Rijksmonumentenregister · Netherlands
Bomvrij militair object, Fort Everdingen Culemborg
Culemborg, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Bomvrij militair object
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Fort Everdingen Culemborg
- Place
- Culemborg
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.96318, 5.17554
- Part of complex
- 531650
- Monument number
- 531659
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesTU Delft LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Cluster 501. Zie ook monument nummer: 531679.
NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE
Inleiding
GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P als in de mobilisatieperiode 1939-1940 aan het Fort Everdingen toegevoegde onderdelen. Groepsschuilplaatsen Type P zijn volgens min of meer uniform of standaardontwerp in de jaren 1939-1940 op meerdere plaatsen in Nederland gebouwd. Ze komen in ieder geval in groten getale voor aan het Zuidfront van de zogenoemde Vesting Holland (aan de Nieuwe Merwede en het Hollandsch Diep) en op diverse plaatsen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie - toen het Oostfront van de Vesting Holland genoemd (onder meer in het gebied tussen Fort Rijnauwen en Fort Vechten (de Houtense Vlakte) en op en bij Fort Everdingen). Het totaal aantal gebouwde exemplaren bedraagt circa 700, waarvan ongeveer 570 in de Nieuwe Hollandse Waterlinie; het merendeel (circa 400) hiervan bestaat nog. Het bouwprogramma van de groepsschuilplaatsen Type P was bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nog niet afgerond en een aantal exemplaren is nooit voltooid. Type P (vanwege de markante vorm ook wel 'de piramide' genoemd) is vermoedelijk het meest bekende type betonnen verdedigingswerk in Nederland. Het type kwam voort uit het zogenoemde VIS 77 (Voorschrift Inrichten Stellingen no. 77), uit 1928, en had onder meer als bestemming deel uit te maken van de verdediging van een aantal (nieuwe) accessen, waaronder vooral (autosnel)wegen en geëlektrificeerde spoorwegen. De groepsschuilplaats Type P kwam gewoonlijk tot stand in de directe nabijheid van reeds bestaande of in dezelfde tijd gerealiseerde kazematten, geschutsopstellingen, versterkingen of loopgraven. Doordat de loopgraven en andere (aard)werken later vrijwel overal zijn geëffend of gesloopt, liggen de betonnen schuilplaatsen tegenwoordig nogal eens voor een deel beneden het maaiveld of juist - onbedoeld - markant in het zicht. De van oudsher geheel gesloten voorzijde of frontzijde van de groepsschuilplaatsen Type P was in veel gevallen gedekt door aardwerken die deel konden uitmaken van een glacis ter bescherming van de loopgraaf of van een gedekte weg. Deze aardwerken zijn thans meestal niet meer aanwezig of nog slechts met moeite herkenbaar, maar met name op forten of in anderszins geaccidenteerd terrein zijn ze soms nog wel aanwezig. Er zijn talrijke exemplaren van het Type P gebouwd in inundeerbare gebieden, waarbij in een aantal gevallen een (nu zichtbaar geworden) paalfundering is toegepast; bij andere is een rondom uitstekende funderingsplaat of ook wel een trog tegen inundatiewater zichtbaar.
Omschrijving
GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P zijn éénlaagse, gewoonlijk in gewapend, ca. 100 tot 180 cm dik gietbeton uitgevoerde, granaatvrije, militaire onderkomens, die beschutting konden bieden aan 10-12 manschappen infanterie / artillerie, bij dekkingsklasse W 12-15 of W 21-28. De groepsschuilplaatsen op Fort Everdingen behoren tot de zwaarste klasse. De groepsschuilplaatsen Type P zijn gebouwd op een rechthoekig grondplan. De zichtbare hoogte boven het maaiveld varieert. De beide blinde zijgevels en de keelzijde zijn tot op ongeveer 3 m hoogte verticaal uitgevoerd. Daarboven gaan deze gevels met een knik van ongeveer 45 0 naar binnen, om vervolgens over te gaan in een vlakke dekking. Rechts in de keelzijde is op plaatselijk verschillende hoogte boven maaiveld een (later al dan niet dichtgezette) toegangsopening. De in zijn geheel verticale, gesloten frontzijde weerspiegelt de hoeken van 45 0 en eindigt dus als een 'afgeknotte puntgevel'. In een aantal gevallen zijn in de gevel(s) ijzeren haken of beugels meegegoten die konden dienen ter bevestiging van camouflagemateriaal. Een kenmerkend onderdeel bovenop de schuilplaats type P is de conische, betonnen 'uitlaat', die bestemd was voor toepassing van een periscoop. Deze periscopen zijn in de praktijk echter nooit aangebracht. Het interieur van de groepsschuilplaatsen Type P bestaat uit een korte gang (meestal met een betonnen keermuur of balustrade en gewoonlijk enkele neergaande treden) en een van daaruit naar links gerichte 'sluis' die afgrendelbaar moest zijn door een (uit meerdere delen bestaande) zware, stalen deur met grendels. Via een tweede, vergelijkbare deur kon rechtsom een achterliggende, vrijwel vierkante ruimte worden bereikt, de echte schuilplaats. De toegang kon vanuit deze ruimte worden bestreken door een schietgat. De stalen deuren zijn echter zelden of nooit geplaatst en de ingangen zijn later vaak dichtgezet met baksteen en gepleisterd. Enkele groepsschuilplaatsen op Fort Everdingen hebben driedelige dubbel opgeklampte deuren als noodoplossing. De op circa twee meter boven vloerniveau gelegen plafonds zijn vlak en rechthoekig. In een aantal gevallen zijn nog interieuronderdelen aanwezig, zoals (resten van) houten banken, schietgatafsluitingen of een steun voor het vuurwapen voor de bestrijking van de ingang.
Verschillende exemplaren op Fort Everdingen zijn - mede dankzij de niet publieke toegankelijkheid van het terrein - relatief goed bewaard en bezitten nog interieuronderdelen. Tevens bevinden zich nog exemplaren onder de grond (al dan niet voltooid), waarvan in een aantal gevallen niets of vrijwel niets zichtbaar is. Ten noorden van het fort - in de uiterwaard - ligt zeker één onvoltooid gebleven exemplaar, waarvan alleen het onderste gedeelte, tot en met de vierkante toegangsopening, is uitgevoerd.
Waardering
GROEPSSCHUILPLAATSEN TYPE P zijn van algemeen belang vanwege:
* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende meer dan een eeuw is versterkt en verbeterd.
* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op: a. het systeem van inundatie en accesverdediging (negentiende en twintigste eeuw), b. de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (negentiende en twintigste eeuw), c. het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (20ste eeuw).
Het betreft hier onderdelen uit de periode 1939-1940. Deze onderdelen zijn voorbeelden van gewapend betonnen groepsschuilplaatsen (Type P / Piramide), deels met en deels zonder aarden dekking en in een of meerdere gevallen onvoltooid gebleven.
* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex.
* De onderdelen zijn representatief (karakteristiek) omdat ze als onderdeel van een gedeconcentreerde verdedigingslijn zijn toegevoegd aan het bestaande fortificatiestelsel.
* De onderdelen zijn redelijk gaaf bewaard en laten zich als gebouwde onderdelen meestal goed, maar soms niet of nauwelijks, in het veld - en in dit geval vooral op een fort - herkennen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Cluster 501. See also monument number: 531679.
NEW HOLLANDIC WATERLINE
Introduction
GROUP SHELTERS TYPE P as components added to Fort Everdingen during the mobilisation period 1939-1940. Group Shelters Type P were built in multiple locations in the Netherlands in 1939-1940 according to a more or less uniform or standard design. They occur in large numbers in particular on the Southern Front of the so-called Fortress Holland (on the Nieuwe Merwede and the Hollandsch Diep) and in various locations in the New Hollandic Waterline - then called the Eastern Front of Fortress Holland (including in the area between Fort Rijnauwen and Fort Vechten (the Houtense Plain) and on and near Fort Everdingen). The total number of built examples amounts to approximately 700, of which approximately 570 in the New Hollandic Waterline; the majority (approximately 400) of these still exist. The construction programme for Group Shelters Type P had not been completed at the outbreak of the Second World War and a number of examples were never finished. Type P (also called 'the pyramid' because of its distinctive shape) is presumably the most well-known type of concrete defensive structure in the Netherlands. The type originated from the so-called VIS 77 (Regulation for Setting Up Positions no. 77), from 1928, and had as one of its purposes to form part of the defence of a number of (new) accesses, including in particular (motorway) roads and electrified railways. The Group Shelter Type P usually came into being in the immediate vicinity of already existing or contemporaneously realised casemates, gun emplacements, fortifications or trenches. Because the trenches and other (earthen) works were subsequently levelled or demolished almost everywhere, the concrete shelters nowadays often lie partly below ground level or conversely - unintentionally - stand out prominently in the landscape. The wholly closed front or forward side of Group Shelters Type P was in many cases covered by earthworks that could form part of a glacis to protect the trench or a covered way. These earthworks are now mostly no longer present or can only be recognised with difficulty, but in particular on forts or in otherwise uneven terrain they are sometimes still present. Numerous examples of Type P were built in inundatable areas, in some cases using a (now visible) pile foundation; in others a projecting foundation slab all round or also a trough against floodwater is visible.
Description
GROUP SHELTERS TYPE P are single-storey, usually reinforced, approximately 100 to 180 cm thick cast concrete, shrapnel-proof, military shelters, which could provide protection for 10-12 infantry / artillery personnel, with protection classes W 12-15 or W 21-28. The group shelters at Fort Everdingen belong to the heaviest class. Group Shelters Type P were built on a rectangular ground plan. The visible height above ground level varies. Both blind end walls and the gorge side are executed vertically to approximately 3 m height. Above this these walls bend at approximately 45 degrees inward, then transitioning into a flat roof. On the right of the gorge side is an (access opening (later either closed off or left open) at locally varying height above ground level. The entirely vertical, closed front side reflects the 45 degree angles and thus ends as a 'truncated pointed gable'. In a number of cases iron hooks or brackets were cast into the wall(s) that could serve to secure camouflage material. A characteristic component on top of the Type P shelter is a conical concrete 'outlet', which was intended for the use of a periscope. These periscopes were however never actually installed in practice. The interior of Group Shelters Type P consists of a short corridor (usually with a concrete retaining wall or balustrade and normally some descending steps) and a 'lock' chamber leading left from there, which had to be sealable by a (multi-part) heavy steel door with bolts. Via a second, similar door an adjoining, almost square room could be reached to the right, the actual shelter. Access from this room could be covered by a gun slit. The steel doors were however rarely or never installed and the entrances were later often filled in with brick and plastered over. Several group shelters at Fort Everdingen have three-part double-clamped doors as an emergency solution. The ceilings, located at approximately two metres above floor level, are flat and rectangular. In a number of cases interior components are still present, such as (remains of) wooden benches, gun slit closures or a support for the firearm for covering the entrance.
Various examples at Fort Everdingen are - partly thanks to the non-public accessibility of the site - relatively well preserved and still possess interior components. Moreover, there are still examples underground (whether or not completed), in some cases nothing or virtually nothing of which is visible. North of the fort - in the flood plain - lies at least one unfinished example, of which only the lower section, including the square access opening, has been executed.
Valuation
GROUP SHELTERS TYPE P are of general interest on account of:
* Cultural-historical values as part of the New Hollandic Waterline as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially realised from 1815 onwards by him, Jan Blanken and major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others for more than a century.
* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic building design, which is based on: a. the system of inundation and access defence (nineteenth and twentieth centuries), b. the competition with increasingly powerful offensive weapons (nineteenth and twentieth centuries), c. the system of 'living' field fortification in depth (20th century).
These are components from the period 1939-1940. These components are examples of reinforced concrete group shelters (Type P / Pyramid), some with and some without earth covering and in one or more cases left unfinished.
* Ensemble value and situational values as part of the New Hollandic Waterline. Also on account of the functional and physical coherence with the other components of the complex.
* The components are representative (characteristic) because they were added as part of a deconcentrated defence line to the existing fortification system.
* The components are reasonably well preserved and as built components are usually readily, but sometimes not or scarcely, recognisable in the field - and in this case especially on a fort.
Nearby in the register
- Bijgebouwen, Fort Everdingen Everdingen (Vijfheerenlanden 26)Bijgebouwenunder 1 mi
- Fort, vesting en -onderdelen, Fort Everdingen CulemborgFort, vesting en -onderdelenunder 1 mi
- Militair wachtgebouw, Fort Everdingen CulemborgMilitair wachtgebouwunder 1 mi
- Bijgebouwen, Noodweg 2Bijgebouwenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.