Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kerk, Kommisjewei 25
Opeinde, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1908
- Address
- Kommisjewei 25, 9218 PC Opeinde (Smallingerland 21)
- Place
- Opeinde
- Municipality
- Smallingerland
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.13368, 6.06583
- Monument number
- 499273
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft Library
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 8 Heerenveen, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De volgens de principes van centraalbouw ontworpen hervormde KERK met klokkentoren en traptoren uit 1908 is naar ontwerp van Wolter te Riele Gzn. uitgevoerd in een stijl die getypeerd kan worden als een heroriëntatie op historische architectuurelementen. Aannemer was Klaas A. van der Veen uit Drachten. Het kerkterrein aan de doorgaande weg tussen Nijega en Drachten is omgeven door hoog opgaande singelbeplanting en aan de straatzijde afgescheiden door een beukenhaag; twee gemetselde posten met ezelsruggen waarop keramische daktegels markeren de toegang; op de grasperken aan weerszijden van het toegangspad een hulstboom en een rododendron. Het kerkterrein valt buiten de bescherming. De kerk is gebouwd op een oud erf: de oude kerk stond tot 1909 daar waar thans nog de klokkenstoel op het vm. kerkhof staat. Aanvankelijk was W. te Riele verzocht een restauratieplan voor de oude kerk te maken, die vermoedelijk wegens de geraamde kosten is komen te vervallen ten gunste van nieuwbouw. De in 1975 aan de achterzijde vergrote consistoriekamer, naar ontwerp van aannemer H. Veldstra, in afwijkende steensoort en voorzien van een plat dak, valt buiten bescherming wegens de geringe ouderdom en de geringe architectonische waarde.
Omschrijving
De globale grondslag van het kerkgebouw is van een Grieks kruis; de armen aan de oost- en westzijde zijn als twee driezijdig gesloten uitbouwen toegevoegd. Aan de achterzijde, de zuidzijde, is een consistoriekamer aangebouwd die in 1975 is vergroot. De consistoriekamer heeft H-vensters. De ingangszijde, de noordzijde, wordt architectonisch benadrukt door de plaatsing van een vierkante klokkentoren, deels in de kerkzaal gebouwd en wordt begeleid door een 4/6de traptoren in de noordoost hoek. De toegang bevindt zich in een enigszins uitgemetselde gevelwand met beeldhouwwerk. De kerk is opgetrokken uit donkerbruine bakstenen in staand verband. Het trasraam is een halve steen uitgemetseld en wordt afgesloten door afgeschuinde vormstenen; een vrijwel geheel omlopende muizetandlijst onder afgeschuinde vormstenen sluit de hoge borstwering af.
Elke driezijdige uitbouw aan de kerkzaal heeft drie rondboogramen met bakstenen raamtraceringen onder een strekboog. De ramen zijn voorzien van gekleurde glas-in-loodramen met drie symbolische voorstellingen aan de ene zijde en de corresponderende woorden aan de andere zijde. Aan de noordzijde, aan weerszijden van de twee torens, zijn rondbogige spaarvelden gemetseld. Onder de dakvoet van de kerkzaal is een muizetandlijst met hollijst. De kerkzaal wordt overdekt door een geknikt tentdak met bruin geglazuurde Tuile-du-Nord pannen. Deze pannen liggen ook op de daken van de uitbouwen; alle hebben hoekige vorsten op de hoekkepers. Op de snijpunten van de noklijn en hoekkepers staan zinken pironnen. De vierkante klokkentoren rijst boven kerk en traptoren uit. In klokkenstoel een klok van anonieme gieter, 1659, diam. 66 cm. Een muizetandlijst onderscheidt de bovenste bouwlaag van de beide vrijwel ongelede torens. De vierkante torenspits wordt gedekt met bruin geglazuurde Tuile-du-Nord pannen en bekroond door een pijnappel met een smeedijzeren torenkruis en een weerhaan. In het onderste torensegment is een rondboogvenster met gekleurd glas-in-lood en een lichtsleuf met groene en ongekleurde ruitjes. De klokkenzolder heeft aan elk van de vier zijden een spitsbogig galmgat met vijf galmborden en telkens aan weerszijden daarvan een spitsbogig spaarveld. Op de slanke vierzijdige traptoren ligt een enigszins ingezwenkt en overstekend schubbendak zonder goot, van bruin geglazuurde daktegels; op de hoekkepers liggen ronde vorstpannen. De toren wordt bekroond door een zinken, deels vergulde kruisbloem. In de traptoren zijn lichtsleuven uitgespaard met groene en ongekleurde ruitjes. De bovenste torengeleding bevat drie rondbogige glas-in-lood vensters met groene ruitjes. De noordzijde van de kerk bevat de uitgemetselde toegangspartij onder een tympaanvormige bekroning, gedekt met vernieuwde matgeglazuurde bruine daktegels. In de linker zijwand van het ondiepe portiek is een rode zandstenen gedenksteen met inscriptie in neogotische letters: GESTICHT NOVEMBER 1908. De kraalhouten dubbele toegangsdeur heeft sierlijk hangwerk. De toegang wordt geflankeerd door een rondboogvenster onder rollaag, voorzien van nieuw, gekleurd matglas. Het aanzetstuk en de bekroning van de geveltop zijn voorzien van uitbundig beeldhouwwerk in zandsteen. Op de aanzetstukken een monstermasceron; in de geveltop een lijnreliëf met daarop afgebeeld een allegorische vrouwenfiguur: onder het wapen van Friesland en door een zon beschenen, zit een naar links gewende vrouw met een kruis in haar hand bij een altaar waarop een brandend hart en een gesloten boek met op de altaarvoet de inscriptie "I COR XIV / 40". Aan de rechterzijde van de vrouw een anker. Het beeldhouwwerk is omgeven door twee kopjes met haarband en bekroond met een rijksappel.
Het interieur is in hoge mate oorspronkelijk met een betegelde vloer, glas-in-lood ramen en een geleed stucplafond met eenvoudige bloemdecoratie op de snijpunten van de gecanneluurde banden. De voorkerk bestaat uit een houten tochtportaal met kleine dienstruimtes aan weerszijden, alles onder een bovengalerij op twee kolommen. De kerkzaal is ingericht met historisch en contemporain meubilair.
Tot het historisch meubilair, afkomstig uit de oude kerk die elders stond, behoort onder meer de 17de-eeuwse preekstoel met klankbord met vernieuwde evangelistensymbolen op de hoeken, psalmborden en een luidklok in de toren uit 1659 met Latijns opschrift, wapenschilden en het stadswapen van Amsterdam. Tot het contemporaine meubilair behoren onder meer twee fraaie hanglampen en vier bijbehorende wandlampen, het doophek en vier gesloten banken: twee aan weerszijden van de preekstoel en twee onder de galerij bij de ingang. Boven de preekstoel bevindt zich de orgelgalerij met een éénklaviers kerkorgel uit 1909, van de Fa. Bakker en Timmenga uit Leeuwarden, voorzien van snijwerk (harp en trompet). Achter het orgel is een zolderruimte die wordt verlicht via een glas-in-loodvenster. De glas-in-loodramen in de uitbouwen verwoorden en symboliseren de drie kardinale deugden: FIDES (schild met kruis), SPES (anker) en CARITAS (vuurpot).
Waardering
De kerk is van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang vanwege:
- de toepassing van de centraalbouw als uitdrukkingsvorm van een protestantse kerk,
- de hoogwaardige esthetische kwaliteit van het ontwerp,
- het belang van de kerk binnen het oeuvre van de architect Wolter te Riele,
- als karakteristieke exponent van de historiserende bouwtrant in Friesland,
- het bijzondere en artistiek hoogwaardige beeldhouwwerk aan de ingangspartij,
- de hoge mate van gaafheid van het exterieur,
- de hoge mate van gaafheid van het interieur,
- de hoge mate van gaafheid van historische en contemporaine interieuronderdelen, waaronder hergebruikt oud meubilair,
- de hoge mate van uitzonderlijkheid van het geheel.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The Reformed CHURCH designed according to the principles of central-plan construction with bell tower and stair tower from 1908 is executed according to the design of Wolter te Riele Gzn. in a style that can be characterized as a reorientation towards historical architectural elements. The contractor was Klaas A. van der Veen from Drachten. The church grounds on the through road between Nijega and Drachten are surrounded by tall perimeter planting and separated from the street by a beech hedge; two mortared posts with saddle-backs on which ceramic roof tiles mark the entrance; on the grass verges on either side of the access path a holly tree and a rhododendron. The church grounds fall outside the protection designation. The church was built on an old plot: the old church stood until 1909 where the bell cote now still stands on the former churchyard. Initially W. te Riele was asked to make a restoration plan for the old church, which presumably due to the estimated costs was abandoned in favour of new construction. The vestry enlarged in 1975 at the rear, designed according to the plans of contractor H. Veldstra, in differing stone type and provided with a flat roof, falls outside protection due to its recent age and minor architectural value.
Description
The overall ground plan of the church building is that of a Greek cross; the arms on the east and west sides are added as two three-sided closed extensions. On the rear, the south side, a vestry is attached which was enlarged in 1975. The vestry has H-windows. The entrance side, the north side, is architectonically emphasized by the placement of a square bell tower, partly built into the church interior, and is accompanied by a 4/6ths stair tower in the northeast corner. The entrance is located in a somewhat protruding gable wall with sculptural work. The church is built of dark brown brickwork in running bond. The draft-strip window is recessed half a brick deep and is closed off by chamfered mouldings; an almost continuous dog-tooth moulding beneath chamfered mouldings closes off the high parapet.
Each three-sided extension of the church interior has three round-arch windows with brick window traceries beneath a straight arch. The windows are furnished with coloured leaded glass windows with three symbolic representations on one side and the corresponding words on the other side. On the north side, on either side of the two towers, round-arched spandrels are mortared. Beneath the eaves of the church interior is a dog-tooth moulding with hollow moulding. The church interior is covered by a bent tent roof with brown glazed Tuile-du-Nord tiles. These tiles also lie on the roofs of the extensions; all have angular ridge tiles on the hip rafters. On the intersection points of the ridge line and hip rafters stand zinc finials. The square bell tower rises above the church and stair tower. In the bell chamber a bell from an anonymous founder, 1659, diameter 66 cm. A dog-tooth moulding distinguishes the upper storey of the two virtually unadorned towers. The square tower spire is covered with brown glazed Tuile-du-Nord tiles and crowned by a pineapple finial with a wrought iron tower cross and weathervane. In the lowest tower segment is a round-arch window with coloured leaded glass and a light slot with green and uncoloured panes. The bell loft has on each of the four sides a pointed-arch louvre opening with five louvre boards and each time on either side thereof a pointed-arch spandrel. On the slender four-sided stair tower lies a somewhat splayed and overhanging scale roof without gutter, of brown glazed roof tiles; on the hip rafters lie round ridge tiles. The tower is crowned by a zinc, partly gilded cross-flower finial. In the stair tower light slots are cut out with green and uncoloured panes. The uppermost tower division contains three round-arch leaded glass windows with green panes. The north side of the church contains the protruding entrance section beneath a tympanum-shaped crown, covered with renewed matt-glazed brown roof tiles. In the left side wall of the shallow porch is a red sandstone memorial stone with inscription in neo-gothic letters: FOUNDED NOVEMBER 1908. The pinewood double entrance door has elegant ironwork. The entrance is flanked by a round-arch window beneath a relieving arch, furnished with new coloured matt glass. The base piece and the crown of the gable top are furnished with exuberant sculptural work in sandstone. On the base pieces a monster mascaron; in the gable top a line relief depicting an allegorical female figure: beneath the coat of arms of Friesland and illuminated by a sun, sits a woman facing left with a cross in her hand at an altar upon which a burning heart and a closed book with on the altar base the inscription "I COR XIV / 40". On the right side of the woman an anchor. The sculptural work is surrounded by two heads with headband and crowned with an imperial orb.
The interior is to a high degree original with a tiled floor, leaded glass windows and a articulated stucco ceiling with simple floral decoration at the intersections of the fluted bands. The vestibule consists of a wooden weathered porch with small service rooms on either side, all beneath an upper gallery on two columns. The church interior is furnished with historic and contemporary furnishings.
Historic furnishings, originating from the old church which stood elsewhere, include among others the 17th-century pulpit with sounding board with renewed evangelist symbols on the corners, psalm boards and a bell in the tower from 1659 with Latin inscription, armorial shields and the city coat of arms of Amsterdam. Contemporary furnishings include among others two fine hanging lamps and four corresponding wall lamps, the baptismal gate and four closed pews: two on either side of the pulpit and two beneath the gallery at the entrance. Above the pulpit is the organ gallery with a single-manual church organ from 1909, by Fa. Bakker and Timmenga from Leeuwarden, furnished with carved work (harp and trumpet). Behind the organ is an attic space which is illuminated via a leaded glass window. The leaded glass windows in the extensions express and symbolize the three cardinal virtues: FIDES (shield with cross), SPES (anchor) and CARITAS (fire pot).
Valuation
The church is of general cultural-historical and architectural-historical importance because of:
- the application of central-plan construction as a mode of expression for a Protestant church,
- the high aesthetic quality of the design,
- the significance of the church within the oeuvre of the architect Wolter te Riele,
- as a characteristic exponent of the historicizing building tradition in Friesland,
- the particular and artistically high-quality sculptural work at the entrance section,
- the high degree of integrity of the exterior,
- the high degree of integrity of the interior,
- the high degree of integrity of historic and contemporary interior components, including reused old furnishings,
- the high degree of exceptionality of the whole.
Nearby in the register
- Boerderij(M1), Kommisjewei 32Boerderijunder 1 mi
- Veestal, Kommisjewei 34Boerderijunder 1 mi
- Boerderij(M1), Kommisjewei 7Boerderijunder 1 mi
- Bijschuur, Kommisjewei 7Boerderijunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.