TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Open verdedigingswerk, Inundatiekanaal Utrecht

Utrecht, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Open verdedigingswerk
Category
onroerend gebouwd
Address
Inundatiekanaal Utrecht
Place
Utrecht
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.06749, 5.13197
Part of complex
532407
Monument number
532410

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Cluster 401. Inlaat- en keersluis.

NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE

Inleiding

BRUG MET INLAAT- EN KEERSLUIS BIJ LUNET IV als voorbeeld van een in de jaren '30 van de 20ste eeuw tot stand gekomen kering om inundatie- en fortgrachtpeilen te controleren. Het ophalen of verwijderen / vernietigen van bruggen is sinds de oudheid een probaat middel om indringers te weren. Niet alleen werd zo de doorgang of overtocht over een waterloop, een droge of een natte gracht of een terreindiepte belemmerd of vertraagd, maar ook moest een aanvaller zelf zorgen voor middelen om de barrière eventueel te nemen. Houten bruggen waren relatief snel te vernietigen, desnoods door ze in brand te steken. Stenen bruggen vergden een grotere en meer tijdrovende ingreep, al kon een springlading soms snel het gewenste effect sorteren. Ditzelfde gold voor betonnen bruggen, zoals deze, die deel uitmaakte van het pad / de weg langs de oostzijde van het inundatiekanaal. In het geval van een brug met een dubbelfunctie als inlaat- en/of keersluis was vernietigen echter amper een optie en dit werk moest dus verdedigd worden. Het ligt voor de hand dat deze brug (onder meer) verdedigd kon worden d.m.v. een versperring. Het verdedigingssysteem van de Nieuwe Hollandse Waterlinie was in de eerste plaats gebaseerd op het gecontroleerd onder water zetten van (grote) terreinoppervlakken. Gecontroleerde inundatie vergde een ingenieus systeem van waterwerken, zoals sluizen, stuwen en kanalen, waarmee het noodzakelijke peil snel en binnen nauwe grenzen gesteld en gehandhaafd kon worden. Er werden vele verschillende typen sluizen toegepast, afhankelijk van de plaats waar ze in het systeem functioneerden. Soms werden reeds bestaande scheepvaart-, uitwaterings- of keersluizen gebruikt, maar ook zijn er vele nieuwe gebouwd of bestaande (sterk) aangepast. Inlaatsluizen werden gebruikt of geconstrueerd om water te laten instromen in te inunderen gebieden. Deze functie kon via verschillende typen sluizen worden gerealiseerd, mits het (water)peil aan het te inunderen gebied lager was dan aan de voedingszijde. Keersluizen werden vooral toegepast om een (eenmaal gesteld) peil te (kunnen) handhaven: na inlaat van water werd hierin een min of meer permanente afsluiting aangebracht om terugstromen te belemmeren. Bij relatief hoog water aan de voedingszijde (dus van het buitenwater) vond inlaat plaats, gevolgd door sluiting - gewoonlijk door middel van dubbele schotbalken, met hiertussen een kleipakking. In een flink aantal gevallen zijn dergelijke systemen ook toegepast om het peil van fortgrachten op peil te brengen en te houden of het grachtwater af te scheiden van het buitenwater. Het grachtenstelsel en het voedingskanaal van de Lunetten I t/m IV op de Houtense Vlakte kon zo op peil worden gehouden na voeding vanuit het inundatiekanaal, dan wel vanuit de Kromme Rijn. Het werk is in de late jaren '30 tot stand gekomen als onderdeel van de aanpassing van de Nieuwe Hollandse Waterlinie bij de aanleg van de huidige Waterlinieweg en maakte zo deel uit van een serie vergelijkbare en verwante werken tussen Fort De Bilt en de Vier Lunetten met een civiele en militaire functie.

De brug en de kering zijn in een latere tijd aangepast door verbreding en gedeeltelijke afsluiting van de doorlaten. De breedte van de brug is vermoedelijk vergroot door het aanbrengen van een looppad met balustrade aan de westzijde. De beide doorlaten zijn (vermoedelijk tegelijk met de verbreding van de brug) aan de westzijde dichtgezet met betonnen platen, waarin ijzeren schuiven zijn opgenomen.

Omschrijving

BRUG MET INLAAT- EN KEERSLUIS BIJ LUNET IV, uitgevoerd in gewapend beton en bestaande uit een ongeveer 10 m lange en in totaal 6 m wijde plaatconstructie tussen twee ongeveer 4,50 m uitstekende, eveneens betonnen landhoofden van 9 m wijdte. Het oorspronkelijk mogelijk maar ongeveer 4 m brede brugdek wordt ter weerszijden begrensd door betonnen opstanden, voorzien van een ijzeren leuning. De inlaat en kering is uitgevoerd in de vorm van twee parallelle doorlaten gescheiden door een ter weerszijden van de brug uitstekend, halfrond eindigend, betonnen middenhoofd. Buiten de betonnen platen als kering zijn in de hoofden sponningen opgenomen voor het eventueel laten neerdalen van balken.

Waardering

De BRUG MET INLAAT- EN KEERSLUIS BIJ LUNET IV is van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar is versterkt en verbeterd.

* Architectuurhistorische waarden in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op: a. het systeem van inundatie en accesverdediging (19de eeuw), b. de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (19de en 20ste eeuw), c. het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (20ste eeuw).

Het betreft hier een onderdeel uit de periode 1935-1940, namelijk een aan de militair-strategische bouwkunde gerelateerde uiting van historische waterbouwkunde, dienende als militaire en civiele oeververbinding en waterwerk.

* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en met een aantal verwante, uit dezelfde tijd daterende werken die zijn aangelegd vanwege verkeersinfrastructurele ontwikkelingen.

* Het onderdeel representatief (karakteristiek) omdat het in samenhang met nabije werken een goed voorbeeld is van toepassing van dit type brug en kering in een militaire situatie.

* Het onderdeel is redelijk gaaf bewaard omdat het naar vorm en situering herkenbaar is gebleven, maar door functionele aanpassingen toch ook een deel van het typerende militaire karakter heeft verloren.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Cluster 401. Inlet and check sluice.

NEW HOLLAND WATER LINE

Introduction

BRIDGE WITH INLET AND CHECK SLUICE AT LUNET IV as an example of a barrier constructed in the 1930s to control inundation and fort ditch water levels. The raising or removal / destruction of bridges has been a proven means of warding off intruders since ancient times. Not only did this hinder or delay passage or crossing over a watercourse, a dry or wet ditch or a terrain depression, but an attacker also had to provide the means to possibly overcome the barrier. Wooden bridges were relatively quick to destroy, if necessary by setting them on fire. Stone bridges required a larger and more time-consuming intervention, although a explosive charge could sometimes quickly achieve the desired effect. The same applied to concrete bridges, such as this one, which formed part of the path / road along the east side of the inundation canal. However, in the case of a bridge with a dual function as an inlet and/or check sluice, destruction was hardly an option and this structure therefore had to be defended. It stands to reason that this bridge could (among other things) be defended by means of a barricade. The defence system of the New Holland Water Line was primarily based on the controlled flooding of (large) terrain areas. Controlled inundation required an ingenious system of water works, such as sluices, weirs and canals, with which the necessary water level could be set and maintained quickly and within narrow limits. Many different types of sluices were used, depending on where they functioned in the system. Sometimes existing navigation, drainage or check sluices were used, but many new ones were also built or existing ones were (significantly) adapted. Inlet sluices were used or constructed to allow water to flow into areas to be inundated. This function could be realised via different types of sluices, provided the water level in the area to be inundated was lower than on the supply side. Check sluices were especially used to maintain a (once set) water level: after water inlet, a more or less permanent closure was made to prevent backflow. At relatively high water on the supply side (thus from the outer water), inlet took place, followed by closure - usually by means of double schotbalk, with a clay packing between them. In a considerable number of cases, such systems were also used to bring fort ditch water levels up to level and maintain them, or to separate ditch water from outer water. The ditch system and the supply canal of Lunets I through IV on the Houtense Vlakte could thus be maintained at level after feeding from the inundation canal, or from the Kromme Rijn. The work was constructed in the late 1930s as part of the adaptation of the New Holland Water Line during the construction of the current Waterlinieweg and thus formed part of a series of comparable and related structures between Fort De Bilt and the Four Lunets with civilian and military functions.

The bridge and barrier were adapted at a later time by widening and partial closure of the openings. The width of the bridge was presumably increased by the addition of a footpath with balustrade on the west side. Both openings were (presumably at the same time as the widening of the bridge) closed off on the west side with concrete plates, in which iron sluice gates were incorporated.

Description

BRIDGE WITH INLET AND CHECK SLUICE AT LUNET IV, executed in reinforced concrete and consisting of an approximately 10 m long plate structure, 6 m wide in total, between two approximately 4.50 m projecting, also concrete abutments of 9 m width. The originally possibly only approximately 4 m wide bridge deck is bounded on both sides by concrete parapets, provided with an iron railing. The inlet and barrier are executed in the form of two parallel openings separated by a semicircular-ended concrete pier projecting on both sides of the bridge. Outside the concrete plates as barrier, recesses are incorporated in the abutments for the possible lowering of beams.

Valuation

The BRIDGE WITH INLET AND CHECK SLUICE AT LUNET IV is of general importance because of:

* Cultural-historical values as part of the New Holland Water Line as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially constructed from 1815 by him, Jan Blanken and major-engineer Willem Offerhaus, and subsequently strengthened and improved by others over approximately 125 years.

* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic architecture, which is based on: a. the inundation and access defence system (19th century), b. the race with increasingly powerful offensive weapons (19th and 20th centuries), c. the system of 'living' field fortification in depth (20th century).

This concerns a component from the period 1935-1940, namely an expression of historical water engineering related to military-strategic architecture, serving as a military and civilian bank connection and water work.

* Ensemble value and situational values as part of the New Holland Water Line. Also because of the functional and physical coherence with the other components of the complex and with a number of related structures dating from the same period that were constructed due to traffic infrastructure developments.

* The component is representative (characteristic) because it is, in conjunction with nearby structures, a good example of the application of this type of bridge and barrier in a military situation.

* The component is reasonably well preserved because it has remained recognisable in form and situation, but through functional adaptations has nevertheless also lost part of its distinctive military character.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map