TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Villa Orania

's-Gravenhage, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1901 - 1903
Address
Parkweg 46, 2585 JK 's-Gravenhage
Place
's-Gravenhage
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.10217, 4.28641
Monument number
459780

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1879 map "Chromo lithographische kaart 's Gravenhage en omstreken : Leiden, Delft, de Katwijken, Hazerswoude, Bergschenhoek, 's Gravezande enz." (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding.

Vrijstaande door een tuin omgeven VILLA genaamd Orania in overgangsarchitectuur uit 1903-1904 op samengestelde plattegrond ontworpen door J.E. Eshuys. In 1910 zijn naar ontwerp van A. Broese van Groenou enkele kleine verbouwingen gerealiseerd, waaronder de aanbouw van een serre tegen de linker zijgevel. NB. De op het kadastrale perceel gelegen na-oorlogse schoolgebouwen alsmede de trans tussen villa en schoolgebouwen vallen buiten de bescherming. Omschrijving.

Het pand met sterk verspringende rooilijn bestaat uit parterre, verdieping en kapverdieping onder een met leien gedekte samengestelde kap. De gevels in schoon metselwerk hebben risalerende partijen met hoge puntgevels. In de puntgevels is door de toepassing van vakwerk de invloed van de chaletarchitectuur merkbaar. Houtsnijwerk in de vorm van bloemmotieven geven de topgevels een extra accent. Tegen drie van de vier gevels bevinden zich rechthoekige en veelhoekig uitgebouwde erkers met balkons. De hoek op de scheiding Parkweg-Van Stolkweg wordt gevormd door een driezijdig bouwblok over twee bouwlagen, waarboven een balkon met balustrade. Tegen de middenrisaliet van de achtergevel is een driezijdige hardstenen erker. De vensters en deuren van de parterre en verdieping bezitten zorgvuldig gedetailleerde hardstenen omlijstingen. De op de chaletbouw geinspireerde kapverdieping met overstekende dakranden heeft rijk houtsnijwerk. De dakgoot wordt gedragen door houten korbelen. De balcons hebben smeedijzeren hekken in Jugendstilvormen tussen hardstenen postamenten. De hoofdopzet van het interieur wordt bepaald door een trappenhuis dat uitkomt op een centraal gelegen achthoekig vide met gaanderijen op de verdiepingen. De stucplafonds bezitten hier eenvoudige profiellijsten. Op de begane grond worden de wanden van de vide omgeven door een eikehouten lambrizering met panelen. Langs een van de wanden is een schouw met rijke gesneden houten neo-renaissance ommanteling. De kamer-en-suite op deze bouwlaag aan de westzijde is doorbroken maar bezit nog veel authentieke interieurafwerkingen. De voorste kamer, oorspronkelijk een kantoor, is geheel in imitatie 17e-eeuwse vormgeving uitgevoerd met moer- en kinderbinten en voorzien van voluutconsoles. De wanden hebben een hoge houten lambrizering.Tegen een der lange wanden is een imitatie 17e-eeuwse hardstenen schouw. In de eikenhouten schouwbalk zijn diermotieven in cirkelvormige omlijstingen gesneden. De achterkamer, oorspronkelijk een zitkamer, is veel soberder uitgevoerd met een eenvoudig stucplafond en een lage houten lambrizering. De aankleding van het vertrek aan de zuidwestzijde, oorspronkelijk de eetzaal, is in 1910 door architect A. Broese van Groenou met een serre uitgebreid. De interieurafwerking hiervan is donker en zwaar. Hoge houten lambrizeringen met vierkante houten panelen omgeven de wanden. Tegen een van de korte zijden is een marmeren schouw met een in neo-renaissance motieven rijke eikenhouten ommanteling. De uitgespaarde bergruimte in de lange zijde is eveneens in rijk houtsnijwerk uitgevoerd, onder meer met twee zuiltjes voorzien van Corintische kapitelen. Het opvallende stucplafond wordt gevormd door een herhaling over de gehele oppervlakte van een geprofileerd vier-lobbig siermotief. Waardering.

Villa van cultuurhistorische waarde als representatief voorbeeld van het wonen voor welgestelden aan het einde van de 19e eeuw in een stedelijk villapark. Architectuurhistorisch van belang als waardevol voorbeeld van overgangsarchitectuur met duidelijke invloeden van de chaletstijl. Hoofdvorm, detaillering en toegepast materiaal zijn gaaf. De markante situering op de hoek van de Parkweg, Van Stolkweg en de Duinweg is een belangrijk stedebouwkundig gegeven.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction.

Detached villa surrounded by a garden named Orania in transitional architecture from 1903-1904 designed on a composite plan by J.E. Eshuys. In 1910, some minor alterations were carried out according to designs by A. Broese van Groenou, including the addition of a conservatory against the left side facade. NB. The post-war school buildings located on the cadastral plot as well as the passage between villa and school buildings fall outside the protection. Description.

The building with a strongly stepped roofline consists of ground floor, first storey and attic storey under a composite roof covered with slate. The facades in fine brickwork have projecting sections with tall gabled roofs. In the gabled roofs, the influence of chalet architecture is evident through the use of half-timbering. Wood carving in the form of floral motifs gives the gable tops additional emphasis. Against three of the four facades are rectangular and polygonal bay windows with balconies. The corner at the junction of Parkweg-Van Stolkweg is formed by a three-sided building block spanning two storeys, above which is a balcony with balustrade. Against the central risalit of the rear facade is a three-sided ashlar bay window. The windows and doors of the ground floor and first storey possess carefully detailed ashlar surrounds. The attic storey, inspired by chalet construction, with overhanging eaves has rich wood carving. The roof gutter is supported by wooden corbels. The balconies have wrought-iron railings in Art Nouveau forms between ashlar piers. The main interior arrangement is determined by a stairwell opening onto a centrally located octagonal void with galleries on the storeys. The stucco ceilings here have simple mouldings. On the ground floor the walls of the void are surrounded by oak wainscoting with panels. Along one of the walls is a chimney with richly carved wooden neo-renaissance surround. The suite of rooms on this storey on the west side is broken up but still possesses much authentic interior finishing. The front room, originally an office, is entirely executed in imitation 17th-century design with tie-beams and collar-ties and provided with scroll brackets. The walls have tall wooden wainscoting. Against one of the long walls is an imitation 17th-century ashlar chimney. In the oak chimneypiece are animal motifs carved in circular surrounds. The rear room, originally a sitting room, is executed much more soberly with a simple stucco ceiling and low wooden wainscoting. The arrangement of the room on the southwest side, originally the dining room, was enlarged in 1910 by architect A. Broese van Groenou with a conservatory. Its interior finishing is dark and heavy. Tall wooden wainscoting with square wooden panels surrounds the walls. Against one of the short sides is a marble chimney with neo-renaissance motif-rich oak surround. The recessed storage space in the long side is likewise executed in rich wood carving, including two columns with Corinthian capitals. The striking stucco ceiling is formed by repetition across the entire surface of a profiled four-lobed ornamental motif. Valuation.

Villa of cultural-historical value as a representative example of dwelling for the well-to-do at the end of the 19th century in an urban villa park. Architecturally significant as a valuable example of transitional architecture with clear influences of chalet style. Main form, detailing and materials used are intact. The distinctive siting at the corner of Parkweg, Van Stolkweg and Duinweg is an important urban planning feature.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map