TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Pastorie(F), Hartveldseweg 24

Diemen, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerkelijke dienstwoning
Function
Pastorie(F)
Category
onroerend gebouwd
Built
1882
Address
Hartveldseweg 24, 1111 BG Diemen
Place
Diemen
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.33877, 4.95926
Part of complex
509009
Monument number
509010

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

Op vierkant grondplan gebouwde PASTORIE van twee bouwlagen onder een samengesteld dak bestaande uit een zadeldak met achterschild in het verlengde van de risalerende trapgevel rechtsvoor, en tegen het linker zijschild hiervan een lager afgeplat tentdak, beide gedekt met gesmoorde kruispannen. Halverwege tegen de rechterzijgevel (O) is een toren opgetrokken waarnaast een lage rechthoekige aanbouw (oorspronkelijk met een zinkgedekt zadeldak, nu met plat dak). De muren zijn gemetseld in rode machinale baksteen Waalformaat in kruisverband met knipvoeg, met onder de benedenvensters van de pastorie een omgaande gemetselde plint en bovenaan een houten bakgoot op getrapt gemetselde consoles. Ter hoogte van de verdiepingsvloeren zijn in alle gevels smeedijzeren schootankers aangebracht. Het muurwerk wordt verlevendigd door banden onder de vensters, blokjes op de hoeken van de voor- en de trapgevel, en sluit- en aanzetstenen in de ontlastingsbogen boven de vensters. De banden gaan onder de vensters over in hardstenen lekdorpels.

De asymetrische voorgevel telt vijf vensterassen waarvan de rechter twee de risalerende trapgevel vormen. Alle vensterassen behalve de middenste hebben zowel beneden als boven een schuifvenster (oorspronkelijk T-venster) met een bovenlicht voorzien van glas-in-lood (beneden XXa, boven XXb). Bovenin de trapgevel bevindt zich een klein schuifvenster. De middenas heeft op de eerste verdieping een smal schuifvenster en op de begane grond een door (geschilderde) natuur- of kunststeenblokken omgeven terugliggende paneeldeur met een glaspaneel en een halfrond bovenlicht, beide voorzien van krullend smeedwerk. Ter weerszijden van de deur en rond het bovenlicht zijn smalle glaspanelen aangebracht. Het houten afdakje boven de ingang heeft de vorm van een lessenaarsdak (de oorspronkelijke dakbedekking is vervangen door shingles). Voor de deur ligt een pad van zwarte en witte tegels in schaakbordpatroon. De gemetselde ontlastingsbogen boven de vensters zijn uitgevoerd als (op de begane gedrukte) korfboog. Het terugliggende siermetselwerk in de boogtrommels bestaat uit een ruitpatroon van paren kleine rode koppen. Boven de drie rechter vensters op de eerste verdieping zijn in plaats van korfbogen strekken aangebracht waarvan de aanzetstenen door tussenliggende horizontale banden gekoppeld worden. Tussen de twee vensters op de eerste verdieping van de trapgevel is een gevelsteen ingemetseld met in een rondboognis een beeld van de Hoop, uitgebeeld als een vrouw staande op een anker. Links en rechts van het kleine venster bovenin de trapgevel bevindt zich een rolwerkcartouche met daarop "ANNO" en "1882". De sluitsteen boven laatstgenoemd venster is uitgevoerd als een console in de vorm van een leeuwenkop waarop een smalle liseen rust die boven de bovenste trap uitsteekt en daar geflankeerd wordt door kleine klauwstukken. De trappen hebben geprofileerde dekstenen waarvan de twee ter hoogte van de leeuwenkop als cordonlijst zijn uitgevoerd. De onderste twee trappen kragen opzij uit. Ter plaatse van de gordingen van het achterliggende zadeldak zijn in de trapgevel smeedijzeren schootankers aangebracht. In de gesloten westzijde van de risalerende trapgevel is in de plint een hardstenen eerste steen ingemetseld gedateerd 22 april 1882 en voorzien van de namen van de pastoor en de vier kerkmeesters. Het voorschild van het dak draagt een dakkapel met een zinkgedekt en door een kruis bekroond zadeldak dat aan de voorzijde voorzien is van een driehoekig overstek waarboven twee haakse dakschilden. Het oorspronkelijke vierruits draairaam van de dakkapel is vervangen door een enkelruits draairaam. Op de gesloten rechterzijgevel (O) staan twee schoorstenen: rechts een lage gepleisterde en links een hoge vernieuwde schoorsteen opgetrokken in rode machinale baksteen. De traptoren in het midden heeft aan de voorzijde (Z) beneden twee smalle w.c.-raampjes met een diefijzer in kruisvorm en een zandstenen lekdorpel, hogerop twee kleine venstertjes, en bovenin, evenals in de noordkant, twee gekoppelde rondboogvensters. In de oostzijde van de toren bevinden zich lager in de gevel onder een halfronde ontlastingsboog eveneens twee gekoppelde rondboogvensters, die echter twee keer zo hoog zijn. Direct onder de aanzetstenen van de ontlastingsboog wordt de toren verlevendigd door een omgaande band. Het muurwerk van de toren wordt afgesloten door een zaagtand en een vermoedelijk zandstenen bovenrand met kwartrond profiel waarboven een glooiend leigedekt dak dat boven een vierkante basis door middel van zinkgedekte afschuiningen overgaat in een achthoek en aan elke kant voorzien is van een dakkapelletje met een zinkgedekt dak als van de dakkapel boven de voorgevel. Op het torendak staat een achtzijdig, opengewerkt houten klokkentorentje met een achthoekige, onderaan licht ingesnoerde naaldspits gedekt met leien en bekroond door een kruis.

De linkerzijgevel (W) had middenboven een T-venster dat naderhand gewijzigd is in een dubbele balkondeur die toegang geeft tot het dakterras boven de aangebouwde serre. De strek boven de balkondeur is opgenomen in een band die zich in het linker gedeelte van de voorgevel voortzet. Op de gevel staan twee lage gemetselde schoorstenen uit XXB (de oorspronkelijke exemplaren waren even hoog als het dak) waartussen een dakkapel als voor (waarop moderne shingles). De serre heeft een rechthoekige plattegrond en is evenals de aangrenzende gang naar de kerk opgetrokken in paarsrode machinale baksteen, Waalformaat in kruisverband met knipvoeg. Zowel de serre als de gang hebben gewijzigde vensters en een plat dak waarlangs een geprofileerde gootlijst op dito klossen. Het houten balkonhek rond het dak van de serre is verdwenen.

De vlakke achtergevel (N) telt evenals de voorgevel vijf vensterassen voorzien van T-vensters met bovenlichten waarin met uitzondering van de twee keukenvensters linksonder naderhand glas-in-lood (als voor) is aangebracht. Het venster van het tot badkamer verbouwde vertrek middenboven heeft ook in het onderraam glas-in-lood (XXb). Boven de vensters zijn strekken aangebracht met recent geschilderde sluit- en aanzetstenen. Rechtsonder zit een tweeruits keldervenster voorzien van een traliewerk. De via een haaks op de gevel staande gemetselde trap met ijzeren trapleuningen bereikbare smalle achterdeur in het midden van de begane grond is vernieuwd (hardhout met aan de buitenzijde vertikale kraalschroten) met behoud van het oorspronkelijke deurkozijn met vierruits bovenlicht. Rechts van de deur bevindt zich een klein venster. De rechts van het midden geplaatste dakkapel heeft twee vernieuwde en gekoppelde draaivensters en een zinkgedekt zadeldak met voorschild. Het interieur van de pastorie kent nog grotendeels de oorspronkelijke indeling. De vloeren, trappen en schouwen zijn eveneens oorspronkelijk; de afwerking van de wanden en de plafonds is merendeels modern. Zowel de kamers op de begane grond als de eerste verdieping hebben uitklapbare paneelblinden ter weerszijden van de vensters. De vloer van de vestibule middenvoor bestaat uit rode tegels waartussen kleinere zwarte en grijze tegels. De paneeldeur naar de centrale gang heeft een glaspaneel (voorzien van modern glas) en een halfrond afgesloten bovenlicht. Rond de deur en het bovenlicht zijn binnen een rondboog smalle glaspanelen aangebracht (het glas is modern). De gangvloer bestaat uit vierkante, zes- en achthoekige tegels in verschillende maten en kleuren (o.a. gele, rode en lichtblauwe tegels; de betegelde lambrisering in de gang en de vestibule is in 1996 aangebracht). Halverwege de gang bevindt zich rechts een bordestrap met daarnaast een zijgang die uitkomt bij de schuilkerk. De houten bordestrap is voorzien van gedraaide balusters. Ter hoogte van het bordes zijn hoog in de oostmuur drie rondboogvensters aangebracht met in gebrandschilderd glas de wapens van de tot het werkterrein van de parochie behorende (voormalige) gemeenten "Weespercarspel", "Diemen" en "Watergraafsmeer" (de namen zijn omgeven door rolwerkcartouches). De vernieuwde deur daaronder geeft toegang tot het trappenhuis in de toren dat zich uitstrekt boven de op de begane grond van de toren gelegen toiletruimte (voorzijde) en de gang naar de schuilkerk (achterzijde) tot aan het torendak. De langs de muren aangebrachte en van gietijzeren spijlen voorziene houten trap leidt naar een paneeldeur die toegang geeft tot de zolderverdieping van de pastorie. De ruime en ongedeelde zolder heeft een gepleisterde borstwering en een beschoten gordingenkap (het platte gedeelte van het dak is in feite een zeer flauw, vermoedelijk zinkgedekt tentdak). De op de gang uitkomende vertrekken van de begane grond hebben paneeldeuren met een geprofileerde omlijsting. Van de twee kamers en suite links van de gang op de begane grond (voor was de spreekkamer, achter de "zaal") is één vertrek gemaakt. Tegen de westmuur hiervan staan twee schouwen: de linker heeft rond de betegelde achterwand van delftsblauwe tegeltjes waarop landschappen staan afgebeeld een pilasterstelling uitgevoerd in zwart marmer met witte aders, de rechter een schoorsteenmantel in korfboogvorm van lila en grijs gevlekt marmer met zwartmarmeren sluit- en aanzetstenen in de vorm van een diamantkop, siersmeedwerk links- en rechtsboven, en onder de uitkragende plaat een zwartmarmeren en in doorsnede kwartronde lijst. De achterwand van de rechter schouw is uitgevoerd in zwarte geglazuurde tegels waaromheen hardstenen dagkanten in korfboogvorm. Beide schouwen hebben een gepleisterde boezem voorzien van lintvoegen onderbroken door twee spaarvelden met rondboog(fries). Ter weerszijden van de rechter schouw is naderhand een paneeldeur met glaspaneel en glas-in-lood (XXb) bovenlicht aangebracht: de linker geeft toegang tot de serre, de rechter tot de gang naar de nieuwe kerk. De vloer van deze gang bestaat uit rode en langs de randen zwarte tegels. Tussen de "zaal" en het smallere achterste gedeelte van de gang in de pastorie ligt een keldertrap die via een paneeldeur achterin de gang toegankelijk is en leidt naar de vochtige en donkere kelder in de noordwesthoek. De kamer rechtsvoor heeft tegen de oostwand een schouw vergelijkbaar met de laatstgenoemde alleen kleiner en met een schoorsteenmantel van bruin/wit/grijs gevlekt marmer voorzien van dezelfde details (ook in zwart marmer). Op het spaarveld van de gepleisterde boezem is in de jaren '10 een schildering aangebracht met gestileerd de twee katten van de toenmalige pastoor en daaronder een in het Latijn opgesteld rijm waarin hij zijn leven op ludieke wijze verheerlijkt. De keuken rechtsachter heeft tegen de oostwand een gepleisterde schouw met tegen de rechte wangen een geprofileerde houten console waarop de omgaande houten kroonlijst rust.

De eerste verdieping telt rond de ruime overloop en de aan de westzijde hiervan grenzende en via een korfboog toegankelijke gang in totaal zeven kamers: vier grotere in de hoeken en daartussen aan alle kanten behalve de oostkant (hier is de trap gesitueerd) een smallere kamer. De kamer linksvoor heeft tegen de westwand een schouw met een schoorsteenmantel van zwart marmer waarboven een gepleisterde boezem met lintvoegen en een spaarveld met rondboogfries. Tegen de oostwand van de kamer rechtsvoor bevindt zich een gepleisterd rookkanaal met boven het midden een halfronde lijst met sluitsteen in de vorm van een diamantkop en daaronder hoeklisenen van zwart marmer waartussen meerkleurige tegels met bloem- en bladmotieven. De kamer rechtsachter heeft tegen de westwand een vergelijkbaar rookkanaal en ter weerszijden hiervan een kast met een dubbele paneeldeur en daarboven een lage dubbele paneeldeur. Rond de van glas-in-lood voorziene deur van de badkamer middenachter zijn glas-in-loodvensters aangebracht. Deze kamer staat via een paneeldeur in verbinding met de kamer linksachter. Tussen dit vertrek en het kamertje halverwege de westgevel is een kastenwand aangebracht met aan beide zijden twee dubbele paneeldeuren. Alle overige deuren op de eerste verdiepig zijn vernieuwd met behoud van de oorspronkelijke geprofileerde deuromlijsting.

Waardering

De pastorie is van algemeen belang als historisch-functioneel onderdeel van het beschreven complex (zie complexwaardering).

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

A PARSONAGE built on a square ground plan with two storeys under a composite roof consisting of a gabled roof with a rear section in the extension of the projecting stepped gable on the right front, and against the left side section thereof a lower flattened tent roof, both covered with interlocking roof tiles. Halfway along the right side wall (E) a tower has been constructed next to which is a low rectangular extension (originally with a zinc-covered gabled roof, now with a flat roof). The walls are constructed in red machine-made bricks in Dutch bond with toothed joints, with a continuous rendered plinth beneath the ground-floor windows of the parsonage and at the top a wooden gutter on stepped rendered corbels. At the level of the floor joists, wrought-iron wall anchors have been inserted in all facades. The brickwork is enlivened by bands beneath the windows, small blocks at the corners of the front and stepped gable, and closers and springers in the relieving arches above the windows. The bands continue beneath the windows as sandstone drip mouldings.

The asymmetrical front facade has five window bays of which the right two form the projecting stepped gable. All window bays except the central one have both below and above a sash window (originally a T-window) with a fanlight provided with leaded glass (below XXa, above XXb). At the top of the stepped gable is a small sash window. The central bay has on the first floor a narrow sash window and on the ground floor a recessed panel door surrounded by (painted) natural or artificial stone blocks with a glass panel and a semicircular fanlight, both furnished with ornamental wrought iron. On either side of the door and around the fanlight are narrow glass panels. The wooden canopy above the entrance has the form of a lean-to roof (the original roof covering has been replaced by shingles). In front of the door lies a path of black and white tiles in checkerboard pattern. The rendered relieving arches above the windows are executed as (at the ground floor compressed) segmental arches. The recessed decorative brickwork in the arch voussoirs consists of a diamond pattern of pairs of small red brick ends. Above the three right windows on the first floor segmental arches have been replaced by arches of which the springers are coupled by intermediate horizontal bands. Between the two windows on the first floor of the stepped gable a commemorative stone has been set with in a semicircular niche an image of Hope, depicted as a woman standing on an anchor. To the left and right of the small window at the top of the stepped gable is a scroll cartouche with thereon "ANNO" and "1882". The keystone above the aforementioned window is executed as a console in the form of a lion's head on which a narrow listel rests that projects above the topmost step and is flanked there by small corbel stones. The steps have moulded coping stones of which the two at the level of the lion's head are executed as a string course. The bottom two steps project to the sides. At the level of the ties of the rear gabled roof wrought-iron wall anchors have been inserted in the stepped gable. In the closed west side of the projecting stepped gable a sandstone foundation stone set in the plinth is dated 22 April 1882 and provided with the names of the parson and the four churchwardens. The roof apron bears a roof dormer with a zinc-covered and cross-crowned gabled roof that on the front side is provided with a triangular overhang above which two right-angled roof sections. The original four-pane pivot window of the dormer has been replaced by a single-pane pivot window. On the closed right side wall (E) are two chimneys: on the right a low rendered and on the left a high renewed chimney constructed in red machine-made bricks. The stair tower in the middle has on the front side (S) below two narrow toilet windows with a cross-shaped ironwork grille and a sandstone drip moulding, higher up two small windows, and at the top, as also on the north side, two coupled semicircular arch windows. On the east side of the tower are located lower in the wall beneath a semicircular relieving arch likewise two coupled semicircular arch windows, which however are twice as high. Immediately beneath the springers of the relieving arch the tower is enlivened by a continuous band. The brickwork of the tower is finished with a saw-tooth and presumably sandstone top edge with quarter-round profile above which a sloping slate-covered roof that above a square base through zinc-covered chamfers transforms into an octagon and is provided on each side with a small roof dormer with a zinc-covered roof like that of the dormer above the front facade. On the tower roof stands an octagonal, open-worked wooden bell turret with an octagonal, at the base slightly waisted needle spire covered with slate and crowned by a cross.

The left side wall (W) had midway above a T-window that was later altered into a double French door giving access to the roof terrace above the adjoining greenhouse. The arch above the French door is included in a band that continues in the left section of the front facade. On the wall stand two low rendered chimneys from the late 18th century (the original examples were as high as the roof) between which is a roof dormer as before (with modern shingles). The greenhouse has a rectangular floor plan and like the adjoining passage to the church is constructed in purple-red machine-made bricks, Dutch bond with toothed joints. Both the greenhouse and the passage have modified windows and a flat roof along which runs a moulded gutter on like corbels. The wooden balcony railing around the roof of the greenhouse has disappeared.

The flat rear facade (N) like the front facade has five window bays furnished with T-windows with fanlights in which with the exception of the two kitchen windows below left leaded glass (as before) has subsequently been inserted. The window of the room converted into a bathroom midway above also has leaded glass in the lower sash (XXb). Above the windows are segmental arches with recently painted closers and springers. Below right is a two-pane basement window provided with a grille. The narrow rear door in the middle of the ground floor, accessible via a rendered staircase perpendicular to the facade with iron stair railings, has been renewed (hardwood with vertical bead moulding on the outside) preserving the original door frame with four-pane fanlight. To the right of the door is a small window. The roof dormer positioned to the right of the middle has two renewed and coupled pivot windows and a zinc-covered gabled roof with an apron. The interior of the parsonage still largely retains the original layout. The floors, stairs and fireplaces are likewise original; the finish of the walls and ceilings is mostly modern. Both the rooms on the ground floor and the first floor have collapsible panel shutters on either side of the windows. The floor of the central front vestibule consists of red tiles among which smaller black and grey tiles. The panel door to the central passage has a glass panel (provided with modern glass) and a semicircularly closed fanlight. Around the door and fanlight within a semicircular arch are narrow glass panels (the glass is modern). The passage floor consists of square, six- and octagonal tiles in various sizes and colours (including yellow, red and light blue tiles; the tiled wainscoting in the passage and vestibule was installed in 1996). Halfway along the passage on the right is a half-landing stair with beside it a side passage that leads to the hidden church. The wooden half-landing stair is fitted with turned balusters. At the level of the landing high in the east wall three semicircular arch windows have been installed with in stained glass the coats of arms of the (former) municipalities belonging to the parish territory "Weespercarspel", "Diemen" and "Watergraafsmeer" (the names are surrounded by scroll cartouches). The renewed door below gives access to the stairwell in the tower which extends above the toilet room located on the ground floor of the tower (front side) and the passage to the hidden church (rear side) up to the tower roof. The wooden staircase along the walls and furnished with cast-iron balusters leads to a panel door giving access to the attic floor of the parsonage. The spacious and undivided attic has a plastered balustrade and a boarded rafter roof (the flat section of the roof is in fact a very shallow, presumably zinc-covered tent roof). The rooms opening onto the passage on the ground floor have panel doors with a moulded surround. Of the two communicating rooms to the left of the passage on the ground floor (front was the reception room, rear the "hall") one room has been made. Against the west wall thereof are two fireplaces: the left has around the tiled back wall of Delft blue tiles on which landscapes are depicted a pilaster arrangement executed in black marble with white veins, the right a fireplace mantel in segmental arch form of lilac and grey veined marble with black marble closers and springers in the form of a diamond head, ornamental iron-work left and right above, and beneath the projecting shelf a black marble and in section quarter-round moulding. The back wall of the right fireplace is executed in black glazed tiles around which sandstone edges in segmental arch form. Both fireplaces have a plastered breast provided with ribbon joints interrupted by two spandrels with semicircular frieze. On either side of the right fireplace a panel door with glass panel and leaded glass (XXb) fanlight has subsequently been inserted: the left gives access to the greenhouse, the right to the passage to the new church. The floor of this passage consists of red and along the edges black tiles. Between the "hall" and the narrower rear section of the passage in the parsonage lies a basement staircase which via a panel door at the rear of the passage is accessible and leads to the damp and dark basement in the north-west corner. The room on the right front has against the east wall a fireplace comparable to the last-mentioned one only smaller and with a fireplace mantel of brown/white/grey veined marble provided with the same details (also in black marble). On the spandrel of the plastered breast in the 1910s a painting was applied depicting stylised the two cats of the then parson and below it a couplet composed in Latin in which he celebrates his life in a humorous manner. The kitchen to the right rear has against the east wall a plastered fireplace with against the straight jambs a moulded wooden corbel on which the continuous wooden cornice rests.

The first floor has around the spacious landing and the passage adjoining it on the west side and accessible via a segmental arch in total seven rooms: four larger ones in the corners and between them on all sides except the east side (where the stairs are situated) a smaller room. The room on the left front has against the west wall a fireplace with a fireplace mantel of black marble above which a plastered breast with ribbon joints and a spandrel with semicircular frieze. Against the east wall of the room on the right front is located a plastered flue with above the middle a semicircular moulding with keystone in the form of a diamond head and below it corner mouldings of black marble between which multicoloured tiles with floral and leaf motifs. The room on the right rear has against the west wall a comparable flue and on either side thereof a cupboard with a double panel door and above it a low double panel door. Around the leaded glass door of the bathroom in the middle rear are leaded glass windows installed. This room is connected via a panel door to the room on the left rear. Between this room and the small room midway along the west wall a cupboard partition has been installed with on both sides two double panel doors. All other doors on the first floor have been renewed preserving the original moulded door surround.

Valuation

The parsonage is of general importance as a historic-functional component of the described complex (see complex valuation).

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map