TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Historische aanleg, Rijksstraatweg bij 9

Leersum, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Historische aanleg
Category
onroerend gebouwd
Address
Rijksstraatweg bij 9, 3956 CH Leersum (Utrechtse Heuvelrug 26)
Place
Leersum
Municipality
Utrechtse Heuvelrug
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.00100, 5.44087
Part of complex
455168
Monument number
455482

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG

De historische aanleg van de buitenplaats Zuylestein bestaat uit een formele parkaanleg, die in noordelijke richting en aan de westzijde overgaat in respectievelijk de Zuylesteinse bossen en de tot Zuylestein behorende weilanden en bospercelen. Min of meer zuidelijk van de formele aanleg grenst de huisplaats Wayestein, die kort na 1700 deel is gaan uitmaken van de buitenplaats Zuylestein.

De in de kern gelegen formele aanleg wordt door lanen en dwarslanen in rechthoekige percelen geleed, waarin en waarlangs waterpartijen en -lopen, hagen, aarden wallen, bossen (eik, beuk, naaldhout) en open land; in de kern van de aanleg bevindt zich een rechthoekig aan drie zijden ommuurde binnentuin. De centrale aanleg is in diverse stadia tot stand gekomen. Vanaf ca. 1600 tot ca. 1900 werd aan dit deel van de huidige historische parkaanleg gestalte gegeven. Hierbij vormde de geometrie het belangrijkste ordende en stilistische beginsel van de formele aanleg waarnaar veranderingen en latere uitbreidingen blijvend plaatsvonden. Rond 1600 was het tracé van de oprijlaan - een van de drie assen, die het centrale parkgedeelte over zijn gehele lengte doorsnijdt - vermoedelijk al aanwezig. Op een situatiekaart uit ca. 1630, die nog voor er veranderingen in de aanleg plaatsvonden werd gemaakt, staat deze laan reeds aangegeven. Ook bestond rond deze tijd vermoedelijk het tracé van de huidige dwarssingel, die aan het einde van de oprijlaan is gesitueerd en die parallel loopt aan de Rijksstraatweg (voorheen Utrechtseweg). De ligging en het patroon van de oprijlaan en dwarssingel zijn de oudste elementen van de historische aanleg van Zuylestein. Kort na 1630, toen Zuylestein werd gekocht door stadhouder Frederik Hendrik, Prins van Oranje, werden de oprijlaan (deels enkele en deels dubbele beuken in laanverband, thans 19e- en 20e-eeuws) en de dwarssingel (enkele eiken en beuken in laanverband, thans 19e- en 20e-eeuws) verbreed. Aansluitend aan de ZW-zijde van de dwarssingel werd, ter beëindiging van de formele aanleg aan deze zijde, de nog steeds bestaande bosstrook met in rijen geplante bomen (beuken, thans 20e-eeuws) aangelegd. Het aanwezige Middeleeuwse kasteeltje, waaromheen enkele omgrachte hoven en een omgracht voorplein waren gesitueerd, werd ingrijpend verbouwd. Het grachtenstelsel werd vergraven, zodat genoemde hoven en voorplein werden aaneengevoegd en vervolgens rechthoekig werden omgracht. Het direct noordelijk van het kasteel gelegen deel werd tot een omgrachte classicistische tuin vergraven, bestaande uit vier in een vierkant gevatte parterres. Deze classicistische tuin, waarvan het beloop van de omgrenzing bewaard is gebleven, vormt het modernste motief van de aanleg uit de tijd van de stadhouder. Terzijde van het gedeelte van de oprijlaan tussen de straatweg en de vierkante classicistische tuin werden in deze tijd bosketten (oostelijk van de oprijlaan) en sterrebossen (noordelijk van de oprijlaan) aangelegd, die door vier dwarslanen in reeksen van drie compartimenten werden ingedeeld. Deze vier dwarslanen zijn deels als laan (beuken in enkel verband, 19e-eeuws) en deels als tracé bewaard gebleven. Ook de compartimenten met bosketten (beuk, 19e-eeuws) ten oosten van de oprijlaan bestaan nog steeds. In 1634 werd de de formele aanleg langs de huidige Rijksstraatweg, langs de ZO- en de noordzijde van een aarden wal voorzien. Het gedeelte van de wal aan de noordzijde werd aan het eind van de 17e eeuw afgegraven, toen er veranderingen in de formele aanleg van Zuylestein plaatsvonden. Voor het overige is deze wal-aanleg behouden gebleven. Wellicht werd in deze tijd ook aan de overzijde van de huidige Rijksstraatweg een aarden wal aangelegd, ter afbakening van de plantage van Zuylestein noordelijk hiervan, zo deze wal niet later in de 17e eeuw is opgeworpen. Beide wallen ter weerszijden van de straatweg, die voor een groot deel met een enkele rij beuken (19e eeuw) zijn beplant, werden aan het eind van de 17e eeuw meer in westelijke richting doorgetrokken, zoals tot op heden te zien is. In het verlengde van de NW-muur van de huidige binnentuin bevindt zich eveneens een wal, die de NW-grens van de aldaar gelegen compartimenten met bosketten vormt en die tot de wal aan de straatweg reikt. Wellicht is deze wal, die vermoedelijk in de 17e eeuw is opgeworpen, een oude grensmarkering van Zuylestein. De formele aanleg van Zuylestein uit de tijd van stadhouder Frederik Hendrik is weergegeven op een kaart van de Ridderhofstad Zuylestein uit ca. 1641 door J. van Diepenem. Hierop is te zien dat, alhoewel de verschillende onderdelen geometrisch van indeling waren, er vermoedelijk door het reeds aanwezige Middeleeuwse gerende verkavelingspatroon, geen sprake was van een symmetrische aanleg. Aan de westzijde van de formele aanleg van Zuylestein werd in de tijd van stadhouder Frederik Hendrik op een rechthoekig terrein van aanzienlijke omvang, dat diagonaal op deze aanleg staat, een regelmatig patroon van terreinen met bosaanplant, weilanden, boomsingels en waterlopen aangelegd. De bossen, die door deels als tracé bewaarde boomsingels (beuken en eiken in enkel-verband uit de 18e, 19e en 20e eeuw) in vier rechthoekige percelen worden geleed en omgeven, zijn voor een groot gedeelte van een rabattenstelsel voorzien; hieruit kan verondersteld worden, dat deze bossen (gemengd loofhout) vanouds als hakhoutbossen dienst hebben gedaan. De noordelijk van dit langwerpige patroon van bossen gelegen weilanden worden van ouds aan hun noordzijde door een boomsingel (19e-eeuwse eiken in laan-verband) begrensd. Alhoewel dit rechthoekige terrein met bossen, weilanden, boomsingels en waterlopen diagonaal op de formele aanleg is gesitueerd, sluit het op deze aanleg aan. De laan, die de bossen in hun lengte doorsnijdt, gaat ter hoogte van de grens van de formele aanleg met deze terreinen, die door genoemde brede bosstrook ten zuidwesten van de dwarssingel wordt gemarkeerd, met een knik in de oprijlaan over, zoals enkele gezichten van Daniel Stoopendaal laten zien. De aanleg van het rechthoekige terrein ten westen van de formele aanleg is weergegeven op de kaart van de Ridderhofstad Zuylestein uit 1633 door Hendrik Verstralen.

Aan het eind van de 17e eeuw, in de tijd dat Zuylestein in het bezit was van stadhouder Frederik Hendrik's kleinzoon Willem van Nassau Zuylesteyn (1649-1708) werd de formele aanleg van het park gewijzigd en verbreed. De gracht rond het voorplein, de vierkante classicistische en rond de naast deze tuin en het voorplein gelegen rechthoekige eilanden werd grotendeels gedempt; alleen aan de ZW-zijde van het poortgebouw is een gedeelte van de oorspronkelijke gracht behouden gebleven. Het voorplein werd naar het zuidwesten toe verlengd en de vierkante tuin bleef gehandhaafd. Ter plekke van de rechthoekige eilanden werd de tuin verbreed. Het aldus verkregen rechthoekige perceel werd aan drie zijden door een hoge bakstenen muur omgeven. Op belangrijke assen van deze nieuwe binnentuin werden door bakstenen pijlers omlijste smeedijzeren hekken geplaatst. Een van deze hekken werd aan de NO-zijde van de tuin, recht op de hartlijn van de vierkante classicistische tuin gesitueerd. Op de noordhoek van de binnentuin werd een moestuin en boomgaard aangelegd en aan de westzijde werden drie rechthoekige vijvers in L-vorm uitgegraven. Westelijk van de aldus aangelegde binnentuin werd de voormalige smalle grachtarm tot een brede rechthoekige waterpartij (de zogeheten Agterste of groote Visvijver) vergraven, die de oprijlaan onder een brug in oostelijke richting eens zo groot werd doorgetrokken. Aan de zijde van de waterpartij werd de binnentuin van een dubbele beukenhaag voorzien. Het grondplan van deze binnentuin met drie vijverpartijen, moestuin en aangrenzende waterpartij bestaan nog volledig, zij het dat in de westhoek van de moestuin in deze eeuw een door coniferen omgeven tennisbaan is aangelegd; de dubbele beukenhaag tussen de binnentuin en waterpartij is gedeeltelijk bewaard gebleven. In deze tijd werden eveneens de compartimenten met bosketten en sterrebossen ten oostelijk van het kasteel verdubbeld. De vier dwarslanen werden doorgetrokken, zodat de indeling in drie compartimenten werd voortgezet. Bij de schaalvergroting van de nieuwe binnentuin en aangrenzende formele aanleg in de tijd van Willem van Nassau Zuylesteyn leverden de afmetingen van de vierkante classicistische tuin uit de tijd van stadhouder Frederik Hendrik belangrijke maatgegevens. De reeds aanwezige compartimenten met sterrebossen oostelijk van de binnentuin werden iets verbreed, zodat de laan, die deze bossen doorsneed, op het hart van de vierkante classicistische tuin kwam te liggen. Niet alleen werd met de verlegging van deze laan de gerende positie van de sterrebossen ten opzichte van de vierkante classicistische tuin opgeheven; de laan, die de sterrebossen in twee gelijke helften verdeelde, kreeg in de compositie van de nieuwe aanleg van dit gedeelte van het park van Zuylestein een belangrijke rol als as van symmetrie. De breedte van de reeks compartimenten met bosketten ten noordwesten van de sterrebossen werd gelijk gesteld aan die ten oosten van de oprijlaan. Hierdoor ontstond ter weerszijden van de loodrecht op de vierkante classicistische tuin aangelegde laan een symmetrische aanleg van compartimenten met bosketten en sterrebossen.

Deze aanleg bepaalde ook de breedte van de nieuwe binnentuin; deze werd doorgetrokken tot de NW-zijde van de reeks compartimenten met bosketten grenzende aan de NW-zijde van de sterrebossen. Voor de overige uitbreidingen van de aanleg van Zuylestein in de tijd van Willem van Nassau Zuylesteyn was niet symmetrie maar geometrie het leidende beginsel. Voorts werden westelijk van de vergrote binnentuin vier door lanen (eik en beuk in enkel-verband) gelede sterrebossen (eik, beuk, 19e eeuw) aangelegd. Overigens is het de vraag of het stervormige patroon, dat de vogelvlucht van Stoopendaal laat zien, ooit is uitgevoerd. Ter weerszijden van de lange zijden van deze vier bossen werden twee lanen aangelegd (eik en beuk in enkel-verband, 19e eeuw), die van de straatweg tot aan de Agterste vijver westelijk van de binnentuin reiken. Behoudens deze vier vakken met bossen en deze lanen zijn ook de lanen en dwarslanen (beuk in enkel verband, 19e eeuw), die de bosketten noordelijk en oostelijk van de binnentuin in compartimenten verdelen, bewaard gebleven, zij het deels als tracé. In de 18e of 19e eeuw werden drie van deze vier dwarslanen in noordelijke richting doorgetrokken, ter geleding van hier geplante bosketten in compartimenten. In ieder geval is deze aanleg van twee reeksen van twee compartimenten (gemengd loof- en naaldhout, thans 20e-eeuws) in de noordhoek van Zuylestein voor 1847 tot stand gekomen; deze compartimenten zijn weergegeven op de Topografische en Militaire kaart uit 1847. Met uitzondering van de dwarslaan, die deze compartimenten in twee reeksen verdeelt, bestaan de lanen en dwarslanen (beuk in enkel-verband, 20e-eeuws) in dit vak met compartimenten tot op heden, zij het deels als tracé. Van de reeksen van compartimenten met bosketten (gemengd loof- en naaldhout, thans 19e- en 20e-eeuws) noordelijk en oostelijk van de binnentuin zijn de sterrebossen als zodanig niet meer herkenbaar. De helft van de sterrebossen, die aan de oprijlaan grensde, werd vermoedelijk omstreeks 1900 gekapt, zodat vanuit het voormalige kasteel Zuylestein in de richting van de Leersumse berg de huidige brede zichtas ontstond. Deze zichtas, die op een foto uit 1904 is te zien, is nog niet geregistreerd op de Topografische en Militaire kaart uit 1847. Aan de overzijde van de Rijksstraatweg zette deze zichtas zich een stukje voort, doordat tussen de laan naar de Leersumse berg en een in de 18e of 19e eeuw rechthoekig perceel met bos (thans gemengd loof- en naaldhout, 20e-eeuws) westelijk hiervan, een driehoekig terrein werd gekapt; dit gedeelte van de zichtas is thans nagenoeg dichtgegroeid. Als architect van de verandering van de aanleg van Zuylestein in de tijd van Willem van Nassau Zuylesteyn wordt wel Daniel Marot genoemd, die aan het eind van de 17e eeuw diverse verfraaiingen in het inwendige van het toenmalige huis aanbracht. Kort na 1710, toen de voormalige Ridderhofstad Wayestein (thans gemeente Amerongen) bij Zuylestein kwam, werd de laan, die zich langs de NO-zijde van het rechter gedeelte van de brede waterpartij (Agterste vijver) bevindt, tot Wayestein doorgetrokken (beuken in enkel-verband, thans 20e-eeuws).

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

HISTORIC GARDEN AND PARK LAYOUT

The historic layout of the country estate Zuylestein consists of a formal park layout, which in the northern direction and on the west side transitions respectively into the Zuylestein forests and the meadows and forest parcels belonging to Zuylestein. Somewhat south of the formal layout borders the house site Wayestein, which shortly after 1700 became part of the country estate Zuylestein.

The formal layout located in the core is divided by lanes and cross-lanes into rectangular parcels, in and along which are water features and water courses, hedges, earthen banks, forests (oak, beech, coniferous wood) and open land; in the core of the layout is located a rectangular inner garden enclosed by walls on three sides. The central layout was created in various stages. From approximately 1600 to approximately 1900, this part of the current historic park layout was given shape. In this process, geometry formed the most important ordering and stylistic principle of the formal layout according to which changes and later extensions continuously took place. Around 1600, the course of the drive—one of three axes that cuts through the central park section over its entire length—was presumably already present. On a map from circa 1630, which was made before changes to the layout occurred, this lane is already indicated. Also around this time presumably existed the course of the current cross-ring, which is situated at the end of the drive and which runs parallel to the Rijksstraatweg (formerly Utrechtseweg). The location and pattern of the drive and cross-ring are the oldest elements of the historic layout of Zuylestein. Shortly after 1630, when Zuylestein was purchased by stadhouder Frederik Hendrik, Prince of Orange, the drive (partly single and partly double beeches in lane formation, currently 19th- and 20th-century) and the cross-ring (single oaks and beeches in lane formation, currently 19th- and 20th-century) were widened. Adjoining the SW side of the cross-ring, to terminate the formal layout on this side, the still existing forest strip with trees planted in rows (beeches, currently 20th-century) was laid out. The existing medieval castle, around which several moated farmyards and a moated forecourt were situated, underwent major alterations. The moat system was enlarged, so that the mentioned farmyards and forecourt were joined together and subsequently enclosed by a rectangular moat. The section located directly north of the castle was enlarged into a moated classical garden, consisting of four parterres set in a square. This classical garden, of which the course of the boundary has been preserved, forms the most modern motif of the layout from the time of the stadhouder. Alongside the section of the drive between the road and the square classical garden, copses (east of the drive) and star forests (north of the drive) were laid out at this time, which were divided by four cross-lanes into series of three compartments. These four cross-lanes are partly preserved as a lane (beeches in single formation, 19th-century) and partly as a course. Also the compartments with copses (beech, 19th-century) to the east of the drive still exist. In 1634, the formal layout along the current Rijksstraatweg, along the SE and the north side of an earthen bank was provided. The section of the bank on the north side was removed at the end of the 17th century, when changes to the formal layout of Zuylestein took place. Otherwise this bank layout has been preserved. It is possible that at this time an earthen bank was also laid out on the opposite side of the current Rijksstraatweg, to mark off the plantation of Zuylestein north of it, if this bank was not later thrown up in the 17th century. Both banks on either side of the road, which for the most part are planted with a single row of beeches (19th century), were extended further in a westerly direction at the end of the 17th century, as can still be seen today. In the extension of the NW wall of the current inner garden there is also a bank, which forms the NW boundary of the compartments with copses located there and which extends to the bank at the road. It is possible that this bank, which is presumed to have been thrown up in the 17th century, is an old boundary marking of Zuylestein. The formal layout of Zuylestein from the time of stadhouder Frederik Hendrik is shown on a map of the Ridderhofstad Zuylestein from circa 1641 by J. van Diepenem. From this it can be seen that, although the various components were geometric in division, due to the already existing medieval arable land subdivision pattern, there was presumably no question of a symmetrical layout. On the west side of the formal layout of Zuylestein, a regular pattern of areas with forest planting, meadows, tree-lined lanes and water courses was laid out in the time of stadhouder Frederik Hendrik on a rectangular terrain of considerable size, which stands diagonally to this layout. The forests, which are divided and surrounded by tree-lined lanes (beeches and oaks in single formation from the 18th, 19th and 20th centuries) partly preserved as a course, in four rectangular parcels, are for the most part provided with a coppice system; from this it can be assumed that these forests (mixed deciduous wood) have traditionally served as coppice forests. The meadows located north of this elongated pattern of forests are traditionally bounded on their north side by a tree-lined lane (19th-century oaks in lane formation). Although this rectangular terrain with forests, meadows, tree-lined lanes and water courses is situated diagonally to the formal layout, it connects to this layout. The lane, which cuts through the forests in their length, transitions at the height of the boundary of the formal layout with these areas, which is marked by the mentioned broad forest strip southwest of the cross-ring, with a bend into the drive, as several views by Daniel Stoopendaal show. The layout of the rectangular terrain to the west of the formal layout is shown on the map of the Ridderhofstad Zuylestein from 1633 by Hendrik Verstralen.

At the end of the 17th century, at the time when Zuylestein was in the possession of stadhouder Frederik Hendrik's grandson Willem van Nassau Zuylesteyn (1649-1708), the formal layout of the park was altered and extended. The moat around the forecourt, the square classical garden and around the rectangular islands located next to this garden and the forecourt was largely filled in; only on the SW side of the gate building is a section of the original moat preserved. The forecourt was extended toward the southwest and the square garden was maintained. In place of the rectangular islands the garden was widened. The rectangular parcel thus obtained was enclosed on three sides by a high brick wall. On important axes of this new inner garden, wrought iron gates framed by brick pillars were placed. One of these gates was situated on the NE side of the garden, directly on the centerline of the square classical garden. On the north corner of the inner garden a vegetable garden and orchard were laid out and on the west side three rectangular ponds were dug out in L-form. West of the inner garden thus laid out, the former narrow moat arm was enlarged into a broad rectangular water feature (the so-called Agterste or large Fish pond), which was extended under a bridge in an easterly direction across the drive. On the side of the water feature the inner garden was provided with a double beech hedge. The ground plan of this inner garden with three pond features, vegetable garden and adjacent water feature still exists completely, although in the west corner of the vegetable garden in this century a tennis court surrounded by conifers was laid out; the double beech hedge between the inner garden and water feature has been partly preserved. At this time the compartments with copses and star forests to the east of the castle were also doubled. The four cross-lanes were extended, so that the division into three compartments was continued. In this expansion of the new inner garden and adjacent formal layout in the time of Willem van Nassau Zuylesteyn, the dimensions of the square classical garden from the time of stadhouder Frederik Hendrik provided important measurement data. The already existing compartments with star forests east of the inner garden were slightly widened, so that the lane cutting through these forests came to lie on the axis of the square classical garden. Not only was the oblique position of the star forests with respect to the square classical garden eliminated by the displacement of this lane; the lane, which divided the star forests into two equal halves, acquired an important role in the composition of the new layout of this section of the park of Zuylestein as an axis of symmetry. The width of the series of compartments with copses northwest of the star forests was made equal to that east of the drive. This created on either side of the lane laid out perpendicular to the square classical garden a symmetrical layout of compartments with copses and star forests.

This layout also determined the width of the new inner garden; this was extended to the NW side of the series of compartments with copses bordering the NW side of the star forests. For the other extensions of the layout of Zuylestein in the time of Willem van Nassau Zuylesteyn, it was not symmetry but geometry that was the guiding principle. Furthermore, four star forests (oak, beech, 19th century) divided by lanes (oak and beech in single formation) were laid out west of the enlarged inner garden. For the rest, it is questionable whether the star-shaped pattern shown in Stoopendaal's bird's eye view was ever executed. On either side of the long sides of these four forests, two lanes were laid out (oak and beech in single formation, 19th century), which extend from the road to the Agterste pond west of the inner garden. Apart from these four compartments with forests and these lanes, the lanes and cross-lanes (beech in single formation, 19th century), which divide the copses north and east of the inner garden into compartments, have also been preserved, partly as a course. In the 18th or 19th century, three of these four cross-lanes were extended in a northerly direction to divide the copses planted here into compartments. In any case, this layout of two series of two compartments (mixed deciduous and coniferous wood, currently 20th-century) in the north corner of Zuylestein was completed before 1847; these compartments are shown on the Topographic and Military map from 1847. With the exception of the cross-lane that divides these compartments into two series, the lanes and cross-lanes (beech in single formation, 20th-century) in this section with compartments still exist today, partly as a course. Of the series of compartments with copses (mixed deciduous and coniferous wood, currently 19th- and 20th-century) north and east of the inner garden, the star forests as such are no longer recognizable. Half of the star forests, which bordered the drive, was presumably felled around 1900, so that from the former castle Zuylestein in the direction of the Leersumse mountain the current broad sight line was created. This sight line, which is visible in a photograph from 1904, was not yet recorded on the Topographic and Military map from 1847. On the opposite side of the Rijksstraatweg this sight line continued for a bit, in that between the lane to the Leersumse mountain and a rectangular forest parcel (currently mixed deciduous and coniferous wood, 20th-century) laid out in the 18th or 19th century to the west of it, a triangular area was felled; this section of the sight line is now almost overgrown. Daniel Marot is sometimes mentioned as the architect of the alteration of the layout of Zuylestein in the time of Willem van Nassau Zuylesteyn, who in the late 17th century made various improvements to the interior of the house at that time. Shortly after 1710, when the former Ridderhofstad Wayestein (now municipality Amerongen) came to Zuylestein, the lane, which is situated along the NE side of the right section of the broad water feature (Agterste pond), was extended to Wayestein (beeches in single formation, currently 20th-century).

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map