TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Bijgebouwen, Koningsweg 17 B

Arnhem, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Bijgebouwen
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1940 - 1945
Address
Koningsweg 17 B, 6816 TC Arnhem
Place
Arnhem
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
52.04207, 5.86989
Part of complex
529781
Monument number
529789

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1918 map "Bl. 19 Arnhem, 1918" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het adres Koningsweg 17b(9) omvat thans onder meer een uit de bezettingstijd stammende voormalige locomotiefloods, en op enige afstand daarvan een gebouw dat toentertijd als verwarmde vliegtuighangar dienst deed. De locomotiefloods staat ongeveer 250 m ten noorden van de voormalige rolbaan, ongeveer in het verlengde van de Kemperbergerweg; de hangar staat zuidoostelijk hiervan, zuidelijk van de voormalige rolbaan in de nabijheid van de noordelijke begrenzing van het militaire kamp Koningsweg-Noord. In of rond 1949 is de locomotiefloods naar ontwerp van de architect L.A. Heijdelberger door de Nederlandse Heidemaatschappij in samenhang met enige andere gebouwen omgebouwd tot een viertal boerenbedrijven (de Vier Heemskinderen genoemd en als zodanig ook van een blauwe tegel voorzien) - een functie waarin ze nu nog worden gebruikt (herinneringssteen Ritsaerthoeve d.d. 12 juli 1949). De verbouwing hield onder meer in dat de loods aan beide langszijden werd verbreed met een lagere aanbouw, dat er aan de zuidoostzijde een woning aan het pand werd vast gebouwd, terwijl zich aan de noordwestzijde een lange schuur bevindt. Het pand laat zich hierdoor onderscheiden in een drietal asymmetrisch tegen elkaar geplaatste bouwdelen: een hoger bedrijfsgedeelte, een lager woongedeelte en een lange schuur. Het pand is integraal wit gesausd, op een zwarte plint na. De hangar maakt wel deel uit van hetzelfde agrarisch bedrijf, maar vormt er geen visueel-ruimtelijke eenheid mee; de hangar is via een kaarsrechte, beklinkerde weg verbonden met het zuidelijk deel van de (ring)rolbaan.

De locomotiefloods ligt vrijstaand aan de noordzijde van de rolbaan, in een met bomen begroeide tuin en aan de zuidzijde tegen de achtergrond van opgaand bos. De daknok van het na de oorlog ook in plattegrond gewijzigde pand is ongeveer van noordwest naar zuidoost gericht en ligt in het verlengde van het eertijds erlangs leidende spoortje, waarvan nog slechts een rudiment aanwezig is. De locomotiefloods is als 'Sonderbau' tot stand gekomen en is op macroniveau deel van een grote militaire vliegveldstructuur uit de jaren 1940-1945, op mesoniveau van een ijl complex van oorspronkelijk in globaal lineair verband langs de rolbaan gerealiseerde open en gesloten opstelplaatsen voor overwegend vliegtuigen, en is hierbinnen op microniveau een solitair, uit camouflageoverwegingen als agrarisch bedrijfsgebouw uitgevoerd militair gebouw met technische functie ten behoeve van locomotiefonderhoud en -berging.

Omschrijving

Tweelaagse, met ca. 50 cm dik buitenmuurwerk uitgevoerde bakstenen en ten dele ook betonnen LOCOMOTIEFLOODS (9), op een samengestelde plattegrond en gedekt door met gegolfde rode holle (Hollandse) pannen belegde, flauw hellende zadeldaken. Op het aangebouwde deel van de loods rechts een lessenaarsdak en links een verlengd dakschild; in de nok van het woongedeelte een witte, bakstenen schoorsteen en in de dakvlakken enkele moderne dakramen. Het hogere bedrijfsgedeelte bevat rechts in de oostelijke kopgevel / hoofdgevel een toegangsopening met naar buiten openslaande dubbele groene houten deuren met vierruits bovenpanelen en rechts hiervan een vensteropening met bovenin verdeeld valraam en onder tweeruitsverdeling. Op de verdieping een kleiner venster met vierruitsverdeling. Links is het woongedeelte aangebouwd. De noordwestelijke kopgevel bevat een toegangsopening onder latei, voorzien van hoge dubbele houten deuren met bovenin verdeelde ruiten en rechts hiervan een kleinere toegangsopening, waarin een opgeklampte deur en een vensteropening met vierruits venster. Op hoger niveau links een vensteropening met vierruits raam en rechts een toegangsopening met dubbele naar buiten openslaande deuren en geheel links de aangebouwde schuur. De noordoostelijke langsgevel bevat links en rechts niet gelijke toegangsopeningen waarin opgeklampte deuren, en een drietal kleine vensteropeningen hiertussen; het geveldeel tussen lessenaarsdak en zadeldak is blind. De zuidwestelijke langsgevel is vergelijkbaar uitgevoerd. Het interieur bevat onder meer nog de in dik gewapend beton uitgevoerde werkplaats, met in de vloer het relict van een smeerkuil en in de zijwanden sporen van dichtgezette gevelopeningen; bij de westelijke toegangsopening een bakstenen invulling, terwijl de oostzijde uit beton is samengesteld. In het eveneens betonnen plafond een opening (mogelijk een rookuitlaat) met zicht op het houten dakbeschot.

Het woonhuis bevat in de niet symmetrische zuidoostelijke kopgevel / hoofdgevel een toegangsopening onder getoogde latei, waarin een houten deur met conisch gevormd in vieren verdeeld raam; links en rechts hiervan vensteropeningen van ongelijke maatvoering met dubbele verdeelde openslaande ramen, houten kroonlijst en groene luiken en op de verdieping twee vensteropeningen met dubbele openslaande verdeelde ramen. De rechter gevel bevat twee ongelijke vensteropeningen, waarvan de linker met dubbele verdeelde openslaande ramen, en de rechter in zessen verdeeld, beide met houten kroonlijst en groene luiken. Op de verdieping drie kleine vensteropeningen. De achtergevel valt samen met het bedrijfsdeel. De zuidelijke langsgevel is onder meer voorzien van tuindeuren. Mastgoten.

De aangebouwde, langgerekte schuur onder zadeldak met relatief groot overstek bevat in de noordelijke langsgevel onder meer drie kleine verdeelde vensters en links hier van een toegangsopening met opgeklampte deur.

Waardering

LOCOMOTIEFLOODS c.a., van algemeen belang als herkenbaar onderdeel van een uit de Tweede Wereldoorlog stammend en door de Duitse bezetter als onderdeel van een groot militair vliegveld opgezet legerkamp en als in de naoorlogse wederopbouwperiode tot boerderij ingericht pand, vanwege: architectuurhistorische, stedenbouwkundige, krijgs- en cultuurhistorische en complex- en ensemblewaarden, die onder meer kunnen blijken uit de op locale vormen geïnspireerde traditionalistische bouwtrant, uit de voor de bouwtijd kenmerkende onderdelen en details, uit de kunstmatig opgezette, sterk bij de vooraf bestaande ruimtelijke inrichting aansluitende geometrische nederzettingsstructuur en de hierbinnen tot in detaillering doorgevoerde camouflage, uit de samenhang van en met het totale militaire vliegveldconcept en de ruimtelijke hoofdlijnen en onderdelen van het kampement, en uit de onderlinge verwantschap van de hierbij toegepaste vormen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The address Koningsweg 17b(9) now comprises among other things a former locomotive shed dating from the occupation period, and at some distance from it a building that at that time served as a heated aircraft hangar. The locomotive shed stands approximately 250 m north of the former runway, roughly in line with the Kemperbergerweg; the hangar stands to the southeast of this, south of the former runway in the vicinity of the northern boundary of the military camp Koningsweg-Noord. In or around 1949 the locomotive shed was, according to a design by architect L.A. Heijdelberger, converted by the Nederlandse Heidemaatschappij in conjunction with some other buildings into a set of four farm enterprises (called the Vier Heemskinderen and also provided with a blue tile as such) - a function in which they are still used (commemorative stone Ritsaerthoeve dated 12 July 1949). The conversion involved among other things the widening of the shed on both long sides with a lower extension, the building of a dwelling onto the building at the southeast side, whilst on the northwest side there is a long barn. The building is thereby distinguished by three asymmetrically placed building components against each other: a higher business section, a lower residential section and a long barn. The building is entirely whitewashed, except for a black plinth. The hangar does form part of the same agricultural enterprise, but does not form a visual-spatial unit with it; the hangar is connected via a ruler-straight, brick-paved road with the southern part of the (ring) runway.

The locomotive shed stands detached on the north side of the runway, in a garden with trees and on the south side against a backdrop of rising woodland. The roof ridge of the building, which also changed in plan after the war, runs roughly from northwest to southeast and lies in line with the former small railway track that ran alongside it, of which only a rudiment now remains. The locomotive shed was created as a 'Sonderbau' and at macro level is part of a large military airfield structure from the years 1940-1945, at meso level part of a sparse complex of originally realised in roughly linear relation along the runway open and closed positions for predominantly aircraft, and is within this at micro level a solitary military building executed as an agricultural business building for camouflage reasons with a technical function for locomotive maintenance and storage.

Description

Two-storey LOCOMOTIVE SHED (9) executed with approximately 50 cm thick external brickwork and partly also concrete, on a complex ground plan and covered by gently sloping gabled roofs covered with corrugated red curved (Dutch) tiles. On the attached part of the shed to the right a lean-to roof and to the left an extended roof shield; in the ridge of the residential section a white brick chimney and in the roof planes some modern roof lights. The higher business section contains to the right in the eastern gable end / main gable a doorway with outward-opening double green wooden doors with four-pane fanlights and to the right of it a window opening with divided sash window at the top and below two-pane division. On the first floor a smaller window with four-pane division. To the left the residential section is built on. The northwestern gable end contains a doorway under a lintel, provided with high double wooden doors with divided panes at the top and to the right of it a smaller doorway, in which a fixed door and a window opening with four-pane window. At higher level to the left a window opening with four-pane frame and to the right a doorway with double outward-opening doors and furthest to the left the attached barn. The northeastern long side contains to the left and right unequal doorways in which fixed doors, and three small window openings between them; the gable section between the lean-to roof and the gabled roof is blank. The southwestern long side is executed similarly. The interior contains among other things the workshop executed in thick reinforced concrete, with in the floor the relic of a lubrication pit and in the side walls traces of blocked gable openings; at the western doorway a brick infill, whilst the east side is composed of concrete. In the equally concrete ceiling an opening (possibly a smoke outlet) with a view onto the wooden roof boarding.

The dwelling contains in its asymmetrical southeastern gable end / main gable a doorway under an arched lintel, in which a wooden door with a conically shaped four-pane divided window; to the left and right of this window openings of unequal dimensions with double divided opening windows, wooden cornice and green shutters and on the first floor two window openings with double opening divided windows. The right gable contains two unequal window openings, of which the left has double divided opening windows, and the right divided into six panes, both with wooden cornice and green shutters. On the first floor three small window openings. The rear gable coincides with the business section. The southern long side is provided among other things with French doors. Half-gutters.

The attached, elongated barn under a gabled roof with relatively large overhang contains in the northern long side among other things three small divided windows and to the left of this a doorway with a fixed door.

Valuation

LOCOMOTIVE SHED c.a., of general interest as a recognizable component of a military camp dating from the Second World War and set up by the German occupier as part of a large military airfield and as a building converted into a farm in the post-war reconstruction period, by reason of: architectural-historical, town-planning, military and cultural-historical and complex and ensemble values, which can be demonstrated inter alia by the traditionalist building style inspired by local forms, by the components and details characteristic of the building period, by the artificially created strongly geometric settlement structure consonant with the previously existing spatial layout and the camouflage carried through in detail within it, by the interconnection of and with the total military airfield concept and the spatial main lines and components of the encampment, and by the mutual relationship of the forms applied herein.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map