TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Kasteel Eijsden

Eijsden, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Category
onroerend gebouwd
Address
Graaf de Geloeslaan 8, 6245 AS Eijsden (Eijsden-Margraten 31)
Place
Eijsden
Municipality
Eijsden-Margraten
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
50.77367, 5.69962
Part of complex
421506
Monument number
421723

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Limburgensis Ducatus Nova Descriptio" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

HOOFDGEBOUW (Kasteel Eijsden). Onderkelderd en omgracht hoofdgebouw in Maaslandse Renaissancestijl, bestaande uit een rechthoekige west- en zuidvleugel, die een vierkant ten dele bestraat kasteelplein haakvormig omsluiten. Het kasteel is opgetrokken in rode baksteen door mergelstenen banden onderbroken en rust met het kasteelplein op een onderbouw van baksteen en hardsteenblokken. Beide vleugels zijn met een door leien gedekt zadeldak (Maasdekking) overkapt.

Als zodanig werd het kasteel in 1636, vijf jaar na het huwelijk van Arnold de la Margelle met Margaretha Anna Francisca van Bocholtz, opgetrokken of voltooid. Deze gebeurtenis wordt gememoreerd door een gevelsteen boven de poort aan de zuidzijde van de zuidgevel, alwaar het front van het kasteel is gelegen. In op het kasteel aanwezige archiefstukken uit 1633 is sprake van een architect Servais Charles, die wellicht de bouwer van het kasteel is geweest. Op bouwsporen in de fundering in de vorm van een brandlaag ca. 2.75 meter onder het kasteelplein rust het vermoeden, dat het kasteel op de plaats van een ouder gebouw is opgetroken. Het hoofdgebouw, waarvan de vleugels door paviljoens worden beëindigd en waarvan de ZW-hoek door een traptoren wordt geaccentueerd, maakt de indruk in een campagne gebouwd te zijn. Een bouwnaad in de fundering aan de kasteelplein-zijde van de zuidvleugel en onregelmatigheden in het oostelijke gedeelte van deze vleugel, zoals het minder afgewerkte metselwerk en het afwijkende niveau der sierbanden, kunnen echter als sporen van bouwhervatting geinterpreteerd worden.

Een verbouwing onder leiding van de Luikse architect E. Fayn in 1767 en de volgende jaren bleef uitwendig voornamelijk beperkt tot het wijzigen van de meeste vensters, waarvan de kruisen en tussendorpels werden uitgebroken en waarvan een aantal van een lagere onderdorpel werden voorzien. Andere vensters werden toen geheel vervangen door grotere met gladde hardstenen omlijstingen.

Een ingrijpende restauratie van het kasteel vond plaats in de jaren 1881-1886 onder leiding van de Luikse architect E.M. Jamar. Toen werden diverse historiserende decoratieve details aangebracht waardoor eveneens het silhouet van het kasteel werd verrijkt. De hoektoren aan de ZW-zijde kreeg een tamelijk samengestelde spits met peervormige bekroning in plaats van de oorspronkelijke, welke voordien nog geheel aanwezig was, zoals enkele foto's van voor de restauratie tonen. Ook de knobbelspits van de traptoren dateert uit deze tijd. De daken van beide vleugels hadden voor de restauratie aan de kasteelpleinzijde en aan de westzijde nog niet hun huidige gebroken vorm. De samengestelde knobbelspits van het oostelijke paviljoen en het schilddak van het noordelijke paviljoen bezitten daarentegen nog wel hun oude gedaante. Geheel nieuw zijn de dakkapellen met kruiskozijnen en rijke gemetselde topgevels met mergelstenen rolwerk en rozetornamenten. Met uitzondering van de schoorsteen onmiddellijk ten westen van de oostelijke hoekspits, waarvan de pilastergeleding al voor de restauratie aanwezig was, werden de overige schoorstenen opnieuw opgetrokken en van mergelstenen hoekblokken, banden met rozetten, geledingen door pilasters en van kroonlijsten voorzien. De schoorstenen worden evenals de dakkapellen door siersmeedijzeren bovenstukken bekroond. Uit deze tijd dateren voorts alle historiserende Maaslandse hardstenen kruis- en kloosterkozijnen en tweelichtvensters. Ook werden de gevels van beide vleugels toen door de huidige monumentale kroonlijsten met gecanneleerde consoles en Franse lelies afgesloten.

In 1959 was het oostelijke paviljoen weer opgebouwd en gerestaureerd, nadat het in 1952 was ingestort.

De onderbouw van het kasteel en kasteelplein heeft een hellend verloop. Beneden zijn alleen hardsteenblokken van groot formaat toegepast; hogerop baksteen met hardstenen hoekblokken. Het baksteenwerk is onder het huis ter verlichting van de kelders doorbroken door rechthoekige venstertjes en hardstenen kijkspleten met in het hart ronde kanonsgaten. In de afsluitmuur van het kasteelplein, waarvan de borstwering door een hardstenen gewelfde afdekplaat is afgesloten, is aan de noordzijde een steen ingemetseld met het alliantiewapen van De Geloes & Van Dalen. Boven de onderbouw zijn de muren van het kasteel verlevendigd met banden en onregelmatige hoekblokken van hardsteen en met mergelsierstenen - ten dele met tijdens de restauratie van 1881-1886 gehakte wapens - onder de vooral in de westgevel ritmisch gegroepeerde smalle en brede vensters. De sierbanden van de gevels worden (of werden) voortgezet door de onder-, tussen- en bovendorpels van de oorspronkelijke kruis- en tussendorpelvensters en tweelichtvensters. Met uitzondering van de kijkspleten worden de meeste vensters en deuren door hardstenen banden met blokmotief omlijst.

Veldzijde zuidgevel, traptoren en hoekpaviljoen: aan de rechterzijde in het hoekpaviljoen de in hardsteen omlijste 17e-eeuwse dubbele houten ellipsboogpoort, aan de buitenzijde omgeven door een rechthoekige hardstenen sponning van de oude valbrug, waarvan de katrollen nog in de bovenhoeken aanwezig zijn. De dubbele deur is van een rijk gesneden naald met druiper, karyatide, schubsteek, wapenleeuw met wapen van De Geloes, pijnappel en Maria met Christus-beeldje in nis voorzien. Boven de poort het alliantiewapen van De La Margelle & Bocholtz omlijst door cannelures, voluten, een gebogen fronton met het jaartal 1636 en met pijnappelbekroning. Onder het wapen een gedenksteen met de tekst: "ARNOLD VON LAMARGEL- LE FREYHEER ZOZ EISDEN ECT 1631 MARGARETA ANA FRANCISCA VON BOCHOLTZ DOCHTER DER FREYHEER ZOE ORY etc." Rechts van de poort twee boven elkaar gelegen 4-ruitsvensters. Op de eerste verdieping een kruisvenster met 24-ruitsindeling met links hiervan een kloosterkozijn met 12-ruitsindeling. Op de tweede verdieping een tweelichtskozijn met 12-ruitsindeling. In de oostgevel van het oostelijke paviljoen twee 4-ruitsvensters, op de eerste verdieping twee kruiskozijnen met 12-ruitsindeling en op de tweede verdieping twee 6-ruitsvensters. De rechterhelft van de zuidgevel is in vier venstertraveeën geleed met op de bel-etage vier kruiskozijnen met glas-in-loodvensters en op de eerste verdieping vier 18e-eeuwse Franse vensters met 24-ruitsindeling. De linker helft van de zuidgevel beganegronds en op de eerste verdieping heeft een kruiskozijn met 24-ruitsindeling en rechts hiervan twee 12-ruits kloosterkozijnen. In de traptoren aan de rechterzijde beganegronds, op de eerste en tweede verdieping een kloosterkozijn met 12-ruitsindeling en op de derde verdieping een centraal gelegen 4-ruitsvenster.

Veldzijde westgevel traptoren, vleugel en noordwestelijke hoekpaviljoen: in de traptoren beganegronds, eerste en tweede verdieping een centraal gelegen kruiskozijn met glas-in-loodvenster en op de derde verdieping een centraal gelegen glas-in-loodvenster. De westgevel van de westvleugel is in acht traveeen geleed met centraal twee dubbele 12-ruitsdeuren met 8-ruitsbovenlichten en op de eerste verdieping twee Franse vensters met 24-ruitsindelingen. Aan weerszijden van deze twee centraal gelegen traveeen een venster-groep, bestaande uit een Frans venster met 24-ruitsindeling op de bel-etage en eerste verdieping, die beide door een 12-ruitsvensters worden geflankeerd. De genoemde centraal gelegen dubbele deuren worden door een hardstenen op twee voluut-consoles rustende hardstenen balkons met siersmeedijzeren balustrade in Lodewijk XV-stijl voorafgegaan. De westgevel van het noordelijke paviljoen is in twee venstertraveeen geleed met op de bel-etage en eerste verdieping twee Franse vensters met 24-ruitsindelingen en op de tweede verdieping twee 12-ruitsvensters. In de noordgevel van dit paviljoen op de bel-etage aan de linker en rechterzijde een Frans venster met 24-ruitsindeling, op de eerste verdieping aan de rechter zijde een kruiskozijn met 24-ruitsindeling en op de tweede verdieping een tweelichtvenster met 12-ruitsindeling.

Kasteelpleinzijde westgevel paviljoen en vleugel: centraal in de in vier traveeen gelede vleugel een door een hardstenen bordes van drie treden voorafgegaan halfronde dubbele deur, omlijst door pilasters met kapiteel en geprofileerd basement, door een door wapen gebroken kroonlijst en door pijnappels. Links van deze tijdens de restauratie van 1881-1886 aangebrachte ingangspartij twee Franse vensters met 24-ruitsindelingen en rechts een hieraan identiek venster. Op de eerste verdieping drie Franse vensters met 24-ruitsindelingen. De vensterindeling van de oostgevel van het noordelijke paviljoen is identiek aan die van de westzijde van dit paviljoen.

Kasteelpleinzijde noordgevel paviljoen en zuidvleugel: de vleugel aan deze zijde is in vier in groepen van twee geplaatste traveeen geleed. Op de bel-etage drie Franse vensters met 24-ruitsindelingen en op de eerste verdieping vier Franse vensters met 24-ruitsindelingen. Aan de rechterzijde een deur met 8-ruitsbovenlicht, voorafgegaan door en hardstenen bordes van drie treden. Op souterrain-niveau vijf 4-ruitsvensters met diefijzers. Links boven de getoogde poort van het oostelijke paviljoen een kruiskozijn met 24-ruitsindeling en op de tweede verdieping een tweelichtvenster met 12-ruitsindeling.

Inwendig: de meeste kelders zijn overkluisd door gemetselde tongewelven met steekkappen bij de vensters. Onder het noordelijke paviljoen bevindt zich een kelder van zes traveeen met kruisribgewelven op achtkantige pijlers, onder de grote toren een cisterne, in het souterrain onder de zuidvleugel de opgehoogde en recentelijk gemoderniseerde keuken.

In het ruime hoofdtrappehuis in het westen van de zuidvleugel een trap met smeedijzeren leuning in Lodewijk XVI-stijl, in 1770 vervaardigd door een zekere Leduc.

omgeven

De gelijkvloerse vertrekken in de toren aan de ZW-zijde en in de westvleugel hebben een decoratie in rococo- en Lodewijk XVI-stijl, waarvoor in 1768 door een zekere Heuvelman de rococodeuren werden geleverd. De kamers tussen de toren en het noordelijke paviljoen liggen in 'enfilade'. De schouw met Ionische karyatiden in de biljartzaal ten noorden van de toren is nog 17e-eeuws en afkomstig uit de keuken. In de hierop volgende eetzaal, betimmering (bijgewerkt) en stucplafond in rococo; voorts geschilderde dessus-de porte met singeries door Billieux, 1770 (een gemerkt) en een rococo-kachelnis met Delftse tegels. Het snijwerk in dit vertrek is van een zekere Gaspar Tresorotay. In de twee hoeken van de kleine salon gelijksoortige rococo-kachelnissen. De grote salon, die de gehele breedte van deze vleugel beslaat, heeft een rijke versiering in stuc in Lodewijk XVI-stijl met tropeeen, muziekinstrumenten e.a.; de dessus-de-porte, geschilderd in 1770 door een zekere Mr. Loder, vertonen pastorale taferelen in gesneden Lodewijk XVI-omlijstingen; de gesneden rococo-lijsten van de spiegels bevatten de emblemen van de sterrekunde en de drie beeldende kunsten.

Op de eerste verdieping een aantal neoclassicistische slaapkamers uit de eerste kwart van de 19e eeuw, met bed-alkoven en empire-schoorsteenmantels.

In de nieuwe kapel naast het trappehuis, toegankelijk door régence-vleugeldeuren, zijn twee andere rijkversierde vleugeldeuren in dezelfde stijl, afkomstig uit het kasteel te Bure en Ardenne, toegepast als decoratie.

Het gelijkvloers gelegen vertrek van de zuidvleugel is veel soberder dan de vertrekken in de westvleugel. Het vertrek is voorzien van paneel-lambrizeringen uit de jaren 1881-1886.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

MAIN BUILDING (Eijsden Castle). A vaulted and moated main building in Maas Renaissance style, consisting of a rectangular west and south wing, which enclose an L-shaped castle courtyard partly paved in a square. The castle is constructed in red brick interrupted by bands of marl stone and rests with the castle courtyard on a substructure of brick and hardstone blocks. Both wings are topped with a gabled roof (Maas tiling) covered with slate.

As such the castle was erected or completed in 1636, five years after the marriage of Arnold de la Margelle to Margaretha Anna Francisca van Bocholtz. This event is commemorated by a facade stone above the gate on the south side of the south facade, where the front of the castle is situated. In archive documents present at the castle from 1633 mention is made of an architect Servais Charles, who may have been the builder of the castle. On construction traces in the foundation in the form of a fire layer approximately 2.75 metres below the castle courtyard rests the suspicion that the castle was erected on the site of an older building. The main building, of which the wings are terminated by pavilions and of which the SW corner is accented by a stair tower, gives the impression of being built in one campaign. A construction joint in the foundation on the castle courtyard side of the south wing and irregularities in the eastern part of this wing, such as the less finished brickwork and the deviating level of the decorative bands, can however be interpreted as traces of resumed construction.

A renovation under the direction of Liège architect E. Fayn in 1767 and the following years remained externally mainly limited to altering most windows, of which the crosses and intermediate mullions were removed and of which a number were provided with a lower intermediate mullion. Other windows were then entirely replaced by larger ones with smooth hardstone frames.

An extensive restoration of the castle took place in the years 1881-1886 under the direction of Liège architect E.M. Jamar. At that time various historicising decorative details were added, thereby also enriching the silhouette of the castle. The corner tower on the SW side was given a rather complex spire with pear-shaped top in place of the original one, which was previously still entirely present, as a few photographs from before the restoration show. The knobbed spire of the stair tower also dates from this period. The roofs of both wings did not yet have their current broken form on the castle courtyard side and on the west side before the restoration. The complex knobbed spire of the eastern pavilion and the hipped roof of the northern pavilion, on the other hand, still possess their old shape. The roof dormers with cross windows and richly laid brick top gables with marl stone scrollwork and rose ornaments are entirely new. With the exception of the chimney immediately to the west of the eastern corner spire, of which the pilaster articulation was already present before the restoration, the remaining chimneys were rebuilt and provided with marl stone corner blocks, bands with roses, articulations by pilasters and cornices. The chimneys, like the roof dormers, are crowned by ornamental wrought iron tops. From this period date all the historicising Maas hardstone cross and cloister windows and two-light windows. The facades of both wings were also closed at this time by the current monumental cornices with fluted consoles and fleur-de-lis.

In 1959 the eastern pavilion was rebuilt and restored, after it had collapsed in 1952.

The substructure of the castle and castle courtyard has a sloping course. Below only hardstone blocks of large format are used; higher up brick with hardstone corner blocks. The brickwork is broken below the house for the lighting of the cellars by rectangular small windows and hardstone loopholes with round cannon holes at the heart. In the enclosing wall of the castle courtyard, of which the parapet is closed by a hardstone vaulted capping plate, a stone is set into the mortar on the north side with the alliance coat of arms of De Geloes & Van Dalen. Above the substructure the walls of the castle are enlivened with bands and irregular hardstone corner blocks and with marl stone ornaments - partly with coats of arms hacked during the restoration of 1881-1886 - below the windows, grouped rhythmically especially in the west facade, of varying widths. The decorative bands of the facades are (or were) continued by the under-, intermediate and upper mullions of the original cross and intermediate mullion windows and two-light windows. With the exception of the loopholes most windows and doors are framed by hardstone bands with block motif.

Field side south facade, stair tower and corner pavilion: on the right side in the corner pavilion the 17th-century double wooden elliptical arch gate framed in hardstone, surrounded on the outside by a rectangular hardstone quoin of the old drawbridge, of which the pulleys are still present in the upper corners. The double door is provided with richly carved needle with drip moulding, caryatid, shingle work, heraldic lion with coat of arms of De Geloes, pineapple and Mary with Christ child statue in niche. Above the gate the alliance coat of arms of De La Margelle & Bocholtz framed by cannelures, volutes, a curved pediment with the date 1636 and pineapple crown. Below the coat of arms a memorial stone with the text: "ARNOLD VON LAMARGELLE FREYHEER ZOZ EISDEN ECT 1631 MARGARETA ANA FRANCISCA VON BOCHOLTZ DOCHTER DER FREYHEER ZOE ORY etc." To the right of the gate two 4-pane windows placed one above the other. On the first floor a cross window with 24-pane division with to its left a cloister window with 12-pane division. On the second floor a two-light window with 12-pane division. In the east facade of the eastern pavilion two 4-pane windows, on the first floor two cross windows with 12-pane division and on the second floor two 6-pane windows. The right half of the south facade is articulated in four window bays with on the piano nobile four cross windows with leaded glass windows and on the first floor four 18th-century French windows with 24-pane division. The left half of the south facade on the ground floor and on the first floor has a cross window with 24-pane division and to its right two 12-pane cloister windows. In the stair tower on the right side ground floor, first and second floor a cloister window with 12-pane division and on the third floor a centrally located 4-pane window.

Field side west facade stair tower, wing and northwest corner pavilion: in the stair tower ground floor, first and second floor a centrally located cross window with leaded glass window and on the third floor a centrally located leaded glass window. The west facade of the west wing is articulated in eight bays with centrally two double 12-pane doors with 8-pane fanlights and on the first floor two French windows with 24-pane divisions. On either side of these two centrally located bays a window group, consisting of a French window with 24-pane division on the piano nobile and first floor, which are both flanked by 12-pane windows. The mentioned centrally located double doors are preceded by a hardstone balcony resting on two volute consoles with ornamental wrought iron balustrade in Louis XV style. The west facade of the northern pavilion is articulated in two window bays with on the piano nobile and first floor two French windows with 24-pane divisions and on the second floor two 12-pane windows. In the north facade of this pavilion on the piano nobile on the left and right side a French window with 24-pane division, on the first floor on the right side a cross window with 24-pane division and on the second floor a two-light window with 12-pane division.

Castle courtyard side west facade pavilion and wing: centrally in the wing articulated in four bays a semicircular double door preceded by a hardstone step of three treads, framed by pilasters with capital and profiled base, by a cornice broken by coat of arms and by pineapples. To the left of this entrance arrangement added during the restoration of 1881-1886 two French windows with 24-pane divisions and to the right an identical window. On the first floor three French windows with 24-pane divisions. The window division of the east facade of the northern pavilion is identical to that of the west side of this pavilion.

Castle courtyard side north facade pavilion and south wing: the wing on this side is articulated in four bays placed in groups of two. On the piano nobile three French windows with 24-pane divisions and on the first floor four French windows with 24-pane divisions. On the right side a door with 8-pane fanlight, preceded by a hardstone step of three treads. On basement level five 4-pane windows with thieves' bars. To the left above the arched gate of the eastern pavilion a cross window with 24-pane division and on the second floor a two-light window with 12-pane division.

Interior: most cellars are vaulted by laid barrel vaults with diagonal ribs at the windows. Beneath the northern pavilion is a cellar of six bays with cross rib vaults on octagonal pillars, beneath the large tower a cistern, in the basement beneath the south wing the raised and recently modernised kitchen.

In the spacious main staircase in the west of the south wing a stair with wrought iron handrail in Louis XVI style, made in 1770 by a certain Leduc.

encompassed

The ground-floor rooms in the tower on the SW side and in the west wing have decoration in rococo and Louis XVI style, for which a certain Heuvelman supplied rococo doors in 1768. The rooms between the tower and the northern pavilion are arranged in enfilade. The chimney with Ionic caryatids in the billiards room to the north of the tower is still 17th-century and comes from the kitchen. In the following dining room, wainscoting (updated) and plaster ceiling in rococo; furthermore painted dessus-de-porte with singeries by Billieux, 1770 (one marked) and a rococo stove niche with Delft tiles. The carved work in this room is by a certain Gaspar Tresorotay. In the two corners of the small salon similar rococo stove niches. The large salon, which spans the entire width of this wing, has rich decoration in stucco in Louis XVI style with trophies, musical instruments etc.; the dessus-de-porte, painted in 1770 by a certain Mr. Loder, show pastoral scenes in carved Louis XVI frames; the carved rococo frames of the mirrors contain the emblems of astronomy and the three visual arts.

On the first floor a number of neoclassical bedrooms from the first quarter of the 19th century, with bed alcoves and empire fireplace mantles.

In the new chapel next to the staircase, accessible through régence-style wing doors, two other richly decorated wing doors in the same style, from the castle at Bure and Ardenne, are used as decoration.

The ground-floor room of the south wing is much soberer than the rooms in the west wing. The room is provided with panel wainscoting from the years 1881-1886.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map