspand verjongt zich tot aan de, met een getrapt uitkragende rondboogfries uitgebouwde, klokkenzolder die aan alle vier zijden is voorzien van drie gekoppelde galmgaten met spaarveld en een rondboogvenster. Loodrecht tegen de voorzijde van de toren hangt een houten kast met aan beide zijden een wijzerplaat. Het muurwerk van de toren wordt boven de uitgebouwde klokkenzolder afgesloten door een ruim overstek op geprofileerde klossen waartussen siermetselwerk. Hierop rust een glooiend tentdak bekroond door een opengewerkte bolvorm waarop een kruis. In de smalle zijgevels van het dwarspand zijn boven de lessenaarsdaken van de zijkapellen twee hoge rondboogvensters aangebracht. Bovenin beide topgevels bevindt zich een veelkleurig driehoekig tegeltableau met de alpha en de omega, de eerste en laatste letter van het Griekse alfabet (symbool voor Christus die begin en einde is). De sobere zijbeuken tellen drie traveeën gescheiden door steunberen die halverwege voorzien zijn van een hardstenen versnijding. Ter hoogte hiervan bevindt zich in iedere travee een drietal rondboogvensters waarvan de middelste enigszins hoger is. Hieronder hebben beide zijgevels tegen de zuidelijke travee een uitgebouwde rechthoekige biechtruimte onder een plat dak met overstek op geprofileerde klossen waaronder een dubbele muizentand. In de langsgevel van deze uitbouwen zijn twee kleine vensters aangebracht voorzien van glas-in-lood (bij de westelijke biechtruimte vervangen door blank glas). De topgevels van het transept hebben op de hoeken vergelijkbare steunberen als de zijbeuken en een rondvenster halverwege de gevel. In de oostelijke transeptgevel is een dubbele rondboogdeur aangebracht die vanuit de kerk toegang geeft tot de aangrenzende begraafplaats. De transeptgevels zetten zich in noordelijke richting voort rond de ondiepe rechthoekige (voormalige) zijaltaarruimten ter weerszijden van het koor. Boven deze nevenruimten loopt ook het zadeldak van het transept door met een drietal hoge rondboogvensters. Het oostelijke dakschild van het koordak heeft een dakkapel voorzien van een houten luik en een door rode, onderaan halfronde daktegels gedekt zadeldak met voorschild waarop een loden piron. Het kerkdak telt boven beide zijgevels twee van dergelijke dakkapellen. In de boven het koordak uitstekende noordgevel van het middenschip is een luik aangebracht (het kruis op deze gevel is in 1972 verwijderd). Haaks op de oostmuur van het koor en evenwijdig grenzend aan de oostelijke nevenruimte bevindt zich een anderhalve verdieping hoge sacristie gebouwd op een rechthoekig grondplan en voorzien van een plat dak met een op geprofileerde klossen rustend overstek waaronder een dubbele muizentand.

Het wit bepleisterde interieur bestaat uit een breed middenschip, smalle zijbeuken en uitstekende transeptvleugels, gescheiden van elkaar door vier forse rondbogen rustend op rechthoekige pijlers van gele machinale baksteen Waalformaat in kruisverband. In de pijlers zijn drie sierlagen gemetseld van steentjes met een witte horizontale streep tussen twee lichtgroene. Bovenlangs de gemetselde scheibogen en rond de boogaanzetten loopt een uitkragende rand van rode profielsteentjes met ojiefvorm. Tussen alle scheibogen is een rijk geprofileerde console aangebracht waarop een tegen een liseen geplaatste muurstijl rust die een trekbalk draagt. Middenonder elke trekbalk en in het verlengde van de makelaar hangt een sierbol. Het uit witgeschilderde eternietplaten samengestelde plafond van het middenschip heeft de vorm van een (onderaan afgerond) zadeldak met een indeling van grote rechthoekige panelen. De zijbeuktraveeën worden van elkaar gescheiden door gemetselde rondbogen van gele baksteen rustend op een zandstenen console met ojiefprofiel in de zijmuur. De gepleisterde zijwanden hebben een lage plint van paarsrode baksteen. Onder- en bovenlangs de vensters loopt een geprofileerde lijst, waarvan de bovenste de vorm volgt van de rondboogvensters. De onderste zet zich ook voort in de transeptarmen. Ter hoogte van de zuidelijke travee bevinden zich in beide zijmuren twee vernieuwde deuren die toegang geven tot de achterliggende biechtruimten. Elke zijbeuktravee heeft een stucplafond in de vorm van een zadeldak haaks op het middenschip. Boven beide transeptarmen is een gestuct tongewelf aangebracht. Het middenschip opent naar het koor door een grote, tussen de voorste pijlers geplaatste rondboog van gele baksteen met een bovenrand van rode profielsteen. De twee nevenruimten ter weerszijden van het koor met tongewelf hebben een gestuct tongewelf evenwijdig aan het transept, en openen zowel naar het transept als het koor door middel van een kleine rondboog in gele baksteen voorzien van sierranden als in het middenschip. In de westzijde van de pijler rechtsvoor is boven de plint een zandstenen eerste steen ingemetseld, gedateerd 1 april 1910 en voorzien van de namen van de deken en de pastoor. De rechte koorsluiting wordt geleed door twee lisenen waartussen drie rondboogvensters voorzien van modern gebrandschilderd glas (in 1961 vervaardigd door pater L. van de Berg o.f.m. te Amsterdam). In de oostmuur van het koor is een halfronde nis met rond wijwaterbak ingemetseld van zwart marmer. Rechts hiervan bevindt zich een vernieuwde deur die toegang geeft tot de sacristie. Dit vertrek heeft gepleisterde muren en een balkenplafond. De gewadenkasten en de credenstafel- en kast zijn nog oorspronkelijk. Achterin de kerk staan twee zware torenpijlers van gele baksteen met een paarsrode plint en eveneens een lichtgroen/wit/lichtgroene sierrand op ooghoogte. Achterin bevindt zich een balkon met houten borstwering en waarop een ondiepe orgelkast geplaatst is met frontpijpen achter een vakwerkconstructie, gemaakt door Maarschalkerweerd ca. 1900 (afkomstig van de kapel van de paters H. Hart in Bergen op Zoom. Het orgel is niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg. De achterwand van het middenschip opent naar de toren met een hoge rondboog van gele baksteen boven de twee genoemde pijlers. De hoge achterliggende ruimte op de eerste verdieping van de toren heeft een vlakke houten zoldering. Drie hoge rondbogen in de zijmuren (nu dichtgezet en voorzien van een moderne deur) geven toegang tot de aangrenzende bergruimten in het dwarspand. Rechts in de oostmuur bevindt zich een paneeldeur die toegang geeft tot het achterliggende, in de zuidoosthoek van het dwarspand gesitueerde trappenhuis, dat zich uitstrekt vanaf de begane grond tot aan de gordingenkap van het dwarspand. De langs de muur lopende houten trap leidt naar de via een paneeldeur toegankelijke tweede verdieping in de toren. Het in de zuidelijke helft van de toren gesitueerde portaal is toegankelijk via een moderne dubbele deur met nieuw halfrond bovenlicht en een geprofileerde omlijsting. Ter weerszijden van de deur is tegen de muur een zwartmarmeren wijwaterbak aangebracht in de vorm van een halve achthoek. Het hoofdportaal heeft een balkenplafond en muren van paarsrode machinale baksteen, Waalformaat in kruisverband met knipvoeg. Ter plaatse van de rondboognis in beide zijmuren was een deur naar het voormalige westelijke zijportaal (nu verbouwd tot Mariakapel) en naar het tevens als portaal fungerende trappenhuis. De binnenmuren van de huidige zijportalen ter weerszijden zijn opgetrokken in rode machinale baksteen, Waalformaat in halfsteens verband met knipvoeg (de deuren en plafonds zijn modern). Tussen de vijf doorgangen naar de (voormalige) portalen zijn tegen de achterwand vier lisenen aangebracht waarop kleine, eveneens in gele baksteen gemetselde rondbogen rusten die aansluiten tegen de genoemde torenpijlers en de zuidelijke schippijlers. De gang onder deze bogen wordt aan de uiteinden overwelfd door een klein gestuct tongewelf in het verlengde van de zijbeuken; boven de rest van de gang zet het balkenplafond van het balkon zich voort.

Waardering

Het kerkgebouw is van architectuur- en cultuurhistorische waarde als merendeels gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een kerkgebouw uit het eerste kwart van de 20e eeuw en van algemeen belang als historisch-functioneel onderdeel van het beschreven complex (zie complexwaardering).

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

Three-aisled hallenkerk on an approximately rectangular ground plan under a gabled roof provided with ridge tiles at the height of the slightly projecting transept, and with a shallow rectangular choir under a lower curved gabled roof. In front of the broad nave is a high transverse wing erected, whose gabled roof is interrupted in the middle by a tower placed on this "westwork". The transverse wing is wedged between two low chapels (converted to side portals) in line with the narrow side aisles, both provided with a lean-to roof with pitched gable. Against the front of the transverse wing, the main form of the nave continues in reduced form in a small projection with a central projecting porch, both provided with a narrow gabled roof. All mentioned roofs are covered with red tuiles du nord. The brickwork is executed in variegated machine-made brick in Waal format in alternating bond with flush mortar joints and provided with a running course at the height of the plinth. The gable tops are finished with a slight overhang on profiled blocks, the straight wall sections by a drip gutter, likewise on profiled blocks. All windows are, unless otherwise stated, provided with clear glass. The front facade (S), executed as a stepped gable, has at the top a polychrome tile tableau with the Christ symbol "IHS" and below it the signs of the zodiac and, on either side of the round window below, sun rays. The round window is surrounded by light-red profiled brick. To the left and right of the stepped gable, in the south facade of the transverse wing, is a smaller round window. The porch has slanted reveals which above a border of white and light-blue tiles transition into profiled archivolts of light-red profiled brick. The gable of the round-arched porch projects outward above sandstone consoles which are provided on the front with a leaf motif. In the top of the porch, as in the front facade, is a polychrome triangular tile tableau with a papal coat of arms, presumably of Pius X (pope from 1903 to 1914). The double porch door, as with the later added double doors in the former side chapels left and right, is modern. On either side of the porch, high in the front facade, are a pair of narrow windows. In the front facade, two reliefs are further built into the mortar at gutter height depicting scenes from the life of Peter, the patron saint of the church: on the left Peter in prison, on the right at the helm of a ship. The tower above the transverse wing tapers to the, with a stepped projecting round-arched frieze developed, belfry floor which is provided on all four sides with three coupled belfry openings with spandrel and a round-arched window. Perpendicularly against the front of the tower hangs a wooden box with a dial face on both sides. The brickwork of the tower is finished above the developed belfry floor by a generous overhang on profiled blocks between which decorative brickwork. Upon this rests a curved hip roof crowned by an open-worked sphere upon which a cross. In the narrow side facades of the transverse wing, above the lean-to roofs of the side chapels, two tall round-arched windows are placed. At the top of both stepped gables is a polychrome triangular tile tableau with the alpha and the omega, the first and last letters of the Greek alphabet (symbol for Christ who is beginning and end). The austere side aisles count three bays separated by buttresses which are provided midway with a ashlar dressing. At the height of these are in each bay three round-arched windows of which the middle one is somewhat higher. Below this, both side facades against the southern bay have a projecting rectangular confessional space under a flat roof with overhang on profiled blocks beneath which a double brick header course. In the long side facade of these projections are two small windows provided with leaded glass (at the western confessional space replaced by clear glass). The stepped gables of the transept have at the corners similar buttresses as the side aisles and a round window midway of the facade. In the eastern transept facade is a double round-arched door which provides access from the church to the adjacent churchyard. The transept facades continue in a northern direction around the shallow rectangular (former) side altar spaces on either side of the choir. Above these auxiliary spaces also runs the gabled roof of the transept with three tall round-arched windows. The eastern roof slope of the choir roof has a roof dormer provided with a wooden shutter and a red roof-tile covered gabled roof with pitched gable, covered below with half-round roof tiles, upon which a lead finial. The church roof counts above both side facades two of such roof dormers. In the north facade of the nave projecting above the choir roof is a shutter installed (the cross on this facade was removed in 1972). At right angles to the east wall of the choir and running parallel to the eastern auxiliary space is a one-and-a-half storey high sacristy built on a rectangular ground plan and provided with a flat roof with an overhang resting on profiled blocks beneath which a double brick header course.

The whitewashed interior consists of a broad nave, narrow side aisles and projecting transept wings, separated from each other by four substantial round arches resting on rectangular piers of yellow machine-made brick in Waal format in alternating bond. In the piers are three decorative courses laid of small bricks with a white horizontal stripe between two light-green. Along the length of the springing arches and around the arch springings runs an overhanging border of red profiled brickwork with ogee profile. Between all springing arches is a richly profiled console placed upon which a wall pilaster placed against a lisene rests which carries a tie beam. Directly below each tie beam and in line with the frame hangs a decorative sphere. The ceiling of the nave, composed of whitewashed asbestos cement plates, has the form of a (rounded at the bottom) gabled roof with a division of large rectangular panels. The side aisle bays are separated from each other by mortared round arches of yellow brick resting on a sandstone console with ogee profile in the side wall. The plastered side walls have a low plinth of purple-red brick. Below and above the windows runs a profiled band, of which the upper follows the form of the round-arched windows. The lower also continues into the transept arms. At the height of the southern bay are in both side walls two renewed doors which provide access to the confessional spaces behind. Each side aisle bay has a stucco ceiling in the form of a gabled roof at right angles to the nave. Above both transept arms is a barrel vault in stucco. The nave opens to the choir through a large round arch of yellow brick placed between the front piers with an upper edge of red profiled brick. The two auxiliary spaces on either side of the choir with barrel vault have a barrel vault in stucco parallel to the transept, and open both to the transept and the choir by means of a small round arch in yellow brick provided with decorative edges as in the nave. In the west side of the front right pier, above the plinth, a sandstone foundation stone is set into the mortar, dated 1 April 1910 and provided with the names of the dean and the pastor. The straight choir closure is articulated by two lisenes between which three round-arched windows provided with modern stained glass (made in 1961 by father L. van de Berg o.f.m. in Amsterdam). In the east wall of the choir is a semicircular niche with a round holy water basin set into the mortar of black marble. To the right of this is a renewed door which provides access to the sacristy. This room has plastered walls and a beamed ceiling. The vestment cabinets and the credence table and cabinet are still original. At the back of the church stand two heavy tower piers of yellow brick with a purple-red plinth and likewise a light-green/white/light-green decorative border at eye level. At the back is a gallery with wooden balustrade and upon which a shallow organ case is placed with front pipes behind a half-timber construction, made by Maarschalkerweerd ca. 1900 (originating from the chapel of the H. Hart fathers in Bergen op Zoom). The organ is not of value from the point of view of heritage conservation. The rear wall of the nave opens to the tower with a tall round arch of yellow brick above the two mentioned piers. The tall room behind on the first floor of the tower has a flat wooden ceiling. Three tall round arches in the side walls (now closed and provided with a modern door) provide access to the adjacent storage rooms in the transverse wing. On the right in the east wall is a panel door which provides access to the stairs situated behind, located in the southeast corner of the transverse wing, which extends from the ground floor to the collar tie of the transverse wing. The wooden stairs running along the wall lead to the second floor in the tower accessible via a panel door. The porch situated in the southern half of the tower is accessible via a modern double door with a new semicircular fanlight and a profiled frame. On either side of the door is a black marble holy water basin attached to the wall in the form of a half octagon. The main porch has a beamed ceiling and walls of purple-red machine-made brick, in Waal format in alternating bond with snapped bond. At the location of the round-arched niche in both side walls was a door to the former western side portal (now converted to a Mary chapel) and to the staircase also functioning as porch. The inner walls of the current side portals on either side are erected in red machine-made brick, in Waal format in half-bond with snapped bond (the doors and ceilings are modern). Between the five passages to the (former) portals are four lisenes placed against the rear wall upon which small round arches likewise mortared in yellow brick rest which connect to the mentioned tower piers and the southern nave piers. The passage under these arches is vaulted at the ends by a small barrel vault in stucco in line with the side aisles; above the rest of the passage the beamed ceiling of the gallery continues.

Valuation

The church building is of architectural and cultural-historical value as a largely well-preserved example of a church building from the first quarter of the 20th century and of general importance as a historically-functional component of the described complex (see complex valuation).

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map