Rijksmonumentenregister · Netherlands
Transport, ILSY-plantsoen 1
's-Gravenhage, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Transport
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- ILSY-plantsoen 1, 2497 GA 's-Gravenhage
- Place
- 's-Gravenhage
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.04055, 4.35444
- Part of complex
- 480790
- Monument number
- 480816
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesLeiden University LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Hollandiae meridionalis descriptio nova" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
STATIONSGEBOUW YPENBURGNaar functionalistisch ontwerp van J.A. Brinkman en L.C. van der Vlugt op concave plattegrond met in- en uitspringende bouwvolumes uitgevoerd STATIONSGEBOUW, hoofdgebouw van het luchthavencomplex Ypenburg (1935-37), met een uitbreiding aan de noordzijde naar ontwerp van M. Zwanenburg.
Het achttien segmenten tellende stationsgebouw bevat twee onderkelderde zijvleugels met bel-etage te weerszijden van de deels uit een, deels uit twee bouwlagen bestaande middenpartij. Alle volumes zijn afgedekt door platte, licht overstekende daken, waarbij het dak aan de zuidzijde een halfronde contour heeft en het dak van de verkeers- of starttoren geheel cirkelvormig is met afgeschuinde daklijst. In oorsprong waren de overstekende betonnen daken van de zijvleugels als dakterrassen ingericht met bijbehorende (doch thans niet meer aanwezige) in staal en draadglas uitgevoerde windschermen en stalen buisleuningen, waarbij onder de overstekende daklijsten zonneschermen waren gemonteerd. De dakterrassen zijn toegankelijk via de gespiegelde trappenhuizen van staal en glas, met in oorsprong elk bovenaan een cilindrich volume boven het terras. Thans resteert alleen de cilindrische bovenbouw van het zuidelijk trappenhuis, die aan de westzijde geheel is uitgevoerd in staal en glas en voor het overige is gemetseld met rondom horizontale bovenlichten. Het noordelijk trappenhuis is naderhand ingekort; het dak van de noordvleugel is nu via een stalen buitentrap bereikbaar. Bij deze grotendeels transparante trappenhuizen is zoveel mogelijk een nagenoeg vierkante onderverdeling toegepast met afgeschuinde vensters onder de evenwijdig aan de rechte bordes-trappen afgeschuinde dakvlakken en met witgeschilderde vensters langs de onderzijden.
Bij de bouw is een skelet van gewapend beton toegepast (zo licht mogelijk uitgevoerd door Wernink's Betonmaatschappij te Leiden), die deels in het zicht komt in in- en exterieur en die ronde kolommen en rechthoekige balken, deels met afgeschuinde uiteinden, bevat. De niet-dragende muren zijn van kalkzandsteen, met witte muurverf bestreken, en bevatten in oorsprong rondom stalen buitendeuren en vensterkozijnen met deels vrijwel vierkante, deels rechthoekige onderverdeling (geleverd door de Nationale Staalindustrie te Rotterdam); de betonnen plinten waren in oorsprong zwart geverfd. Thans zijn alleen bij de transparante trappenhuizen bij het zesde en twaalfde segment en de twaalfzijdige, deels overkragende verkeerstoren bij het negende segment nog de oorspronkelijke staalkozijnen, stalen buisleuningen en beglaasde staaldeuren bewaard gebleven; ook de stalen keldervensters zijn nog origineel.
In het stationsgebouw waren in oorsprong in het centrale deel een transparante reizigershal met KLM-balie, kaartenkamer, radiodienst, postkamer, kleedruimten voor de Aeroclub, en vertrekken voor douane en Nationale Luchtvaartschool ondergebracht. In de noordvleugel waren verder de clublokalen voor de Aeroclub met eetzaal gesitueerd en in de zuidvleugel het publieke restaurant met halfronde serre aan de zuidzijde en keukens met uitgebouwde dienstingang aan de westzijde.
Aan de veldzijde waren in oorsprong bij de restaurantvleugel en bij de Aeroclubvleugel verhoogde, betegelde terrassen aangelegd (mede in verband met de vliegdemonstraties, voor 1800 bezoekers) met gemetselde trappen en keermuren, waarvan thans nog enkele gedeelten resteren, en bijbehorende (thans niet meer aanwezige) windschermen.
De hoofdentree bevindt zich rechts in de lage, min of meer blokvormige uitbouw van de middenpartij aan de westzijde (in het twaalfde segment) en bevatte in oorsprong geen portiek (het huidige dateert uit de jaren '50). De westgevel van de lage uitbouw bevatte in oorsprong verder een doorlopende stalen vensterstrook met vierruits-onderverdeling en alleen bovenlichten bij de kleedkamers, terwijl de westgevel van de teruggerooide bovenbouw bij de afgeronde NW-hoek alleen een doorlopende verticale vensterstrook bevat ter verlichting van het voormalige trappenhuis naar de verkeerstoren (in oorsprong voorzien van een stalen spiltrap), alsmede een drietal gekoppelde vierruitsvensters en twee vierkante vensters voor de aldaar in oorsprong gesitueerde dienstwoning.
De hierop aan de noordzijde aansluitende, licht gebogen Aeroclub-vleugel heeft een teruggerooid souterrain met - nog aanwezige - horizontale keldervensters; de overkragende bel- etage heeft een afgeschuinde zijde, geintegreerd met het grotendeels transparante trappenhuis dat naar het voormalige dakterras leidt; het linkerdeel van de overkragende gevel was in oorsprong vrijwel blind, met uitzondering van de raampartijen van de uiterst links gesitueerde keuken en de in oorsprong door middel van een stalen buitentrap toegankelijke keukendeur (thans gewijzigd in een zij-ingang met betonnen buitentrap).
De aan de zuidzijde aansluitende restaurant-vleugel heeft onder in de westgevel een reeks enkele en gekoppelde keldervensters, een stalen kelderdeur en uiterst rechts een op maaiveldhoogte uitgebouwde dienst-ingang met dubbele stalen buitendeuren; op de overkragende bel-etage, waarvan de links afgeschuinde zijde is geintegreerd met het grotendeels transparante trappenhuis, bevatte de westgevel in oorsprong een viertal lage horizontale vensterstoken en een zevental gebogen sheddaken (naderhand verwijderd). De uit in- en uitspringende delen samengestelde zuidgevel bevat de ingang - met dubbele stalen buitendeuren - en bovenlichten voor de bijkeuken in de ZW-hoek en de halfrond uitgebouwde, grotendeels glazen serre van het voormalige publieke restaurant onder gebogen luifeldak, met aan de oostzijde een recht gevelvlak waarin de dubbele terrasdeuren zijn opgenomen.
De ingezwenkte oostgevel van de publieke restaurantvleugel bevat verder een vijftal vierledige vensterpartijen, met in oorsprong in het veertiende en zestiende segment elk een stel dubbele terrasdeuren. Hierop sluit het twee bouwlagen tellende centrale deel aan, dat op de beganegrond doorgaande vensterpartijen bevat, onderbroken in het negende segment door de in een ingezwenkte erkerpartij geplaatste toegang vanuit de reizigershal tot het vliegveld en de segmentvormige erkerpartij bij de voormalige ruimte van de NLS-instructeurs, met horizontale strook bovenlichten. In de verdieping, ten behoeve van de voormalige dienstwoning, is een drietal drieledigevensterpartijen aangebracht; rechts daarvan is een vijfledige raampartij met bovenlichten aangebracht voor de vroegere meteo- dienst. Hierboven, bij het negende segment, bevindt zich de met driekwart ronding overkragende verkeerstoren met rondom een balcon met tegelvloer en stalen buisleuningen, waarbij de overstekende betonvloer is geintegreerd met het luifeldak van de dienstwoning. Inwendig was de meteo-dienst in oorsprong door middel van een stalen spiltrap verbonden met de instructeursruimte. Uitwendig is de verkeerstoren thans bereikbaar via een stalen buitentrap met buisleuningen (in oorsprong via een in staal en glas uitgevoerd trappenhuis).
Het lagere blok heeft een doorgaande vensterstrook; de Aeroclub-vleugel heeft bij het restaurantgedeelte een uitgebouwde serre, in oorsprong met gebogen bovenlichten (welke gebogen contour thans nog aanwezig is) en half te openen door middel van grote schuiframen; voorts in het eerste, derde en vijfde segment een stel dubbele deuren naar het vliegveld.
Aansluitend aan de noordzijde de in verwante trant uitgevoerde aanbouw van Zwanenburg.
Het interieur kwam in samenwerking met interieur- architect J.F. Semeij tot stand. Inwendig bevatte de Aeroclubvleugel in oorsprong ondermeer een restaurantzaal met cirkelvormig beëindigde, indirect verlichte bar (thans niet meer aanwezig), en een clubkamer met in zwart en goudkleur betegelde haardpartij, waarbij in de ijzeren schouw de openingsdatum 29-8-36 is gegrift (geheel bewaard gebleven). In de reizigershal bevindt zich een in verschillende kleuren natuursteen uitgevoerde windroos in de vloer.
In de publieke restaurantvleugel was in oorsprong een tribune-effect gecreeerd door middel van een kleine niveausprong van het lager gehouden buitenste deel naar de overige zaalruimte, ten behoeve van een vrij uitzicht op het vliegveld, doch dit niveauverschil is naderhand ongedaan gemaakt. Ook het decoratieve paneel met vogelvlucht-impressie van het vliegveld tegen de lange wand, naar ontwerp van Semeij is thans niet meer aanwezig; evenmin bleef het oorspronkelijk meubilair, geleverd door de firma van Pander & Zn. te Den Haag, bewaard.
Wel resteren nog de fornuizen en de houten voorbereidingstafel, waaronder de schuin geplaatste radiatoren, met afgeschuinde uiteinden in de restaurantkeuken (doch deze zijn van ondergeschikt belang).
Van de bewaard gebleven oorspronkelijke vensterbanktegels zijn die in de gangen en enkele voormalige vertrekken op de verdieping okerkleurig geglazuurd; de vensterbanktegels in de overige ruimten zijn zwart.
WAARDERING:
Stationsgebouw van Vliegveld Ypenburg, hoofdgebouw van het luchthavencomplex, in voor het oeuvre van Brinkman en Van der Vlugt kenmerkende nieuw-zakelijke trant, van algemeen belang wegens architectuur-, bouw- en cultuurhistorische en typologische waarde.
N.B. De later toegevoegde entreeportiek aan de westzijde valt, evenals het verbindingslid met het NLS- gebouw aan de noordzijde, buiten de bescherming.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
YPENBURG STATION BUILDING
According to a functionalist design by J.A. Brinkman and L.C. van der Vlugt on a concave plan with projecting and recessed building volumes executed STATION BUILDING, main building of the Ypenburg airfield complex (1935-37), with an extension on the north side designed by M. Zwanenburg.
The station building, comprising eighteen segments, contains two basement-level side wings with mezzanine on either side of the central section consisting partly of one and partly of two storeys. All volumes are covered by flat, slightly projecting roofs, whereby the roof on the south side has a semi-circular contour and the roof of the traffic or control tower is entirely circular with a chamfered roof edge. Originally the projecting concrete roofs of the side wings were fitted out as roof terraces with associated (but now no longer present) wind screens executed in steel and wire glass and steel tube railings, with sun screens mounted beneath the projecting roof edges. The roof terraces are accessible via the mirrored stairwells of steel and glass, each originally topped with a cylindrical volume above the terrace. Now only the cylindrical superstructure of the southern stairwell remains, which is entirely executed in steel and glass on the west side and otherwise built in masonry with horizontal fanlights all around. The northern stairwell was subsequently shortened; the roof of the north wing is now accessible via an external steel staircase. In these largely transparent stairwells, an almost square subdivision was applied as far as possible with chamfered windows beneath the roof planes bevelled parallel to the straight stair flights and with white-painted windows along the undersides.
In construction a skeleton of reinforced concrete was employed (executed as lightly as possible by Wernink's Betonmaatschappij in Leiden), which partially appears in sight in interior and exterior and which contains round columns and rectangular beams, partly with chamfered ends. The non-load-bearing walls are of calcium silicate brick, painted white, and originally contained steel external doors and window frames all around with partly almost square, partly rectangular subdivision (supplied by the Nationale Staalindustrie in Rotterdam); the concrete plinths were originally painted black. Now only at the transparent stairwells at the sixth and twelfth segment and the twelve-sided, partly cantilevered traffic tower at the ninth segment the original steel frames, steel tube railings and glazed steel doors remain preserved; the steel basement windows are also still original.
Originally the station building contained in the central section a transparent passenger hall with KLM counter, ticket office, radio service, post office, changing rooms for the Aeroclub, and rooms for customs and National Aviation School. In the north wing were further the club premises for the Aeroclub with dining room and in the south wing the public restaurant with semi-circular conservatory on the south side and kitchens with extended service entrance on the west side.
On the field side, originally raised tiled terraces were laid out at the restaurant wing and at the Aeroclub wing (also in connection with the flying demonstrations, for 1800 visitors) with masonry steps and retaining walls, of which some sections still remain, and associated (now no longer present) wind screens.
The main entrance is located on the right in the low, more or less block-shaped extension of the central section on the west side (in the twelfth segment) and originally contained no porch (the current one dates from the 1950s). The west façade of the low extension originally contained further a continuous steel window strip with four-pane subdivision and fanlights only at the changing rooms, while the west façade of the set-back upper section at the rounded NW corner contains only a continuous vertical window strip for lighting of the former stairwell to the traffic tower (originally provided with a steel spiral staircase), as well as three coupled four-pane windows and two square windows for the service dwelling originally situated there.
The slightly curved Aeroclub wing adjoining this on the north side has a set-back basement with still-present horizontal basement windows; the cantilevered mezzanine has a chamfered side, integrated with the largely transparent stairwell that leads to the former roof terrace; the left part of the cantilevered façade was originally almost solid, with the exception of the window sections of the kitchen situated at the far left and the kitchen door originally accessible by means of an external steel staircase (now altered to a side entrance with concrete external staircase).
The restaurant wing adjoining on the south side has at the bottom of the west façade a series of single and coupled basement windows, a steel basement door and at the far right a service entrance built at ground level with double steel external doors; on the cantilevered mezzanine, whose left chamfered side is integrated with the largely transparent stairwell, the west façade originally contained four low horizontal window strips and seven curved shed roofs (subsequently removed). The south façade composed of projecting and recessed sections contains the entrance - with double steel external doors - and fanlights for the scullery in the SW corner and the semi-circular projecting, largely glazed conservatory of the former public restaurant under a curved canopy roof, with on the east side a straight façade plane in which the double terrace doors are incorporated.
The angled east façade of the public restaurant wing further contains five four-light window sections, with originally in the fourteenth and sixteenth segment each a set of double terrace doors. This adjoins the central section consisting of two storeys, which contains continuous window sections on the ground floor, interrupted in the ninth segment by the access placed in an angled oriel section from the passenger hall to the airfield and the segment-shaped oriel section at the former space of the NLS instructors, with horizontal strip of fanlights. On the upper floor, for the benefit of the former service dwelling, three three-light window sections are installed; to the right of this a five-light window section with fanlights is installed for the former meteorological service. Above this, at the ninth segment, is located the traffic tower overhanging with three-quarter rounding with a balcony all around with tile flooring and steel tube railings, whereby the overhanging concrete floor is integrated with the canopy roof of the service dwelling. Internally the meteorological service was originally connected by means of a steel spiral staircase with the instructors' room. Externally the traffic tower is now accessible via an external steel staircase with tube railings (originally via a stairwell executed in steel and glass).
The lower block has a continuous window strip; the Aeroclub wing has an extended conservatory at the restaurant section, originally with curved fanlights (whose curved contour is still present now) and half openable by means of large sash windows; furthermore in the first, third and fifth segment a set of double doors to the airfield.
Adjoining on the north side the extension executed in related style by Zwanenburg.
The interior was created in collaboration with interior architect J.F. Semeij. Internally the Aeroclub wing originally contained among other things a restaurant hall with circularly terminated, indirectly lit bar (no longer present now), and a club room with fireplace section tiled in black and gold colour, with the opening date 29-8-36 engraved in the iron chimney (entirely preserved). In the passenger hall there is a compass rose executed in various colours of natural stone in the floor.
In the public restaurant wing originally a tribune effect was created by means of a small level difference from the lower outer section to the remaining room space, for a clear view of the airfield, but this level difference was subsequently undone. The decorative panel with bird flight impression of the airfield against the long wall, designed by Semeij is also no longer present; nor has the original furniture, supplied by the firm van Pander & Zn. in Den Haag, been preserved.
However, the ranges and the wooden preparation table, under which the angled radiators, with chamfered ends in the restaurant kitchen, do remain (but these are of minor importance).
Of the preserved original windowsill tiles those in the corridors and some former rooms on the upper floor are ochre-coloured glazed; the windowsill tiles in the other rooms are black.
VALUATION:
Station building of Ypenburg Airfield, main building of the airfield complex, in the style characteristic of the oeuvre of Brinkman and Van der Vlugt in new objectivity, of general importance because of architectural, construction and cultural historical and typological value.
N.B. The later added entrance porch on the west side, as well as the connecting element with the NLS building on the north side, fall outside the protection.
Nearby in the register
- Opleidingscentrum, ILSY-plantsoen 5Onderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Woonhuis, ILSY-plantsoen 9Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Delftweg 50Woonhuisunder 1 mi
- Gemaal, Jaagpad 6Gemaalunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.