TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Stationsgebouw, Stationsstraat 41

Uithoorn, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Transport
Function
Stationsgebouw
Category
onroerend gebouwd
Built
1911
Address
Stationsstraat 41, 1421 AA Uithoorn (and others)
Place
Uithoorn
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.23469, 4.83475
Part of complex
506505
Monument number
506506

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 17 Leiden, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Voormalig STATIONSGEBOUW, hoofdonderdeel van het stationscomplex in Uithoorn, gebouwd in 1911. Tussen 1911 en 1923 werd de vestibule aan de straatzijde uitgebouwd met een erker van hout en glas, waar in 1948 een balkon bovenop werd gemaakt, waarbij één venster op de verdieping werd vervangen door een balkondeur. De bepleistering is niet oorspronkelijk. Van de woning op de eerste verdieping waren de risalietvensters aan de straatzijde en de vensters boven de wachtkamer IIe klasse aan de perronzijde voorzien van vensterblinden.

Omschrijving

Het stationsgebouw is noordwest/zuidoost georiënteerd. De plattegrond is een onregelmatige rechthoek, evenwijdig aan de Stationsstraat en aan de spoorrails gelegen. Het pand bestaat uit een middendeel (hoofdvolume) van twee bouwlagen onder samengesteld schilddak en twee flankerende rechthoekige bouwvolumes met een hoogte van een bouwlaag onder afgeknot half schilddak. Het middendeel heeft aan beide langszijden een risaliet met identieke puntgevels onder een ingestoken zadeldak. De daken zijn gedekt met bruin geglazuurde kruispannen. De noklijn loopt evenwijdig aan de Stationsstraat. Het stationsgebouw is opgetrokken in een machinaal vervaardigde, hardgrauwe baksteen in kruisverband boven een uitgemetselde plint met hardstenen afzaat. De houten vensters hebben hardstenen onderdorpels en aanzetstenen ter hoogte van middenkalf en bovendorpel. De a-symmetrische gevel wordt afgesloten door een afgewolfd schilddak met een brede op houten consoles rustende dakgoot. De indeling van het hoge middendeel met het risaliet bestaat op de begane grond aan de straatzijde (ZW) uit een vestibule met daarachter, aan de perronzijde (NO) het kantoor, waarnaast (ZO) de wachtkamer IIe klasse is ondergebracht, die in 1923 aan de kantoorzijde werd verkleind ten behoeve van een extra kantoortje voor de stationschef. Een gang achter de straatgevel leidt van de vestibule langs het kantoortje naar de wachtkamers IIe en IIIe klasse. Deze laatste is in de zuidelijke vleugel ondergebracht. Op de eerste verdieping en de zolder-verdieping bevindt zich een woning. De noordelijke lage vleugel bevat het bagagedepot.

De voor-/straatgevel (ZW) bestaat uit vier bouwelementen, met van links naar rechts: bagagedepot (NW), het risaliet, daarnaast het middendeel waaraan een trapportaal is vastgebouwd, en de wachtkamer IIIe klasse (ZW). Het bagagedepot is voorzien van een vernieuwde getoogde poort, waarboven drie raampjes zijn aangebracht. Het risaliet was aanvankelijk voorzien van een dubbele paneeldeur met venster en een bovenlicht van drie ruiten, geflankeerd door zijlichten voorzien van een profilering. De eerste verdieping bevatte in oorsprong twee terugliggende vensters. Op de zolderverdieping een venster is aangebracht, omgeven door een rondboog op natuurstenen aanzetstukken. Dit venster bestaat uit drie ramen naast elkaar, waarvan het middelste is voorzien van een zesruits-bovenlicht. In oorsprong waren de zwikken hiervan opgevuld met siermetselwerk, dat tevens voor de gevellijst was toegepast. Deze heeft voorts uitkragende aanzetstukken, een sluitstuk en een deklijst van natuursteen. Het siermetselwerk in de zwikken is bij bepleistering van de gevel aan het zicht onttrokken, evenals de decoratieve daklijst. Rechts naast het risaliet, voor het derde bouwelement bevindt zich het trappenhuis tot de woning. Dit is een zelfstandig bouwlichaam, waarin de plaatsing van de kleine vensters en de schuine dakhellingen het verloop en de draaiing van de trap volgen. Hardstenen afdeklijsten accentueren de schuine lijnen. De oorspronkelijke paneeldeur staat op een natuurstenen onderdorpel. Naast het trappenhuis is een getoogd, tweedelig venster met driedelig bovenlicht aangebracht, op de eerste verdieping een dubbel venster met zesruits-bovenlichten. Een kleine dakkapel met dubbel venster steekt in de dakhelling. De gevel van de wachtkamer IIIe klasse is voorzien van een getoogd dubbel venster met drie bovenlichten, geflankeerd door getoogde, enkele vensters met een dubbel bovenlicht.

De linker zijgevel (NW), van het bagagedepot, bevat twee aan twee gegroepeerde vensters, eveneens voorzien van natuurstenen onderdorpels en aanzetstukken aan weerszijden van een rechte strek geplaatst.

De rechter zijgevel (ZO), van de wachtkamer IIIe klasse, heeft een vensterpartij, overeenkomstig met die aan de straatzijde. achter-/perrongevel (NO) bestaat van links naar rechts uit vier bouwelementen: de wachtkamer IIIe klasse is voorzien van een dubbele, vernieuwde toegangsdeur, waarboven een getoogd bovenlicht van drie ramen is aangebracht. Aan weerszijden zijn zijlichten aangebracht met een getoogd tweeruits-bovenlicht. De bovenlichten worden omlijst door een kraalprofiel in baksteen. De aanzetstenen van de ontlastingsbogen en de stenen ter hoogte van het middenkalf zijn uitgevoerd in natuursteen. Het siermetselwerk is in een andere kleur baksteen uitgevoerd dan de rest van de gevel. De toegangspartij van de wachtkamer IIe klasse in het tweede bouwelement volgt dezelfde beschrijving. Boven deze toegang bevindt zich een tegeltableau in art-nouveau stijl met de plaatsaanduiding "UITHOORN" en de naam van de fabrikant "Westraven" te Utrecht. Op de verdieping zijn drie vensteropeningen met terugliggende schuiframen. Het middelste venster is verdeeld in een achtruits-bovenlicht en een door een roede gedeeld onderraam en wordt geflankeerd door smallere vensters met vierruits-bovenlicht. De zwikken onder de getoogde ontlastingsboog zijn opgevuld met siermetselwerk. In het schilddak is een dakkapel aangebracht. Het derde bouwelement is het risaliet met topgevel. Hierin zit een paneeldeur met venster en een tweeruits-bovenlicht, geflankeerd door zijlichten voorzien van dezelfde profilering als boven beschreven. De eerste verdieping bevat twee terugliggende vensters als in het tweede bouwelement, terwijl op de zolderverdieping een venster is aangebracht, omgeven door een rondboog op natuurstenen aanzetstukken. Dit venster bestaat uit drie ramen naast elkaar, waarvan het middelste is voorzien van een zesruits-bovenlicht. Hier zijn de zwikken eveneens opgevuld met siermetselwerk, dat tevens voor de gevellijst is toegepast. De gevellijst heeft voorts uitkragende aanzetstukken, een sluitstuk en een deklijst van natuursteen. Ter rechterzijde van dit bouwelement (N) is het bagagedepot voorzien van een vernieuwde, getoogde poort, waarboven drie raampjes op een natuurstenen onderdorpel zijn aangebracht en met dito sluitstenen zijn geaccentueerd. Ter hoogte van de zolder-verdieping steekt een schoorsteen door het dak, die wordt geflankeerd door twee vierkante venstertjes.

Het interieur is nog vrijwel geheel intact, zowel wat betreft de indeling van de plattegrond als de aanwezigheid van onder andere loketten en lambrizeringen. Wel zijn verlaagde plafonds aangebracht en in de wachtkamer IIIe klasse werd een houten schot geplaatst.

Waardering

Het stationsgebouw is van algemeen belang als historisch-functioneel hoofdonderdeel van het stationscomplex in Uithoorn. Daarnaast is het stationsgebouw uit cultuur- en architectuurhistorisch oogpunt van belang als merendeels gaaf bewaard gebleven en zeldzaam voorbeeld van stationsarchitectuur van het middelgrote type uit de eerste decennia van de 20ste eeuw in Berlagiaanse bouwtrant, alsook wegens de herinnering aan de Haarlemmermeerspoorlijnen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Former STATION BUILDING, main component of the station complex in Uithoorn, built in 1911. Between 1911 and 1923 the vestibule on the street side was extended with a wooden and glass bay, on which a balcony was constructed in 1948, whereby one window on the upper storey was replaced by a balcony door. The rendering is not original. The windows of the dwelling on the first storey, namely the risalit windows on the street side and the windows above the second-class waiting room on the platform side, were furnished with shutters.

Description

The station building is oriented northwest/southeast. The floor plan is an irregular rectangle, parallel to Stationsstraat and to the railway tracks. The building consists of a central section (main volume) of two storeys under a composite hipped roof and two flanking rectangular building volumes of one storey height under truncated half-hipped roof. The central section has on both long sides a risalit with identical pointed gables under a recessed gabled roof. The roofs are covered with brown glazed interlocking tiles. The ridge line runs parallel to Stationsstraat. The station building is constructed in machine-made, hard grey brick in English bond above a laid-up plinth with hardstone base. The wooden windows have hardstone sills and setting stones at the height of the mid-rail and upper sill. The asymmetrical facade is terminated by a curved hipped roof with a broad gutter resting on wooden consoles. The layout of the tall central section with the risalit consists on the ground floor on the street side (SW) of a vestibule with behind it, on the platform side (NE) the office, next to which (SE) the second-class waiting room is housed, which in 1923 was reduced on the office side to make room for an extra office for the station master. A corridor behind the street facade leads from the vestibule along the small office to the second and third-class waiting rooms. The latter is housed in the southern wing. On the first storey and the attic storey there is a dwelling. The northern low wing contains the baggage depot.

The front/street facade (SW) consists of four building elements, from left to right: baggage depot (NW), the risalit, next to it the central section to which a stair hall is attached, and the third-class waiting room (SW). The baggage depot is provided with a renewed arched gate, above which three small windows are installed. The risalit was originally provided with a double panelled door with window and a three-paned fanlight, flanked by side windows furnished with a profile. The first storey originally contained two recessed windows. On the attic storey a window is installed, surrounded by a round arch on natural stone setting pieces. This window consists of three lights side by side, of which the middle one is provided with a six-paned fanlight. Originally the spandrels thereof were filled with decorative brickwork, which was also applied for the facade list. This further has projecting setting pieces, a keystone and a coping of natural stone. The decorative brickwork in the spandrels was obscured from view by rendering of the facade, as was the decorative gutter list. To the right of the risalit, before the third building element is the stairwell to the dwelling. This is a self-contained building unit, in which the placement of the small windows and the sloping roof slopes follow the course and turning of the stair. Hardstone coping lists accentuate the sloping lines. The original panelled door stands on a natural stone sill. Next to the stairwell an arched, two-part window with three-part fanlight is installed, on the first storey a double window with six-paned fanlights. A small roof dormer with double window projects into the roof slope. The facade of the third-class waiting room is provided with an arched double window with three fanlights, flanked by arched, single windows with a double fanlight.

The left side facade (NW), of the baggage depot, contains two windows grouped in pairs, likewise provided with natural stone sills and setting pieces on either side of a straight section.

The right side facade (SE), of the third-class waiting room, has a window arrangement, corresponding to that on the street side. The rear/platform facade (NE) consists from left to right of four building elements: the third-class waiting room is provided with a double, renewed entrance door, above which an arched fanlight of three lights is installed. On either side side windows are installed with an arched two-paned fanlight. The fanlights are framed by a beaded profile in brick. The setting stones of the relieving arches and the stones at the height of the mid-rail are executed in natural stone. The decorative brickwork is executed in a different colour brick than the rest of the facade. The entrance arrangement of the second-class waiting room in the second building element follows the same description. Above this entrance is a tile tableau in Art Nouveau style with the location designation "UITHOORN" and the name of the manufacturer "Westraven" of Utrecht. On the storey are three window openings with recessed sash windows. The middle window is divided into an eight-paned fanlight and an underframe divided by a glazing bar and is flanked by narrower windows with four-paned fanlight. The spandrels under the arched relieving arch are filled with decorative brickwork. In the hipped roof a roof dormer is installed. The third building element is the risalit with pointed gable. It contains a panelled door with window and a two-paned fanlight, flanked by side windows furnished with the same profile as described above. The first storey contains two recessed windows as in the second building element, while on the attic storey a window is installed, surrounded by a round arch on natural stone setting pieces. This window consists of three lights side by side, of which the middle one is provided with a six-paned fanlight. Here the spandrels are likewise filled with decorative brickwork, which was also applied for the facade list. The facade list further has projecting setting pieces, a keystone and a coping of natural stone. To the right side of this building element (N) the baggage depot is provided with a renewed, arched gate, above which three small windows on a natural stone sill are installed and are accentuated with ditto keystones. At the height of the attic storey a chimney projects through the roof, which is flanked by two square small windows.

The interior is still virtually intact, both as regards the layout of the floor plan and the presence of, among other things, ticket windows and wainscoting. However, lowered ceilings have been installed and in the third-class waiting room a wooden partition was placed.

Valuation

The station building is of general importance as a historico-functional main component of the station complex in Uithoorn. Furthermore, the station building is of cultural and architectural-historical importance as a largely well-preserved and rare example of station architecture of the medium type from the first decades of the 20th century in Berlage style, as well as for the memory of the Haarlemmermeerspoorlijnen.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map