TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Bijgebouwen, Deelen/Klein-Heidekamp Arnhem

Arnhem, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Bijgebouwen
Category
onroerend gebouwd
Built
1940 - 1941
Address
Deelen/Klein-Heidekamp Arnhem
Place
Arnhem
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
52.02690, 5.89610
Part of complex
529661
Monument number
529665

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1918 map "Bl. 19 Arnhem, 1918" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Gebouw 1-3 ligt vrijstaand in de zuidoostelijke hoek van de T-kruising van de oostelijke toegangsweg tot Klein-Heidekamp en de oostelijke van de twee noord-zuidwegen op het terrein. Op macroniveau is gebouw 1-3 onderdeel van een grote militaire vliegveldstructuur uit de periode 1940-1945, op mesoniveau van een ijl complex van in brinkdorpachtig verband geplaatste gebouwen en op microniveau van een centraal gelegen ensemble van functionele onderkomens. Het werd in 1940/1941 als 'Sonderbau' geplaatst en is in een latere fase, in 1943, uitgebreid. Gebouw 1-3 omvat drie duidelijk te onderscheiden gedeelten, namelijk een oost-west gerichte massa, en haaks hierop twee in hoofdzaak naar het zuiden wijzende vleugels. De oostelijke vleugel bevatte de werkkamer van de commandant van 'Nachtjagdgeschwader 1' en andere commandoruimten, en was het belangrijkst. Een mogelijke achthoekige houten opbouw op dit bouwdeel is niet meer aanwezig.

Omschrijving

Deels onderkelderd en verder grotendeels van kruipruimten voorzien, eenlaags, met ca. 50 cm dik buitenmuurwerk uitgevoerd bakstenen gevechtsleiding- of COMMANDOGEBOUW op in hoofdzaak U-vormige plattegrond, met iets terugliggende en verhoogde plint en gedeeltelijk gedekt door (afgewolfde) zadeldaken, deels door schilddaken, elk belegd met grauwe en in beperkte mate met rode gegolfde verbeterde holle (Hollandse) pannen. Mastgoten rondom.

Het oostelijke noord-zuidgerichte bouwdeel is gebouwd op een rechthoekige plattegrond en wordt gedekt door een schilddak. In de oostelijke langsgevel, links van het midden een drie traveeën breed risalerend deel onder lager, aangekapt schild, en aangrenzend een twee treden hoog terras van baksteen en betontegels. De traveeën bevatten getoogde toegangsopeningen en dubbele, verticaal in vieren verdeelde glasdeuren, met aan weerszijden tot halverwege, groen geschilderde plaatstalen luiken. In de oostgevel tevens links twee en rechts acht stuks vensteropeningen onder rollaag en met betonnen kalf, bovenin voorzien van met houten roeden verdeelde achtruits valramen en onderin van dubbele houten vierruits draairamen, alle met plaatstalen luiken, enkelzijdig beschilderd in groen en wit zandlopermotief. In kopse zuidgevel vier vergelijkbare vensteropeningen en in de westelijke langsgevel vijf, met rechts daarvan een toegang met twee treden, onder getoogde rollaag en met 16-ruits deur en links vier kleine getoogde vensters met vierruitsverdeling. De kopse noordgevel gaat rechts naadloos over in een iets lager, aangekapt tussenlid, dat de verbinding is met het noordelijke bouwdeel. In gevel met tussenlid rechts een met geblokte getoogde natuursteen omlijste toegangsopening met sluitsteen, waarin dubbele achtruits deuren, en links en rechts hiervan tweemaal twee kleine getoogde vensters onder rollaag en met houten vierruits ramen. Interieur bevat onder meer een gang met in geel met een zwarte bies betegelde vloer, deels voor de bouwtijd kenmerkende deurkozijnen (onder meer met scheve dagkant) en deuren, en - vooral de in gangen - geel betegelde of in geschilderd veegwerk uitgevoerde lambrisering; betonnen vloeren en plafonds. Hiernaast ook verlaagde systeemplafonds. Kelder- en kruipruimte uitgevoerd in beton en mede gestut door een metalen balksysteem. Zolder is een overwegend ongedeelde ruimte met betonnen vloer en met door spanten en sporen gedragen kap.

Het noordelijke bouwdeel is gebouwd op een rechthoekige plattegrond en wordt gedekt door een zadeldak dat aan de oostzijde is afgewolfd en aan de westzijde is aangekapt aan het dak van het westelijke bouwdeel. Tussenlid naar het oostelijke bouwdeel gaat naadloos over in zuidelijke langsgevel. Beide langsgevels voorzien van deels gepaarde vensteropeningen onder rollaag en met betonnen kalf, waarin boven met houten roeden verdeelde achtruits valramen en onder dubbele houten vierruits draairamen, alle met plaatstalen luiken, enkelzijdig beschilderd in groen en wit zandlopermotief. In de kopse oostgevel begane grond rechts vergelijkbaar venster; op zolderverdiepingniveau latere, getoogde toegangsopening onder rollaag, met dubbele achtruits deuren, waarboven een H-profielijzeren hijsbalk; twee kleine vensteropeningen zijn kennelijk dichtgezet. In het interieur onder meer een gang met in geel met zwarte bies betegelde vloer, grotendeels voor de bouwtijd kenmerkende deurkozijnen en deuren, in de gang een in geschilderd veegwerk uitgevoerde lambrisering; betonnen vloeren en plafonds. Onder de vloeren kruipruimten; de zolder is een overwegend ongedeelde ruimte met betonnen vloer onder een door spanten en sporen gedragen kap.

Het westelijke noord-zuidgerichte en tevens hoogste bouwdeel werd in 1943 gebouwd op een hoofdzakelijk rechthoekige plattegrond en het wordt gedekt door een deels opgetild zadeldak tussen tuitgevels. Aan de westkant een met puntgevel uitgevoerde uitbouw onder een lager, aangekapt en dwars zadeldak en vijf (links hiervan) plus één (rechts) onder zinken schilddakjes gebrachte dakkapellen met dubbele vierruits draairamen. In de ruimte waarvan deze uitbouw deel uitmaakt, de zogenoemde 'Auswertungsraum', was in 1943 de vluchtbegeleiding gevestigd. De kopse noordgevel, die visueel en functioneel als hoofdgevel kan worden getypeerd, is een tuitgevel met geblokte bakstenen pilasters en schouderstukken; centraal hierin een met geblokte en getoogde natuursteen omlijste toegangsopening met verhoogde sluitsteen en links en rechts een klein venster met houten achtruits ramen onder rollaag, voorzien van plaatstalen luiken met diagonaal wit en groen streepmotief. Op zolderverdiepingniveau drie getoogde vensters onder rollaag, met draairamen en op vlieringniveau een klein venster. De kopse zuidgevel heeft een met geblokte natuursteen omlijste toegangsopening onder klein bovenlicht, drie kleine vensters met achtruits ramen onder rollaag en plaatstalen luiken met diagonaal wit en groen streepmotief; op zolderverdiepingniveau een drietal getoogde vensters en op vlieringniveau een klein venster. De oostgevel is op de begane grond voorzien van vensteropeningen onder rollaag en met betonnen kalf, bovenin voorzien van met houten roeden verdeelde, achtruits valramen en onder van dubbele houten, vierruits draairamen en plaatstalen luiken, die enkelzijdig zijn beschilderd in groen en wit zandlopermotief; tevens een later gewijzigde toegangsopening, nu onder getoogde rollaag en voorzien van houten, met roeden verdeelde, enkele glasdeur. Onder het opgelichte dakschild een negental getoogde vensteropeningen met draairaam, de rechter met een ijzeren noodtrap en een ijzeren balkon met balustrade. Rechts in het dakschild een strookvormig daklicht. De westgevel op de begane grond links voorzien van vensteropeningen onder rollaag en met betonnen kalf, bovenin voorzien van met houten roeden verdeelde, achtruits valramen en onderin van dubbele houten, vierruits draairamen en van plaatstalen luiken, beschilderd in groen en wit zandlopermotief. Rechts een bordes en bakstenen trap en daarboven drie kleine vensters met houten achtruits ramen onder rollaag, alle voorzien van plaatstalen luiken met diagonaal wit en groen streepmotief. In de gevel van de uitbouw op souterrainniveau een mogelijk later ingebracht dubbel plaatijzeren luik; op de begane grond een groot getoogd bakstenen kruisvenster met een twee maal acht- en twee maal vierruits houten roedenverdeling en op zolderverdiepingniveau een venster met dubbele vierruits draairamen; zuidelijke zijgevel getoogde toegangsopening met 16-ruiter. Het interieur omvat onder meer een later ten dele in de 'Auswertungsraum' ingebrachte, tamelijk hoge feest- en danszaal. Ter plaatse van de vensters onder het opgetilde dakschild, een voor de bouwtijd kenmerkende bordestrap, deurkozijnen en een aantal deuren en in het rechter deel bij het bordes trappen naar een klein souterrain. Zolder bevat - naast een afgewerkte ongedeelde ruimte met drie getoogde vensters en dakvenstertjes - een zware betonnen constructie boven de 'Auswertungsraum' en verder een door houten spanten en sporen gedragen kap.

Tegenover de meest westelijke gevel een ondiep bakstenen schuurtje onder lessenaarsdak met dubbele ijzeren deuren.

Waardering

In twee bouwfasen gerealiseerd COMMANDOGEBOUW, van algemeen belang als zeldzaam en herkenbaar onderdeel van een uit de Tweede Wereldoorlog stammend en door de Duitse bezetter als onderdeel van een groot militair vliegveld opgezet legerkamp, vanwege: architectuurhistorische, stedenbouwkundige, krijgs- en cultuurhistorische en complex- en ensemblewaarden, die onder meer kunnen blijken uit de op locale vormen geïnspireerde traditionalistische bouwtrant, uit de voor de bouwtijd kenmerkende onderdelen en details, uit de kunstmatig opgezette brinkdorpstructuur en de tot in detaillering doorgevoerde camouflage, uit de samenhang van en met het totale militaire vliegveldconcept en de ruimtelijke hoofdlijnen en onderdelen van het kampement, en uit de onderlinge verwantschap van de hierbij toegepaste vormen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Building 1-3 stands detached in the south-eastern corner of the T-junction of the eastern access road to Klein-Heidekamp and the eastern of the two north-south roads on the site. At macro level, building 1-3 is part of a large military airfield structure from the period 1940-1945, at meso level of a sparse complex of buildings arranged in village-green fashion, and at micro level of a centrally located ensemble of functional accommodation. It was placed in 1940/1941 as a 'Sonderbau' and was extended in a later phase, in 1943. Building 1-3 comprises three clearly distinguishable sections, namely an east-west oriented mass, and at right angles to it two wings pointing mainly to the south. The eastern wing contained the office of the commander of 'Nachtjagdgeschwader 1' and other command rooms, and was the most important. A possible octagonal wooden superstructure on this building part is no longer present.

Description

Partially cellared and otherwise largely provided with crawl spaces, single-storey, with approximately 50 cm thick external masonry executed in brick COMMAND BUILDING on a mainly U-shaped floor plan, with slightly recessed and raised plinth and partly covered by (half-hipped) gabled roofs, partly by hipped roofs, each laid with grey and to a limited extent with red wavy improved hollow (Dutch) tiles. Gutters all around.

The eastern north-south oriented building section is built on a rectangular floor plan and is covered by a hipped roof. In the eastern long facade, to the left of centre a three-bay wide projecting section under lower, attached hip, and adjoining a two-step high terrace of brick and concrete tiles. The bays contain arched access openings and double, vertically divided in fours glass doors, with on either side down to halfway, green painted sheet-steel shutters. In the east facade also on the left two and on the right eight window openings under lintel and with concrete sill, at the top provided with fanlight sash windows divided with wooden glazing bars and at the bottom with double wooden four-light casement windows, all with sheet-steel shutters, painted on one side in green and white hourglass motif. In the end south facade four comparable window openings and in the western long facade five, with a doorway to the right with two steps, under arched lintel and with 16-light door and on the left four small arched windows with four-light division. The end north facade merges seamlessly on the right into a slightly lower, attached connector, which is the link to the northern building section. In facade with connector on the right an access opening framed with blocked arched natural stone with voussoir stone, containing double eight-light doors, and to the left and right of this twice two small arched windows under lintel and with wooden four-light windows. Interior comprises among others a corridor with floor tiled in yellow with a black edge, partly door frames characteristic of the building period (including with splayed edge) and doors, and - especially those in corridors - yellow tiled or in painted scrubwork executed wainscoting; concrete floors and ceilings. Next to this also lowered system ceilings. Cellar and crawl space executed in concrete and also supported by a metal beam system. Loft is a predominantly undivided space with concrete floor and with roof structure carried by principals and purlins.

The northern building section is built on a rectangular floor plan and is covered by a gabled roof which is half-hipped on the east side and attached on the west side to the roof of the western building section. Connector to the eastern building section merges seamlessly into the southern long facade. Both long facades provided with partly paired window openings under lintel and with concrete sill, containing above fanlight sash windows divided with wooden glazing bars and below double wooden four-light casement windows, all with sheet-steel shutters, painted on one side in green and white hourglass motif. In the end east facade at ground floor on the right comparable window; at attic level a later, arched access opening under lintel, with double eight-light doors, above which an H-profile iron lifting beam; two small window openings are apparently blocked up. In the interior among others a corridor with floor tiled in yellow with black edge, predominantly door frames and doors characteristic of the building period, in the corridor wainscoting executed in painted scrubwork; concrete floors and ceilings. Under the floors crawl spaces; the loft is a predominantly undivided space with concrete floor under a roof structure carried by principals and purlins.

The western north-south oriented and also highest building section was built in 1943 on a mainly rectangular floor plan and is covered by a partly raised gabled roof between spout gables. On the west side an outbuilding executed with pointed gable under a lower, attached and transverse gabled roof and five (to the left of this) plus one (to the right) roof dormers brought under zinc hipped roof-lets with double four-light casement windows. In the space of which this outbuilding forms part, the so-called 'Auswertungsraum', flight guidance was established in 1943. The end north facade, which can be typified visually and functionally as main facade, is a spout gable with blocked brick pilasters and shoulder pieces; centrally therein an access opening framed with blocked and arched natural stone with raised voussoir stone and to the left and right a small window with wooden eight-light windows under lintel, provided with sheet-steel shutters with diagonal white and green stripe motif. At attic level three arched windows under lintel, with casement windows and at attic storey level a small window. The end south facade has an access opening framed with blocked natural stone under small fanlight, three small windows with eight-light windows under lintel and sheet-steel shutters with diagonal white and green stripe motif; at attic level three arched windows and at attic storey level a small window. The east facade is at ground floor provided with window openings under lintel and with concrete sill, at the top provided with fanlight sash windows divided with wooden glazing bars and at the bottom with double wooden four-light casement windows and sheet-steel shutters, which are painted on one side in green and white hourglass motif; also a later modified access opening, now under arched lintel and provided with wooden, with glazing bars divided, single glass door. Under the raised roof hip a total of nine arched window openings with casement window, the right one with an iron emergency stair and an iron balcony with balustrade. On the right in the roof hip a strip-shaped roof light. The west facade at ground floor on the left provided with window openings under lintel and with concrete sill, at the top provided with fanlight sash windows divided with wooden glazing bars and at the bottom with double wooden four-light casement windows and sheet-steel shutters, painted in green and white hourglass motif. On the right a platform and brick staircase and above it three small windows with wooden eight-light windows under lintel, all provided with sheet-steel shutters with diagonal white and green stripe motif. In the facade of the outbuilding at basement level a possibly later introduced double sheet-iron shutter; at ground floor a large arched brick cross window with a two by eight- and two by four-light wooden glazing bar division and at attic level a window with double four-light casement windows; southern side facade arched access opening with 16-light.

The interior comprises among others a later partly brought into the 'Auswertungsraum', fairly high festive and dance hall. At the location of the windows under the raised roof hip, a staircase characteristic of the building period, door frames and a number of doors and in the right section at the platform stairs to a small basement. Loft contains - next to a finished undivided space with three arched windows and roof window-lets - a heavy concrete structure above the 'Auswertungsraum' and further a roof structure carried by wooden principals and purlins.

Opposite the most western facade a shallow brick shed under lean-to roof with double iron doors.

Valuation

COMMAND BUILDING realized in two building phases, of general importance as a rare and recognizable component of an army camp dating from the Second World War and established by the German occupier as part of a large military airfield, by reason of: architectural-historical, urban planning, military and cultural-historical and complex and ensemble values, which may be apparent among others from the traditionalist building style inspired by local forms, from the components and details characteristic of the building period, from the artificially created village-green structure and the camouflage carried through to detailing, from the coherence of and with the total military airfield concept and the spatial main lines and components of the encampment, and from the mutual relationship of the forms applied therein.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map