TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

OLV Altijddurende Bijstand

Breda, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1951 - 1953
Address
Mgr. Nolensplein 1, 4812 JC Breda
Place
Breda
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.57293, 4.75142
Monument number
530866

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Historical map archives, georeferenced via Allmaps

3 historical maps cover this location, the earliest the 1924 map "Topographische kaart van Breda en omstreken / Topographische Inrichting ; samengest. naar de gegevens van de Militaire Verkenningen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De RK KERK Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand met PASTORIE is in 1951-1953 gebouwd naar ontwerp van de architect en stedenbouwkundige M.J. Granpré Molière (1883-1972) in de stijl van de Delftse School. De kerk is gelegen in het hart van de wijk De Heuvel die is gebouwd naar plannen van Granpré Molière (westelijk deel) en F.P.J. Peutz (oostelijk deel). De vrije ligging aan een langgerekt plantsoen (Heuvelbrink) wordt versterkt door de groenaanleg. Aan de voorzijde van de kerk is een verhard plein omgeven door de kleinschalige woon- en winkelbebouwing aan het Mgr. Nolensplein. Het gebouw wordt gevormd door zorgvuldig samengestelde volumes, opgetrokken in metselwerk van gemêleerde rode baksteen. Het hoofdvolume is de kerkzaal, daar omheen zijn gerangschikt een ingangsportaal aan de linker zijgevel, de sacristie aan de rechterzijgevel, een zaal en woon/kantoorgedeeltes aan de rechter zijgevel. De pastorie, die was bestemd als woon- en werkruimte voor drie paters, vormt tevens een begrenzing van de ruimte aan het plein. Aan de andere zijde heeft het een tweede volume, waarin ruimtes voor de dienstbode waren ondergebracht, zoals de keuken. Bij het oorspronkelijke ontwerp hoorde een klokkentoren met onderin een doopkapel. De toren is vanwege financiële redenen niet gebouwd. Een ontlastingsboog en een klein raam in de linkerzijgevel markeren de plaats waar de toren zou komen te staan. Door het ontbreken van de toren heeft de kerk een bescheidener voorkomen dan was bedoeld door de architect. De gesinterde baksteen is vermoedelijk afkomstig uit de ringoven van de firma Hendrikx uit Gilze.

Marinus Jan Granpré Molière was van 1924 tot 1953 hoogleraar bouwkunde aan de Technische Hogeschool te Delft. Als docent vormde hij vele generaties studenten. Hij wordt beschouwd als aanvoerder van de Delftse School, een belangrijke traditionalistische stroming in de architectuur die voortduurde tot halverwege de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Zijn invloed was voornamelijk groot door zijn onderwijs en geschreven werk. De OLV van Altijddurende Bijstand behoort tot de weinige ontwerpen van zijn hand die werden gebouwd. Granpré Molières rooms katholieke geloofsopvatting speelt een belangrijke rol in zijn werk.

De glas-in-lood ramen zijn ontworpen door G.J. Slee (directeur van de kunstacademie St. Joost te Breda) en O.E.C.M.I. van Nispen tot Pannerden. De kerk is in 1977 verbouwd. In 2009 zijn het bankenplan en drie biechtstoelen verwijderd.

Omschrijving
Exterieur

De RK KERK Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand is opgetrokken op een rechthoekige plattegrond met een aantal kleinere volumes voor nevenruimten aan weerszijden. Het gebouw is opgetrokken in metselwerk van baksteen die van kleur verschilt. De gesinterde steen draagt bij aan het gemêleerde effect. Het metselwerk is uitgevoerd zonder na te voegen. In de voorgevel is siermetselwerk toegepast. Het gebouw heeft een betonnen plint. Het is een basilicale kerk met schip, zijbeuken en een zeer lage lichtbeuk. Het schip is gedekt met een zadeldak met een flauwe dakhelling. De lagere zijbeuken zijn gedekt met lessenaardaken. De voorgevel steekt ver boven het schip uit en onttrekt het gebouw aan het oog. De rechtgesloten achtergevel steekt minder hoog boven het schip uit. De volumes aan weerszijden zijn zodanig gerangschikt en vormgegeven dat zij de dominantie van de voorgevel beklemtonen. Het gebruik van een gevel als scherm is op kleinere schaal herhaald bij de gevel van het entreeportaal aan de zijgevel.

De dubbele deur in de voorgevel is bedekt met koperen platen met een stalen frame. Aan weerszijden van de deur zijn er rondboogvormige spaarvelden met elk een tegeltableau van geglazuurde tegels met een bloemmotief. De boogvelden bevatten metselmozaïek. Over de gevel loopt een betonnen band gedecoreerd met bakstenen motieven. Boven de voordeur bevindt zich een drielicht. Het bovenste deel van de gevel is smaller. Hier zijn drie boogvormige openingen aangebracht met in de rechter opening een luidklok. Aan de voorzijde van de gevel zijn twee steunberen aangebracht. Op de muren liggen pannen. Bovenop de voorgevel is een smeedijzeren kruis geplaatst. De zijgevels bevatten kruiskozijnen met betonnen onder- en bovendorpels en betonnen deelzuiltjes. Het entreeportaal in de linkerzijgevel is gedekt met een zadeldak en wordt benadrukt door een hoog opgetrokken gevel met drie kantelen en een sierband van beton met bakstenen motief. In de achtergevel zijn twee grote boogvormige vensters aangebracht met aan weerszijden steunberen en twee kleine boogvormige vensters. Tussen de grote vensters is een cirkelvorm met een kruis aangebracht. Bovenin de gevel bevinden zich twee boogvormige openingen met elk een gemetselde deelzuil die iets terug ligt. De sacristie aan de rechterzijgevel is gedekt met een tentdak en wordt benadrukt door een grote schoorsteen met twee sierbanden. De zaal die aan de rechterzijgevel is gebouwd heeft een tuitgevel als voor- en achtergevel en heeft een zadeldak met zeer flauwe dakhelling. Een tussenlid verbindt de zaal met het woongedeelte van de pastorie, dat bestaat uit twee geschakelde volumes met mansardedaken. De daken worden visueel beklemtoond door schoorstenen en door een gecementeerde band die optisch functioneert als kroonlijst en het traditionele karakter versterkt. De goten liggen op de muur. De vensters hebben witgeschilderde houten kozijnen en ramen met roedenverdeling.

Interieur

De kerk is in de lengte door een arcade verdeeld in een schip met zijbeuken. In de breedte is de kerk door bogen verdeeld in een entreegedeelte, het gedeelte voor de eredienst en het koor. De zuilen zijn uitgevoerd in beton met afwerklaag (gekrabd), behalve in het koor, waar gebouchardeerde hardstenen zuilen met teerlingkapiteel zijn geplaatst. Tussen de bogen zijn trekbalken aangebracht die eenvoudig zijn gedecoreerd met sjablonen. Het metselwerk is licht gecementeerd. De vloer bestaat uit gevoegde betontegels gelegd in schaakbordpatroon. De vensters in de zijgevels zijn gevuld met gekleurd glas-in-lood. Aan beide zijden van de ingang bevindt zich een natuurstenen wijwaterbakje. Het doopvont dat hier was gesitueerd, is verwijderd. In het koor is een baldakijn aangebracht met een altaar van gebouchardeerde hardsteen met een gepolijst blad. In de voormalige Mariakapel rechts naast het koor zijn drie glas-in-loodvensters aangebracht, met afbeeldingen die Maria symboliseren, zoals een hart dat wordt doorboord door een zwaard met aan weerszijden drie dolken. Dit verwijst naar de zeven smarten van Maria. De lelie staat symbool voor de zuiverheid van Maria. Naast de Mariakapel is de doorgang naar de sacristie. In de sacristie bevindt zich een kluis. Een steektrap leidt naar de zolder met een houten gordingenkap. Onder de sacristie is een betonnen kelder. In de rechterzijgevel bevindt zich tevens een doorgang naar een portaal van waaruit een zaal is te bereiken die dienst heeft gedaan als kapel. Dit portaal biedt ook toegang tot de pastorie. Het achterste bouwdeel was bestemd voor de dienstbode, hier bevond zich de keuken (die bij een latere verbouwing is verplaatst). In dit gedeelte bevinden zich leefruimtes, spreekkamers, kantoorruimte, slaapkamers en sanitaire ruimtes.

Waardering

De RK KERK Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand met PASTORIE is van algemeen belang als essentieel toonbeeld van de vroege Wederopbouw vanwege:

- de cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke en typologische ontwikkeling;

- de architectuurhistorische waarde vanwege het bijzondere belang voor de geschiedenis van de architectuur en voor het oeuvre van M.J. Granpré Molière. De kerk is daarnaast van architectuurhistorische waarde vanwege de esthetische kwaliteit van het ontwerp, de compositie van de bouwdelen, maatverhoudingen, materiaalgebruik en de zorgvuldige detaillering die tot uitdrukking komt in het siermetselwerk en de tegeltableaus. Het is een goed voorbeeld van een kerk met de traditionele opbouw van middenschip met zijbeuken, maar de kerk is vernieuwend vanwege het ontwerp van rechte voor- en achtergevels die hoog boven het schip uitsteken, als schermen en het (ten opzichte van de klassieke basiliek) ontbreken van een apsis of koor met zijkapellen;

- de stedenbouwkundige waarde vanwege de centrale ligging in de wijk De Heuvel, als hart van het gedeelte van de wijk dat is ontworpen vanuit de parochie-gedachte en vanwege de historisch ruimtelijke relatie met de Brink;

- de gaafheid van het exterieur en de hoogwaardige kwaliteit van de samenstellende onderdelen en het belang van de kerk met pastorie in relatie tot de visuele gaafheid van de stedelijke omgeving.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The Roman Catholic CHURCH Our Lady of Perpetual Succour with RECTORY was built in 1951-1953 to a design by architect and urban planner M.J. Granpré Molière (1883-1972) in the style of the Delft School. The church is located in the heart of the district De Heuvel which was built to plans by Granpré Molière (western part) and F.P.J. Peutz (eastern part). The free-standing location beside an elongated green space (Heuvelbrink) is reinforced by the landscaping. In front of the church is a paved square surrounded by small-scale residential and commercial buildings at Mgr. Nolensplein. The building is formed by carefully composed volumes, built in mixed red brick masonry. The main volume is the church hall, around which are arranged an entrance portico on the left side gable, the sacristy on the right side gable, a hall and residential/office spaces on the right side gable. The rectory, which was intended as living and working space for three priests, also forms a boundary of the space at the square. On the other side it has a second volume, in which spaces for the servant were accommodated, such as the kitchen. The original design included a bell tower with a baptismal chapel at the base. The tower was not built for financial reasons. A relieving arch and a small window in the left side gable mark the place where the tower would have stood. Due to the absence of the tower, the church has a more modest appearance than was intended by the architect. The sintered brick is presumably from the ring kiln of the firm Hendrikx from Gilze.

Marinus Jan Granpré Molière was professor of architecture at the Technical University in Delft from 1924 to 1953. As a teacher he formed many generations of students. He is regarded as the leader of the Delft School, an important traditionalist movement in architecture that continued until the middle of the 1950s. His influence was mainly great through his teaching and written work. Our Lady of Perpetual Succour is one of the few designs by his hand that were built. Granpré Molière's Roman Catholic religious conviction played an important role in his work.

The stained glass windows were designed by G.J. Slee (director of the St. Joost art academy in Breda) and O.E.C.M.I. van Nispen tot Pannerden. The church was altered in 1977. In 2009 the seating plan and three confessionals were removed.

Description
Exterior

The Roman Catholic CHURCH Our Lady of Perpetual Succour is built on a rectangular floor plan with a number of smaller volumes for ancillary spaces on either side. The building is constructed in brick masonry that varies in colour. The sintered stone contributes to the mixed effect. The masonry is executed without repointing. Decorative brickwork is applied in the front facade. The building has a concrete plinth. It is a basilica church with a nave, side aisles and a very low clerestory. The nave is covered with a gabled roof with a shallow pitch. The lower side aisles are covered with half-hipped roofs. The front gable extends far above the nave and conceals the building from view. The straight rear gable extends less high above the nave. The volumes on either side are arranged and shaped in such a way that they emphasize the dominance of the front gable. The use of a gable as a screen is repeated on a smaller scale at the gable of the entrance portico on the side gable.

The double door in the front gable is covered with copper sheeting with a steel frame. On either side of the door are round-arched spandrels each with a tile panel of glazed tiles with a floral motif. The arch fields contain brick mosaic. A concrete band decorated with brick motifs runs across the gable. Above the front door is a three-light window. The upper part of the gable is narrower. Here three arched openings are arranged with a bell opening in the right opening. Two buttresses are arranged on the front of the gable. Tiles lie on the walls. A wrought iron cross is placed on top of the front gable. The side gables contain cross windows with concrete sills and heads and concrete mullions. The entrance portico on the left side gable is covered with a gabled roof and is emphasized by a tall gable with three crenellations and an ornamental band of concrete with brick motif. In the rear gable are two large arched windows arranged with buttresses on either side and two small arched windows. Between the large windows is a circle with a cross. At the top of the gable are two arched openings each with a moulded mullion that is set slightly back. The sacristy on the right side gable is covered with a pyramidal roof and is emphasized by a large chimney with two ornamental bands. The hall which is built on the right side gable has a spout gable as front and rear gable and has a gabled roof with very shallow pitch. An intermediate section connects the hall to the residential part of the rectory, which consists of two adjoining volumes with mansard roofs. The roofs are visually emphasized by chimneys and by a rendered band which functions optically as a cornice and strengthens the traditional character. The gutters lie on the wall. The windows have whitewashed wooden frames and sashes with glazing bars.

Interior

The church is divided lengthwise by an arcade into a nave with side aisles. Widthwise the church is divided by arches into an entrance section, the section for worship and the choir. The columns are executed in concrete with finished surface (scraped), except in the choir, where honed stone columns with cube capitals are placed. Tie beams are arranged between the arches which are simply decorated with stencils. The masonry is lightly rendered. The floor consists of jointed concrete tiles laid in a checkerboard pattern. The windows in the side gables are filled with coloured stained glass. On both sides of the entrance is a natural stone holy water font. The baptismal font which was located here has been removed. In the choir is a baldachin with an altar of honed stone with a polished top. In the former Mary chapel to the right of the choir are three stained glass windows arranged with images that symbolize Mary, such as a heart pierced by a sword with three daggers on either side. This refers to the seven sorrows of Mary. The lily is a symbol of the purity of Mary. Next to the Mary chapel is the passage to the sacristy. In the sacristy is a safe. A stair leads to the loft with a wooden collar-tie roof truss. Beneath the sacristy is a concrete cellar. In the right side gable is also a passage to a portico from which a hall is accessible that served as a chapel. This portico also provides access to the rectory. The rear building section was intended for the servant, here was the kitchen (which was moved during a later alteration). In this section are living spaces, consultation rooms, office space, bedrooms and sanitary facilities.

Valuation

The Roman Catholic CHURCH Our Lady of Perpetual Succour with RECTORY is of general importance as an essential example of the early Post-War Reconstruction because of:

- the cultural-historical value as a special expression of a spiritual and typological development;

- the architectural-historical value because of its particular importance for the history of architecture and for the oeuvre of M.J. Granpré Molière. The church is furthermore of architectural-historical value because of the aesthetic quality of the design, the composition of the building parts, proportions, use of materials and the careful detailing which is expressed in the decorative brickwork and tile panels. It is a good example of a church with the traditional structure of central nave with side aisles, but the church is innovative because of the design of straight front and rear gables that extend far above the nave as screens and the absence (compared to the classical basilica) of an apse or choir with side chapels;

- the urban planning value because of the central location in the district De Heuvel, as the heart of the part of the district that was designed from the parish idea and because of the historical spatial relationship with the Brink;

- the integrity of the exterior and the high quality of the constituent components and the importance of the church with rectory in relation to the visual integrity of the urban surroundings.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map