Rijksmonumentenregister · Netherlands
Deelen/Klein-Heidekamp
Arnhem, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Open verdedigingswerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1940 - 1941
- Address
- Deelen/Klein-Heidekamp Arnhem
- Place
- Arnhem
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.02610, 5.89509
- Part of complex
- 529661
- Monument number
- 529662
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1918 map "Bl. 19 Arnhem, 1918" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
TERREIN met AANLEG. De bodem van het Klein-Heidekamp en omgeving bestaat uit zand en maakt deel uit van een relatief vlak deel in de door gletscherijs opgestuwde zuidelijke Veluwe. Het kamp ligt zuidelijk van de langs de zuidzijde van de Kemperberg, globaal oost-west lopende, rechte Koningsweg. Deze weg zou in rudimentaire vorm dateren uit het laatste kwart van de 17e eeuw - de tijd dat stadhouder Willem III koning van Engeland was. De Koningsweg is nog steeds als belangrijke verbinding en als een ruimtelijk structurerend element aanwezig, ook doordat hij als ontginnings- en nederzettingsbasis functioneerde. Oostelijk van de Kemperberg werden vanaf het midden van de 19e eeuw aan weerszijden van de Koningsweg, met name op gronden van de locale adel en / of grootgrondbezitters, (ontginnings)landgoederen gesticht met daarop (pacht)boerderijen. In de praktijk bleek het boeren op de schrale Veluwegronden niet gemakkelijk en vooral aan de zuidzijde van de Koningsweg werd de bosbouw al direct dominant en tevens werd hier de op ruime schaal wildjacht uitgeoefend. Klein Heidekamp werd aangelegd op de flauw naar het zuidwesten hellende zandgronden van de voormalige wildbaan ten zuiden van de ontginningsboerderij Dresden, tussen de Deelensche Weg en de huidige Clément van Maasdijklaan. Terwijl het noordelijk én het zuidelijk deel van dit terrein rond 1940 werden doorsneden door een aantal boslaantjes, werd gekozen voor het relatief dun begroeide hart van het terrein. Hier kwam een slechts ten dele op de bestaande boslanenstructuur aansluitend wegenpatroon tot stand, dat wordt gekenmerkt door de flauw gebogen, meest vloeiende lijnen en de soms abrupte knikken. Het totale netwerk heeft dankzij twee min of meer parallelle assen een overwegend grootste uitstrekking van noord naar zuid, wat mogelijk een gevolg is van gerealiseerde verbindingen tussen de bestaande boslaantjes. Haaks op de beide globaal noord-zuid lopende assen is er een via enkele 'bajonetachtige' verspringingen verlopende oost-westverbinding en verder zijn er wat tussenlaantjes en - met name in het noorden enige geknikte 'achterommetjes'. De nieuw aangelegde wegen werden vrijwel integraal (en vermoedelijk in verschillende patronen) beklinkerd, terwijl moeite werd gedaan de inrichting verder zo veel mogelijk te doen aansluiten bij het omringende landschap, onder meer door aanplant en plaatselijke verdichting van groen en de ruwe suggestie van een brinkstructuur. Deze inpassing maakte deel uit van de camouflagestrategie van de bezetter, die poogde wegen, groen en bebouwing zo veel mogelijk te doen opgaan in de bestaande of de voor de locatie kenmerkende vormen en structuren. Er werden tegelpaadjes van 30 x 30 cm betontegels naar en rond de bebouwing aangelegd. Het kamp werd omheind met in betonnen paaltjes aangebrachte draadversperringen, maar op enkele plaatsen zijn (al dan niet permanente) toegangen tot het terrein gerealiseerd. De echte ingang was die aan het oosteinde van de dwarsverbinding over het terrein, waar via de huidige Clément van Maasdijklaan een directe verbinding bestond met Groot-Heidekamp. Vermoedelijk mede als gevolg van de camouflage als villadorpje is een duidelijke, uit de Duitse tijd stammende appèlplaats nauwelijks aan te wijzen, maar tussen gebouw 1-3 (het commandogebouw) en gebouw 1-5 (het poortgebouw) bevindt zich thans nog een groen open terrein dat op de topografische kaart van omstreeks 1955 in een in het zuidoosten afgeronde ruimere vorm voorkomt, en dat als zodanig gefunctioneerd kan hebben.
Zowel het patroon van wegen en paden als een deel van het oorspronkelijk toegepaste materiaal is nog in het veld aanwezig of herkenbaar, terwijl ook het beoogde karakter van de aanleg nog goed herkenbaar is. Een deel van de hoofdverbindingen is voorzien van een asfaltslijtlaag, maar de kleinere wegen en de paden verkeren nog in een toestand die aan die van de jaren 1940-1945 herinnert. De hoofdtoegang, die wordt gekenmerkt door bakstenen hekpijlers en een muur, is nog aanwezig terwijl andere - al dan niet gewijzigde - toegangen nog goed als zodanig zijn te herkennen.
Klein-Heidekamp was in de eerste plaats bedoeld voor de huisvesting van (onder)officieren en het werd ingericht met enkele tientallen grotere en kleinere woningen, die in verschillende dichtheden waren bezet en die in een aantal gevallen als dubbele woningen waren uitgevoerd. De gebouwen werden vooral langs de speciaal hiertoe aangelegde wegen gesticht, maar hun concrete situering maakte een ad hoc indruk. Ze werden op verschillende afstanden van de wegen geplaatst, werden met de daknok in verschillende richtingen gepositioneerd en waren ook verschillend van plattegrond en volume. Tevens zijn de gebouwen zodanig uitgevoerd dat ze door hun dakvorm, beschilderde luiken, bijgebouwen en erven voor inheemse woningen en - beperkt - voor boerderijen konden doorgaan. Met name de verschillend uitgevoerde dakvormen - er werden vooral zadeldaken, wolfsdaken en schilddaken toegepast - en de niet uniforme kleurstelling van de pannendekking zorgden voor bouwwerkgebonden camouflage. Hiernaast werden ook esthetische aspecten niet vergeten. Enkele van de meest opvallende - en vermoedelijk met opzet in het oog springende - hiervan waren de ten dele in metselwerk uitgevoerde tuinaanleggen, zoals die aan de oostzijde van het hoofdgebouw op het kamp, de 'Geschwaderbefehlsstelle' en de als onderdeel van 'onschuldigheid' opgenomen tegelpaadjes en gazons.
Vele voor functionele doeleinden en / of als onderdeel van camouflage op het kamp tot stand gebrachte artefacten zijn nog in het terrein herkenbaar of zo goed als ongeschonden aanwezig. Het betreft hier uiteraard in de eerste plaats de gebouwen, maar ook de tuin- en terrasaanleg bij het hoofdgebouw en de tegelpaadjes vormen nog markante facetten van de uit 1940 daterende detailinrichting van Kleines Heidelager.
Midden op het terrein werd het ketelhuis van een centraal wijkverwarmingssystemen tot stand gebracht, dat als een van de oudste in Nederland kan gelden. Het kamp is hiertoe ondergronds voorzien van een netwerk van verwarmingsleidingen, waarvan op verscheidene plaatsen de putdeksels zichtbaar zijn. Additionele verwarming kon op locatie plaatsvinden via normale kachels of haarden. De elektriciteitsdistributie vond plaats vanuit het ongeveer tegenover het hoofdgebouw gelegen transformatorhuis; het verbruiksstroomtransport verliep - afwijkend van wat tegenwoordig gangbaar is - bovengronds. Voor wat betreft de (afval)waterlozing werd het septicsysteem gehanteerd: via een buizenstelsel met overloop- en bezinkputten, uitgevoerd in gietijzer, grespijp, metselwerk en beton, werd voor elk gebouw afzonderlijk een afvoer aangelegd. Het kamp omvatte een aantal ondergrondse bluswaterbunkers - dit laatste om ook bij vorst bluswater beschikbaar te hebben.
De verschillende oorspronkelijk ondergrondse systemen zijn in meer of minder complete en originele vorm nog aanwezig en deels ook nog operationeel; van de bluswaterkommen zijn er enkele nog goed herkenbaar, met water gevuld en dus bruikbaar. Het elektriciteitsnetwerk is - op het trafohuis na - na de oorlog echter vervangen; hier en daar resteert nog wel schakel- en bevestigingsmateriaal dat uit de bouwtijd zou kunnen stammen.
Waardering
TERREIN met AANLEG van Klein-Heidekamp, van algemeen belang als relatief gaaf onderdeel van een uit de Tweede Wereldoorlog stammend en door de Duitse bezetter opgezet groot militair vliegveld, vanwege: architectuurhistorische, stedenbouwkundige, historisch-geografische, techniekhistorische, krijgs- en cultuurhistorische en complex- en ensemblewaarden, die onder meer kunnen blijken uit de overwegend op locale vormen geïnspireerde traditionalistische bouwtrant, uit de voor de bouwtijd kenmerkende onderdelen en details, uit de in het concept verwerkte, deels reeds in het landschap aanwezige en deels daarop geïnspireerde elementen, uit het quasi-authentieke beloop en de dito uitvoering van wegen en paden, uit de relicten van technische innovatie, uit de in een kunstmatig opgezette villadorpachtige structuur met lineaire en brinkvormkenmerken en met tot in detaillering doorgevoerde camouflage, uit de samenhang van en met het totale militaire vliegveldconcept en de ruimtelijke hoofdlijnen en onderdelen van het kampement, en uit de onderlinge verwantschap van de hierbij toegepaste vormen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
TERRAIN with LAYOUT. The soil of the Klein-Heidekamp and surroundings consists of sand and forms part of a relatively flat area in the southern Veluwe pushed up by glacial ice. The camp lies south of the Koningsweg, a straight road running roughly east-west along the south side of the Kemperberg. This road is believed to date in rudimentary form from the last quarter of the 17th century - the time when stadhouder Willem III was king of England. The Koningsweg remains present as an important connection and as a spatially structuring element, also because it functioned as a basis for reclamation and settlement. To the east of the Kemperberg, from the middle of the 19th century onwards, (reclamation) estates with (rented) farmhouses were established on either side of the Koningsweg, particularly on lands of the local nobility and/or large landowners. In practice, farming on the poor Veluwe soils proved difficult, and especially on the south side of the Koningsweg, forestry soon became dominant and large-scale hunting was also carried out here. Klein Heidekamp was laid out on the gently south-westerly sloping sandy grounds of the former hunting ground south of the reclamation farmhouse Dresden, between the Deelensche Weg and the current Clément van Maasdijklaan. While the northern and southern parts of this terrain were intersected around 1940 by a number of forest lanes, the choice was made for the relatively sparsely vegetated heart of the terrain. Here, a road pattern developed that only partially connected to the existing forest lane structure, characterized by gently curved, mostly flowing lines and sometimes abrupt bends. The total network, thanks to two more or less parallel axes, has a predominantly greatest extension from north to south, which may be a result of realized connections between the existing forest lanes. Perpendicular to both roughly north-south running axes is an east-west connection running via several 'bayonet-like' offsets, and further there are some intermediate lanes and - particularly in the north - some bent 'back lanes'. The newly laid roads were almost entirely (and presumably in various patterns) paved with clinkers, while efforts were made to make the layout as far as possible align with the surrounding landscape, among other things by planting and local densification of greenery and the rough suggestion of a green common structure. This integration formed part of the occupier's camouflage strategy, which sought to make roads, greenery and buildings blend as much as possible into the existing or location-characteristic forms and structures. Tile paths of 30 x 30 cm concrete tiles were laid to and around the buildings. The camp was enclosed with wire barriers mounted in concrete posts, but on some places (permanent or temporary) accesses to the terrain were realized. The real entrance was that at the east end of the cross-connection across the terrain, where via the current Clément van Maasdijklaan a direct connection existed with Groot-Heidekamp. Presumably partly as a result of the camouflage as a villa village, a clear assembly point stemming from the German period is scarcely identifiable, but between building 1-3 (the command building) and building 1-5 (the gate building) there is now still a green open space that appears on the topographical map of around 1955 in a more spacious form rounded off in the south-east, and which could have functioned as such.
Both the pattern of roads and paths and some of the originally applied material is still present or recognizable in the field, while the intended character of the layout is also still clearly recognizable. Some of the main connections have an asphalt wearing course, but the smaller roads and paths remain in a condition reminiscent of the 1940-1945 years. The main entrance, characterized by brick gate posts and a wall, is still present, while other - modified or unmodified - entrances are still clearly recognizable as such.
Klein-Heidekamp was primarily intended for the housing of (non-)commissioned officers and was fitted out with several dozen larger and smaller dwellings, which were occupied in various densities and which in a number of cases were executed as double dwellings. The buildings were erected mainly along the specially laid out roads, but their specific location gave an ad hoc impression. They were placed at different distances from the roads, were positioned with their roof ridge in different directions, and also differed in floor plan and volume. Furthermore, the buildings were executed in such a way that by their roof form, painted shutters, outbuildings and courtyards they could pass for indigenous dwellings and - to a limited extent - for farmhouses. In particular, the differently executed roof forms - mainly gabled roofs, half-hipped roofs and hipped roofs were applied - and the non-uniform coloration of the tile covering provided building-bound camouflage. Besides this, aesthetic aspects were not forgotten. Some of the most striking - and presumably deliberately conspicuous - of these were the garden layouts partly executed in masonry, such as those on the east side of the main building on the camp, the 'Geschwaderbefehlsstelle', and the tile paths and lawns included as part of 'innocence'.
Many artefacts created on the camp for functional purposes and/or as part of camouflage are still recognizable or virtually intact in the terrain. These are of course primarily the buildings, but also the garden and terrace layout at the main building and the tile paths still form striking aspects of the detailed layout of Kleines Heidelager dating from 1940.
In the middle of the terrain, the boiler house of a central district heating system was built, which can be considered one of the oldest in the Netherlands. The camp was provided underground with a network of heating pipes, of which putlids are visible in several places. Additional heating could take place on site via normal stoves or fireplaces. The electricity distribution took place from the transformer house located approximately opposite the main building; the consumption current transport took place - contrary to what is currently common - above ground. As for (waste) water drainage, the septic system was used: via a pipe system with overflow and settling pits, executed in cast iron, earthenware pipe, masonry and concrete, a drainage was laid for each building separately. The camp included a number of underground firefighting water bunkers - the latter to also have firefighting water available in case of frost.
The various originally underground systems are still present in more or less complete and original form and partly still operational; of the firefighting water pools, some are still clearly recognizable, filled with water and thus usable. The electricity network was - except for the transformer house - replaced after the war; here and there some switching and fixing material still remains that could date from the construction period.
Valuation
TERRAIN with LAYOUT of Klein-Heidekamp, of general importance as a relatively intact component of a large military airfield dating from the Second World War and set up by the German occupier, on account of: architectural-historical, urban planning, historical-geographical, technical-historical, military and cultural-historical and complex and ensemble values, which may be demonstrated inter alia by the predominantly traditionalist building style inspired by local forms, by the components and details characteristic of the construction period, by the elements incorporated in the concept, partly already present in the landscape and partly inspired by it, by the quasi-authentic course and likewise execution of roads and paths, by the relics of technical innovation, by the villa village-like structure artificially set up with linear and green common characteristics and with camouflage carried through to the finest detail, by the relationship with and to the total military airfield concept and the spatial main lines and components of the encampment, and by the mutual affinity of the forms applied herein.
Nearby in the register
- Bijgebouwen, Deelen/Klein-Heidekamp ArnhemBijgebouwenunder 1 mi
- Bijgebouwen, Deelen/Klein-Heidekamp ArnhemBijgebouwenunder 1 mi
- Bijgebouwen, Deelen/Klein-Heidekamp ArnhemBijgebouwenunder 1 mi
- Militair verblijfsgebouw, Deelen/Klein-Heidekamp ArnhemMilitair verblijfsgebouwunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.