Rijksmonumentenregister · Netherlands
Gemeentelijk Badhuis
's-Gravenhage, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gezondheidszorg
- Function
- Badhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1925
- Address
- Spionkopstraat 13, 2572 NK 's-Gravenhage (and others)
- Place
- 's-Gravenhage
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.06113, 4.29542
- Monument number
- 487566
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1930 map "Plattegrond van Den Haag en Scheveningen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Gemeentelijk badhuis (Spionkopstraat 13), annex twee woningen (Spionkopstraat 11 en 15) in de stijl van de Nieuwe Haagse School met invloed van de architectuur van Berlage, gebouwd in 1925 naar het ontwerp van A.A. Schadee, chef van de bouwkundi- ge afdeling van Gemeentewerken. Het badhuis en de flankerende woningen vormen een vrijstaand geheel, met de voorgevels aan de Spionkopstraat. Het badhuis is ontworpen als onderdeel van een complex op een vierkant terrein tussen de Spionkop-, Colenso- en Majubastraat en het Kaapseplein. De andere drie zijden van dit vierkant boden plaats aan schoolgebouwen, waarvan slechts dat aan de Colensostraat nog min of meer in de oorspronkelijke vorm bestaat.
Omschrijving
Het centrale gedeelte van het badhuis bestaat uit een souterrain met hoofdverdieping en beslaat een rechthoek met aan de achterzijde een negenhoekige sluiting die wordt omgeven door een lagere, half-cirkelvormige omgang. Het centrale deel draagt een met pannen gedekt schilddak, bekroond door een ventilatie-opbouw met overhuivend tentdak. De omgang bezit een plat dak. Aan de voorzijde bevindt zich een lagere, plat gedekte ingangsvleugel met afgeschuinde hoeken en een verhoogd middengedeelte, waarin de hoofdingang. Deze vleugel bestaat, evenals het centrale badhuis zelf, uit een souterrain en hoofdverdieping. Terugliggende, eveneens plat gedekte zijvleugels vormen de verbinding met de beide woonhuizen. Zowel het badhuis als de woonhuizen zijn in baksteen uitgevoerd met daklijsten, cordonlijsten, lateien en vensterdorpels, waarvoor beton met spuitpleister is gebruikt. Het centrale badhuis vertoont aan de veelhoekige achterzijde gemetselde uitkragingen op de hoeken. De hoeken van de voorgevel zijn hoger opgetrokken en afgedekt door uitstekende betonnen platen. De omgang aan de achterzijde bezit steunberen en op de hoeken risalieten met ingangen onder betonnen luifels. Op de risalieten gemetselde hoekbekroningen als op de hoeken van de voorgevel. De omgang bevat voorts rechthoekige, dichtgezette vensters. De ingangsvleugel aan de voorzijde bezit op de afgeschuinde hoeken vensters met lateien en tot luifels uitgebouwde vensterbanken van beton. Een bakstenen bordes met zijtrappen geeft toegang tot de hoofdentree. Deze is geplaatst onder een betonnen luifel en bezit nog de authentieke vleugeldeur met panelen en siersmeedwerk. Hierboven is aan de muur een vlaggestok met in decoratief smeedwerk uitgevoerde houder aangebracht. Het bordes bezit aan de voorzijde een toegangsdeur naar het souterrain. Links van de ingangsvleugel is een trap naar de stookkelder, het trapgat is voorzien van een ijzeren hekwerk. Aan weerszijden van het centrale badhuis staat een hoge, in baksteen opgetrokken vierkante schoorsteen. De plat gedekte zijvleugels tussen de ingangsvleugel en de woningen bezitten viervoudig gekoppelde vensters en kruisvensters, alle met houten kozijnen. Het interieur heeft zijn structuur vrijwel geheel en zijn authentieke vormgeving voor een groot deel bewaard. De vestibule bij de hoofdingang en de gangen links en rechts bevatten lambrizeringen van gele tegels met een bruine bies. Het centrale badgedeelte, "binnenring" genaamd, bezit douchehokken die in het begin van de jaren tachtig zijn vernieuwd De "buitenring" wordt door de dragende muur van de binnenring hiervan gescheiden. De buitenring is vrijwel in de authentieke toestand bewaard gebleven: lambrizeringen en douchehokken bekleed met geglazuurde witte baksteen, plafond met draagbalken en consoles en zesruitsramen met houten kozijnen in de liggende vensters. De ramen zijn dichtgezet. Links van het centrale gedeelte de voormalige wachtruimte voor de mannen; rechts van het centrale gedeelte de voormalige vrouwenwachtruimte, oorspronkelijk met kleedhokken en douches. Dit gedeelte is begin jaren tachtig verbouwd tot peuterzwembad. Het souterrain bevat in het linker deel een stookkelder met drie ketels en een boilerkelder met drie boilers; in het rechter deel een stookkelder met twee ketels (alle ketels later vernieuwd). De beide personeelswoningen staan met een lange gevel aan de straat. Zij omvatten een souterrain en een bouwlaag en dragen een met pannen gedekt zadeldak tussen puntgevels met rollagen. In het zadeldak aan de voor- en achterzijde een houten dakkapel onder een schilddakje. Beide woonhuizen bezitten op de naar de ingangsvleugel gekeerde hoek een via een trap bereikbare ingangsloggia met gemetselde hoekpijler. De woning aan Spionkopstraat 11 heeft de authentieke voordeur behouden. De vensters bezitten houten kruiskozijnen. De tuinen van de beide huizen worden omheind door gemetselde tuinmuren met betonnen afdekking. Het badhuis en de beide personeelswoningen zijn van belang uit architectuurhistorisch, sociaalhistorisch en stedebouwkundig oogpunt. Architectuurhistorische waarde bezit het complex als voorbeeld van de sobere expressionistische stijl met invloeden van zowel de Nieuwe Haagse School als Berlage, die in de jaren twintig van de twintigste eeuw veel voor openbare gebouwen in Den Haag werd toegepast. Sociaalhistorische waarde bezit het uit een oogpunt van de geschiedenis van de zorg voor de volksgezondheid. Als enig goed bewaard gebleven badhuis van de dertien die rond 1925 in Den Haag in gebruik waren, gebouwd met financiele steun van de gemeente ten behoeve van de arbeidende klasse en geexploiteerd door de vereniging "Volksbad", heeft het bovendien een belangrijke typologische en zeldzaamheidswaarde. Structuur, exterieur en een groot deel van de inwendige vormgeving en materiaalbehandeling zijn intact. De stedebouwkundige betekenis ontleent het complex aan de situering in een, oorspronkelijk verder door scholen omgeven, bouwblok dat bij de aanleg van de wijk als zodanig werd ontworpen, waarbij het centrale badhuis in de as van de Rondebosstraat is gesitueerd.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Municipal bathhouse (Spionkopstraat 13), annex two dwellings (Spionkopstraat 11 and 15) in the style of the Nieuwe Haagse School with influence from the architecture of Berlage, built in 1925 to the design of A.A. Schadee, chief of the architectural department of Municipal Works. The bathhouse and the flanking dwellings form a detached ensemble, with the front facades on Spionkopstraat. The bathhouse was designed as part of a complex on a square site between Spionkop-, Colenso- and Majubastraat and Kaapseplein. The other three sides of this square provided space for school buildings, of which only the one on Colensostraat still exists in more or less its original form.
Description
The central section of the bathhouse consists of a basement with principal floor and covers a rectangle with at the rear a nine-sided closure which is surrounded by a lower, semi-circular ambulatory. The central part carries a hipped roof covered with tiles, crowned by a ventilation structure with overhanging tent roof. The ambulatory has a flat roof. On the front side there is a lower, flat-roofed entrance wing with chamfered corners and a raised central section, in which the main entrance. This wing consists, like the central bathhouse itself, of a basement and principal floor. Recessed, likewise flat-roofed side wings form the connection with both dwellings. Both the bathhouse and the dwellings are executed in brick with roof cornices, string courses, lintels and window sills, for which concrete with spray render was used. The central bathhouse shows at the polygonal rear side masonry cantilevers at the corners. The corners of the front facade are built higher and covered by projecting concrete plates. The ambulatory at the rear has buttresses and at the corners risalits with entrances under concrete canopies. On the risalits masonry corner parapets as at the corners of the front facade. The ambulatory further contains rectangular, blocked windows. The entrance wing on the front side has at the chamfered corners windows with lintels and window sills of concrete built out as canopies. A brick platform with side staircases gives access to the main entrance. This is placed under a concrete canopy and still possesses the authentic panelled door with panels and ornamental ironwork. Above this is attached to the wall a flagpole with holder executed in decorative ironwork. The platform has on the front side an access door to the basement. To the left of the entrance wing is a staircase to the boiler room, the stairwell is provided with iron railings. On either side of the central bathhouse stands a high, square chimney built in brick. The flat-roofed side wings between the entrance wing and the dwellings have quadruple coupled windows and cross windows, all with timber frames. The interior has preserved its structure virtually completely and its authentic character for a large part. The vestibule at the main entrance and the corridors on the left and right contain lambrequins of yellow tiles with a brown band. The central bathing area, called the "inner ring", has shower cubicles that were renewed in the early eighties. The "outer ring" is separated from this by the load-bearing wall of the inner ring. The outer ring has been preserved in virtually authentic condition: lambrequins and shower cubicles clad with glazed white brick, ceiling with supporting beams and consoles and six-pane windows with timber frames in the horizontal windows. The windows are blocked. To the left of the central section the former waiting room for men; to the right of the central section the former women's waiting room, originally with changing cubicles and showers. This section was converted in the early eighties into a toddler pool. The basement contains in the left part a boiler room with three boilers and a boiler room with three boilers; in the right part a boiler room with two boilers (all boilers later renewed). Both staff dwellings stand with a long facade on the street. They comprise a basement and one storey and carry a hipped roof covered with tiles between gable ends with roll courses. In the hipped roof on the front and rear side a wooden roof dormer under a small hipped roof. Both dwellings have on the corner facing the entrance wing an entrance loggia accessible via a staircase with masonry corner pillar. The dwelling at Spionkopstraat 11 has retained the authentic front door. The windows have timber cross windows. The gardens of both houses are enclosed by masonry garden walls with concrete capping. The bathhouse and both staff dwellings are of importance from an architectural-historical, socio-historical and urban planning point of view. The complex has architectural-historical value as an example of the sober expressionist style with influences from both the Nieuwe Haagse School and Berlage, which in the nineteen-twenties was frequently applied to public buildings in The Hague. It has socio-historical value from the perspective of the history of public health care. As the only well-preserved bathhouse of the thirteen that were in use in The Hague around 1925, built with financial support from the municipality for the benefit of the working class and operated by the association "Volksbad", it furthermore has an important typological and rarity value. Structure, exterior and a large part of the internal character and material treatment are intact. The complex derives its urban planning significance from its location in a building block which, originally further surrounded by schools, was designed as such when the district was laid out, with the central bathhouse situated in the axis of Rondebosstraat.
Nearby in the register
- R.K. Kerk van de Heilige MarthaKerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Woonhuis, Parallelweg 227Woonhuisunder 1 mi
- Bedrijfs-,fabriekswoning, Parallelweg 225Bedrijfs-,fabriekswoningunder 1 mi
- Industrie, Parallelweg 225Industrieunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.