TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Fort, vesting en -onderdelen, Vestingwerken bij 1 T 1 Naarden (Gooise meren 27)

Naarden, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Fort, vesting en -onderdelen
Category
onroerend gebouwd
Address
Vestingwerken bij 1 T 1 Naarden (Gooise meren 27)
Place
Naarden
Municipality
Gooise meren
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.30272, 5.16386
Part of complex
531378
Monument number
531383

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Cluster 7. Brug met kraanbrug.

NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE

Inleiding

BRUG MET KRAANBRUG als onderdeel van het Fort Ronduit, waarvan de kraanbrug een op landelijke schaal zeldzaam brugtype vertegenwoordigt. Het Fort Ronduit ligt in het noordelijke deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, tussen de Vesting Naarden en de voormalige Zuiderzee, nu IJsselmeer. Het fort is door middel van een verdedigingswal aan de zuidzijde fysiek verbonden met de Vesting Naarden. Fort Ronduit diende ter verdediging van de buitendijkse gronden aan de noordzijde van de vesting, de zeedijk en de Naarder Trekvaart. Naarden was van zeer groot militair-strategisch belang als verdediging van de directe toegang tot Amsterdam. Het fort moest voorkomen dat de Vesting Naarden aan de noordzijde werd gepasseerd.

Het ophalen of verwijderen / vernietigen van bruggen is sinds de oudheid een probaat middel om indringers te weren. Niet alleen werd zo de doorgang of overtocht over een waterloop, een droge of een natte gracht of een terreindiepte belemmerd of vertraagd, maar ook moest een aanvaller zelf zorgen voor middelen om de barrière eventueel zelf te nemen. Houten bruggen waren relatief snel te vernietigen, desnoods door ze in brand te steken. Stenen en betonnen bruggen vergden een grotere en meer tijdrovende ingreep, al kon een springlading soms snel het gewenste effect sorteren. Met de komst van ijzeren bruggen - in de loop van de 19de eeuw op grote schaal toegepast in vele verschillende varianten - bleef de tweede mogelijkheid bestaan, maar verdween de eerste. Het opblazen van bruggen was kapitaalvernietiging en gebeurde alleen in uiterste noodzaak. Een manier waarop ijzeren bruggen afgesloten konden worden was die van het uitnemen of ontoegankelijk maken van (kleine) delen ervan.

Aan de westzijde van fort Ronduit ligt een toegangsweg met een brug over de fortgracht. De brug is in 2006 gerestaureerd naar een bestek uit 1878. De brug werd vernieuwd met gebruikmaking van onderdelen van de eerste fortbrug uit 1874. Deze was zwaar beschadigd toen twee achtereenvolgende stormen in 1877 twee brugpijlers wegsloegen. Bij de herbouw werd gekozen voor een kraanbrug, een uitvinding van spoorwegingenieur F.W. Conrad uit 1837-1847. Conrad noemde zijn vinding 'draaispoor' of 'draaiende spoorbrug', maar omdat de onderdelen waar de brug op draait op (hijs)kranen lijken, staat dit brugtype vooral bekend als 'kraanbrug'. De kraanbrug werd weliswaar voor spoorbruggen uitgevonden, maar had voor militaire doeleinden het grote voordeel dat het brugdek zijwaarts draaide en niet omhoog stond en daardoor minder kwetsbaar was voor vijandelijk vuur. Het principe van de kraanbrug is als volgt: de brug bezit een aantal kraanliggers, die draaien om een verticale as, achterhar genaamd. De achterharren zijn bevestigd aan het landhoofd. Bij het openen van de brug zwenken de kraanliggers om de achterharren naar het landhoofd toe. Voordat de brug kan worden geopend, moeten de houten liggers op draaiende deel van het brugdek worden weggenomen. Bij de herbouw van de kraanbrug op Fort Ronduit in 1878, door aannemer C. Verheul uit Hardinxveld, werd de lengte van de overspanning bijna 8 meter ingekort ten opzichte van de brug uit 1874. Men gebruikte zo veel mogelijk materiaal van de oude brug. Zo bleven het westelijke landhoofd, de meest westelijke brugpijler, een deel van de hardstenen opleggingen en een deel van de leuningen van de brug uit 1874 bewaard. Ter voorkoming van onderspoeling werd de gracht voorzien van een stortebed en moesten de taluds worden hersteld. Aanvankelijk werd ook de in hout en smeedijzer gemaakte barrière (toegangshek) uit 1874 bewaard. Deze is echter in het begin van de 20ste eeuw vervangen door een ijzeren versie. De kraanbrug zelf werd in de loop van de jaren verschillende keren aangepast of hersteld. Onder meer zijn in het midden van de 20ste eeuw extra liggers onder de brug gevoegd en is het dubbele brugdek vervangen door een enkel brugdek. Het laatste nadat een vrachtwagen met daarop de reddingsboot van Naarden door het brugdek was gezakt. Vanwege de zeldzaamheid van het brugtype, waarvan er vermoedelijk nog maar drie in Nederland resteren, is bij de restauratie in 2006 zo veel mogelijk naar de situatie van 1878 terug gegaan. Waar mogelijk is gebruik gemaakt van authentiek of oorspronkelijk materiaal. Soms is voor een visuele oplossing gekozen, zoals bij het hergebruik van de zijflensen van de oude liggers tegen moderne stalen balken. Ook is het dubbele brugdek van respectievelijk houten liggers teruggebracht. Er is voor gekozen de 20ste-eeuwse ijzeren barrière te handhaven en deze niet terug te restaureren naar de situatie van 1878. Bij de restauratie is kleuronderzoek naar de oorspronkelijke verflaag verricht. Daaruit is de kleurcombinatie donkergrijs en groen als meest aannemelijke te voorschijn gekomen.

Omschrijving

De BRUG MET KRAANBRUG uit 1878 is gebouwd met gebruikmaking van onderdelen van de eerste fortbrug uit 1874. De brug is in 2006 gerestaureerd naar de oorspronkelijke situatie aan de hand van het bestek uit 1878. De brug bestaat uit een vast (ca. 4.00 m) en een horizontaal zwenkend (ca. 8,00 m) deel. Het zwenkende deel ligt aan de oostzijde (fortzijde). Het bezit vier kraanliggers, die draaien om een achterhar (verticale as). De kraanliggers en achterharren zijn bevestigd op een uitgebouwd deel van het oostelijk landhoofd. De liggers zijn van ongelijke lengte omdat het landhoofd is afgeschuind. Dit is nodig om ruimte te creëren voor de weggedraaide kraanliggers wanneer de brug is geopend. De kraanliggers worden door schoren ondersteund en zijn onderling gekoppeld door middel van koppelstangen. De kraanbrug wordt geopend door een heugel (een getande ijzeren band) die aan een windwerk in een hardstenen blok op het oostelijke landhoofd is bevestigd. Aan deze brug zijn mechanieken bevestigd waarmee de brug in geopende toestand kan worden geborgd. Voordat de brug kan worden geopend moet het brugdek worden weggenomen. Daartoe zijn ijzeren ringen aangebracht aan de zijkanten van de houten liggers. Het brugdek bestaat uit een eiken onderdek en een grenen bovendek. De oplegging en liggers voor het vaste en het draaiende deel van de brug zijn verschillend. De brugdelen zijn beide voorzien van de oorspronkelijke, uit 1874 daterende T-vormige ijzeren leuningen en hekwerken van kruisende stangen, die zijn voorzien van gietijzeren rozetten. Op het westelijke brughoofd staat een ijzeren barrière (toegangshek) uit het begin van de 20ste eeuw.

Waardering

De BRUG MET KRAANBRUG uit 1878 met vroeg-20ste-eeuwse barrière is van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar is versterkt en verbeterd.

* Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de eeuw).

Het complexonderdeel uit 1878 met bouwkundige onderdelen uit 1874 en de vroege 20ste eeuw is een voorbeeld van een aan de militair-strategische bouwkunde gerelateerde uiting van historische waterbouwkunde en in het bijzonder als brug en kraanbrug.

* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex.

* Het onderdeel is uiterst zeldzaam omdat er slechts drie kraanbruggen in Nederland, de bakermat van dit brugtype, resteren.

* Het onderdeel is tamelijk gaaf bewaard, in die zin dat in 2006 op basis van authentiek en oorspronkelijk materiaal een ingrijpende restauratie van de brug heeft plaats gevonden.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Cluster 7. Bridge with crane bridge.

NEW HOLLANDIC WATERLINE

Introduction

BRIDGE WITH CRANE BRIDGE as part of Fort Ronduit, of which the crane bridge represents a bridge type that is rare on a national scale. Fort Ronduit is located in the northern part of the New Hollandic Waterline, between the Fortification Naarden and the former Zuiderzee, now IJsselmeer. The fort is physically connected to the Fortification Naarden by means of a defensive rampart on its south side. Fort Ronduit served to defend the lands outside the dike on the north side of the fortification, the sea dike and the Naarder Trekvaart. Naarden was of very great military-strategic importance as a defence of the direct access to Amsterdam. The fort was intended to prevent the Fortification Naarden from being bypassed on the north side.

The raising or removal / destruction of bridges has since antiquity been a proven means of keeping out intruders. Not only did this impede or delay passage or crossing over a watercourse, a dry or wet ditch or terrain depression, but the attacker also had to provide the means to take the barrier if necessary. Wooden bridges were relatively quick to destroy, if need be by setting them on fire. Stone and concrete bridges required a larger and more time-consuming intervention, although a explosive charge could sometimes quickly achieve the desired effect. With the advent of iron bridges - applied on a large scale in the course of the 19th century in many different variants - the second option remained possible, but the first disappeared. Blowing up bridges was capital destruction and only happened in the utmost necessity. One way in which iron bridges could be closed off was by removing or rendering inaccessible (small) parts of them.

On the west side of Fort Ronduit there is an access road with a bridge over the fort ditch. The bridge was restored in 2006 according to a specification from 1878. The bridge was renewed using components of the first fort bridge from 1874. This had been severely damaged when two consecutive storms in 1877 knocked away two bridge piers. When rebuilding, a crane bridge was chosen, an invention of railway engineer F.W. Conrad from 1837-1847. Conrad called his invention 'rotating track' or 'rotating track bridge', but because the components on which the bridge rotates resemble (hoisting) cranes, this bridge type is particularly known as 'crane bridge'. The crane bridge was indeed invented for railway bridges, but had the great advantage for military purposes that the bridge deck rotated sideways and did not stand upright and was therefore less vulnerable to enemy fire. The principle of the crane bridge is as follows: the bridge has a number of crane girders, which rotate around a vertical axis, called the back-axle. The back-axles are attached to the abutment. When opening the bridge, the crane girders swing around the back-axles towards the abutment. Before the bridge can be opened, the wooden girders on the rotating part of the bridge deck must be removed. When the crane bridge at Fort Ronduit was rebuilt in 1878, by contractor C. Verheul from Hardinxveld, the length of the span was shortened by almost 8 metres compared to the bridge from 1874. As much material as possible from the old bridge was used. Thus the western abutment, the westernmost bridge pier, part of the hardstone bearings and part of the railings of the bridge from 1874 were preserved. To prevent undermining, the ditch was provided with a rip-rap bed and the embankments had to be repaired. Initially, the barrier (access gate) made of wood and wrought iron from 1874 was also preserved. However, this was replaced by an iron version in the early 20th century. The crane bridge itself was adapted or repaired several times over the years. Among other things, extra girders were added beneath the bridge in the mid-20th century and the double bridge deck was replaced by a single bridge deck. The latter after a lorry carrying Naarden's lifeboat had sunk through the bridge deck. Because of the rarity of the bridge type, of which it is believed only three remain in the Netherlands, the 2006 restoration went back as much as possible to the situation of 1878. Where possible, authentic or original material was used. Sometimes a visual solution was chosen, such as in the reuse of the side flanges of the old girders against modern steel beams. The double bridge deck of wooden girders respectively was also restored. It was decided to maintain the 20th-century iron barrier and not to restore it back to the situation of 1878. Colour research into the original paint layer was carried out during the restoration. From this, the colour combination dark grey and green emerged as the most plausible.

Description

The BRIDGE WITH CRANE BRIDGE from 1878 was built using components of the first fort bridge from 1874. The bridge was restored in 2006 to the original situation according to the specification from 1878. The bridge consists of a fixed (approx. 4.00 m) and a horizontally rotating (approx. 8.00 m) section. The rotating section is located on the east side (fort side). It has four crane girders, which rotate around a back-axle (vertical axis). The crane girders and back-axles are attached to an extended part of the eastern abutment. The girders are of unequal length because the abutment is bevelled. This is necessary to create space for the rotated crane girders when the bridge is open. The crane girders are supported by braces and are interconnected by means of coupling rods. The crane bridge is opened by a rack (a toothed iron band) which is attached to a winding mechanism in a hardstone block on the eastern abutment. Mechanical devices are attached to this bridge to secure the bridge in its open state. Before the bridge can be opened, the bridge deck must be removed. For this purpose, iron rings are fitted to the sides of the wooden girders. The bridge deck consists of an oak underdeck and a pine topdeck. The bearings and girders for the fixed and rotating parts of the bridge are different. Both bridge sections are fitted with the original T-shaped iron railings dating from 1874 and lattice work of crossing bars, which are fitted with cast-iron rosettes. On the western bridgehead stands an iron barrier (access gate) from the early 20th century.

Valuation

The BRIDGE WITH CRANE BRIDGE from 1878 with early-20th-century barrier is of general importance because of:

* Cultural-historical values as part of the New Hollandic Waterline as designed by C.R.T. Kraijenhoff and initially realised from 1815 by him, Jan Blanken and major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others for approximately 125 years.

* Architectural-historical values, in particular as an expression of military-strategic building, which is based on the system of inundation and access defence (19th century).

The complex component from 1878 with building components from 1874 and the early 20th century is an example of a historical hydraulic engineering expression related to military-strategic building and in particular as a bridge and crane bridge.

* Ensemble value and situational values as part of the New Hollandic Waterline and also because of the functional and physical coherence with the other components of the complex.

* The component is extremely rare because only three crane bridges remain in the Netherlands, the birthplace of this bridge type.

* The component is reasonably well preserved, in that a major restoration of the bridge took place in 2006 based on authentic and original material.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map