TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

RK Parochiekerk H. Paschalis Baylon

's-Gravenhage, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Parochiekerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1919 - 1921
Address
Wassenaarseweg 53, 2596 CL 's-Gravenhage (and others)
Place
's-Gravenhage
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.09247, 4.32066
Monument number
459738

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 16 's-Gravenhage, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding.

Vrijgelegen kerkgebouw, diagonaal geplaatst op een vierkante kavel, waardoor de toren op de hoek van de Wassenaarseweg en de Neuhuyskade kon worden gesitueerd en het schip in plattegrond taps toeloopt, terwijl de zijbeuken ongeveer halverwege het schip eindigen. Het kerkgebouw is naar ontwerp van A.J. Kropholler in 1919-1921 gebouwd in de voor deze architect karakteristieke traditionalistische stijl. Aan de zuidzijde van het priesterkoor bevindt zich op de hoek van de Dreibholtzstraat en het Paschalispad de sacristie. Aan de noordzijde van het koor staat op de hoek van de Dreibholtzstraat en de Wassenaarseweg de voormalige kosterwoning.

Omschrijving.

Kerkgebouw met ten dele basilicaal schip waarvan de zeer brede middenbeuk over ongeveer de halve lengte begeleid wordt door smalle zijbeuken. De kerk bezit zwaar aangelegde steunberen, in groepen van drie geplaatste spitsboogvensters per travee en over het middenschip een hoge, ziende overkapping. De van steunberen voorziene apsis wordt verlicht door diepliggende spitsboogvensters met brede dagkanten. De triomfboog tussen schip en koor wordt uitwendig benadrukt door een brede schoormuur waarop aan de noordzijde een gemetselde klokkestoel en aan de zuidzijde een hoge schoorsteen met windkap. De sobere toren vertoont twee slanke, spitsbogige galmgaten in ieder gevelvlak, waarboven de wijzerplaten zijn geplaatst. De trans wordt omgeven door een ijzeren hekwerk en de eenvoudige, vierzijdige spits bezit aan de voet dakkapellen en heeft als bekroning een smeedijzeren, versierd kruis. Voor de toren is het hoofdportaal uitgebouwd, gedekt door een zadeldak dat aansluit tegen een puntgevel met vlechtingen en bekronend natuurstenen kruis. In het boogveld van het portaal bevindt zich een gebeeldhouwd reliëf met voorstelling van een pelikaan die haar jongen voedt met haar bloed, als zinnebeeld voor Christus. Dit reliëf is vervaardigd door de beeldhouwer Lambertus Zijl. Aan weerszijden van de toren zijn driezijdig uitgebouwde kapellen met tentdaken gesitueerd: aan de noordzijde de doopkapel, aan de zuidzijde de kapel van O.L. Vrouw van de Vesting. De verdiepingen van deze kapellen, die worden verlicht door kleine spitsboogvensters, maken deel uit van de zijruimten van het zangkoor. Zijportalen bevinden zich aan de westgevels van de zijbeuken. Ook in het verbindingslid tussen de voormalige kosterswoning en de kerk is een portaal.

De sacristie aan de zuidzijde van het koor is een rechthoekig bakstenen gebouw onder een hoog zadeldak tussen puntgevels waarvan de zuidelijke geflankeerd wordt door een schoorsteen. De rechthoekige vensters, voorzien van traliewerk, bezitten lateien met natuurstenen hoekblokken.

De voormalige kosterswoning, is een langgerekt bakstenen gebouw met zadeldak tussen puntgevels met vlechtingen, op onregelmatige plattegrond, met verdieping en aan de westzijde uitgebouwde parterre waarboven een terras met gemetselde borstwering.

Kerk, toren, sacristie en voormalige kosterswoning zijn voornamelijk in baksteen uitgevoerd. Natuursteen is toegepast voor constructief belangrijke onderdelen, zoals hoekblokken, lateien, plinten, steunbeerafdekkingen, pijlers en consoles. De bedakingen en de torenspits bezitten een leidekking. De zware houten deuren zijn alle uitgevoerd met smeedijzeren gehengen.

Het als schoon-werk behandelde interieur van de kerk bezit ronde, natuurstenen pijlers met teerlingkapitelen en imposten, vanwaar af de rechthoekige, bakstenen scheibogen opgaan, die de zijbeuken van het middenschip scheiden. De hoge, ziende overkapping is uitgevoerd in hout, de apsiskalot en de overwelving van de zijbeuken zijn in baksteen gemetseld. Het priesterkoor wordt van de kerkruimte gescheiden door een wijde, spitse triomfboog; daarachter opent zich een smallere boog naar de apsis die door een ondiepe, met spitsbogen op pijlers geopende, omgang is omgeven. Aan weerszijden van de apsis bevinden zich in het muurvlak uitgespaarde spitsboognissen waarin de zijaltaren zijn geplaatst. De westwand van het schip is door drie spitsbogen geopend naar het zangkoor en twee nevenruimten. Voor de middelste boog is een uitgebouwd balkon met gemetselde borstwering op natuurstenen, door bogen verbonden, overkragingen. De benedenzone van de westwand bezit in het midden de deur naar het torenportaal en aan weerskanten de toegangen tot de kapellen naast de toren, alle met spitsbogen op natuurstenen aanzetstukken. De sacristie bezit aan de kerkzijde een gekoppelde boogstelling op een natuurstenen pijlers en zij wordt overdekt door een balkenzoldering. Tot de, grotendeels uit de bouwtijd of kort daarna daterende, inventaris van de kerk behoren onder meer de volgende onderdelen: boven de pijlers van het schip een reeks van zes in Franse kalksteen gehouwen heiligenbeelden van de beeldhouwers Jac. en Johanna Sprenkels; in de zijkapellen van de zijbeuken beelden van het H. Hart en Antonius van Padua, vervaardigd door Jac. Sprenkels; in de noordelijke zijbeuk, een in onyx gehouwen beeld van Theresia van Lisieux, door Jac. en Johanna Sprenkels; marmeren hoogaltaar onder een bronzen ciborium dat rust op marmeren zuilen; tabernakel op het hoogaltaar met in koper gedreven deurbekleding en kroon, vervaardigd door Jan Eloy en Leo Brom; het linker zijaltaar, gewijd aan Maria, en het rechter zijaltaar, gewijd aan St. Jozef, beide met marmeren mensae en retabels en reliëfvoorstellingen in koper en brons van J.E. en L. Brom; marmeren communiebank met in koper gedreven reliëfs en hekken van J.E. en L. Brom; marmeren preekstoel, gedragen door gestileerde leeuwenfiguren, met overhuiving en bronzen arendlezenaar van J.E. en L. Brom; marmeren doopvont met bronzen deksel en kraan, door J.E. en L. Brom; in bronsreliëf uitgevoerde kruiswegstaties door Leo Brom; wandarmen, waaraan godslamp en consecratiebel hangen, op het priesterkoor, uitgevoerd in brons door J.E. en L. Brom; smeedijzeren hekwerken voor de zijkapellen en de nevenruimten van het priesterkoor, alsmede de verguld bronzen kandelabers en kandelaars op priesterkoor en hoogaltaar, alles door J.E. en L. Brom; de hardstenen altaren in de kapellen van het H. Hart en Antonius, ontworpen door Dom Paul Bellot; het natuurstenen Paschalisaltaar met bronzen retabel aan het eind van de zuidelijke zijbeuk. De bouwmeester van de kerk, A.J. Kropholler, ontwierp de houten banken en stoelen, de smeedijzeren lichtkronen, de hekken voor de Doopkapel en de kapel van O.L. Vrouw van de Vesting, alsmede de inventaris van de sacristie, o.a. de credenstafel en de paramentenkast. Het orgel, aangebracht tegen de torenwand boven de middelste spitsboog en rustend op houten korbelen met kraagstenen, dateert van kort na de bouw van de kerk. Orgel en orgelkas zijn niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg.

Waardering.

De St. Paschaliskerk met inventaris, sacristie en voormalige kosterswoning is architectuurhistorisch van belang als gaaf bewaard gebleven specimen van de, op Berlage geënte, traditionalistisch stijl waarin Kropholler werkte. Typologisch heeft het bouwwerk betekenis als een der eerste voorbeelden van het door Kropholler geïntroduceerde kerktype, dat inspeelde op de destijds nieuwe liturgische inzichten omtrent een goede visuele bereikbaarheid van het altaar. De integraal bewaard gebleven aankleding van het interieur, waarin de edelsmeden Jan Eloy en Leo Brom het voornaamste aandeel hadden, behoort tot het beste wat in het interbellum op het gebied van kerkelijke kunst tot stand kwam. De markante stedebouwkundige ligging op de hoek van de Wassenaarseweg en de Neuhuyskade geeft de Paschaliskerk een toegevoegde waarde.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction.

Detached church building, placed diagonally on a square plot, which made it possible to situate the tower at the corner of the Wassenaarseweg and the Neuhuyskade, and the nave tapers in plan, while the side aisles end approximately halfway along the nave. The church building was constructed according to the design of A.J. Kropholler in 1919-1921 in the traditionalist style characteristic of this architect. On the south side of the priest's choir, at the corner of the Dreibholtzstraat and the Paschalispad, is situated the sacristy. On the north side of the choir, at the corner of the Dreibholtzstraat and the Wassenaarseweg, stands the former caretaker's dwelling.

Description.

Church building with a partly basilical nave of which the very wide central aisle is accompanied for approximately half its length by narrow side aisles. The church possesses heavily constructed buttresses, groups of three pointed arch windows per bay, and above the central aisle a high, sighted roof. The apse, furnished with buttresses, is lit by deep-set pointed arch windows with broad stone surrounds. The triumphal arch between nave and choir is emphasized externally by a broad buttress wall on which a masoned bell-cote is positioned on the north side and a high chimney with a wind cap on the south side. The austere tower displays two slender, pointed arch bell-openings in each facade, above which the clock faces are placed. The transept is surrounded by an iron railing and the simple, four-sided spire possesses roof dormers at its base and has as its crowning a wrought-iron, decorated cross. Before the tower, the main portal is built out, covered by a gabled roof that adjoins a pointed gable with timber-framing and a crowning natural stone cross. In the arch field of the portal is a sculptured relief depicting a pelican feeding her young with her blood, as a symbol for Christ. This relief was created by sculptor Lambertus Zijl. On either side of the tower are three-sided built-out chapels with tent roofs: on the north side the baptismal chapel, on the south side the chapel of Our Lady of the Fortress. The storeys of these chapels, which are lit by small pointed arch windows, form part of the side spaces of the choir. Side portals are situated in the west facades of the side aisles. Also in the connecting link between the former caretaker's dwelling and the church is a portal.

The sacristy on the south side of the choir is a rectangular brick building under a high gabled roof between pointed gables, of which the southern is flanked by a chimney. The rectangular windows, furnished with grilles, possess lintels with natural stone corner blocks.

The former caretaker's dwelling is an elongated brick building with a gabled roof between pointed gables with timber-framing, on an irregular plan, with a storey and on the west side a built-out ground floor above which a terrace with masoned parapet.

Church, tower, sacristy and former caretaker's dwelling are executed principally in brick. Natural stone is applied for constructively important components, such as corner blocks, lintels, plinths, buttress cappings, pillars and corbels. The roof coverings and the tower spire are in lead sheeting. The heavy wooden doors are all executed with wrought-iron hinges.

The interior of the church, treated as finished work, possesses round, natural stone pillars with cubic capitals and imposts, from which the rectangular, brick partition arches rise, which separate the side aisles from the central aisle. The high, sighted roof is executed in wood, the apse vault and the vaulting of the side aisles are in brick. The priest's choir is separated from the church space by a wide, pointed triumphal arch; beyond it opens a narrower arch to the apse which is surrounded by a shallow, opened with pointed arches on pillars, ambulatory. On either side of the apse are in the wall surface recessed pointed arch niches in which the side altars are positioned. The west wall of the nave is opened by three pointed arches to the choir and two adjoining spaces. Before the middle arch is a built-out balcony with masoned parapet on natural stone, arched, corbelled supports. The lower zone of the west wall possesses in the middle the door to the tower portal and on either side the accesses to the chapels beside the tower, all with pointed arches on natural stone abutments. The sacristy possesses on the church side coupled arcading on natural stone pillars and it is covered by a timber-joist ceiling. To the furnishings of the church, dating largely from the time of construction or shortly thereafter, belong among other items the following components: above the pillars of the nave a series of six carved in French limestone saint figures by sculptors Jac. and Johanna Sprenkels; in the side chapels of the side aisles figures of the Sacred Heart and Anthony of Padua, created by Jac. Sprenkels; in the north side aisle, a figure of Thérèse of Lisieux carved in onyx, by Jac. and Johanna Sprenkels; marble high altar under a bronze ciborium resting on marble columns; tabernacle on the high altar with copper-chased door covering and crown, created by Jan Eloy and Leo Brom; the left side altar, dedicated to Mary, and the right side altar, dedicated to St. Joseph, both with marble mensae and retables and relief representations in copper and bronze by J.E. and L. Brom; marble communion rail with copper-chased reliefs and railings by J.E. and L. Brom; marble pulpit, supported by stylized lion figures, with canopy and bronze eagle lectern by J.E. and L. Brom; marble baptismal font with bronze lid and tap, by J.E. and L. Brom; Stations of the Cross executed in bronze relief by Leo Brom; wall brackets, to which lamp and sanctus bell hang, in the priest's choir, executed in bronze by J.E. and L. Brom; wrought-iron railings for the side chapels and the adjoining spaces of the priest's choir, as well as the gilt bronze candelabras and candelabra on priest's choir and high altar, all by J.E. and L. Brom; the stone altars in the chapels of the Sacred Heart and Anthony, designed by Dom Paul Bellot; the natural stone Paschal altar with bronze retable at the end of the south side aisle. The architect of the church, A.J. Kropholler, designed the wooden benches and chairs, the wrought-iron light fixtures, the railings for the Baptismal Chapel and the chapel of Our Lady of the Fortress, as well as the furnishings of the sacristy, including the credence table and the vestments cupboard. The organ, placed against the tower wall above the middle pointed arch and resting on wooden corbels with brackets, dates from shortly after the construction of the church. Organ and organ case are not of value from the perspective of heritage conservation.

Valuation.

The St. Paschal Church with furnishings, sacristy and former caretaker's dwelling is of architectural-historical importance as a well-preserved specimen of the traditionalist style in which Kropholler worked, based on Berlage. Typologically the building has significance as one of the first examples of the church type introduced by Kropholler, which responded to the then new liturgical insights concerning good visual accessibility of the altar. The integrally preserved decoration of the interior, in which goldsmiths Jan Eloy and Leo Brom had the principal share, ranks among the finest achieved in the field of ecclesiastical art in the interwar period. The striking urban planning location at the corner of the Wassenaarseweg and the Neuhuyskade gives the Paschal Church added value.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map