Rijksmonumentenregister · Netherlands
Fort, vesting en -onderdelen, Diefdijk Geldermalsen (West Betuwe 25)
Geldermalsen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Fort, vesting en -onderdelen
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Diefdijk Geldermalsen (West Betuwe 25)
- Place
- Geldermalsen
- Municipality
- West Betuwe
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.89582, 5.11891
- Part of complex
- 531760
- Monument number
- 531765
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesTU Delft LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesLeiden University LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Cluster 65.
NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE
Inleiding
BRUG EN KRAANBRUG als toegangsbrug over de gracht rond het Werk op de Spoorweg bij de Diefdijk. Het ophalen of verwijderen / vernietigen van bruggen is sinds de oudheid een probaat middel om indringers te weren. Niet alleen werd zo de doorgang of overtocht over een waterloop, een droge of een natte gracht of een terreindiepte belemmerd of vertraagd, maar ook moest een aanvaller zelf zorgen voor middelen om de barrière eventueel zelf te nemen. Houten bruggen waren relatief snel te vernietigen, desnoods door ze in brand te steken. Stenen bruggen vergden een grotere en meer tijdrovende ingreep, al kon een springlading soms snel het gewenste effect sorteren. Met de komst van ijzeren bruggen - in de loop van de 19de eeuw op grote schaal toegepast in vele verschillende varianten - bleef de tweede mogelijkheid bestaan, maar verdween de eerste. Bovendien was het opblazen van bruggen ook een grove manier van kapitaalvernietiging. Een van de manieren waarop ijzeren bruggen afgesloten konden worden was die van het uitnemen of ontoegankelijk maken van kleine delen ervan. Dit gebeurde vanaf het derde kwart van de 19de eeuw - behalve door ophalen - onder andere door de defensieve toepassing van zogenoemde kraanbruggen, zowel in wegen als in spoorwegen. Zulke kraanbruggen konden via verticale assen opzij worden geklapt om zo een open ruimte te maken. Civiele kraanbruggen waren eerder toegepast bij kruisingen van waterwegen en spoorlijnen, maar ze zijn onder meer ook in de Nieuwe Hollandse Waterlinie gebruikt bij de Diefdijk en bij Naarden. Kraanbruggen zijn een Nederlandse uitvinding van omstreeks 1845, die op naam staat van ir. F.W. Conrad.
Zowel aan de frontzijde als aan de keelzijde van het Werk op de Spoorweg bij de Diefdijk vond het grootste deel van de overspanning van het water plaats door middel van bruggen met onderspannen vakwerk en hooggelegen rijvloer; een kleiner deel van de overbrugging van de gracht door spoorweg en rijweg werd afgesloten door middel van kraanbruggen. De brug aan de frontzijde, over de Acquoyseweg, is al lang geleden opgevolgd door een dam. Mogelijk zijn resten van de landhoofden en de pijler in de huidige dam bewaard. De spoorbrug aan de keelzijde is vermoedelijk rond 1958 opgevolgd door een ander exemplaar en in 2008 is ook deze brug weer vervangen. De in 1958 vervangen spoorwegkraanbrug (of mogelijk het exemplaar dat aan de frontzijde lag) - die van een veel zwaarder uitvoering was dan die in de rijweg - werd hergebruikt als 'passeerbrug' naast het spoor. Deze brug is in 2008 eveneens uitgenomen en vervangen; dit brugdeel is opgeslagen in afwachting van mogelijk hergebruik. Nu resteren alleen nog de kraanbrug en de vaste vakwerkbrug in de rijweg aan de keelzijde in situ. Kraanbruggen zijn uiterst zeldzaam geworden; voor zover bekend is dit het enige complete, authentieke exemplaar. Brug en kraanbrug in de rijweg / toegangsweg zijn in 2011 gerestaureerd.
Omschrijving
BRUG EN KRAANBRUG aan de westzijde van het Werk op de Spoorweg bij de Diefdijk, die samen de toegang tot het kleine fort vormen. De gracht van het Werk op de Spoorweg bij de Diefdijk wordt overspannen door een verkeersbrug en een spoorbrug. De verkeersbrug bestaat uit een rond 1880 gebouwde vaste brug en een kraanbrug.
De vaste BRUG rust aan de westzijde op het landhoofd en aan de andere zijde op een hoog opgemetselde pijler. De vleugels staan in lijn met de landhoofden. Zowel in de pijler als in de beide landhoofden zijn, naast het bakstenen metselwerk, natuursteenblokken gebruikt. De vaste brug is een onderspannen vakwerkliggerbrug met hooggelegen rijvloer van omstreeks 20 m lengte. De brug is uitgevoerd in enkelvoudig vallend vakwerk met alleen in de middenvelden gekruiste diagonalen.
De uit dezelfde tijd daterende KRAANBRUG is geconstrueerd uit geklonken plaat- en hoekprofielijzeren delen en overspant circa 7 m. Deze aan de oostzijde van het water, aan het hoog opgaande metselwerk van het landhoofd gemonteerde brug kon opzij worden gedraaid door middel van een kwartronde heugel, nadat een planken vloer was uitgenomen. De brug rust aan de losse westkant, behalve op het landhoofd, op vier diagonaal naar het draaipunt geplaatste profielijzers. De kraanbrug van het Werk op de Spoorweg bij de Diefdijk vertegenwoordigt een hoge typologische en technische / cultuurhistorische zeldzaamheidswaarde.
Waardering
BRUG EN KRAANBRUG zijn van algemeen belang vanwege:
* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar is versterkt en verbeterd.
* Architectuurhistorische waarden in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op: a. het systeem van inundatie en accesverdediging (19de eeuw), b. de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (19de eeuw)
Het betreft hier een onderdeel uit de periode 1880-1885, namelijk een aan de militair-strategische bouwkunde gerelateerde uiting van historische waterbouwkunde, dienende als tweevoudige brug, bestaande uit een onderspannen vakwerkbrug met hoog rijdek en een hiermee in serie geschakelde complete kraanbrug.
* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex.
* Het onderdeel kraanbrug is zeldzaam geworden en representatief (karakteristiek) omdat slechts enkele vergelijkbare typen - maar incompleet - bewaard zijn gebleven; het onderdeel onderspannen vakwerkbrug met hoog rijdek is representatief omdat het een goed voorbeeld is van toepassing van dit type brug in een militaire situatie.
* Het onderdeel is gaaf bewaard omdat vrijwel alle essentiële onderdelen in situ en in functie zijn gehandhaafd.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Cluster 65.
NEW HOLLAND WATERLINE
Introduction
BRIDGE AND SWING BRIDGE as access bridge over the moat around the Work on the Railway at the Diefdijk. The raising or removal / destruction of bridges has been a proven means of warding off intruders since antiquity. Not only did this hinder or delay passage or crossing over a watercourse, a dry or wet moat or a terrain depression, but an attacker also had to provide means to potentially take the barrier himself. Wooden bridges were relatively quick to destroy, if necessary by setting them on fire. Stone bridges required a larger and more time-consuming intervention, although a explosive charge could sometimes quickly produce the desired effect. With the arrival of iron bridges - applied on a large scale in the course of the 19th century in many different variants - the second possibility remained, but the first disappeared. Moreover, blowing up bridges was also a crude form of capital destruction. One of the ways in which iron bridges could be closed was by removing or making inaccessible small parts of them. This happened from the third quarter of the 19th century - besides by raising - among other things through the defensive application of so-called swing bridges, both in roads and railways. Such swing bridges could be swivelled to the side via vertical axes to create an open space. Civil swing bridges had previously been applied at crossings of waterways and railway lines, but they were also used in the New Holland Waterline at the Diefdijk and at Naarden. Swing bridges are a Dutch invention from around 1845, credited to engineer F.W. Conrad.
Both on the front side and on the gorge side of the Work on the Railway at the Diefdijk, the major part of the water span took place by means of bridges with underslung lattice girder work and elevated roadway; a smaller part of the moat bridging by railway and roadway was closed by means of swing bridges. The bridge on the front side, over the Acquoyseweg, was replaced long ago by an embankment. Remains of the abutments and the pier may possibly be preserved in the current embankment. The railway bridge on the gorge side was presumably replaced around 1958 by another specimen and in 2008 this bridge too was replaced. The railway swing bridge replaced in 1958 (or possibly the specimen that was on the front side) - which was of a much heavier construction than that in the roadway - was reused as a 'passing bridge' beside the track. This bridge section was likewise removed and replaced in 2008; this bridge component is stored pending possible reuse. Now only the swing bridge and the fixed lattice girder bridge remain in the roadway on the gorge side in situ. Swing bridges have become extremely rare; as far as is known, this is the only complete, authentic specimen. Bridge and swing bridge in the roadway / access way were restored in 2011.
Description
BRIDGE AND SWING BRIDGE on the west side of the Work on the Railway at the Diefdijk, which together form the access to the small fort. The moat of the Work on the Railway at the Diefdijk is spanned by a traffic bridge and a railway bridge. The traffic bridge consists of a fixed bridge built around 1880 and a swing bridge.
The fixed BRIDGE rests on the west side on the abutment and on the other side on a high-built pier. The wings are in line with the abutments. In both the pier and both abutments, natural stone blocks have been used alongside the brickwork. The fixed bridge is an underslung lattice girder bridge with elevated roadway of approximately 20 m in length. The bridge is constructed with simple falling lattice work with crossed diagonals only in the middle panels.
The SWING BRIDGE dating from the same period is constructed from riveted sheet metal and angle iron sections and spans approximately 7 m. This bridge, mounted on the east side of the water on the high-rising brickwork of the abutment, could be swivelled to the side by means of a quarter-circular hinge, after a wooden floor had been removed. The bridge rests at the loose west end, apart from on the abutment, on four profile irons placed diagonally towards the pivot point. The swing bridge of the Work on the Railway at the Diefdijk represents high typological and technical / cultural-historical rarity value.
Valuation
BRIDGE AND SWING BRIDGE are of general importance because of:
* Cultural-historical values as part of the New Holland Waterline as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially from 1815 implemented by him, Jan Blanken and major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others over approximately 125 years.
* Architectural-historical values in particular as an expression of military-strategic building construction, which is based on: a. the system of inundation and access defence (19th century), b. the arms race with increasingly strengthened offensive means (19th century)
This concerns a component from the period 1880-1885, namely an expression of historical water construction related to military-strategic building construction, serving as a double bridge, consisting of an underslung lattice girder bridge with high roadway and a complete swing bridge connected in series with it.
* Ensemble value and situational values as part of the New Holland Waterline. Also because of the functional and physical coherence with the other components of the complex.
* The swing bridge component has become rare and is representative (characteristic) because only a few comparable types - but incomplete - have been preserved; the component underslung lattice girder bridge with high roadway is representative because it is a good example of the application of this type of bridge in a military situation.
* The component is well-preserved because virtually all essential components have been maintained in situ and in function.
Nearby in the register
- Bomvrij militair object, Diefdijk 26Bomvrij militair objectunder 1 mi
- Fort, vesting en -onderdelen, Werk op de Spoorweg bij de DiefdijkFort, vesting en -onderdelenunder 1 mi
- Bomvrij militair object, Werk op de Spoorweg bij de Diefdijk Geldermalsen (West Betuwe 25)Bomvrij militair objectunder 1 mi
- Bomvrij militair object, Werk op de Spoorweg bij Diefdijk Geldermalsen (West Betuwe 25)Bomvrij militair objectunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.