Rijksmonumentenregister · Netherlands
Universiteitsgebouw, Mekelweg 2
Delft, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Onderwijs en wetenschap
- Function
- Universiteitsgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1950 - 1957
- Address
- Mekelweg 2, 2628 CD Delft
- Place
- Delft
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.00100, 4.37201
- Monument number
- 530937
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "37 Rotterdam" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het UNIVERSITEITSGEBOUW voor Werktuigbouw-, Scheepsbouw- en Vliegtuigbouwkunde met PLEIN en WATERPARTIJ ligt midden in de TU-wijk in Delft aan de westkant van de Mekelweg, de ader van de TU-wijk, en beslaat het gebied tussen Mekelweg, Cornelis Drebbelweg, Leeghwaterstraat en Landbergstraat. Het gebouw bestaat uit vier blokken haaks op de Mekelweg, die met een lage tussenbouw met elkaar verbonden zijn en voorts een recht achter de entree gelegen uitbouw waarin zes collegezalen zijn ondergebracht. Hiermee is dit gebouw de meest zuivere uitwerking van het oorspronkelijke stedenbouwkundige plan voor de TU-wijk waarin was voorgesteld dat de universiteitsgebouwen een front zouden hebben aan de Mekelweg met uitbreidingen en laboratoria erachter.
Tot de bouw van het Gebouw voor Werktuig- en Scheepsbouwkunde werd besloten in 1949 als gevolg van een grote toename van het aantal studenten en veranderingen in het onderwijs die met name leidde tot een grotere behoefte aan laboratoria. Opdrachtgever voor het universiteitsgebouw was de Rijksgebouwendienst die het ontwerp uitbesteedde aan architect A. van der Steur (1893-1953). Zijn ontwerp, waarvan met de uitvoering werd begonnen in 1950, omvatte de vier identieke blokken langs de Mekelweg en de representatieve entree tussen het tweede en derde gebouw. Het is een van de laatste ontwerpen van zijn hand, dat gedeeltelijk werd uitgevoerd na zijn dood. A. van der Steur werkte een aantal jaren als gemeentearchitect voor Rotterdam voordat hij zijn eigen bureau begon. Als gevolg van meer en complexere opdrachten ging hij, kort voor zijn overlijden, een samenwerkingsverband aan met de architecten G. Drexhage, J. van Brugge en J.J. Sterkenburg. Dit samenwerkingsverband resulteerde later, nadat Van der Steur was opgevolgd door A. Bodon, in het bureau "DSVB". De laagbouwvleugel met de zes collegezalen achter de entree is een ontwerp van architect G. Drexhage (1914-1982) uit 1957. Oorspronkelijk was voor ieder blok een eigen functie bedacht: werktuigbouw, scheepsbouwkunde, vliegtuigbouwkunde en administratie. Door de grote groei van vliegtuigbouwkunde kreeg deze faculteit in de jaren zestig van de twintigste eeuw een eigen gebouw. Het gebouw is zowel extern als intern voorzien van toegepaste kunst. De voorgevel bevat beeldhouwwerken van Leen Blom, Dirk Bus, Bram Roth en Cor van Kralingen. In de hal zijn twee zwart-wit natuursteen intarsia's aangebracht van Karel Appel en Jan Brons. In gebouw bevinden zich verder nog wandschilderingen van W. Elenbaas, H.A. Bal en Karel Appel.
De tussengebouwen zijn in de jaren negentig van de twintigste eeuw verbreed doordat vóór de gevels aan de waterzijde nieuwe glasgevels zijn geplaatst. Ook zijn deze tussengebouwen daarbij verhoogd. In de loop der jaren zijn diverse laboratoria en bijgebouwen aan de achterzijde toegevoegd, waaronder een langgerekt bouwblok voor Scheepsbouwkunde die plaats biedt aan een tientallen meters lange sleeptank. De materialisering van dit bouwblok sluit aan bij de bouwblokken aan de Mekelweg. De aanbouwen zijn meerdere malen gewijzigd en gedeeltelijk inmiddels weer zijn gesloopt. In het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw is een deel van het metsel- en voegwerk van het hoofdgebouw gerenoveerd, waarbij de bakstenen zijn geschilderd.
Omschrijving
Het UNIVERSITEITSGEBOUW heeft een monumentaal front van vier identieke rechthoekige blokken met vijf bouwlagen en ronde glazen trappenhuizen op de gesloten kopse kanten aan de Mekelweg. De WATERPARTIJ maakt deel uit van het ontwerp en bestaat uit een langwerpige, parallel aan de weg lopende vijver. De vier hoge bouwblokken haaks op de Mekelweg staan gedeeltelijk in dit water. Voor de hoofdingang is een breed PLEIN. Hier wordt de waterpartij gedeeltelijk onderbroken en gedeeltelijk overkluisd. Dit deel van het plein vormt daardoor in feite een brug. De bouwblokken zijn opgetrokken met een betonnen portaalconstructie. De poten van de portalen zijn in de gevel waarneembaar. De onderste twee lagen zijn hoger, vanwege de oorspronkelijk daar ondergebrachte tekenzalen en collegezalen. De zijwanden zijn voorzien van grote, in beton gevatte glaspartijen en geel geglazuurde baksteen. De reeks ramen wordt aan het einde van de gevel afgesloten door een meer gesloten deel met per verdieping een klein rond raam met betonnen kozijn. De vier blokken worden langs de achterzijde door middel van lagere gebouwen met elkaar verbonden. Het middelste tussenlid behelst de hoofdentree met een centrale hal. Waar de overige tussengebouwen oorspronkelijk slechts één bouwlaag bevatten, was het entreegebouw met twee bouwlagen aanvankelijk hoger dan de tussengebouwen ter linker en rechterzijde. Voor het monumentale entreegebouw is gebruik gemaakt van baksteen en vier kalkstenen beelden die verwijzen naar de vier elementen aarde, water, vuur en licht. De symmetrische voorgevel van het entreegebouw wordt benadrukt door een boogvormige voorbouw en het plein met de brede brug over de langgerekte vijver. De brug, die een onderdeel vormt van het plein, is opgemetseld met dezelfde gele baksteen als het hoofdgebouw. In het verlengde van de entree bevindt zich de plastische aanbouw van de architect Drexhage, met langs een centrale gang zes waaiervormige collegezalen. Aan het einde van de gang bevindt zich de wandschildering van Karel Appel. De gevels van deze aanbouw zijn van witte baksteen met in betonnen kozijnen gevatte stalen ramen. Aan één zijde zijn vier grote zalen gerealiseerd. De betonnen kozijnen in de zijgevels van deze zalen volgen met de getrapte vormgeving precies de opstelling van de rijen stoelen van het amfitheater. Het metselwerk eronder ligt iets terug en is opgetrokken in rode baksteen. De andere zijde van de gang bestaat uit een grote glaswand die wordt onderbroken door twee kleine waaiervormige collegezalen. Hier ligt, in tegenstelling tot de grote collegezalen, het gedeelte met de stoelen iets verdiept. De rechthoekige gang wordt afgesloten door een halfcirkelvormige aanbouw. Met de cirkelvorm anticipeerde Drexhage op de geplande maar nooit gerealiseerde aanleg van een ronde vijver voor het testen van scheepsmodellen.
Waardering
Het voormalig UNIVERSITEITSGEBOUW voor werktuig- en scheepsbouwkunde met PLEIN en WATERPARTIJ is van algemeen belang als essentieel toonbeeld van de wederopbouw van na 1940 en heeft architectuur- en cultuurhistorische waarde:
- als uiting van de stimulering van onderwijs, onderzoek en ontplooiing, kenmerkend voor de naoorlogse periode;
- als goed voorbeeld van naoorlogse architectuur met gebruik van zowel baksteen als beton;
- vanwege de hoge esthetische kwaliteit van compositie, detaillering en materiaalgebruik;
- vanwege de bijzondere beeldende kunsttoepassing;
- als onderdeel van de TU-wijk in Delft.
Tevens van stedenbouwkundige waarde als meest zuivere uitwerking van het stedenbouwkundig plan dat aan de Delftse TU-wijk ten grondslag ligt.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The UNIVERSITY BUILDING for Mechanical Engineering, Naval Architecture and Aeronautical Engineering with COURTYARD and WATER FEATURE is located in the heart of the TU district in Delft on the west side of the Mekelweg, the main artery of the TU district, and occupies the area between Mekelweg, Cornelis Drebbelweg, Leeghwaterstraat and Landbergstraat. The building consists of four blocks perpendicular to the Mekelweg, which are connected to each other by means of a low intermediate structure and furthermore features an extension situated directly behind the entrance housing six lecture halls. With this, this building represents the purest realisation of the original urban planning scheme for the TU district, in which it was proposed that the university buildings would have a frontage on the Mekelweg with extensions and laboratories behind.
The decision to construct the Building for Mechanical and Naval Architecture was made in 1949 as a result of a large increase in the number of students and changes in education, which particularly led to a greater need for laboratories. The client for the university building was the Rijksgebouwendienst (State Buildings Office) which commissioned the design from architect A. van der Steur (1893-1953). His design, construction of which began in 1950, comprised the four identical blocks along the Mekelweg and the representative entrance between the second and third building. It is one of the final designs from his hand, which was partly executed after his death. A. van der Steur worked for several years as municipal architect for Rotterdam before establishing his own office. As a result of more and more complex commissions, shortly before his death, he entered into a collaborative partnership with architects G. Drexhage, J. van Brugge and J.J. Sterkenburg. This collaborative partnership later resulted, after Van der Steur was succeeded by A. Bodon, in the office "DSVB". The low-rise wing with the six lecture halls behind the entrance is a design by architect G. Drexhage (1914-1982) from 1957. Originally, each block was intended for a separate function: mechanical engineering, naval architecture, aeronautical engineering and administration. Due to the rapid growth of aeronautical engineering, this faculty was given its own building in the nineteen-sixties. The building is furnished with applied art both externally and internally. The front facade contains sculptural works by Leen Blom, Dirk Bus, Bram Roth and Cor van Kralingen. In the hall two black and white natural stone intarsia works by Karel Appel and Jan Brons have been installed. The building further contains murals by W. Elenbaas, H.A. Bal and Karel Appel.
The intermediate buildings were widened in the nineteen-nineties by placing new glass facades in front of the facades on the waterside. These intermediate buildings were also raised at the same time. Over the years various laboratories and auxiliary buildings have been added to the rear, including an elongated building block for Naval Architecture which accommodates a towing tank several dozen metres long. The materialisation of this building block is in keeping with the building blocks on the Mekelweg. The extensions have been modified several times and some have since been demolished. In the first decade of the twenty-first century part of the brickwork and mortar joints of the main building were renovated, with the bricks being painted.
Description
The UNIVERSITY BUILDING has a monumental front of four identical rectangular blocks with five storeys and round glazed stairwells on the closed end walls facing the Mekelweg. The WATER FEATURE forms part of the design and consists of an elongated pool running parallel to the road. The four tall building blocks perpendicular to the Mekelweg stand partly in this water. In front of the main entrance is a broad COURTYARD. Here the water feature is partly interrupted and partly covered over. This part of the courtyard thus effectively forms a bridge. The building blocks are constructed with a concrete portal frame structure. The legs of the portals are visible in the facade. The lowest two storeys are higher, due to the drawing rooms and lecture halls originally housed there. The side walls are furnished with large glazed areas set in concrete and yellow glazed brick. The series of windows is terminated at the end of the facade by a more solid section with one small round window per storey set in a concrete frame. The four blocks are connected along the rear by means of lower buildings. The middle intermediate section contains the main entrance with a central hall. Whereas the other intermediate buildings originally contained only one storey, the entrance building was initially two storeys high and thus taller than the intermediate buildings to the left and right. For the monumental entrance building use was made of brick and four limestone sculptures that refer to the four elements earth, water, fire and light. The symmetrical front facade of the entrance building is emphasised by an arched vestibule and the courtyard with the broad bridge across the elongated pool. The bridge, which forms part of the courtyard, is built with the same yellow brick as the main building. In line with the entrance is the plastic extension by architect Drexhage, with six fan-shaped lecture halls arranged along a central corridor. At the end of the corridor is the mural by Karel Appel. The facades of this extension are of white brick with steel windows set in concrete frames. On one side four large halls have been realised. The concrete frames in the side facades of these halls follow the tiered form precisely matching the arrangement of the rows of seats of the amphitheater. The brickwork below is set slightly back and is constructed in red brick. The other side of the corridor consists of a large glass wall interrupted by two small fan-shaped lecture halls. Here, in contrast to the large lecture halls, the section with the seats is set slightly lower. The rectangular corridor is terminated by a semi-circular extension. With the circular form Drexhage anticipated the planned but never realised construction of a round pool for the testing of ship models.
Valuation
The former UNIVERSITY BUILDING for mechanical and naval architecture with COURTYARD and WATER FEATURE is of general importance as an essential exemplar of post-1940 reconstruction and possesses architectural and cultural-historical value:
- as an expression of the promotion of education, research and development, characteristic of the post-war period;
- as a good example of post-war architecture with the use of both brick and concrete;
- on account of the high aesthetic quality of composition, detailing and use of materials;
- on account of the distinctive applied art;
- as part of the TU district in Delft.
Furthermore of urban planning value as the purest realisation of the urban planning scheme that forms the basis of the Delft TU district.
Nearby in the register
- Aula TUOnderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Begraafplaats, Jaffalaan 10Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Directeurswoning, Jaffalaan 10Dienstwoningunder 1 mi
- Kantoorgebouw, Rotterdamseweg 196Handel en kantoorunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.