Rijksmonumentenregister · Netherlands
Waarnemingspost, Fort Honswijk Schalkwijk (Houten 26)
Schalkwijk, Utrecht, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Waarnemingspost
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Fort Honswijk Schalkwijk (Houten 26)
- Place
- Schalkwijk
- Municipality
- Houten
- Province
- Utrecht
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.97300, 5.15717
- Part of complex
- 531624
- Monument number
- 531626
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesTU Delft LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Cluster 61. Toren (I).
NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE Inleiding
Ronde, in zwaar metselwerk uitgevoerde TOREN (I), die de kern en het reduit van het Fort Honswijk was en die deel uitmaakte van de verdediging van het (rivier)acces van de Lek en de noordelijke Lekoever, alsmede van annexe waterwerken. Torens op forten zijn tot in de jaren '60 van de 19de eeuw gebouwd, te beginnen in de Napoleontische Tijd; in Nederland echter pas vanaf omstreeks 1840, waarbij de inzichten van militair ingenieur J.G.W. Merkes van Gendt sturend waren. Nederlandse torens op forten hebben gewoonlijk een ongeveer cirkelvormig grondplan met een diameter van enkele tientallen meters en ze waren omgeven door een natte gracht. Ze zijn twee, drie of meer verdiepingen hoog en bestaan uit zwaar - meters dik - metselwerk. Uitgangspunt was dat de ronde vorm goed bestendig was tegen inslagen van kanonvuur, terwijl de defensieve kracht naar alle richtingen min of meer gelijkwaardig kon zijn. Door opstelling van ver reikend geschut bovenop de torens - waar tevens de uitkijk was gevestigd - dacht men in gunstige verdedigende positie te verkeren. Voor de nabije(re) verdediging dienden (talrijke) schietgaten voor kanon- en geweervuur. Meerdere torens op forten waren voorzien van een aarden dekking, mede waardoor ze als 'bomvrij' werden beschouwd. Het bomvrij zijn was een relatief begrip, dat gekoppeld was aan de inslagkracht van het vuur ten tijde van de bouw. Met de komst van geschut met getrokken loop, was het echter afgelopen met de torens: ze bleken toch tamelijk kwetsbaar, waren relatief gemakkelijke doelwitten en ze verloren hun defensieve betekenis dus binnen weinige jaren. Als gevolg hiervan zijn verschillende torens van hun hoogste verdieping(en) ontdaan en voorzien van aarden beschermingswallen. Wat bleef was hun functie als onderkomen voor manschappen en materieel. Bekende torenforten in de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn die te Weesp (een vrijstaande toren), Fort Asperen (aangebouwde contrescarpgalerij met aarden bekleding), Fort Honswijk en Fort Everdingen (beide met vrijstaande, met aarde beklede contrescarpgalerij). De meeste torens maken deel uit van met aarden werken en (natte) grachten omgeven fortcomplexen, zoals ook Fort Honswijk.
Omschrijving
Centraal in het zuidoostelijke bastion van het complex Fort Honswijk op een ronde plattegrond gebouwde, bakstenen TOREN (I) - gebruikt als logies- en opslaggebouw - die de kern van de oudste aanleg vormt. Het ontwerp is van Ing. J. Muschart. De toren kwam tot stand in de jaren 1844-1848, nadat eerst aardwerken en een fundering waren gerealiseerd. Het metselwerk van de rond lopende gevel is asymmetrisch uitgevoerd: de wanden aan de oostzijde zijn dikker (ca. 3 m) dan die aan de westzijde (ca. 1 m). Er waren oorspronkelijk vier bouwlagen, inclusief het souterrain; bij de modernisering rond 1879 is de bovenste bouwlaag verwijderd, waardoor de toren nu nog drie bouwlagen kent, inclusief het souterrain. De tot ca. 1879 gekanteelde gevel eindigt sindsdien met een rollaag. Bovenop het bouwwerk bevindt zich tegenwoordig een metersdikke, min of meer vlakke, aarden dekking. De toren heeft een diameter van rond 45 m en is in tegenwoordig ca. 12,50 m hoog. Het is de grootste in Nederland in zijn soort. Rond de toren lag een ringvormige, natte gracht, waaruit de gevel direct oprees; bij de latere wijziging is deze gracht gedempt en is deze tussen toren en de toen gebouwde contrescarpgalerij vervangen door een ca. 4 m brede, halfrond lopende, open gang. Bij de bouw van de contrescarpgalerij zijn tussen de toren en de galerij ter versteviging enkele zware gietijzeren bogen als afstandshouders geplaatst. De gevel van de toren is rondom voorzien van een groot aantal gevelopeningen van verschillend type en formaat (voornamelijk getoogd). De toegang, met een verdiepte boog binnen een boogsegment of getoogde ontlastingsboog en met dubbele houten deuren, waarin een mandeur, bevindt zich aan de westzijde.
Een rondboogvormige doorgang komt uit op een in de westelijke helft van de toren gesitueerde, halve cirkelvormig gebogen binnenplaats (de binnengalerij, die in Nederland enig in zijn soort is), waarop meerdere ruimten uitkomen. In de gevels van de binnenplaats (rondboogvormige) deuren met en zonder rondboogvormige bovenlichten en rondboogvormige vensters. De binnenplaats wordt op twee niveaus overspannen door een aantal massieve, gemetselde luchtbogen. Hierin onderscheidt de halfrond gaande binnenplaats zich dus van de halfronde gang tussen toren en contrescarpgalerij; ook ligt de binnengalerij aan de minst kwetsbare westzijde van de toren en de contrescarpgalerij ten oosten ter bescherming van de toren. Een centrale, ronde ruimte in de toren beslaat de volle bouwhoogte en wordt door een aaneengesloten afdekking van ijzeren I-profielen afgesloten tegen invallende granaten. Deze ronde kern is omgeven door een brede gang, die leidt naar de overige ruimten, zoals kazematten annex slaapvertrekken, verblijfsruimten en privaten. In de muren van de gang bevinden zich toegangen tot deze ruimten, die zijn voorzien van rondboogvormige bovenlichten, waarin V-vormige roedeverdeling en van vensters met dubbele draairamen en vergelijkbare bovenlichten. Een ijzeren trap op de verdieping, die naar het dak leidt, is een latere toevoeging. Een waterpomp met hardstenen kroonlijst stamt uit de eerste bouwperiode (1844-1848). De wanden in het torenfort zijn wit gesausd en het bouwwerk is inwendig voorzien van een klinkerbestrating.
Waardering
De TOREN (I) van Fort Honswijk is van algemeen belang vanwege:
* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar is versterkt en verbeterd.
* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op: a. het systeem van inundatie en accesverdediging (19de eeuw), b. de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (19de eeuw).
Het betreft hier een onderdeel uit de periode 1841-1864, namelijk een voorbeeld van een toren op een fort bij een rivieracces, gebouwd naar ontwerp van ing. J. Muschart en naar inzichten van militair ingenieur J.G.W. Merkes van Gendt.
* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en in het bijzonder met de contrescarpgalerij.
* Het onderdeel is relatief zeldzaam omdat het de grootste van een fort deel uitmakende toren in Nederland is en omdat er verder geen exemplaren met binnengalerij zijn gebouwd en het is representatief voor dit type torens omdat het een goed voorbeeld is van een exemplaar waarvan de bovenste bouwlaag om militair-tactische redenen is verwijderd en dat is voorzien van een beschermende contrescarpgalerij.
* Het onderdeel is goed bewaard omdat talrijke kenmerkende onderdelen in exterieur en interieur zijn behouden en naar vorm en functie herkenbaar zijn gebleven.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Cluster 61. Tower (I).
NEW HOLLAND WATERLINE Introduction
Round TOWER (I) executed in heavy brickwork, which was the nucleus and redoubt of Fort Honswijk and which formed part of the defence of the (river) access of the Lek and the northern Lek shore, as well as of ancillary water works. Towers on forts were built up to the 1860s of the 19th century, beginning in the Napoleonic Period; in the Netherlands, however, only from around 1840 onwards, whereby the insights of military engineer J.G.W. Merkes van Gendt were guiding. Dutch towers on forts usually have an approximately circular ground plan with a diameter of several tens of metres and were surrounded by a wet moat. They are two, three or more storeys high and consist of heavy - metres thick - brickwork. The starting point was that the round form was well resistant to cannon fire impacts, while the defensive strength could be roughly equivalent in all directions. Through the placement of far-reaching guns on top of the towers - where the lookout was also situated - one thought to be in a favourable defensive position. For near(er) defence, (numerous) gun ports for cannon and rifle fire served. Several towers on forts were provided with an earth covering, by which means they were also regarded as 'bombproof'. Being bombproof was a relative concept, coupled to the impact force of the fire at the time of construction. With the advent of guns with rifled bore, however, it was over for the towers: they proved to be fairly vulnerable, were relatively easy targets and thus lost their defensive significance within a few years. As a result, several towers were stripped of their highest storey(s) and provided with earth protective ramparts. What remained was their function as accommodation for troops and materiel. Well-known tower forts in the New Holland Waterline are those at Weesp (a freestanding tower), Fort Asperen (attached counterscarp gallery with earth cladding), Fort Honswijk and Fort Everdingen (both with freestanding, earth-clad counterscarp gallery). Most towers form part of fort complexes surrounded with earth works and (wet) moats, such as also Fort Honswijk.
Description
Central in the south-eastern bastion of the complex Fort Honswijk, built on a round ground plan, brick TOWER (I) - used as a lodging and storage building - which forms the nucleus of the oldest construction. The design is by Eng. J. Muschart. The tower was constructed in the years 1844-1848, after earth works and a foundation had first been realised. The brickwork of the circular facade is executed asymmetrically: the walls on the east side are thicker (approximately 3 m) than those on the west side (approximately 1 m). There were originally four storeys, including the basement; during modernisation around 1879 the upper storey was removed, so that the tower now has three storeys, including the basement. The facade, which was crenellated until approximately 1879, has since ended with a roll moulding. On top of the structure there is nowadays a metres-thick, more or less flat, earth covering. The tower has a diameter of around 45 m and is currently approximately 12.50 m high. It is the largest of its kind in the Netherlands. Around the tower lay a ring-shaped, wet moat, from which the facade rose directly; during the later alteration this moat was filled in and replaced between tower and the then-built counterscarp gallery by an approximately 4 m wide, semi-circular running, open passage. During the construction of the counterscarp gallery, several heavy cast-iron arches were placed between the tower and the gallery as spacers for reinforcement. The facade of the tower is provided all around with a large number of facade openings of different type and format (predominantly arched). The entrance, with a recessed arch within an arch segment or arched relieving arch and with double wooden doors, in which a wicket door, is located on the west side.
A semi-circular arched passage leads to a half-circular curved interior courtyard situated in the western half of the tower (the interior gallery, which is unique of its kind in the Netherlands), onto which several rooms open. In the facades of the courtyard, semi-circular arched doors with and without semi-circular arched fanlights and semi-circular arched windows. The courtyard is spanned on two levels by a number of solid, mortared air arches. In this the semi-circular running courtyard thus distinguishes itself from the semi-circular passage between tower and counterscarp gallery; also the interior gallery lies on the least vulnerable west side of the tower and the counterscarp gallery to the east for protection of the tower. A central, round space in the tower spans the full storey height and is closed off against falling grenades by a continuous cladding of iron I-profiles. This round core is surrounded by a broad corridor, which leads to the remaining rooms, such as casemates adjoining sleeping rooms, living rooms and privies. In the walls of the corridor are entrances to these rooms, which are provided with semi-circular arched fanlights, with V-shaped glazing bars and with windows with double casements and similar fanlights. An iron stair on the storey, which leads to the roof, is a later addition. A water pump with stone coping dates from the first construction period (1844-1848). The walls in the tower fort are whitewashed and the structure is provided internally with a clinker paving.
Valuation
The TOWER (I) of Fort Honswijk is of general importance because of:
* Cultural-historical values as part of the New Holland Waterline as this was designed by C.R.T. Kraijenhoff and in its initial construction from 1815 by him, Jan Blanken and major-engineer Willem Offerhaus was realised and subsequently by others during approximately 125 years was strengthened and improved.
* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic building science, which is based on: a. the system of inundation and access defence (19th century), b. the arms race with the strengthening offensive means (19th century).
This concerns here a component from the period 1841-1864, namely an example of a tower on a fort at a river access, built to the design of eng. J. Muschart and to the insights of military engineer J.G.W. Merkes van Gendt.
* Ensemble value and situational values as part of the New Holland Waterline. Also because of the functional and physical coherence with the other components of the complex and in particular with the counterscarp gallery.
* The component is relatively rare because it is the largest tower forming part of a fort in the Netherlands and because furthermore no examples with interior gallery have been built and it is representative of this type of tower because it is a good example of an exemplar of which the upper storey was removed for military-tactical reasons and which is provided with a protective counterscarp gallery.
* The component is well preserved because numerous characteristic components in exterior and interior have been retained and have remained recognisable in form and function.
Nearby in the register
- Fort, vesting en -onderdelen, Fort Honswijk Schalkwijk (Houten 26)Fort, vesting en -onderdelenunder 1 mi
- Bomvrij militair object, Fort Honswijk Schalkwijk (Houten 26)Bomvrij militair objectunder 1 mi
- Fort, vesting en -onderdelen, Fort Honswijk Schalkwijk (Houten 26)Fort, vesting en -onderdelenunder 1 mi
- Bijgebouwen, Lekdijk 60Bijgebouwenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.