TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Grebbelinie, Groeperkade, Amerongen

Amerongen, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Open verdedigingswerk
Function
Stelling
Category
onroerend gebouwd
Built
1745
Address
Tussen grens met gemeente Renswoude en Valleikanaal Amerongen (Utrechtse Heuvelrug 26)
Place
Amerongen
Municipality
Utrechtse Heuvelrug
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.05163, 5.50695
Monument number
528677

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

5 historical maps cover this location, the earliest the 1714 map "L' Utrecht" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding:

De Grebbelinie is een waterlinie van ca. 60 kilometer lengte, die gebruik maakt van de natte omstandigheden in de westelijke, laagst gelegen deel van de Gelderse Vallei. Het is een uniek voorbeeld van een aanleg van een waterlinie uit de achttiende eeuw. Doordat sindsdien geen grote ingrepen hebben plaatsgevonden in de structuur van de linie is het grootste deel van de liniewal, de keerkaden en de aarden verdedigingswerken bewaard gebleven. De Grebbelinie omvat kades, aarden forten, sluizen, kazematten, voorposten, tankgreppels, inundatievlaktes, loopgraven, bunkers etc. Omdat er steeds vanuit is gegaan dat de linie moest worden verdedigd door een tijdelijk veldleger zijn er in de Grebbelinie geen permanente onderkomens voor de militairen gebouwd.

De linie was gericht tegen een mogelijk oprukkende vijand vanuit het oosten. Door het inunderen van land konden vijandelijke troepen worden tegengehouden. De Grebbelinie moest ervoor zorgen dat dit op een gecontroleerde wijze gebeurde. Het water in het geïnundeerde gebied moest voldoende diep zijn om vijandelijke voertuigen en geschut de doorgang te beletten, maar niet zo diep dat de vijand met vaartuigen de linie zou kunnen benaderen. Op die plaatsen die te hoog lagen om geïnundeerd te kunnen worden kwamen verdedigingswerken. Bij de aanleg van de inundatiegebieden is gebruik gemaakt van de lager gelegen velden. Om het gebied zo efficiënt mogelijk onder water te kunnen zetten, was de linie van zuid naar noord verdeeld in 11 kommen. Het water werd in iedere kom opgestuwd met behulp van een keerkade die dwars op de liniekade lag.

Nadat al vanaf het einde van de 16e eeuw in dit gebied incidenteel versterkingen waren aangelegd, werd in 1744 op voorstel van de toenmalige Directeur-Generaal van Fortificatiën B.J. de Roy een begin gemaakt met de aanleg van de aarden wal die later de Grebbeliniedijk zou worden. De wal moest het water tegenhouden, zodat de Gelderse kant van de dijk kon worden geïnundeerd. Verder voorzag het plan vanwege het hoogteverschil tussen de Nederrijn en de Zuiderzee in de aanleg van keerkades of dwarsdijken die het water konden tegenhouden. Op die manier ontstond een reeks met water gevulde kommen, die als een soort traptreden steeds verder naar het noorden afdaalden. In totaal zijn er acht keerkades aangelegd om het gebied gecontroleerd onder water te kunnen zetten. In 1786 werden verdere versterkingen aangelegd.

De eerste keer dat de linie in paraatheid werd gebracht, was in 1793 toen Frankrijk Nederland de oorlog verklaarde. Het waterpeil in de Rijn was echter op dat moment te laag om de linie onder water te zetten. Doordat de opmars niet werd doorgezet hebben de Fransen de linie toen niet bereikt. Toen echter de Fransen onder generaal Pichegru eind 1794 terugkwamen kon de linie wel onder water worden gezet. Maar een strenge vorstperiode begin 1795 zorgde ervoor dat de Franse legers zonder problemen over de bevroren rivieren en inundaties konden trekken.

Uiteindelijk hebben de Fransen in 1799 de linie zijn uiteindelijke vorm gegeven. Zij besteedden veel aandacht aan de verbetering van de verdediging van de keerkaden en legden daar aarden voorposten aan. Omdat Napoleon in 1809 ten onrechte meende dat er geen gevaar meer uit het oosten dreigde, werd de Grebbelinie opgeheven als verdedigingswerk.

Pas in 1846 begon men weer het belang van de Grebbelinie voor de landsverdediging in te zien. Om de spoorlijn Utrecht - Arnhem te beschermen werd deze dwars door het fort aan de Buursteeg aangelegd. In 1860 werd bepaald dat de Grebbelinie een van de belangrijkste verdedigingslinies van ons land moest zijn. Naar aanleiding daarvan werden in de belangrijkste keerkades nieuwe damsluizen geplaatst, zodat het gebied voor de linie sneller onder water kon worden gezet. In 1866 werd het Omleidingskanaal ten oosten van Veenendaal aangelegd, waardoor de inundatietijd kon worden teruggebracht van 20 naar 12 dagen. Maar desondanks werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie de belangrijkste verdedigingslinie, omdat de inundaties daar sneller en gemakkelijker tot stand konden worden gebracht.

Pas tijdens de mobilisatie van 1939-1940 werd de Grebbelinie, onder de naam Valleilinie, de hoofdverdedigingslinie van ons land. Doordat kort daarvoor het Valleikanaal was gegraven om de afwatering in de Gelderse Vallei te verbeteren was nu een doorlopend kanaal ontstaan tussen de Nederrijn en het IJsselmeer, dat ook dienst kon doen als tankgracht en ook betere mogelijkheden bood tot inunderen van het gebied.

Grote delen aan de oostzijde kwamen nu onder water te staan en boerderijen die in het schootsveld stonden werden afgebroken. Rond Veenendaal werden uitgestrekte loopgraven en tankgrachten gegraven en er werden 271 betonnen mitrailleurkazematten gebouwd. In maart 1940 werd de hoofdverdediging van het oostfront van de Vesting Holland verplaatst van de Nieuwe Hollandse Waterlinie naar de Grebbelinie. Dat leidde tot de aanleg van nog meer loopgraven, tankgrachten en draadversperringen, met name in de niet te inunderen gebieden tussen Woudenberg - Renswoude en Veenendaal. Op 10 mei vielen de Duitse troepen ons land binnen. Hoewel de strijd bij de Grebbeberg het meest bekend is geworden, werd er ook zwaar gevochten op andere plaatsen op de linie. De Duitsers zorgden uiteindelijk voor de laatste aanpassing van de linie in 1944. De linie kreeg nu de naam Pantherstellung. Doel van de linie was om een naar Duitsland optrekkende vijand tegen te houden en de hoofdschootsrichting was dit keer naar het westen en zuiden. Er werden meer dan 20 kanonkazematten gebouwd, waarvan nu nog 12 bewaard zijn gebleven. In 1951 is de Grebbelinie als verdedigingslinie voorgoed opgeheven.

De Groeperkade is gelegen tussen het gedeelte van de Grebbeliniedijk ten zuiden van de spoorlijn Utrecht-Arnhem in de gemeente Utrechtse Heuvelrug en het Werk aan de Daatselaar in de gemeente Renswoude. De Groeperkade is een voorbeeld van een komkering van een waterlinie annex verdedigingswal. Hij diende als komkering tussen de 2e of Groepse kom en de 3e of Lambalgerkeerkom.

Omschrijving:

In 1745 en 1746 aangelegd aarden VERDEDIGINGSWERK, bestaande uit een aarden wal. Het gedeelte van de Groeperkade in de gemeente Utrechtse Heuvelrug is ongeveer 700 meter lang. De kade is gelegen tussen het Valleikanaal en de gemeentegrens met de gemeente Renswoude.

Waardering:

De aanleg is van algemeen belang vanwege:

Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Grebbelinie, zoals deze in een periode van 200 jaar in zes fasen is aangelegd. Van groot belang door de herinneringswaarde vanwege de rol tijdens de gevechtshandelingen in 1939-1940.

Architectuurhistorische waarden in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op:

a. het systeem van inundatie en accesverdediging (18de, 19de en 20ste eeuw), b. het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (20ste eeuw) c. de voorpostfunctie tijdens de mobilisatie en oorlogshandelingen 1939 - 1940

Het betreft hier een object dat in eerste aanleg een voorbeeld is van verdedigingswerken uit de periode:

fase 1: vanaf 1744, aanleg liniedijk en werken.

Ensemble waarde vanwege zijn ligging binnen het systeem van de Grebbelinie in het algemeen, in het bijzonder als nog gaaf bewaarde komkade bij de liniedijk tussen het Werk aan de Roode Haan en de kern van de gemeente Leusden. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang van de onderdelen van het object. Tenslotte is hier sprake van een gave/redelijk gave relatie met het schootsveld en inundatieveld.

Het object is zeldzaam omdat het een nog vrijwel compleet bestaand voorbeeld is van een 18e eeuws verdedigingswerk in de Grebbelinie en het is als zodanig representatief (karakteristiek) voor dit type verdedigingswerken.

Het object is goed bewaard gebleven en is nog vrijwel in meer of minder herkenbare de vorm en functie aanwezig.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction:

The Grebbelinie is a waterlinie of approximately 60 kilometres in length, which makes use of the wet conditions in the western, lowest-lying part of the Gelderse Vallei. It is a unique example of a waterlinie constructed in the eighteenth century. Because no major interventions have taken place in the structure of the linie since then, the greater part of the linie embankment, the weirs and the earthen defensive works have been preserved. The Grebbelinie comprises embankments, earthen forts, sluices, casemates, outposts, anti-tank ditches, inundation areas, trenches, bunkers etc. Because it was always assumed that the linie had to be defended by a temporary field army, no permanent accommodation for soldiers was built in the Grebbelinie.

The linie was directed against a possible enemy advancing from the east. By inundating land, enemy troops could be stopped. The Grebbelinie had to ensure that this happened in a controlled manner. The water in the inundated area had to be sufficiently deep to prevent enemy vehicles and artillery from passing, but not so deep that the enemy could approach the linie with vessels. At places that were too high to be inundated, defensive works were constructed. In laying out the inundation areas, use was made of the lower-lying fields. In order to flood the area as efficiently as possible, the linie was divided from south to north into 11 basins. The water was dammed up in each basin with the aid of a weir which lay across the linie embankment.

After fortifications had been laid out sporadically in this area since the end of the 16th century, in 1744, on the proposal of the then Director-General of Fortifications B.J. de Roy, a start was made with the construction of the earthen embankment which would later become the Grebbeliniedijk. The embankment had to hold back the water, so that the Gelderse side of the dike could be inundated. Furthermore, the plan provided, because of the height difference between the Nederrijn and the Zuiderzee, for the construction of weirs or cross-dikes which could hold back the water. In this way a series of water-filled basins was created, which descended like a series of steps further to the north. In total, eight weirs were laid out to enable the area to be flooded in a controlled manner. In 1786, further fortifications were constructed.

The first time the linie was put on alert was in 1793 when France declared war on the Netherlands. However, the water level in the Rhine at that time was too low to inundate the linie. Because the advance was not continued, the French did not reach the linie at that time. However, when the French under General Pichegru returned in late 1794, the linie could be inundated. But a severe frost period in early 1795 meant that the French armies could cross the frozen rivers and inundations without difficulty.

Ultimately, in 1799 the French gave the linie its final form. They paid much attention to improving the defence of the weirs and laid out earthen outposts there. Because Napoleon wrongly believed in 1809 that there was no longer any threat from the east, the Grebbelinie was decommissioned as a defensive work.

It was not until 1846 that the importance of the Grebbelinie for national defence began to be recognised again. To protect the railway line Utrecht - Arnhem, it was laid right through the fort at the Buursteeg. In 1860 it was determined that the Grebbelinie should be one of the most important defensive lines in the country. Following this, new dam sluices were installed in the most important weirs, so that the area in front of the linie could be flooded more quickly. In 1866 the Omleidingskanaal was dug to the east of Veenendaal, which reduced the inundation time from 20 to 12 days. But the Nieuwe Hollandse Waterlinie nevertheless became the most important defensive line, because inundations could be established there more quickly and easily.

It was only during the mobilisation of 1939-1940 that the Grebbelinie, under the name Valleilinie, became the main defensive line of the country. Because shortly before, the Valleikanaal had been dug to improve drainage in the Gelderse Vallei, a continuous canal had now been created between the Nederrijn and the IJsselmeer, which could also serve as an anti-tank ditch and also offered better opportunities for inundating the area.

Large areas on the east side were now flooded and farmhouses that were in the line of fire were demolished. Around Veenendaal, extensive trenches and anti-tank ditches were dug and 271 concrete machine-gun casemates were built. In March 1940, the main defence of the eastern front of Vesting Holland was moved from the Nieuwe Hollandse Waterlinie to the Grebbelinie. This led to the construction of even more trenches, anti-tank ditches and wire obstacles, particularly in the non-inundatable areas between Woudenberg - Renswoude and Veenendaal. On 10 May the German troops invaded the country. Although the fighting at the Grebbeberg became most well-known, heavy fighting also took place at other places on the linie. The Germans ultimately made the final adjustment to the linie in 1944. The linie was now given the name Pantherstellung. The purpose of the linie was to stop an enemy advancing towards Germany and the main line of fire was this time towards the west and south. More than 20 gun casemates were built, of which 12 are now still preserved. In 1951 the Grebbelinie was permanently decommissioned as a defensive line.

The Groeperkade is located between the section of the Grebbeliniedijk south of the railway line Utrecht-Arnhem in the municipality of Utrechtse Heuvelrug and the Werk aan de Daatselaar in the municipality of Renswoude. The Groeperkade is an example of a basin weir of a waterlinie combined with a defensive embankment. It served as a basin weir between the 2nd or Groepse basin and the 3rd or Lambalgerkeerbassin.

Description:

Earthen DEFENSIVE WORK, constructed in 1745 and 1746, consisting of an earthen embankment. The section of the Groeperkade in the municipality of Utrechtse Heuvelrug is approximately 700 metres long. The embankment is located between the Valleikanaal and the municipal boundary with the municipality of Renswoude.

Valuation:

The construction is of general interest because of:

Cultural-historical values as part of the Grebbelinie, as this was constructed in six phases over a period of 200 years. Of great importance because of its commemorative value owing to its role during combat operations in 1939-1940.

Architectural-historical values in particular as an expression of military-strategic building, which is based on:

a. the system of inundation and access defence (18th, 19th and 20th centuries), b. the system of 'living' field fortification in depth (20th century) c. the outpost function during mobilisation and combat operations 1939 - 1940

This is an object which in its original form is an example of defensive works from the period:

phase 1: from 1744, construction of linie dike and works.

Ensemble value because of its location within the system of the Grebbelinie in general, in particular as a well-preserved basin embankment at the linie dike between the Werk aan de Roode Haan and the centre of the municipality of Leusden. Also because of the functional and physical coherence of the components of the object. Finally, there is a good or reasonably good relationship with the line of fire and inundation area.

The object is rare because it is a still virtually complete surviving example of an 18th century defensive work in the Grebbelinie and as such is representative (characteristic) of this type of defensive work.

The object has been well preserved and is still present in more or less recognisable form and function.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map