TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Stadsschouwburg

Utrecht, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Welzijn, kunst en cultuur
Function
Schouwburg
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1941
Address
Lucasbolwerk 24, 3512 EJ Utrecht
Place
Utrecht
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.09343, 5.12756
Monument number
530827

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1921 map "Bl. 18 Utrecht, 1921" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De STADSSCHOUWBURG op het Lucasbolwerk is in 1939-1941 gebouwd naar ontwerp van architect W.M. Dudok. De opdracht die Dudok in 1937 van het gemeentebestuur van Utrecht ontving betrof de bouw van een schouwburg voor ongeveer 900 bezoekers, met een café-restaurant en een feestzaal. Alle ruimten dienden onafhankelijk van elkaar te kunnen worden gebruikt. Dudok ontwierp het gebouw aan het water, met het restaurant gekeerd naar de verkeerskant en de schouwburg aan de plantsoenzijde. Het café-restaurant situeerde hij op de verdieping, zodat niet alleen een fraai uitzicht op de stad werd verkregen, maar ook creëerde hij zo de mogelijkheid op de begane grond voor een ruime vestibule en garderobe. In het definitieve ontwerp kwam nog een aparte opgang voor het restaurant (Esplanade). Het gebouw kreeg de meest moderne technische installaties van dat moment. De schouwburg is geopend in september 1941. In 1942 is een extra toegang gemaakt vanuit de foyer op de begane grond naar het terras aan de parkzijde.

Na de oplevering zijn er nog verscheidene verbouwingen geweest. De meest ingrijpende zijn die uit 1974 en 1994 geweest. Hier bij is respectievelijk de oorspronkelijk gesloten pui van de begane grond vervangen door een glazen pui, het entreegebied deels heringericht. De (later aangebrachte) kantoorruimte aan de zuidzijde is weer afgebroken. Het esplanade-restaurant op de verdieping is heringericht tot foyer. De feestzaal op de tweede verdieping is verbouwd tot Blauwe Zaal met entree aan de zijde van de Lucasbrug. In 1981 is er op de hoek waar zich de toegang tot het restaurant bevond een kunstwerk 'zonder titel' van beeldhouwer Leo de Vries geplaatst. Dit alles is uitgevoerd naar ontwerp van Architectenbureau Wouda bv. In 1994 is de toneeltoren met bijbehorende technische ruimten en spelersruimten aanzienlijk vergroot wederom door architectenbureau Wouda, architect Erik Knippers. De vernieuwde toneeltoren heeft in de architectuurpers aanleiding gegeven tot uiteenlopende opvattingen. Tenslotte heeft in 2002 een verbouwing onder leiding van Monk architecten in samenwerking met Paul van Dam plaatsgevonden. Hierbij is uitgegaan van een gedeeltelijke reconstructie van het oorspronkelijke plan. De foyer op de verdieping is weer als restaurant in gebruik genomen Het entreegebied is heringericht met het karakteristieke lage plafond.

Omschrijving

STADSSCHOUWBURG gelegen op de overgang tussen Zocherplantsoen en stadsbuitengracht met de achtergevel in het water. Gebouw in de voor Dudok karakteristieke architectuur zich uitend in de zorgvuldige compositie van volumes, lijnen en vlakken en het gebruik van lichte geelwit geglazuurde steen en stalen raampartijen. De ruimtelijke opzet van het gebouw bestaat uit een L-vorm met in de grote 'staande' poot de schouwburgzaal met toneeltoren en foyer en in de gebogen 'liggende' poot de entree en vestiaires. De verschillende functies zijn uitwendig herkenbaar in de in hoogte verspringende volumes met platte daken. Aan de parkzijde (zuid) heeft het gebouw een licht gebogen, horizontaal gelede vorm met een nadrukkelijk open en gesloten gevelbeeld in ten opzichte van elkaar verspringende delen. De toegangspartij aan de rechterzijde wordt geaccentueerd door de elegant gebogen luifel op slanke zuilen. Tegen de uiterst linker travee is een verguld beeld (1941) voorstellende een muze figuur met olijftak en toneelmasker 'De verhevenheid der kunst boven de nood des tijds' van de hand van Leo Brom aangebracht. Aan de waterzijde (noord) zijn de volumes groter en vlakker. De verdeling van gesloten en open gevelvlakken is precies omgekeerd aan die van de voorzijde. Het meer gesloten deel vertoont een ritme van kleine vensteropeningen. De gevel van de foyer is opengewerkt met grote vensters en openslaande deuren naar het balkon boven het water. De (vernieuwde) toneeltoren vormt een markant verticaal element. De zijgevel (oost) aan de straatzijde is relatief smal met karakteristiek rond venster. De hoekpartij met de voorgevel was oorspronkelijk open met een nu nog aanwezige zuil op de hoek. Hier bevond zich een hoge trap die toegang gaf tot het restaurant. De hoek is thans gesloten. De eenlaags aanbouw is van 1958-'60. De zijgevel (west) aan de parkzijde is grotendeels gesloten met alleen een groot venster ter plaatse van het trappenhuis.

In het interieur zijn alle ruimten met een eigen karakter vormgegeven, maar wel onderling sterk verwant in stijl. Het betreft de entree en vestiaires, de hal, de foyers, de trappenhuizen en de ruimten van café-restaurant. Opmerkelijk is de ruimtelijke opvatting van de architect waarbij de entree en de hal met de vestiaires relatief laag is, waarna men de hoge, 'feestelijke' ruimte van de grote hal voor de zaal en de foyer rechts van de zaal betreedt. Op het knooppunt van deze ruimten leidt een brede trap naar de verdieping. Hiervandaan heeft men zicht op de onderliggende hal. Daarnaast is hier de toegang tot het balkon in de zaal en het restaurant. De overige trappenhuizen hebben een meer uitgesproken verkeersfunctie, maar vooral het linker trappenhuis heeft door het grote venster in de zijgevel veel allure. De zaal en het toneel zijn in de loop van de tijd verscheidene malen aangepast aan de zich ontwikkelende toneeltechniek en het bezoekerscomfort. Er is één balkon tegen de achterwand van de zaal. Voor de afwerking is gebruik gemaakt van materialen als zwart-wit geaderd marmer voor de vloeren en wanden bij de entree en de trappenhuizen. Naast de toepassing van staal voor de raam- en deurpartijen wordt dit materiaal ook teruggevonden in de trapleuningen. Andries Copier heeft zowel de geïntegreerde glazen verlichting in de plafonds als de grote staande glazen verlichtingsarmaturen in de foyer ontworpen. Het gebouw heeft een kelderverdieping waarin technische ruimtes, opslag- en dienstruimtes zijn ondergebracht.

Waardering

STADSSCHOUWBURG van algemeen belang vanwege

- Cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een schouwburg met feestzaal en restaurant voltooid in oorlogstijd;

- Architectuurhistorische waarde als voorbeeld van werk van W.M. Dudok in voor hem karakteristieke stijl met medewerking van A. Copier (lampen) en L.H.M. Brom (beeld) en de wijze waarop Dudok de verschillende functionaliteiten tot een theatrale en bewust 'feestelijke' eenheid heeft weten te verbinden.

- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging op de grens van plantsoen en singel en daar een markante verschijning.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The CITY THEATRE on the Lucasbolwerk was built in 1939-1941 according to a design by architect W.M. Dudok. The commission that Dudok received from the municipal council of Utrecht in 1937 concerned the construction of a theatre for approximately 900 visitors, with a café-restaurant and a banquet hall. All spaces were to be capable of being used independently of each other. Dudok designed the building on the waterside, with the restaurant facing the traffic side and the theatre on the park side. He positioned the café-restaurant on the upper floor, so that not only was a fine view of the city obtained, but also it created the possibility on the ground floor for a spacious vestibule and cloakroom. In the definitive design an separate entrance for the restaurant (Esplanade) was added. The building received the most modern technical installations of that time. The theatre opened in September 1941. In 1942 an additional access was created from the foyer on the ground floor to the terrace on the park side.

Following completion there have been several alterations. The most significant were those of 1974 and 1994. In these respectively the originally closed façade of the ground floor was replaced by a glazed façade, the entrance area was partly reconfigured. The (later added) office space on the south side was demolished. The esplanade-restaurant on the upper floor was reconfigured as a foyer. The banquet hall on the second floor was converted to the Blue Hall with entrance on the side of the Lucasbridge. In 1981 an untitled artwork by sculptor Leo de Vries was placed at the corner where the entrance to the restaurant had been. All this was carried out according to a design by Wouda Architects bv. In 1994 the stage tower with associated technical rooms and performers' rooms was considerably enlarged again by Wouda Architects, architect Erik Knippers. The renewed stage tower gave rise to varying opinions in the architecture press. Finally, in 2002 an alteration took place under the direction of Monk Architects in collaboration with Paul van Dam. This was based on a partial reconstruction of the original plan. The foyer on the upper floor was again brought into use as a restaurant. The entrance area was reconfigured with the characteristic low ceiling.

Description

CITY THEATRE located at the transition between Zocherplantsoen and the outer canal with the rear façade in the water. Building in the architecture characteristic of Dudok expressed in the careful composition of volumes, lines and surfaces and the use of light yellowish-white glazed brick and steel window frames. The spatial arrangement of the building consists of an L-shape with in the large 'standing' leg the theatre hall with stage tower and foyer and in the curved 'lying' leg the entrance and cloakrooms. The different functions are externally recognizable in the volumes stepping up in height with flat roofs. On the park side (south) the building has a lightly curved, horizontally articulated form with a distinctly open and closed façade appearance in relation to each other offset parts. The entrance element on the right side is accentuated by the elegantly curved canopy on slender columns. Against the far left bay is a gilded image (1941) depicting a muse figure with an olive branch and theatre mask 'The Elevation of Art above the Need of the Times' by Leo Brom. On the waterside (north) the volumes are larger and flatter. The division of closed and open façade surfaces is precisely reversed to that of the front side. The more closed part shows a rhythm of small window openings. The foyer façade is open-worked with large windows and opening doors to the balcony above the water. The (renewed) stage tower forms a striking vertical element. The side façade (east) on the street side is relatively narrow with a characteristic round window. The corner section with the front façade was originally open with a column still present at the corner. Here there was a tall staircase that provided access to the restaurant. The corner is now closed. The single-storey extension dates from 1958-'60. The side façade (west) on the park side is largely closed with only a large window at the location of the stairwell.

In the interior all spaces have been designed with their own character, but are nonetheless strongly related to each other in style. These concern the entrance and cloakrooms, the hall, the foyers, the staircases and the rooms of the café-restaurant. Remarkable is the spatial conception of the architect whereby the entrance and the hall with the cloakrooms is relatively low, after which one enters the high, 'festive' space of the great hall in front of the hall and the foyer to the right of the hall. At the intersection of these spaces a broad staircase leads to the upper floor. From here one has a view of the hall below. In addition, here is the access to the balcony in the hall and to the restaurant. The remaining staircases have a more pronounced traffic function, but especially the left staircase has considerable grandeur due to the large window in the side façade. The hall and stage have been adapted several times over the course of time to the developing theatre technique and visitor comfort. There is one balcony against the back wall of the hall. For the finishing materials such as black and white veined marble were used for the floors and walls of the entrance and staircases. In addition to the use of steel for the window and door sections, this material is also found in the stair railings. Andries Copier designed both the integrated glass lighting in the ceilings and the large standing glass light fixtures in the foyer. The building has a basement floor in which technical spaces, storage and service spaces are accommodated.

Valuation

CITY THEATRE of general importance because of

- Cultural-historical value as an example of a theatre with banquet hall and restaurant completed in wartime;

- Architectural-historical value as an example of the work of W.M. Dudok in a style characteristic of him with the collaboration of A. Copier (lamps) and L.H.M. Brom (sculpture) and the manner in which Dudok succeeded in combining the different functionalities into a theatrical and deliberately 'festive' unity.

- Of urban design value because of its location on the boundary of the park and canal and its striking appearance there.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map