Rijksmonumentenregister · Netherlands
KIM (object Q)
Den Helder, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Onderwijs en wetenschap
- Function
- Wetenschappelijk instituut
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1869
- Address
- Het Nieuwe Diep 8, 1781 AC Den Helder
- Place
- Den Helder
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.96270, 4.77468
- Part of complex
- 508460
- Monument number
- 508461
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Op het noordoostelijk compartiment van de Rijkswerf Willemsoord gelegen hoofdgebouw van het Koninklijk Instituut voor de Marine. Het in 1869-1870 gebouwde omvangrijke INSTITUUT werd waarschijnlijk ontworpen door architect Van Oudshoorn. De bouwstijl is eclectisch met veel neo-renaissance elementen. Opdrachtgever was de toenmalige Minister van Marine L.G. Brocx. In de bestekken werd de functie van het gebouw omschreven als "huisvesting en opvoeding van adelborsten voor de Koninklijke Zeemagt te Willemsoord". Op 26 februari 1869 werd de fundering (paalfundering en trasraam) van het gebouw aanbesteed aan aannemer M. Deutekom te Amsterdam voor f.47.747,-. Op 11 juni 1869 werd het optrekken en afwerken van het gebouwd aanbesteed aan aannemer P. van Limburgh te Rotterdam voor f.193.000,-.
N.B. De hoofdingang had oorspronkelijk geen hardstenen bordes en trap; deze zijn in de 20ste eeuw toegevoegd. Uit de 20ste eeuw dateert ook de uitbouw van de kantinezaal aan de achterzijde (noordwest) van het gebouw. Daarbij werd het materiaal uit de oorspronkelijke gevel (stenen, vensters en deur) hergebruikt in de nieuwe gevel. De dakbedekking van het hele gebouw bestond oorspronkelijk uit leien. Bij een renovatie heeft men de leien van verschillende dakschilden, die vanaf de grond niet goed zichtbaar zijn (de dakschilden aan de zijden van de twee binnenplaatsen), vervangen door bruin geglazuurde Hollandse pannen. De aanbouwen aan op de binnenplaatsen en de aanbouwen aan de linkerzijgevel (zuidwest) vallen niet onder de bescherming.
Omschrijving
Op vrijwel rechthoekig grondplan gebouwd instituut rond twee binnenplaatsen. Het gebouw is twee bouwlagen hoog en wordt afgesloten door zadeldaken, oorspronkelijk gedekt met leien. De noklijn van de voor- en achtergevel loopt evenwijdig aan de weg (Het Nieuwe Diep), de noklijn van de korte gevels staat er loodrecht op. De noklijn wordt doorsneden door verschillende achthoekige bakstenen schoorstenen. In de zadeldaken zijn verschillende dakkapellen met een rond venster aangebracht. Deze hebben een zinken dak met wolfseind en nokpiron. Van de vier hoektorens hebben de twee aan de voorzijde (zuidoost-zijde) een schilddak met leien en noklijn loodrecht op Het Nieuwe Diep. De twee torens aan de achterzijde (noordwest-zijde) hebben een afgeknot schilddak met leien en noklijn evenwijdig aan Het Nieuwe Diep. Op de nok van de torendaken zijn zinken hekwerken (crêtes) aangebracht. In de schilddaken zijn verschillende houten dakkapellen onder ingestoken zadeldak aangebracht. Deze dakkapellen hebben een getoogd stolpraam en een gevel bestaande uit twee zuilen met fantasiekapiteel, fronton en nokpiron. De daken van de dakkapellen zijn bekleed met zink. De oorspronkelijke kapconstructie van de zadel- en schilddaken is nog intact.
Het gebouw is opgetrokken in rode baksteen boven een hardstenen plint. Op verschillende plaatsen in het muurwerk zijn smeedijzeren sierankers zichtbaar. Detailleringen zoals boogstenen, aanzet- en sluitstenen, lekdorpels, afdekplaten, topgevelversieringen, traptreden en bordes zijn uitgevoerd in hardsteen. Detailleringen zoals speklagen, strekken, borstweringen, kraagstenen en boogfriezen zijn uitgevoerd in gele baksteen. De vensterassen bevatten, tenzij anders vermeld, op de begane grond een houten rondboogvenster met zesruits draairaam en tweeruits bovenlicht, op de eerste verdieping een getoogd venster met zesruits draairaam en tweeruits bovenlicht. In het middenrisaliet en in de hoektorens is de gootlijst opgetrokken tot een borstwering.
De voorgevel (zuidoost) bestaat uit vijf geveldelen: twee hoektorens, een middenrisaliet en twee terugliggende geveldelen. Middenrisaliet en hoektorens hebben hoeklisenen, een fries op kraagstenen en een in twee tinten baksteen uitgevoerde decoratieve borstwering annex gootlijst. Het middenrisaliet is vijf vensterassen breed, waarvan de drie middelste vensterassen extra risaleren. Deze drie vensterassen zijn gekoppeld door een rijk gedecoreerde topgevel onder ingestoken zadeldak. De centrale ingang bestaat uit een dubbele gedecoreerde paneeldeur met rondboog bovenlicht, waarin een lantaarn is aangebracht. De ingang is bereikbaar via een bordes met vijf traptreden. Links van het bordes, in de hardstenen plint, is een gedenkreliëf aangebracht met de tekst "Aangevangen den eersten Maart 1869. Voltooid den eersten Mei 1870." Aan weerszijden van de ingang bevindt zich een rondboogvenster. Op de eerste verdieping bevatten de drie middelste vensterassen een getoogd twaalfruits venster. De topgevel heeft een rondboogfries met zeven kleine rondboogvensters, schouderstukken, gedecoreerde afdekplaten en top. Op de nok staat een windwijzer met een scheepje. In de topgevel zijn bovendien decoraties aangebracht zoals een anker, kroon, het opschrift "ANNO 1869" en een klok. De twee resterende vensterassen van het middenrisaliet hebben, net als de terugliggende geveldelen aan weerszijden van het middenrisaliet, op de begane grond rondboogvensters en op de eerste verdieping getoogde vensters. De breedte van de terugliggende geveldelen is vijf vensterassen. De hoektorens zijn twee vensterassen breed en bevatten gekoppelde vensters: rondboogvensters op de begane grond, getoogde vensters op de eerste verdieping.
De rechterzijgevel (noordoost) heeft een breedte van twaalf vensterassen, verdeeld over twee hoektorens met een breedte van elk drie vensterassen en een daartussen gelegen geveldeel van zes vensterassen breed. Op de begane grond bevatten de vensterassen een rondboogvenster, op de eerste verdieping een getoogd venster. Eén rondboogvenster op de begane grond is vervangen door een dubbele paneeldeur met glas.
De linkerzijgevel (zuidwest) heeft oorspronkelijk een zelfde opbouw als de rechterzijgevel. Door een aanbouw van één bouwlaag over de gehele breedte van de gevel, wordt deze gevel van de plint tot aan de rondboogvormige bovenlichten van de begane grond aan het oog onttrokken. Op de eerste verdieping zijn de getoogde vensters nog intact.
De achtergevel (noordwest) heeft een breedte van drie geveldelen: twee hoektorens met een breedte vijf vensterassen en een terugliggend middendeel van dertien vensterassen. De hoektorens hebben op de begane grond een ingang op de centrale as. Het terugliggende middendeel van de achtergevel heeft een vooruitspringende begane grond verdieping met op de centrale as een rondboogvormige ingang, bestaande uit een rechthoekige dubbele paneeldeur met zij- en bovenlichten. De eerste verdieping heeft op de centrale as een kleine tuitgevel met rondboogfries en gekoppeld toogvenster. Aan weerszijden hiervan bevinden zich twee paar gekoppelde getoogde vensters.
Onder de binnenplaatsen bevinden zich twee grote waterkelders.
Het interieur is nog gedeeltelijk intact en bevat onder andere een rijk gedecoreerde centrale hal met gestucte wanden, gestuct cassetteplafond en gestucte deurarchitraven met pilasters. Twee trappenhuizen met rijk gedecoreerde trapleuningen en balusters zijn nog intact. De lange gang op de eerste verdieping (genaamd Kampanje) en verschillende zalen en kamers hebben nog originele elementen, zoals pilasters, scheibogen, lambrizeringen en stuc plafonds. Op de zolder van het instituut onder de kapconstructie bevinden zich nog enkele originele cachots.
Waardering
Het hoofdgebouw van het Koninklijk Instituut voor de Marine is van algemeen belang als historisch functioneel onderdeel van het complex Rijkswerf Willemsoord. Daarnaast is het pand van belang uit cultuur- en architectuurhistorisch oogpunt als gaaf bewaard gebleven voorbeeld van overheidsarchitectuur uit de tweede helft van de 19de eeuw in eclectische bouwtrant. Tevens heeft het gebouw ensemblewaarde met de twee belendende panden aan Het Nieuwe Diep, namelijk het directiegebouw of commandementsgebouw (ten noorden) en het lesgebouw voor de adelborsten (ten zuiden).
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Main building of the Royal Institute for the Navy located on the northeastern compartment of the Rijkswerf Willemsoord. The extensive INSTITUTE built in 1869-1870 was probably designed by architect Van Oudshoorn. The building style is eclectic with many neo-renaissance elements. The client was the then Minister of Marine L.G. Brocx. In the specifications the function of the building was described as "housing and education of midshipmen for the Royal Navy at Willemsoord". On 26 February 1869 the foundation (pile foundation and timber frame) of the building was put out to tender with contractor M. Deutekom in Amsterdam for f.47,747,-. On 11 June 1869 the erection and finishing of the building was put out to tender with contractor P. van Limburgh in Rotterdam for f.193,000,-.
N.B. The main entrance originally had no stone podium and staircase; these were added in the 20th century. Also dating from the 20th century is the extension of the canteen hall on the rear (northwest) of the building. In the process the material from the original facade (stones, windows and door) was reused in the new facade. The roof covering of the entire building originally consisted of slates. During renovation the slates of various roof surfaces, which are not clearly visible from the ground (the roof surfaces on the sides of the two courtyards), were replaced with brown glazed Dutch tiles. The extensions on the courtyards and the extensions on the left side facade (southwest) are not protected.
Description
Institute built on an approximately rectangular ground plan around two courtyards. The building is two storeys high and is finished with gabled roofs, originally covered with slates. The ridge line of the front and rear facade runs parallel to the road (Het Nieuwe Diep), the ridge line of the short facades is perpendicular to it. The ridge line is intersected by various octagonal brick chimneys. In the gabled roofs various roof dormers with a round window have been installed. These have a zinc roof with half-hipped roof and ridge cresting. Of the four corner towers, the two at the front (southeast side) have a hipped roof with slates and ridge line perpendicular to Het Nieuwe Diep. The two towers at the rear (northwest side) have a truncated hipped roof with slates and ridge line parallel to Het Nieuwe Diep. On the ridge of the tower roofs zinc railings (crêtes) have been installed. In the hipped roofs various wooden dormers under an inset gabled roof have been installed. These dormers have an arched sash window and a facade consisting of two columns with fantasy capitals, pediment and ridge cresting. The roofs of the dormers are clad with zinc. The original roof truss structure of the gabled and hipped roofs is still intact.
The building is constructed in red brick over a stone plinth. At various places in the masonry ornamental wrought iron wall anchors are visible. Details such as arch stones, springer and key stones, drip stones, cover plates, gable top ornaments, steps and podium are executed in stone. Details such as brick courses, bands, parapets, corbels and arch friezes are executed in yellow brick. The window bays contain, unless otherwise stated, on the ground floor a wooden round-arch window with six-pane casement and two-pane fanlight, on the first floor an arched window with six-pane casement and two-pane fanlight. In the central projection and in the corner towers the gutter line is raised to a parapet.
The front facade (southeast) consists of five facade sections: two corner towers, a central projection and two recessed facade sections. Central projection and corner towers have corner pilasters, a frieze on corbels and a decorative parapet with gutter line executed in two shades of brick. The central projection is five window bays wide, of which the three central window bays project further. These three window bays are coupled by a richly decorated gable top under an inset gabled roof. The central entrance consists of a double decorated panel door with round-arch fanlight, in which a lantern has been installed. The entrance is accessible via a podium with five steps. To the left of the podium, in the stone plinth, a commemorative relief has been installed with the text "Commenced the first of March 1869. Completed the first of May 1870." On either side of the entrance is a round-arch window. On the first floor the three central window bays contain an arched twelve-pane window. The gable top has a round-arch frieze with seven small round-arch windows, shoulder pieces, decorated cover plates and top. On the ridge stands a weathervane with a little ship. In the gable top decorations have also been installed such as an anchor, crown, the inscription "ANNO 1869" and a clock. The two remaining window bays of the central projection have, like the recessed facade sections on either side of the central projection, on the ground floor round-arch windows and on the first floor arched windows. The width of the recessed facade sections is five window bays. The corner towers are two window bays wide and contain coupled windows: round-arch windows on the ground floor, arched windows on the first floor.
The right side facade (northeast) has a width of twelve window bays, divided over two corner towers each with a width of three window bays and a facade section between them of six window bays wide. On the ground floor the window bays contain a round-arch window, on the first floor an arched window. One round-arch window on the ground floor has been replaced by a double panel door with glass.
The left side facade (southwest) originally had the same structure as the right side facade. Due to an extension of one storey across the entire width of the facade, this facade from the plinth to the round-arch fanlights of the ground floor is hidden from view. On the first floor the arched windows are still intact.
The rear facade (northwest) has a width of three facade sections: two corner towers with a width of five window bays and a recessed middle section of thirteen window bays. The corner towers have an entrance on the central axis on the ground floor. The recessed middle section of the rear facade has a projecting ground floor level with on the central axis a round-arch entrance, consisting of a rectangular double panel door with side and fanlights. The first floor has on the central axis a small spout gable with round-arch frieze and coupled arched window. On either side of this are two pairs of coupled arched windows.
Beneath the courtyards are two large water cellars.
The interior is still partially intact and contains among other things a richly decorated central hall with stuccoed walls, stuccoed coffered ceiling and stuccoed door architraves with pilasters. Two staircases with richly decorated stair railings and balusters are still intact. The long corridor on the first floor (called Kampanje) and various halls and rooms still have original elements, such as pilasters, segmental arches, wainscoting and stucco ceilings. On the attic of the institute under the roof truss structure there are still some original cachots.
Valuation
The main building of the Royal Institute for the Navy is of general interest as a historic functional component of the Rijkswerf Willemsoord complex. Furthermore, the property is of interest from a cultural and architectural-historical perspective as a well-preserved example of government architecture from the second half of the 19th century in eclectic style. The building also has ensemble value with the two adjacent properties on Het Nieuwe Diep, namely the director's building or command building (to the north) and the school building for midshipmen (to the south).
Nearby in the register
- Het Klooster (object R)Onderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Directiegebouw (object S)Militair verblijfsgebouwunder 1 mi
- Marinemuseum (object T)Opslagunder 1 mi
- Natte Dok (object C)Waterweg, werf en havenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.