TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Schoolgebouw, Godsweerderstraat 2

Roermond, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Onderwijs en wetenschap
Function
Schoolgebouw
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1905 - 1908
Address
Godsweerderstraat 2, 6041 GH Roermond (and others)
Place
Roermond
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
51.19536, 5.99297
Monument number
506219

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

3 historical maps cover this location, the earliest the 1898 map "402. Erkelenz." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Op de hoek van Godsweerderstraat en Godsweerdersingel gesitueerde vm. Teeken- en Ambachtsschool naar ontwerp van J. van Lokhorst en Nicolaas van der Schuit (Teekenschool, 1905), en gemeente-architect L.H. Luijten (Ambachtsschool, 1908). De gehele bouwcampagne stond onder ontwerpkunstige schutse van P.J.H. Cuypers terwijl de supervisie bij Jos. Cuypers was ondergebracht. Het schoolgebouw ligt aan de binnenzijde van de singel rond de binnenstad en maakt deel uit van de hoge, gesloten straatwand uit de laatste decennia van de 19de eeuw. In 1995-1996 is de Teekenschool gerestaureerd.

Omschrijving

De plattegrond van de Teekenschool heeft de vorm van een U en levert samen met de Ambachtsschool een bouwblok in de vorm van een vijfhoek met ingesloten binnenhof op. De noordgevel vertoont een stompe hoek en grenst (deels) aan de Begijnhofstraat, de oostgevel ligt aan de Godsweerdersingel, de zuidgevel heeft een stompe hoek en maakt deel uit van de Godsweerderstraat en buigt naar het westen. Alle vleugels van de vijfhoek tellen twee bouwlagen plus zolderverdieping onder afgeknotte zadeldaken en zijn gemetseld in rode baksteen (kruisverband) - voorzien van lagen in gele baksteen op een plint van ruw behouwen kolenzandsteen. Over de gevels verdeeld zijn betegelde ruitvormige tableau's aangebracht met symbolen van de schone en toegepaste kunsten, afgewisseld met verklarende teksten. Op de zuid-oostelijke straathoek is de geprofileerde hoofdingang met links en rechts ajour smeedijzeren lantaarnarmen: de ingangspartij springt iets naar voren en telt boven de ingang met rondboog een wimberg met daarin een hoogreliëf (voorstelling: een zittende vrouw, twee kindertjes onderrichtend) twee bouwlagen met elk een drielichtvenster; de geveltop wordt geleed door een getrapt, klimmend fries terwijl natuursteen, lisenen, rondboog en siermetselwerk (o.a. in ruitpatroon) de ingangspartij verder verlevendigen; bovenop de geveltop een blauw natuurstenen leeuw met het stadswapen, beneden aan de daklijsten een arend (links) en een uil (rechts). Zowel links als rechts grenzen drie traveeën aan de hoofdingang, de middelste travee breder dan de andere, van elkaar gescheiden door pilasters; de twee (brede) middelste traveeën hebben in boven- en onderverdieping een klimmend drielicht van getoogde vensters onder één segmentboog, de smallere traveeën elk een getoogd venster op beide verdiepingen. Boven de middelste travee een dakkapel met aangrenzende, bakstenen balustrade, aan de zijde van de Godsweerderstraat beëindigd met een beeld van een pelikaan, aan de zijde van de singel met een phoenix. Tussen de bouwlagen, links van de ingangspartij en ter breedte van drie traveeën een tegeltableau met de tekst "NUTTIGE EN BEELDENDE KUNSTEN" en in de gevel rechts naast de voordeur van de Teekenschool een steen met inscriptie "Ao O.H.I.C. MCMIV", de voordeur zelf is met fraai uitgesmede gehengen uitgevoerd, het bovenlicht van gekleurd glas-in-lood voorzien. De gevel aan de Godsweerdersingel en de zuidgevel van de Teekenschool tellen acht en resp. zes identieke traveeën, alle gescheiden door pilasters met op de eerste bouwlaag een klimmend drielicht van getoogde vensters onder een segmentboog en op de tweede laag getoogde drielichtvensters onder een band van afwisselend rood en geel metselwerk waarboven een dubbel muizentandfries; om en om zijn de traveeën tussen de bouwlagen voorzien van een ruitvormig tegeltableau met siermetselwerk waarbij de voorstelling correspondeert met het onderwijs, echter aan de zijde van de Godsweerderstraat met het rijkswapen en het opschrift "je maintiendrai" en aan de singelzijde met het wapen van de provincie Limburg. Op de pilasters zijn op twee hoogtes smeedijzeren ankers aangebracht t.w. op beide bouwlagen aan de bovenzijden van de vensters. De kopse zijde van de noordgevel grenst aan de singel, heeft een geveltop met klimmend trapgevelfries en een uitgemetseld rookkanaal op de gevel, dit rookkanaal verjongt zich naar beneden; halverwege 2 x 2 smeedijzeren ankers, zo ook links en rechts in he gevelveld ter hoogte van het rookkanaal. Voorts bevat de kopse kant van de noordgevel twee tegeltableau's: het linker stelt een vrouwenfiguur voor, eronder een tegeltableau met het opschrift BEZIELING, het rechter een mannelijke figuur, in het tegeltableau eronder het woord ARBEID. De zuidgevel bevat onder een korfboog de hoofdingang van de voormalige Ambachtsschool; de poort heeft twee natuurstenen treden en een hoog bovenlicht dat in drieën is verdeeld en glas-in-lood bevat. Hierboven is een mozaïektableau met de tekst "AMBACHTSSCHOOL". Naar boven toe bestaat deze travee uit een topgevel met klimmend drielicht en gevelanker, de top geflankeerd door polygonale bakstenen pinakels voorzien van natuurstenen basis en dito afdekking met klimmend drielicht. Vlakke pilasters scheiden drie gekoppelde traveeën die door een dubbele muizentandlijst worden afgesloten. De linker travee springt lichtjes naar voren. De traveeën hebben elk twee vensterassen met in beide bouwlagen een rechtgesloten venster onder korfboog waarin siermetselwerk. In het midden hebben de traveeën een vierkant tegeltableau, de middelste travee heeft links geen venster(s) maar een poort met bovenlicht, allebei onder een korfboog. Waar de westgevel aansluit op de zuidgevel verrijst uit de dakrand een hoektoren met vier smalle, hoge rechthoekige vensters onder rondbogen terwijl de toren door vier trompen in een uitkragende achthoek eindigt; aan de straatzijde heeft de toren smalle, rechthoekige vensters onder rondbogen met siermetselwerk in de lunetten; onder de daklijst en onder de vensters is siermetselwerk aangebracht; het dak is belegd met leien in Maasdekking. De noord-westelijke gevel is in de eerste drie traveeën identiek aan de zuid-westelijke, met dien verstande dat een twee maal zo brede, a-symmetrisch ingedeelde geknikte travee ter breedte van twee vensters via een schoorsteen met verschillende versnijdingen naar de noordelijke travee leidt. De eerste drie en de vijfde travee vanaf de toren hebben in het midden een tegeltableau. De oostgevel (=singelzijde) eindigt in een smalle travee waarin een glazen toegangsdeur (1996) met bovenlicht, de deur is gevat in oude, sierlijk smeedijzeren gehengen.

De pilasterloze noordgevel heeft aan de linkerzijde over een breedte van vier traveeën op beide bouwlagen vier identieke zesruits vensters onder boogvelden met siermetselwerk waarbij onder de vensters op de verdieping een zogenoemd "onderlicht" is aangebracht. Rechts bestaat de noordgevel uit twee identieke boven elkaar geplaatste 24-ruits vensters, boven elk een strook siermetselwerk in de kleuren rood en geel. Een dubbel muizentandfries sluit de gevel af, het zadeldak is belegd met grijze muldenpannen. Aan de rechterzijde beëindigt een gele bakstenen met blauw-grijze lagen geaccentueerde pilaster uit 1995-1996 de noordgevel. Een brede doorgang tussen de Teekenschool en de Ambachtsschool ontsluit de binnenhof aan de noordzijde. De Ambachtsschool telt aan deze zijde één travee, in geleding en indeling een voortzetting van de noord-westelijke gevel van deze school, zij het dat een schoorsteen beide geveldelen die samen een stompe hoek vormen, verbindt. De binnenhofgevel van de Ambachtsschool vertoont als gevolg van partiële sloop een ongedifferentieerd gevelbeeld met sporen van vroegere lokalenindeling, raampartijen, balklagen en bijbehorende polychromie. Tegen de binnenhofzijde van de noordgevel aanbouwen uit 1995-1996. De binnenhofgevel van de Teekenschool (achterzijde Godsweerderstraat) bestaat van rechts naar links over twee bouwlagen uit vijf identieke venstertraveeën van zesruits vensters onder korfbogen met siermetselwerk, de rij op de begane grond is voorzien van een "onderlicht"; op de begane grond geheel links een smalle venstertravee met dubbel klapraam waarboven een vierruits venster, op de tweede laag een smal hoog vierruits venster, beide onder korfbogen met siermetselwerk. De binnenhofgevel van de Teekenschool (achterzijde Godsweerdersingel) heeft zeven venstertraveeën; de vier linker op beide lagen als die van de binnenhofgevel van de Godsweerderstraat, zo ook de drie rechter op de begane grond met een smal gedeeld venster geheel rechts; op de verdieping drie venstertraveeën van zesruits vensters onder korfbogen met siermetselwerk, twee met een "onderlicht" - het venster uiterst rechts is zesdelig en heeft een boogstelling met o.a. een spitsboog en bijbehorende baksteentracering, het geheel onder korfboog met siermetselwerk. Inwendig ligt het zwaartepunt van de bescherming met name in de behouden hoofdstructuur o.a. bestaand uit gangen (op de begane grond met graatgewelven, op de verdieping overdekt door stucplafonds tussen diafragmaboogjes), uit de voormalige klaslokalen gegroepeerd rond de binnenhof plus overige vertrekken en uit het grote trappenhuis, als ook in de aankleding en uitvoering met bijvoorbeeld vloertegels, lambris, geschilderd metselwerk, polychromie en profilering, glas-in-lood, consoles en (tijdens de restauratie 1995-1996) verhulde ijzeren balken.

Waardering

De voormalige TEEKEN- EN AMBACHTSSCHOOL is zeer representatief voor de nieuwe esthetische opvattingen zoals P.J.H. Cuypers die vanaf 1856-1860 (zijn eerste kerken met schoonwerk-interieurs) ontwikkelde. Het object vertoont eenvoudige doch zorgvuldige materiaalbehandeling waarin invloed van P.J.H. Cuypers doorklinkt. Tevens is van kunst- en architectuurhistorisch belang dat het object, zowel in uitwendige als inwendige staat goeddeels "bevrijd" is van historische verwijzingen. Voor de Ambachtsschool kan worden aangetekend dat de bouwkundige en bouwkunstige samenklank met de Teekenschool als zeer geslaagd kan worden aangemerkt: de verschillende bouwdata (1908 resp. 1905) zijn weliswaar in de gebouwen waarneembaar en ofschoon de Ambachtsschool zowel uit- als inwendig iets minder rijk is uitgevoerd dan de Teekenschool kunnen de bouwfasen c.q. schooltypen worden onderscheiden maar niet gescheiden. Ook als volwaardige historisch-onderwijskundige tegenhanger van het tekenonderwijs verdient de Ambachtsschool te worden gewaardeerd binnen het totale architectonisch concept: de ligging van beide schooltypen om één binnenhof is in dit opzicht architectonisch, functioneel en symbolisch van cultuurhistorische waarde te achten. Het object vertegenwoordigt algemeen belang als architectonische manifestatie van een doelgericht streven naar systematisering en verbetering van het kunst- en ambachtsonderwijs dat de jaren rond 1900 kenmerkte. De inzet van verschillende architecten en bouwkundigen bij de totstandkoming van de Teeken- en Ambachtsschool leidde tot een ingewikkelde en interessante bouwgeschiedenis met belang voor de architectuurhistorie. Van uit wat in oorsprong een rijks bouwopdracht was, ontwikkelde zich tijdens het ontwerpproces een gecompliceerde betrokkenheid van verschillende personen en ontwerpvaardigheden, autoriteiten en verantwoordelijkheden hetgeen niettemin een historisch gebouw met volstrekt eigen signatuur opleverde. Binnen de laat 19de-eeuwse, vroeg 20ste-eeuwse singelbebouwing vormt de voormalige Teeken- en Ambachtsschool een waardevol element en geldt het bouwwerk in zijn volume, geleding en decoratie als structurerend voor de Godsweerdersingel als onderdeel van het beschermd stadsgezicht.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Situated at the corner of Godsweerderstraat and Godsweerdersingel, the former Drawing and Craft School designed by J. van Lokhorst and Nicolaas van der Schuit (Drawing School, 1905), and municipal architect L.H. Luijten (Craft School, 1908). The entire building campaign was under the design supervision of P.J.H. Cuypers while supervision was placed with Jos. Cuypers. The school building is located on the inner side of the singel around the city centre and forms part of the high, enclosed street facade from the last decades of the 19th century. In 1995-1996 the Drawing School was restored.

Description

The plan of the Drawing School is U-shaped and together with the Craft School forms a building block in the shape of a pentagon with an enclosed courtyard. The north facade shows an obtuse angle and borders (partly) on Begijnhofstraat, the east facade lies on the Godsweerdersingel, the south facade has an obtuse angle and forms part of Godsweerderstraat and bends to the west. All wings of the pentagon have two storeys plus an attic storey beneath truncated gabled roofs and are built in red brick (bond) - laid with courses of yellow brick on a plinth of rough-hewn coal sandstone. Distributed across the facades are tiled diamond-shaped panels with symbols of the fine and applied arts, alternated with explanatory texts. On the south-eastern street corner is the profiled main entrance with decorative wrought-iron lamp arms on either side: the entrance section projects slightly forward and above the entrance with a round arch has a hood-moulding containing a high relief (representation: a seated woman instructing two children) two storeys each with a three-light window; the gable top is articulated by a stepped, ascending frieze while natural stone, pilasters, round arch and decorative brickwork (including in diamond pattern) further enliven the entrance section; on top of the gable top a blue natural stone lion with the city coat of arms, below the roof lines an eagle (left) and an owl (right). Both left and right three bays are adjacent to the main entrance, the middle bay wider than the others, separated from each other by pilasters; the two (wide) middle bays have in upper and lower storey an ascending three-light of arched windows beneath one segmental arch, the narrower bays each an arched window on both storeys. Above the middle bay a roof dormer with adjacent brick balustrade, at the side of Godsweerderstraat finished with an image of a pelican, at the side of the singel with a phoenix. Between the storeys, left of the entrance section and to the width of three bays a tile panel with the text "NUTTIGE EN BEELDENDE KUNSTEN" and in the facade right next to the Drawing School door a stone with inscription "Ao O.H.I.C. MCMIV", the front door itself executed with finely wrought hinges, the fanlight provided with coloured leaded glass. The facade on the Godsweerdersingel and the south facade of the Drawing School count eight and respectively six identical bays, all separated by pilasters with on the first storey an ascending three-light of arched windows beneath a segmental arch and on the second storey arched three-light windows beneath a band of alternating red and yellow brickwork with above it a double dentil frieze; alternately the bays between the storeys are provided with a diamond-shaped tile panel with decorative brickwork where the representation corresponds with the teaching, however at the side of Godsweerderstraat with the state coat of arms and the inscription "je maintiendrai" and at the singel side with the coat of arms of the province of Limburg. On the pilasters ornamental wrought-iron wall anchors are applied at two heights, namely on both storeys at the upper sides of the windows. The gable end of the north facade borders on the singel, has a gable top with ascending stepped gable frieze and a built-up chimney on the facade, this chimney tapers downwards; halfway down 2 x 2 wrought-iron wall anchors, similarly left and right in the facade field at the height of the chimney. Furthermore the gable end of the north facade contains two tile panels: the left represents a female figure, beneath it a tile panel with the inscription BEZIELING, the right a male figure, in the tile panel beneath it the word ARBEID. The south facade contains beneath a basket arch the main entrance of the former Craft School; the door has two natural stone steps and a tall fanlight divided into three parts and containing leaded glass. Above this is a mosaic panel with the text "AMBACHTSSCHOOL". Upwards this bay consists of a top gable with ascending three-light and wall anchor, the top flanked by polygonal brick pinnacles provided with natural stone base and likewise capping with ascending three-light. Flat pilasters separate three coupled bays which are terminated by a double dentil moulding. The left bay projects slightly forward. The bays each have two window axes with in both storeys a rectangular window beneath basket arch in which decorative brickwork. In the middle the bays have a square tile panel, the middle bay has no window(s) on the left but a door with fanlight, both beneath a basket arch. Where the west facade adjoins the south facade rises from the roof edge a corner tower with four narrow, tall rectangular windows beneath round arches while the tower terminates in an overhanging octagon by four squinches; at the street side the tower has narrow, rectangular windows beneath round arches with decorative brickwork in the lunettes; beneath the roof line and beneath the windows decorative brickwork is applied; the roof is covered with slates in Maas pattern. The north-western facade is in the first three bays identical to the south-western, with the proviso that a twice as wide, asymmetrically divided bent bay to the width of two windows via a chimney with various rebates leads to the northern bay. The first three and the fifth bay from the tower have in the middle a tile panel. The east facade (=singel side) ends in a narrow bay containing a glazed access door (1996) with fanlight, the door is set in old, elegantly wrought-iron hinges.

The pilaster-less north facade has on the left side over a width of four bays on both storeys four identical six-pane windows beneath relieving arches with decorative brickwork whereby beneath the windows on the storey a so-called "underlight" is applied. To the right the north facade consists of two identical 24-pane windows placed one above the other, above each a strip of decorative brickwork in the colours red and yellow. A double dentil frieze closes off the facade, the gabled roof is covered with grey pan tiles. At the right side a yellow brick with blue-grey layer accentuated pilaster from 1995-1996 ends the north facade. A wide passage between the Drawing School and the Craft School provides access to the courtyard on the north side. The Craft School has on this side one bay, in articulation and arrangement a continuation of the north-western facade of this school, except that a chimney connects the two facade sections which together form an obtuse angle. The courtyard facade of the Craft School displays as a result of partial demolition an undifferentiated facade image with traces of former room arrangement, window sets, floor layers and associated polychromy. Lean-tos against the courtyard side of the north facade from 1995-1996. The courtyard facade of the Drawing School (rear of Godsweerderstraat) consists from right to left over two storeys of five identical window bays of six-pane windows beneath basket arches with decorative brickwork, the row on the ground floor is provided with an "underlight"; on the ground floor far left a narrow window bay with double casement window above which a four-pane window, on the second storey a narrow tall four-pane window, both beneath basket arches with decorative brickwork. The courtyard facade of the Drawing School (rear of Godsweerdersingel) has seven window bays; the four left ones on both levels as those of the courtyard facade of Godsweerderstraat, likewise the three right ones on the ground floor with a narrow divided window at the far right; on the storey three window bays of six-pane windows beneath basket arches with decorative brickwork, two with an "underlight" - the window at the far right is six-part and has an arch arrangement with among others a pointed arch and associated brick tracery, the whole beneath basket arch with decorative brickwork. Internally the focus of the protection lies in particular in the preserved main structure consisting among others of corridors (on the ground floor with groin vaults, on the storey covered by stucco ceilings between diaphragm arches), of the former classrooms grouped around the courtyard plus other rooms and of the large stairwell, as also in the furnishing and execution with for example floor tiles, wainscoting, painted brickwork, polychromy and moulding, leaded glass, consoles and (during the 1995-1996 restoration) concealed iron beams.

Valuation

The former DRAWING AND CRAFT SCHOOL is highly representative of the new aesthetic principles that P.J.H. Cuypers developed from 1856-1860 onwards (his first churches with exposed interior brickwork). The object shows simple yet careful material treatment in which the influence of P.J.H. Cuypers resonates. Also of art and architectural historical importance is that the object, both in external and internal state is largely "freed" from historical references. For the Craft School it can be noted that the structural and architectural harmony with the Drawing School can be regarded as very successful: the different construction dates (1908 respectively 1905) are certainly discernible in the buildings and although the Craft School both externally and internally is executed somewhat less richly than the Drawing School the building phases and school types can be distinguished but not separated. Also as a full historical-pedagogical counterpart to drawing education the Craft School deserves to be valued within the total architectural concept: the location of both school types around one courtyard is in this respect architecturally, functionally and symbolically of cultural-historical value. The object represents general importance as an architectural manifestation of a purposeful endeavour towards systematisation and improvement of art and craft education that characterised the years around 1900. The involvement of different architects and builders in the creation of the Drawing and Craft School led to a complicated and interesting building history of importance for architectural history. From what was originally a state building commission, a complicated involvement of different persons and design skills, authorities and responsibilities developed during the design process which nevertheless resulted in a historic building with a completely individual character. Within the late 19th-century, early 20th-century singel development the former Drawing and Craft School forms a valuable element and the building is considered in its volume, articulation and decoration as structuring for the Godsweerdersingel as part of the protected townscape.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map