TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Olympisch Stadion

Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Sport en recreatie
Function
Stadion
Category
onroerend gebouwd
Address
Olympisch Stadion 1, 1076 DE Amsterdam (and others)
Place
Amsterdam
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.34258, 4.85416
Part of complex
451647
Monument number
451749

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1650 map "[Het blocqueeren van Amsterdam, door de troepen van Willem de Tweede, Prins van Oranje, van den 30. iuly tot den 4. augustus des jaars 1650] / [gegraveerd door P. Nolpe]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

OLYMPISCH STADIONGEBOUW

Op ovalen grondslag - rondom een betonnen wielerbaan, sintelloopbaan, voetbalveld en twee atletiekvelden - als amfitheater in baksteen en beton opgetrokken OLYMPISCH STADIONGEBOUW in een voor het werk van Wils typerende zakelijk-expressionistische trant en te onderscheiden in de oorspronkelijke, geheel met baksteen beklede 'binnenring' uit de eerste bouwfase (1926-28) en een in onbekleed gewapend beton uitgevoerde 'buitenring' met twee schelpvormige tribune-uitbreidingen aan beide korte zijden uit de tweede bouwfase (1936-37). De betonwerken zijn uitgevoerd in samenwerking met Ir. G. Jonkheid, de meervoudig samengestelde ijzerconstructies samen met Ir. E.A. van Genderen Stort. Het twee hoofdlagen tellende stadion heeft aan de beide lange zijden overdekte tribunes van 100 meter lengte, respectievelijk aan de westzijde de 28,5 meter brede Eretribune met centraal de Koninklijke Loge en aan de oostzijde de 18 meter brede Marathontribune met in het midden de lagere Marathonpoort, waarbij de ruim 17 meter respectievelijk ruim 11 meter vrij overstekende tribune-overkappingen zijn elk uitgevoerd met ijzeren vakwerkspanten en zes ver naar achteren geplaatste ijzeren kolommen ter ondersteuning van het houten dakbeschot. Onder de door een stelsel van vierkante betonkolommen en schuin oplopende betonbalken ondersteunde tribunes, zijn de - deels gemoderniseerde doch merendeels nog met de oorspronkelijke, eenvoudige inrichting uitgeruste - kleedkamers, kantoren en andere dienstverlenings-vertrekken, werk- en bergplaatsen, wachtkamer, cafe's, restaurant en toiletruimten ondergebracht (en in oorsprong ook perskamers en laboratoria). De merendeels sober ingerichte vertrekken zijn zo logisch mogelijk gesitueerd in relatie met hun oorspronkelijke functie, uitgaande van een destijds wenselijke scheiding van sportlieden, officiele personen, pers en bezoekers; zij komen alle uit op een rondgaande gang, vanwaaruit via twee tunnels het speelveld aan de noord- en zuidwestzijde betreden kan worden. Verspreid over de bakstenen bekledingsmuren is, met uitzondering van de benedenpartij van de Eretribune, de oorspronkelijke venster-verdeling nog grotendeels gehandhaafd gebleven (zij het niet meer overal met de oorspronkelijke stalen raamkozijnen) en resteren aan de buitenzijde nog enkele van de buitenlampen met buisvormige armaturen en klokvormige kappen uit de bouwtijd. De beide overdekte tribunes zijn niet geheel identiek. De in oorsprong hoger dan de Marathontribune uitgevoerde Eretribune heeft in het midden de aan beide zijden door een houten beschot afgeschermde Koninklijke Loge, waarvoor het oorspronkelijk open platform voor de prijsuitreiking aan de winnaars is gesitueerd, en te weerszijden de loges voor de officiele personen, alle drie met afzonderlijke toegangspartijen; de Koninklijke Loge heeft aan het hoofdeind een eenvoudige luifel en in de achtermuur een plaquette ter nagedachtenis van radio-verslaggever Han Hollander uit 1953; boven de toegangspartijen te weerszijden elk een op de antieke Griekse kunst geinspireerd reliëf op blauw fond met voorstellingen die betrekking hebben op de antieke Olympische Spelen. De Eretribune heeft verder een afzonderlijke ingangspartij met stoep in het midden van de westgevel, gemarkeerd door een dubbele luifel waarboven de uitkragende middelste vensterreeks en twee staande hardstenen platen, en voorts twee vierkante bloembakken op de uiteinden van het terras. Op de door drie langgerekte, door luifels afgesloten stalen vensterreeksen verlichte verdieping bevindt zich het restaurant, waarbij de betonnen skeletconstructie geheel in het zicht komt en in het midden het vloerniveau is verhoogd, in oorsprong leidend naar de koninklijke verblijfsruimten. Bij de centrale overloop op de verdieping zijn bovenaan de trap twee natuurstenen gedenkplaten met inscripties van alle eerste prijs-winnaars van de Olympische Spelen van 1928 geplaatst.

Te weerszijden van de middenpartij en aan beide korte einden van de naar achteren uitgebouwde Eretribune zijn de - in oorsprong niet met hekken afgesloten - opgangen naar de zitplaatsen aangebracht, met trap uitkomend op de half-open wandelgang; tevens zijn er afzonderlijke ingangen voor spelers en pers. De zonder half-open wandelgang uitgevoerde Marathontribune heeft bij beide hoeken aan de oostzijde elk een in verspringende cubische vormen met luifels uitgevoerde uitbouw met dwars geplaatste stoep, waarvan de noordelijke leidt naar de kantoorruimten en de zuidelijke naar de vroegere werkplaats. In het midden van beide vleugels te weerszijden van de Marathonpoort telkens in het midden de opgaande trap naar de tribune met links en rechts de teruggerooide oorspronkelijke toiletruimten, aan beide uiterste zijden gemarkeerd door een verticale, plastisch-geometrisch gedetailleerde sculptuur van natuursteen op een gemetselde dwarsmuur.

Aan de buitenzijde wordt de door een balkonconstructie gedekte Marathonpoort (met rechts de gedenksteen die blijkens inscriptie op 18 mei 1927 is gelegd door Prins Hendrik) gemarkeerd door twee overstekende betonnen luifels, zes verticale stenen ornamenten, de vijf Olympische ringen in de kleuren blauw, zwart, rood, geel en groen, en het motto citius altius fortius uitgevoerd in ijzer; in de rechthoekige doorgang zijn aan weerszijden twee natuurstenen gedenkplaten aangebracht met inscripties van de Nederlandse Olympische kampioenen (tot 1932), waaronder aan de noordzijde de naam van de stadion-architect Wils bij het onderdeel architectuur van de kunstwedstrijden. In oorsprong waren de vijf rechthoekige openingen tussen de behakte hardstenen ornamenten niet met glas gedicht en was de poortdoorgang niet door hekken afgesloten, maar waren de dwarsmuren naar voren verlengd en aan de uiteinden voorzien van twee, thans naar de hoofdingang verplaatste sculpturen. Aan de zijde van de tribune is midden bovenaan een op de antieke Griekse kunst geinspireerd reliëf met voorstellingen van de antieke Olympische Spelen op een blauw fond aangebracht op het muurvlak boven de radiokamer, met door een stalen middendeur onderbroken reeks horizontale vensters.

De oudste tribunes worden van bovenaf gevuld via acht brede en zes smallere trappartijen, die op de hoofdverdieping onderling verbonden zijn door middel van een brede wandelgang - verlicht door rechthoekige openingen boven de gemetselde borstweringen tussen de in het zicht komende betonkolommen - en die bij de tribunes gemarkeerd worden door hoog opgemetselde vleugelmuren met schuine bovenzijden en door zich sprongsgewijze versmallende vleugelmuren bij de interne wandelgang. De acht brede trappenhuizen, met beneden een dubbelbrede trap en vanaf de wandelgang twee afzonderlijke trap-armen leidend naar de in oorsprong met staanplaatsen ingerichte tribunes aan de gebogen korte zijden, zijn boven de opgang, doorlopend boven de vloer van de wandelgang, telkens voorzien van een decoratief gemetselde afscherming bestaande uit acht muurdammen waartussen telkens twee smallere muurdammen, gezamenlijk gedragen door een betonbalk met cubische ornamenten. Te weerszijden van deze (in oorsprong niet met hekwerken afgesloten) opgangen zijn de oorspronkelijke toiletgroepen gesitueerd, afgeschermd door een naar voren gerooid stelsel van verspringende muren en voorzien van een overstekende betonnen luifel boven de open ingangen.

Aan de gebogen noord- en zuideinden bevinden zich de in oorsprong als cafe ingerichte zalen, aan de buitenzijde gemarkeerd door een lang gebogen terras met stoep, en in oorsprong beide voorzien van een vijftal dubbele deuren van staal en glas met boven de luifels rechthoekige panelen van vierkante glasstenen en bij de plastisch- geometrisch gedetailleerde muurdammen vrijwel vierkante bloembakken. Inwendig zijn in de hoge, door de zichtbare vierkante betonkolommen gedeelde zaalruimte tegen de gebogen binnenwand de buffetten geplaatst in de door luifels bekroonde nissen.

De geheel vrijstaande wielerbaan is evenals het stadion samengesteld uit een geraamte van kolommen, balken en vloeren van gewapend beton, en heeft een lengte van 500 m, een breedte van 9 m, waarvan 1 m uitloop, en een hellingshoek van 5 graden bij de lange rechte einden en een naar 35 graden oplopende hellingshoek bij de bochten; de baan is rondom voorzien van een dubbele borstwering in beton, waarvan de binnenste een hol opgaand profiel heeft en tussen beide een holle betonnen afwateringsgoot is aangebracht.

In 1936-37 is het stadion terwille van een capaciteit van 50.000 toeschouwers - eveneens naar ontwerp van Jan Wils - uitgebreid door middel van een 'buitenring' met schelpvormige verhogingen bij de vroegere staanplaatstribunes aan de noord- en zuidzijde, waarbij het gewapend beton in het zicht is gebleven en waarbij de overkappingen van de Marathontribune zijn opgevijzeld met gelijktijdige ophoging van de afsluitmuren, uitgezonderd de op oorspronkelijke hoogte gebleven Marathonpoort; de vier hoge gemetselde lantaarnmasten met asymmetrische kruisvormige doorsnede en gesitueerd in het midden bij de bochten tussen de acht brede hoofdtrappen naar de vroegere sta-tribunes, zijn bij deze uitbreiding afgebroken en ook werd bovenaan de noord-tribune het oorspronkelijke aanwijsbord vervangen door een moderner exemplaar.

De over de oudste tribunes uitkragende tribune-uitbreidingen met schuin oplopende betonvloeren worden ondersteund door een stelsel van vierkante kolommen en rechthoekige en schuin oplopende dwarsbalken in gewapend beton. De tribune-uitbreidingen worden evenals de oudste tribunes van bovenaf ontsloten, met per vak telkens twee door afgeschuinde vleugelmuren gemarkeerde trappartijen. Deze zijn aan beide uiteinden verbonden met een zestal uitwendige trappartijen, die elk rondom een kolom slingeren met telkens boven elkaar geplaatste steektrappen met afgeronde bordessen en die door ruime rechthoekige poorten leiden naar de grotendeels afgeschermde, door inwendige steektrappen onderbroken gaanderij. De betonnen borstwering van deze gaanderij is bovenaan voorzien van in smalle stalen kozijnen gevatte glaspartijen met verticale onderverdeling (per vak acht smalle ramen in twee lagen boven elkaar), omgezet bij de korte uiteinden (met elk vier smalle ramen in twee lagen boven elkaar). De trappartijen en gaanderij hebben betonnen borstweringen met dubbele stalen buisleuningen; de korte uiteinden van de 'tribune-schelpen' worden afgesloten door licht uitkragende betonranden met driedubbele buisleuningen; de schuin boven de gaanderij uitkragende bovenringen van de tribune- uitbreidingen hebben elk een hoge borstwering van betonplaten met aan de buitenzijde bij elke derde schuine dwarsbalk ijzeren beugels voor het plaatsen van vlaggemasten.

Van de vier door de bovenring van de beide 'tribune-schelpen' gestoken ijzeren lichtmasten - in oorsprong bestaande uit samengestelde kolommen met driehoekige windverbanden en een boogvormige beëindiging - resteren alleen nog de onderste raamwerken aan de buitenzijde van de gaanderijen, verankerd in de daartoe aangebrachte betonnen consoles aan de onderaan extra aangebrachte betonbalk.

De zitplaatsen, oorspronkelijk alle houten banken die met een ijzeren beugel waren vastgezet op de trapsgewijze geconstrueerde tribunevloeren, zijn naderhand vernieuwd, terwijl alle oorspronkelijke staanplaatsen tot zitplaatsen zijn omgevormd. In 1947 werd bovenaan de zuid-tribune van het - ook op andere plaatsen van memorerende kunstwerken voorziene - stadion nog een monument (naar ontwerp van F. Carasso) geplaatst, ter nagedachtenis van de in de oorlog gevallen sportlieden. waardering Olympisch Stadiongebouw met bijbehorende Olympische decoraties, uitgevoerd in de voor het werk van Wils kenmerkende zakelijk- expressionistische trant, van algemeen belang wegens de architectuur-, cultuur- en sporthistorische waarde en als symbool van de Olympische Spelen in Nederland bij uitstek; voorts van groot belang als hoofd-onderdeel van het Olympisch Stadion-complex.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

OLYMPIC STADIUM BUILDING

Built on an oval foundation - surrounding a concrete cycling track, cinder running track, football field and two athletic fields - as an amphitheatre in brick and concrete, the OLYMPIC STADIUM BUILDING in a business-expressionist style characteristic of Wils' work and distinguishable into the original 'inner ring' completely clad in brick from the first construction phase (1926-28) and an 'outer ring' executed in exposed reinforced concrete with two shell-shaped tribune extensions on both short sides from the second construction phase (1936-37). The concrete works were executed in collaboration with Ir. G. Jonkheid, the multi-component iron structures together with Ir. E.A. van Genderen Stort. The stadium, consisting of two main storeys, has covered tribunes of 100 metres length on both long sides, respectively on the west side the 28.5 metre wide Honorary Tribune with centrally the Royal Box and on the east side the 18 metre wide Marathon Tribune with in the middle the lower Marathon Gate, whereby the more than 17 metre respectively more than 11 metre freely cantilevered tribune coverings are each executed with iron roof trusses and six iron columns placed far back for support of the wooden roof decking. Beneath the tribunes, supported by a system of square concrete columns and obliquely rising concrete beams, are accommodated the - partly modernised but mostly still equipped with the original, simple fittings - changing rooms, offices and other service rooms, work and storage places, waiting room, cafes, restaurant and toilet facilities (and originally also press rooms and laboratories). The mostly soberly fitted rooms are situated as logically as possible in relation to their original function, proceeding from a desirable separation at that time of athletes, official persons, press and visitors; they all open onto a circulating corridor, from which via two tunnels the playing field can be entered on the north and south-west side. Dispersed over the brick cladding walls, with the exception of the lower part of the Honorary Tribune, the original window divisions have been largely maintained (although not everywhere with the original steel window frames) and at the outside there remain a few of the external lamps with tubular fittings and bell-shaped caps from the construction period. The two covered tribunes are not entirely identical. The Honorary Tribune, originally executed higher than the Marathon Tribune, has in the middle the Royal Box screened on both sides by a wooden partition, for which the originally open platform for the prize-giving to the winners is situated, and on either side the boxes for official persons, all three with separate entrance sections; the Royal Box has at the head end a simple canopy and in the rear wall a plaque in memory of radio commentator Han Hollander from 1953; above the entrance sections on either side each a relief inspired by ancient Greek art on a blue background with representations relating to the ancient Olympic Games. The Honorary Tribune furthermore has a separate entrance section with steps in the middle of the west facade, marked by a double canopy above which the cantilevered middle window row and two standing hard stone plates, and furthermore two square flower boxes at the ends of the terrace. On the storey illuminated by three elongated, canopy-enclosed steel window rows is situated the restaurant, whereby the concrete skeleton structure is entirely visible and in the middle the floor level is raised, originally leading to the royal residential rooms. At the central landing on the storey two natural stone memorial plaques with inscriptions of all first prize winners of the Olympic Games of 1928 are placed at the top of the stairs.

On either side of the middle section and at both short ends of the Honorary Tribune built back are arranged the - originally not enclosed with fences - accesses to the seating, with stairs leading to the semi-open passageway; there are also separate entrances for athletes and press. The Marathon Tribune, executed without a semi-open passageway, has at both corners on the east side each an extension executed in recessed cubic forms with canopies with transversely placed steps, the northern of which leads to the office rooms and the southern to the former workshop. In the middle of both wings on either side of the Marathon Gate each in the middle the ascending stairs to the tribune with to the left and right the recessed original toilet facilities, marked at both extreme sides by a vertical, plastically-geometrically detailed sculpture of natural stone on a mortared cross wall.

On the outside the Marathon Gate (with to the right the memorial stone which according to inscription was laid on 18 May 1927 by Prince Hendrik) covered by a balcony construction is marked by two cantilevered concrete canopies, six vertical stone ornaments, the five Olympic rings in the colours blue, black, red, yellow and green, and the motto citius altius fortius executed in iron; in the rectangular passage are placed on either side two natural stone memorial plaques with inscriptions of the Dutch Olympic champions (until 1932), including on the north side the name of the stadium architect Wils in the architecture component of the art competitions. Originally the five rectangular openings between the faced hard stone ornaments were not glazed and the gate passage was not enclosed with fences, but the cross walls were extended forward and provided at the ends with two, now relocated to the main entrance sculptures. On the side of the tribune in the middle above is placed on the wall surface above the radio room a relief inspired by ancient Greek art with representations of the ancient Olympic Games on a blue background, with a series of horizontal windows interrupted by a steel centre door.

The oldest tribunes are filled from above via eight wide and six narrower staircases, which on the main floor are interconnected by means of a wide corridor - illuminated by rectangular openings above the mortared parapets between the visible concrete columns - and which at the tribunes are marked by high mortared wing walls with sloping tops and by progressively narrowing wing walls at the internal corridor. The eight wide stairwells, below with a double-wide staircase and from the corridor two separate stair arms leading to the originally equipped with standing room tribunes at the curved short sides, are above the access, continuing above the floor of the corridor, each provided with a decorative mortared screening consisting of eight wall dams between which each two narrower wall dams, jointly supported by a concrete beam with cubic ornaments. On either side of these (originally not enclosed with fences) accesses are situated the original toilet groups, screened by a forward-recessed system of offset walls and provided with an overhanging concrete canopy above the open entrances.

At the curved north and south ends are situated the halls originally furnished as cafes, marked on the outside by a long curved terrace with steps, and originally both provided with a set of five double doors of steel and glass with above the canopies rectangular panels of square glass blocks and at the plastically-geometrically detailed wall dams nearly square flower boxes. Internally in the high hall space divided by the visible square concrete columns, the buffets are placed against the curved inner wall in the niches crowned by canopies.

The entirely free-standing cycling track is, like the stadium, composed of a framework of columns, beams and floors of reinforced concrete, and has a length of 500 m, a width of 9 m, of which 1 m run-out, and an inclination angle of 5 degrees at the long straight ends and an inclination angle rising to 35 degrees at the curves; the track is provided all around with a double parapet in concrete, of which the innermost has a hollow rising profile and between both a hollow concrete drainage gutter is provided.

In 1936-37 the stadium was expanded for the sake of a capacity of 50,000 spectators - also to the design of Jan Wils - by means of an 'outer ring' with shell-shaped elevations at the former standing room tribunes on the north and south side, whereby the reinforced concrete has remained visible and whereby the coverings of the Marathon Tribune have been jacked up with simultaneous raising of the closing walls, except the Marathon Gate which remained at original height; the four high mortared lantern masts with asymmetrical cross-shaped section and situated in the middle at the curves between the eight wide main stairs to the former standing tribunes, were demolished during this expansion and also at the top of the north tribune the original sign was replaced by a more modern one.

The tribune extensions cantilevered over the oldest tribunes with obliquely rising concrete floors are supported by a system of square columns and rectangular and obliquely rising transverse beams in reinforced concrete. The tribune extensions, like the oldest tribunes, are accessed from above, with per bay each two staircases marked by bevelled wing walls. These are connected at both ends with a set of six external staircases, each winding around a column with each vertically arranged step stairs with rounded landings and which lead through ample rectangular doors to the largely screened corridor interrupted by internal step stairs. The concrete parapet of this corridor is provided at the top with glass sections set in narrow steel frames with vertical subdivision (per bay eight narrow windows in two layers above each other), reversed at the short ends (with each four narrow windows in two layers above each other). The staircases and corridor have concrete parapets with double steel tube railings; the short ends of the 'tribune shells' are closed off by slightly cantilevered concrete edges with triple tube railings; the upper rings of the tribune extensions overhanging obliquely above the corridor each have a high parapet of concrete slabs with on the outside at every third oblique cross beam iron brackets for the placement of flag masts.

Of the four iron light masts threaded through the upper ring of both 'tribune shells' - originally consisting of composite columns with triangular wind bracing and a curved termination - only the lower frameworks remain on the outside of the corridors, anchored in the concrete consoles provided for that purpose at the additionally provided concrete beam at the bottom.

The seats, originally all wooden benches which were fastened with an iron bracket to the stepped constructed tribune floors, have subsequently been renewed, whilst all original standing places have been converted to seats. In 1947, at the top of the south tribune of the - also provided at other places with commemorative artworks - stadium a monument (to the design of F. Carasso) was placed, in memory of the athletes fallen in the war. Valuation The Olympic Stadium Building with its associated Olympic decorations, executed in the business-expressionist style characteristic of Wils' work, is of general importance due to its architectural, cultural and sports-historical value and as a symbol of the Olympic Games in the Netherlands par excellence; furthermore of great importance as the principal component of the Olympic Stadium complex.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map