TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Fort, vesting en -onderdelen, Fort Uitermeer Weesp (Amsterdam 27)

Weesp, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Fort, vesting en -onderdelen
Category
onroerend gebouwd
Address
Fort Uitermeer Weesp (Amsterdam 27)
Place
Weesp
Municipality
Amsterdam
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.29382, 5.08451
Part of complex
531341
Monument number
531347

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Cluster 4. Schutsluisen ophaalbrug.

NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE

Inleiding

SCHUTSLUIS en OPHAALBRUG als militair-strategische en civiel waterbouwkundige artefacten bij Fort Uitermeer. Het Fort Uitermeer had van oudsher de functie tot verdediging van de schutsluis in de 's-Gravelandsche Vaart, de vaart die Hilversum verbindt met de rivier de Vecht. Het verdedigingssysteem van de Nieuwe Hollandse Waterlinie was in de eerste plaats gebaseerd op het gecontroleerd onder water zetten van (grote) terreinoppervlakken. Door middel van een ingenieus systeem van sluizen, duikers, dammen, keerkaden, dijkcoupures, enzovoort, kon het noodzakelijke waterpeil snel en binnen nauwe grenzen gesteld en gehandhaafd worden. Deels werd daarvoor gebruik gemaakt van bestaande civiele waterhuishoudkundige bouwwerken. Soms werden de werken (sterk) aangepast aan de militaire eisen. Een groot deel van de werken werd speciaal ten behoeve van de Nieuwe Hollandse Waterlinie gebouwd.

Toen de reeds bestaande Uitermeerse Schans in de 17de eeuw werd omgebouwd tot het gebastioneerde Fort Uitermeer, was het primaire doel de verdediging van de binnen het fort aangelegde schutsluis met inundatiefunctie. Deze functie bleef bestaan in de eerste decennia van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, ook nog toen de toren was gebouwd. In 1878 werd de oude sluis gesloopt en kwam aan de noordoostzijde buiten het fort een nieuwe schutsluis tot stand. De 's-Gravelandsche Vaart werd omgeleid buiten het fort om. De sluis had een civiele functie om vanaf de Vecht naar Hilversum en de Loosdrechtse Plassen (v.v.) te kunnen varen, maar ook een militaire functie als inundatiesluis. Via de sluis kon water van de (Beneden)Vecht worden overgeheveld naar de 's-Gravelandsche Vaart en van daaruit in de inundatiegebieden ten zuiden en noorden daarvan. De 's-Gravelandsche Vaart staat bovendien in verbinding met de Karnemelksloot en uiteindelijk met de stadsgracht van de vesting Naarden. Over de sluis werd eveneens in 1878 een ijzeren draaibrug geconstrueerd. Deze brug liep in 1945 ernstige schade op bij het opblazen van de sluisdeuren. De draaibrug is in 1947 vervangen door de tegenwoordig over de sluis liggende ophaalbrug, die in 1947 overkwam uit de Krimpenerwaard, waar hij - ten zuidwesten van Gouda - over de Stolwijkersluis lag. De brug had daar een civiele bestemming als onderdeel van de weg over de zuidelijke dijk van de Hollandsche IJssel en maakte deel uit van een viertal identieke bruggen over de Goudsche Vliet in de Krimpenerwaard.

Het ophalen, open draaien of verwijderen / vernietigen van bruggen is sinds de oudheid een probaat middel om indringers te weren. Niet alleen werd zo de doorgang of overtocht over een waterloop, een droge of een natte gracht of een terreindiepte belemmerd of vertraagd, maar ook moest een aanvaller zelf zorgen voor hulpmiddelen om de barrière te nemen. Houten bruggen waren relatief snel te vernietigen, desnoods door ze in brand te steken. Stenen en betonnen bruggen vergden een grotere en meer tijdrovende ingreep, al kon een springlading soms snel het gewenste effect sorteren. Met de komst van ijzeren bruggen - in de loop van de 19de eeuw op grote schaal toegepast in vele verschillende varianten - bleef de tweede mogelijkheid bestaan, maar verdween de eerste. Het opblazen van bruggen was kapitaalvernietiging en gebeurde alleen in uiterste noodzaak. Een manier waarop ijzeren bruggen afgesloten konden worden was die van het uitnemen of ontoegankelijk maken van (kleine) delen ervan - of, zoals hier - het open draaien ervan. Open draaien was hiernaast ook noodzakelijk bij passage van (te hoge) vaartuigen.

Omschrijving

SCHUTSLUIS uit 1878 in de 's-Gravelandsche Vaart. De sluis bestaat uit een enkelvoudige sluiskom met gemetselde bakstenen sluismuren en aan beide zijden dubbele, hardhouten puntdeuren. De sluis meet inclusief hoofden ongeveer 40 x 5 m. De sluismuren zijn voorzien van hardstenen neuten ter plaatse van de bolders en andere elementen die een extra constructieve versteviging behoeven. Vlak voor de oostelijke sluisdeuren is een dubbele rij schotbalksponningen aangebracht. Deze zijn van belang voor de militaire functie van de sluis, omdat hier door middel van het inlaten van houten (schot)balken het water kon worden opgestuwd, doorgelaten of tegengehouden ten behoeve van de inundaties. Aan de oostzijde van de sluiskom, achter de oostelijke deuren, zijn een smeedijzeren hefconstructie met schuiven en een loopbruggetje toegevoegd. OPHAALBRUG uit 1888 over de schutsluis in de 's-Gravelandsche Vaart. De brug ligt ongeveer in het midden over de sluiskom ter plaatse van een eerdere, ijzeren draaibrug. De gietijzeren ophaalbrug is in 1947 overgekomen van de Stolwijkersluis nabij Gouda, waar hij deel uitmaakte van een serie van vier identieke exemplaren. De van sierwerk voorziene hameipoort draagt het jaartal 1888. In de noordelijke kolom staat het opschrift 'Yzergieterij De Prins van Oranje 's-Hage 1888' (Den Haag). De hameipoort staat niet aan de fortzijde, maar aan de noorzijde van de vaart en is daar met tweemaal twee diagonale stangen verankerd. Ter weerszijden ijzeren leuningen en geasfalteerd houten wegdek.

Waardering

De SCHUTSLUIS en OPHAALBRUG uit 1878 en 1888 zijn van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is aangelegd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd.

* Architectuurhistorische waarden in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die is gebaseerd op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de eeuw). Het onderdeel is een voorbeeld van een aan de militair-strategische bouwkunde gerelateerde uiting van historische waterbouwkunde dienende als civiele schutsluis met een militaire functie als inundatiesluis en tevens als uiting van civiele waterbouwkunde, mede vanwege de typologische en historische verwantschap met de nog bestaande bruggen over de Goudsche Vliet in de Krimpenerwaard.

* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en met name de fort-, sluis- en brugwachterswoning en de nabijgelegen draaibrug die (op de eerste na) ook uit 1878 dateren.

* De onderdelen zijn karakteristiek omdat het Fort Uitermeer van oudsher de functie had van het verdedigen van een schutsluis, die aanvankelijk binnen de fortgracht lag. In 1878 werd onderhavige nieuwe sluis gebouwd, die ook vanaf het fort werd verdedigd.

* De onderdelen zijn tamelijk gaaf bewaard omdat de authentieke sluis, alsmede de brug - door integrale verplaatsing ervan - grotendeels bewaard is gebleven.

Inleiding

Ten oosten van Fort Uitermeer en de schutsluis gelegen FORT-, SLUIS- en BRUGWACHTERSWONING. Omdat de meeste forten en andere (buiten de bebouwde kom gelegen) verdedigingswerken - wanneer er geen sprake was van mobilisatie of oefeningen - geen bezetting met militair personeel hadden, was er in veel gevallen een aparte woning of andersoortig onderkomen voor een beheerder of wachter. Soms had een dergelijk(e) woning of onderkomen tevens een andere functie, zoals die van sluiswachters- of brugwachterswoning. In de toegepaste architectuur bestaat mede hierdoor geen uniformiteit; het gebruikte bouwmateriaal varieert, maar is gewoonlijk baksteen of hout en ook het aantal bouwlagen verschilt. Ook voor wat betreft de locatie van een wachterwoning zijn geen duidelijke standaarden; sommige fortwachterswoningen liggen binnen de fortgracht, andere daarbuiten - soms zelfs op enige afstand van het fort. De woning bij Fort Uitermeer bevindt zich ten noorden van de sluis in de 's-Gravenlandsche Vaart en ligt hiermee dus buiten de gracht. De sluis dateert uit 1878 en werd hier gebouwd ter vervanging van een oudere sluis die binnen de fortgracht was gelegen. Eén van de functies van het fort was van oudsher de verdediging van de sluis binnen het fort en vanaf 1878 van de sluis buiten het fort. De fort-, sluis- en brugwachterwoning dateert uit dezelfde periode als de schutsluis. De ophaalbrug dateert uit 1888, maar is een in 1947 geplaatste opvolger van een eveneens uit 1878 stammende draaibrug. Dichter bij de Vecht bevindt zich nog steeds een draaibrug uit datzelfde jaar. Omstreeks 1935 was er een voorstel bij de nabij gelegen kazematten extra grond aan te kopen om een boomgaard en groentetuin aan te leggen en enkele schuurtjes bij de sluiswachterswoning te bouwen. Dit om het geheel het aanzien van een boerderijtje te geven. Dit is echter niet doorgegaan.

Omschrijving

Eind-19e-eeuwse en vermoedelijk uit 1878 of kort daarna daterende FORT-, SLUIS- en BRUGWACHTERSWONING met classicistische stijlkenmerken, die één bouwlaag hoog en in handgevormde baksteen is opgetrokken. Boven de kroonlijst bevindt zich een schilddak, gedekt met gesmoorde oud-Hollandse pannen. De voorgevel en zijgevels hebben grote witgepleisterde spaarnissen, voorzien van schijnvoegen en getrapte hoeken. De vensters en deuren zijn weer in dieper nissen geplaatst. De gevels zijn symmetrisch ingedeeld. De vensters en deuren zijn grotendeels oorspronkelijk, in ieder geval voor wat betreft de kozijnen, die alle getoogd zijn. De gevel aan sluiszijde is voorzien van een risalerende middenpartij en een dakhuis met zadeldak en keperboogvormig venster.

Waardering

De FORT-, SLUIS- en BRUGWACHTERSWONING (eind 19de eeuw, naar alle waarschijnlijkheid 1878) is van algemeen belang vanwege:

* Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is aangelegd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd.

* Architectuurhistorische waarden in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de eeuw).

Het onderdeel is een voorbeeld van een fort-, sluis en brugwachterwoning horende bij het fort, de sluis en de beide bruggen en met een civiel-militaire functie.

* Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en in het bijzonder met de schutsluis.

* Het onderdeel is karakteristiek omdat een geheel vormt met de schutsluis, uit dezelfde bouwtijd dateert en qua bouwmassa, materiaalgebruik en detaillering een herkenbaar voorbeeld is van woningen met een dergelijke functie uit deze periode.

* Het onderdeel is tamelijk gaaf bewaard gebleven omdat de hoofdstructuur en verschillende details bewaard zijn gebleven.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Cluster 4. Sluice lock hoisting bridge.

NEW HOLLANDIC WATERLINE

Introduction

SLUICE LOCK and HOISTING BRIDGE as military-strategic and civil hydraulic engineering artefacts at Fort Uitermeer. Fort Uitermeer had traditionally served the function of defending the sluice lock in the 's-Gravelandsche Vaart, the waterway that connects Hilversum with the river Vecht. The defence system of the New Hollandic Waterline was primarily based on the controlled inundation of (large) land areas. By means of an ingenious system of sluice locks, siphons, dams, lock gates, dike breaches, and so forth, the necessary water level could be quickly set and maintained within narrow limits. In part, existing civil hydraulic engineering structures were used for this purpose. Sometimes the works were (substantially) adapted to military requirements. A large part of the works was specially built for the New Hollandic Waterline.

When the already existing Uitermeerse Schans was rebuilt in the 17th century as the bastioned Fort Uitermeer, the primary purpose was the defence of the sluice lock built within the fort with inundation function. This function continued to exist in the first decades of the New Hollandic Waterline, even after the tower was built. In 1878 the old lock was demolished and a new sluice lock was constructed on the north-eastern side outside the fort. The 's-Gravelandsche Vaart was redirected outside the fort. The lock had a civil function to enable passage from the Vecht to Hilversum and the Loosdrechtse Plassen (and vice versa), but also a military function as an inundation lock. Via the lock, water from the (Lower) Vecht could be pumped over to the 's-Gravelandsche Vaart and from there into the inundation areas to the south and north of it. The 's-Gravelandsche Vaart is furthermore connected to the Karnemelksloot and ultimately to the city moat of the fortress Naarden. Over the lock, an iron swing bridge was also constructed in 1878. This bridge suffered serious damage in 1945 when the lock gates were blown up. The swing bridge was replaced in 1947 by the hoisting bridge that now spans the lock, which came to this location in 1947 from the Krimpenerwaard, where it - south-west of Gouda - lay over the Stolwijkersluis. The bridge there had a civil purpose as part of the road over the southern dyke of the Hollandsche IJssel and was part of a set of four identical bridges over the Goudsche Vliet in the Krimpenerwaard.

The raising, swinging open or removal / destruction of bridges has been a proven method since antiquity to ward off intruders. Not only did this obstruct or delay passage or crossing over a watercourse, a dry or wet moat or a terrain depression, but an attacker also had to provide the means to overcome the barrier themselves. Wooden bridges were relatively quick to destroy, if necessary by setting them on fire. Stone and concrete bridges required a larger and more time-consuming operation, though an explosive charge could sometimes quickly produce the desired effect. With the arrival of iron bridges - applied on a large scale in the course of the 19th century in many different variants - the second option remained, but the first disappeared. The blowing up of bridges was capital destruction and happened only in the utmost necessity. One way in which iron bridges could be closed was by removing or making inaccessible (small) parts of them - or, as here - by swinging them open. Swinging open was also necessary for passage of (excessively tall) vessels.

Description

SLUICE LOCK from 1878 in the 's-Gravelandsche Vaart. The lock consists of a single lock chamber with masonry brick sluice walls and double, hardwood pointed gates on both sides. The lock measures approximately 40 x 5 m including the head structures. The sluice walls are provided with hardstone quoins at the location of the bollards and other elements that require additional structural reinforcement. Just before the eastern lock gates, a double row of stop plank sockets has been installed. These are of importance for the military function of the lock, because wooden (stop) planks could be inserted here to dam up, release or hold back water for the purposes of inundation. On the eastern side of the lock chamber, behind the eastern gates, wrought iron hoisting equipment with sluice gates and a small walkway bridge have been added. HOISTING BRIDGE from 1888 over the sluice lock in the 's-Gravelandsche Vaart. The bridge lies approximately in the middle over the lock chamber at the location of an earlier iron swing bridge. The cast iron hoisting bridge came in 1947 from the Stolwijkersluis near Gouda, where it was part of a series of four identical examples. The decorative gate carries the date 1888. On the northern column is the inscription 'Yzergieterij De Prins van Oranje 's-Hage 1888' (The Hague). The gate is not on the fort side, but on the north side of the waterway and is there anchored with twice two diagonal struts. Iron railings on either side and asphalted wooden roadway.

Appraisal

The SLUICE LOCK and HOISTING BRIDGE from 1878 and 1888 are of general interest because of:

* Cultural-historical values as part of the New Hollandic Waterline as designed by C.R.T. Kraijenhoff and first laid out from 1815 by him, Jan Blanken and major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others over approximately 125 years.

* Architectural-historical values in particular as an expression of military-strategic building construction, which is based on the system of inundation and access defence (19th century). The component is an example of an expression of historical hydraulic engineering related to military-strategic building construction serving as a civil sluice lock with a military function as an inundation lock and also as an expression of civil hydraulic engineering, also because of the typological and historical relationship with the still existing bridges over the Goudsche Vliet in the Krimpenerwaard.

* Ensemble value and situational values as part of the New Hollandic Waterline. Also because of the functional and physical coherence with the other components of the complex and in particular the fort, lock and bridge keeper's residence and the nearby swing bridge which (except for the first) also date from 1878.

* The components are characteristic because Fort Uitermeer had traditionally served the function of defending a sluice lock, which initially lay within the fort moat. In 1878 the present new lock was built, which was also defended from the fort.

* The components are reasonably well preserved because the authentic lock, as well as the bridge - through integral relocation of it - has been largely preserved.

Introduction

East of Fort Uitermeer and the sluice lock, a FORT, LOCK and BRIDGE KEEPER'S RESIDENCE. Because most forts and other (located outside the built-up area) defence works - when there was no mobilisation or exercises - had no occupancy with military personnel, in many cases there was a separate dwelling or other accommodation for a manager or watchman. Sometimes such a dwelling or accommodation also had another function, such as that of a lock keeper's or bridge keeper's residence. In the architectural style applied, there is consequently no uniformity; the building materials used vary, but are usually brick or wood and the number of storeys also differs. Also with regard to the location of a keeper's residence, no clear standards exist; some fort keeper's residences lie within the fort moat, others outside it - sometimes even at some distance from the fort. The residence at Fort Uitermeer is situated north of the lock in the 's-Gravenlandsche Vaart and thus lies outside the moat. The lock dates from 1878 and was built here as a replacement for an older lock that lay within the fort moat. One of the functions of the fort was traditionally the defence of the lock within the fort and from 1878 of the lock outside the fort. The fort, lock and bridge keeper's residence dates from the same period as the sluice lock. The hoisting bridge dates from 1888, but is a successor placed in 1947 to an equally 1878-dated swing bridge. Closer to the Vecht there is still a swing bridge from that same year. Around 1935 there was a proposal to purchase additional land near the nearby casemates to lay out an orchard and vegetable garden and build a few sheds next to the lock keeper's residence. This was to give the whole the appearance of a small farmhouse. However, this was not carried through.

Description

Late 19th-century and presumably dating from 1878 or shortly thereafter FORT, LOCK and BRIDGE KEEPER'S RESIDENCE with classicist stylistic features, which is one storey high and built in hand-formed brick. Above the cornice there is a hipped roof, covered with smoked old-Dutch tiles. The front facade and side facades have large whitewashed reveals, provided with false joints and stepped corners. The windows and doors are placed in deeper niches. The facades are symmetrically arranged. The windows and doors are largely original, at least as far as the frames are concerned, which are all arched. The facade on the lock side is provided with a projecting central section and a roof house with a gabled roof and a herringbone-arched window.

Appraisal

The FORT, LOCK and BRIDGE KEEPER'S RESIDENCE (late 19th century, in all probability 1878) is of general interest because of:

* Cultural-historical values as part of the New Hollandic Waterline as designed by C.R.T. Kraijenhoff and first laid out from 1815 by him, Jan Blanken and major-engineer Willem Offerhaus and subsequently strengthened and improved by others over approximately 125 years.

* Architectural-historical values in particular as an expression of military-strategic building construction, which is based on the system of inundation and access defence (19th century).

The component is an example of a fort, lock and bridge keeper's residence belonging to the fort, the lock and the two bridges and with a civil-military function.

* Ensemble value and situational values as part of the New Hollandic Waterline. Also because of the functional and physical coherence with the other components of the complex and in particular with the sluice lock.

* The component is characteristic because it forms a whole with the sluice lock, dates from the same building period and in terms of building mass, material use and detailing is a recognisable example of dwellings with such a function from this period.

* The component is reasonably well preserved because the main structure and various details have been preserved.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map