TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Kazemat (B10), Op het Hoornwerk ten noorden van de Nude Rhenen

Rhenen, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kazemat
Function
Kazemat (B10)
Category
onroerend gebouwd
Built
1939 - 1940
Address
Op het Hoornwerk ten noorden van de Nude Rhenen
Place
Rhenen
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
51.95556, 5.61154
Part of complex
528641
Monument number
528643

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "Verklaring van het algemeen nut der onteigening van eigendommen in de gemeente Horssen, noodig voor den aanleg van eene wetering door het waterschap "de Gecombineerde waterlossing der polderdistricten Rijk van Nijmegen en Maas en Waal"" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding:

De Grebbelinie is een waterlinie van ca. 60 kilometer lengte, die gebruik maakt van de natte omstandigheden in de westelijke, laagst gelegen deel van de Gelderse Vallei. Het is een uniek voorbeeld van een aanleg van een waterlinie uit de achttiende eeuw. Doordat sindsdien geen grote ingrepen hebben plaatsgevonden in de structuur van de linie is het grootste deel van de liniewal, de keerkaden en de aarden verdedigingswerken bewaard gebleven. De Grebbelinie omvat kades, aarden forten, sluizen, kazematten, voorposten, tankgreppels, inundatievlaktes, loopgraven, bunkers etc. Omdat er steeds vanuit is gegaan dat de linie moest worden verdedigd door een tijdelijk veldleger zijn er in de Grebbelinie geen permanente onderkomens voor de militairen gebouwd.

De linie was gericht tegen een mogelijk oprukkende vijand vanuit het oosten. Door het inunderen van land konden vijandelijke troepen worden tegengehouden. De Grebbelinie moest ervoor zorgen dat dit op een gecontroleerde wijze gebeurde. Het water in het geïnundeerde gebied moest voldoende diep zijn om vijandelijke voertuigen en geschut de doorgang te beletten, maar niet zo diep dat de vijand met vaartuigen de linie zou kunnen benaderen. Op die plaatsen die te hoog lagen om geïnundeerd te kunnen worden kwamen verdedigingswerken. Bij de aanleg van de inundatiegebieden is gebruik gemaakt van de lager gelegen velden. Om het gebied zo efficiënt mogelijk onder water te kunnen zetten, was de linie van zuid naar noord verdeeld in 11 kommen. Het water werd in iedere kom opgestuwd met behulp van een keerkade die dwars op de liniekade lag.

Nadat al vanaf het einde van de 16e eeuw in dit gebied incidenteel versterkingen waren aangelegd, werd in 1744 op voorstel van de toenmalige Directeur-Generaal van Fortificatiën B.J. de Roy een begin gemaakt met de aanleg van de aarden wal die later de Grebbeliniedijk zou worden. De wal moest het water tegenhouden, zodat de Gelderse kant van de dijk kon worden geïnundeerd. Verder voorzag het plan vanwege het hoogteverschil tussen de Nederrijn en de Zuiderzee in de aanleg van keerkades of dwarsdijken die het water konden tegenhouden. Op die manier ontstond een reeks met water gevulde kommen, die als een soort traptreden steeds verder naar het noorden afdaalden. In totaal zijn er acht keerkades aangelegd om het gebied gecontroleerd onder water te kunnen zetten. In 1786 werden verdere versterkingen aangelegd.

De eerste keer dat de linie in paraatheid werd gebracht, was in 1793 toen Frankrijk Nederland de oorlog verklaarde. Het waterpeil in de Rijn was echter op dat moment te laag om de linie onder water te zetten. Doordat de opmars niet werd doorgezet hebben de Fransen de linie toen niet bereikt. Toen echter de Fransen onder generaal Pichegru eind 1794 terugkwamen kon de linie wel onder water worden gezet. Maar een strenge vorstperiode begin 1795 zorgde ervoor dat de Franse legers zonder problemen over de bevroren rivieren en inundaties konden trekken.

Uiteindelijk hebben de Fransen in 1799 de linie zijn uiteindelijke vorm gegeven. Zij besteedden veel aandacht aan de verbetering van de verdediging van de keerkaden en legden daar aarden voorposten aan. Omdat Napoleon in 1809 ten onrechte meende dat er geen gevaar meer uit het oosten dreigde, werd de Grebbelinie opgeheven als verdedigingswerk.

Pas in 1846 begon men weer het belang van de Grebbelinie voor de landsverdediging in te zien. Om de spoorlijn Utrecht - Arnhem te beschermen werd deze dwars door het fort aan de Buursteeg aangelegd. In 1860 werd bepaald dat de Grebbelinie een van de belangrijkste verdedigingslinies van ons land moest zijn. Naar aanleiding daarvan werden in de belangrijkste keerkades nieuwe damsluizen geplaatst, zodat het gebied voor de linie sneller onder water kon worden gezet. In 1866 werd het Omleidingskanaal ten oosten van Veenendaal aangelegd, waardoor de inundatietijd kon worden teruggebracht van 20 naar 12 dagen. Maar desondanks werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie de belangrijkste verdedigingslinie, omdat de inundaties daar sneller en gemakkelijker tot stand konden worden gebracht.

Pas tijdens de mobilisatie van 1939-1940 werd de Grebbelinie, onder de naam Valleilinie, de hoofdverdedigingslinie van ons land. Doordat kort daarvoor het Valleikanaal was gegraven om de afwatering in de Gelderse Vallei te verbeteren was nu een doorlopend kanaal ontstaan tussen de Nederrijn en het IJsselmeer, dat ook dienst kon doen als tankgracht en ook betere mogelijkheden bood tot inunderen van het gebied.

Grote delen aan de oostzijde kwamen nu onder water te staan en boerderijen die in het schootsveld stonden werden afgebroken. Rond Veenendaal werden uitgestrekte loopgraven en tankgrachten gegraven en er werden 271 betonnen mitrailleurkazematten gebouwd. In maart 1940 werd de hoofdverdediging van het oostfront van de Vesting Holland verplaatst van de Nieuwe Hollandse Waterlinie naar de Grebbelinie. Dat leidde tot de aanleg van nog meer loopgraven, tankgrachten en draadversperringen, met name in de niet te inunderen gebieden tussen Woudenberg - Renswoude en Veenendaal. Op 10 mei vielen de Duitse troepen ons land binnen. Hoewel de strijd bij de Grebbeberg het meest bekend is geworden, werd er ook zwaar gevochten op andere plaatsen op de linie. De Duitsers zorgden uiteindelijk voor de laatste aanpassing van de linie in 1944. De linie kreeg nu de naam Pantherstellung. Doel van de linie was om een naar Duitsland optrekkende vijand tegen te houden en de hoofdschootsrichting was dit keer naar het westen en zuiden. Er werden meer dan 20 kanonkazematten gebouwd, waarvan nu nog 12 bewaard zijn gebleven. In 1951 is de Grebbelinie als verdedigingslinie voorgoed opgeheven.

De kazemat is in 1939-1940 gebouwd in het kader van de versterking van de Valleistelling en is gelegen op het Hoornwerk aan de Grebbe. Het is één van de in totaal 4 kazematten uit deze periode die op dit gedeelte van de Valleistelling nog resteren.

Omschrijving:

In 1939-1940 aangelegd VERDEDIGINGSWERK, bestaande uit een betonnen mitrailleurkazemat van het type S3. De kazemat is gebouwd in het kader van de versterking van de Valleistelling en is gelegen in de voorzijde van het noordelijkste bastion.

Het betreft hier een lichte kazemat van het type S3 of Stekelvarken 3 genoemd vanwege de ijzeren pennen aan de buitenzijde waaraan camouflagemateriaal kon worden bevestigd en de drie schietgaten. De kazemat was bedoeld voor één lichte mitrailleur ten behoeve van frontaal en flankerend vuur. De drie schietgaten hadden samen een schootsveld van 110 graden. De twee ongebruikte schietgaten konden desgewenst worden afgesloten met een luik van 2cm staal. Er waren geen voorzieningen voor observatie. De kazemat heeft een rechthoekige plattegrond met een rechte voor- en achterzijde. De afmetingen zijn: achterzijde 5,20 meter, zijzijden recht 1 meter, zijzijden schuin 2 meter en voorzijde 2,50 meter. De hoogte inclusief vloerplaat is 3 meter. De kazemat bestaat enkel uit een gevechtsruimte met een achteruitgang, drie geweerschietgaten en heeft muren van 80 cm gewapend beton. In de omtrek van het dak zijn afschuiningen gemaakt om het afschampen van granaten te bewerkstelligen.

Waardering:

De kazemat is van algemeen belang vanwege:

Cultuurhistorische waarde door de herinneringswaarde vanwege de rol tijdens de gevechtshandelingen in 1939-1940.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction:

The Grebbelinie is a water line approximately 60 kilometres in length, which makes use of the wet conditions in the western, lowest-lying part of the Gelderse Vallei. It is a unique example of a water line constructed in the eighteenth century. Because no major interventions have taken place in the structure of the line since then, the majority of the line embankment, the weirs and the earthen defensive works have been preserved. The Grebbelinie comprises embankments, earthen forts, locks, casemates, outposts, anti-tank ditches, inundation areas, trenches, bunkers etc. Because it was always assumed that the line had to be defended by a temporary field army, no permanent accommodation for military personnel was built in the Grebbelinie.

The line was directed against a possible advancing enemy from the east. By inundating land, enemy troops could be halted. The Grebbelinie was meant to ensure that this happened in a controlled manner. The water in the inundated area had to be deep enough to prevent enemy vehicles and artillery from passing, but not so deep that the enemy could approach the line with vessels. At places that were too high to be inundated, defensive works were constructed. In laying out the inundation areas, use was made of the lower-lying fields. In order to flood the area as efficiently as possible, the line was divided from south to north into 11 basins. The water was dammed up in each basin with the help of a weir dam that lay across the line embankment.

Although fortifications had been constructed sporadically in this area since the end of the 16th century, in 1744, on the proposal of the then Director-General of Fortifications B.J. de Roy, work began on the construction of the earthen embankment which would later become the Grebbeliniedijk. The embankment had to hold back the water, so that the Gelderland side of the dike could be inundated. Furthermore, because of the height difference between the Nederrijn and the Zuiderzee, the plan provided for the construction of weir dams or cross dikes that could hold back the water. In this way a series of water-filled basins was created, which descended northward like a series of steps. In total, eight weir dams were constructed to enable the area to be flooded in a controlled manner. In 1786, further fortifications were constructed.

The first time the line was put on alert was in 1793 when France declared war on the Netherlands. However, the water level in the Rhine was too low at that moment to flood the line. Because the advance was not continued, the French did not reach the line at that time. However, when the French under General Pichegru returned at the end of 1794, the line could be flooded. But a severe frost period in early 1795 meant that French armies could cross the frozen rivers and inundations without difficulty.

Ultimately, the French gave the line its final form in 1799. They paid considerable attention to improving the defence of the weir dams and constructed earthen outposts there. Because Napoleon wrongly believed in 1809 that there was no longer any threat from the east, the Grebbelinie was abolished as a defensive work.

Not until 1846 did the importance of the Grebbelinie for national defence begin to be recognised. To protect the railway line Utrecht - Arnhem, this was laid directly through the fort at the Buursteeg. In 1860, it was determined that the Grebbelinie should be one of the most important defensive lines of our country. Following this, new dam locks were placed in the most important weir dams, so that the area in front of the line could be flooded more quickly. In 1866, the Omleidingskanaal was constructed to the east of Veenendaal, which reduced the inundation time from 20 to 12 days. Nevertheless, the Nieuwe Hollandse Waterlinie became the most important defensive line, because inundations there could be brought about more quickly and easily.

Only during the mobilisation of 1939-1940 did the Grebbelinie, under the name Valleilinie, become the main defensive line of our country. Because the Valleikanaal had been dug shortly before to improve drainage in the Gelderse Vallei, a continuous canal had now been created between the Nederrijn and the IJsselmeer, which could also serve as an anti-tank ditch and also offered better possibilities for inundating the area.

Large areas on the eastern side were now flooded and farms that were in the field of fire were demolished. Around Veenendaal, extensive trenches and anti-tank ditches were dug and 271 concrete machine-gun casemates were built. In March 1940, the main defence of the eastern front of the Vesting Holland was relocated from the Nieuwe Hollandse Waterlinie to the Grebbelinie. This led to the construction of even more trenches, anti-tank ditches and wire obstacles, particularly in the non-inundable areas between Woudenberg - Renswoude and Veenendaal. On 10 May, German troops invaded our country. Although the fighting at the Grebbeberg became the most well-known, there was also heavy fighting at other places on the line. The Germans ultimately made the final adjustment to the line in 1944. The line now received the name Pantherstellung. The purpose of the line was to stop an enemy advancing towards Germany and the main direction of fire was this time towards the west and south. More than 20 gun casemates were built, of which 12 have now been preserved. In 1951, the Grebbelinie was finally abolished as a defensive line.

The casemate was built in 1939-1940 in the context of the strengthening of the Valleilinie and is situated on the Hoornwerk at the Grebbe. It is one of a total of 4 casemates from this period that still remain on this section of the Valleilinie.

Description:

DEFENSIVE WORK constructed in 1939-1940, consisting of a concrete machine-gun casemate of type S3. The casemate was built in the context of the strengthening of the Valleilinie and is situated in the front of the northernmost bastion.

This is a light casemate of type S3 or Stekelvarken 3 (so-called because of the iron pins on the outside to which camouflage material could be attached) and the three gun embrasures. The casemate was designed for one light machine-gun for frontal and flanking fire. The three gun embrasures together had a field of fire of 110 degrees. The two unused gun embrasures could be closed with a 2cm steel shutter if desired. There were no provisions for observation. The casemate has a rectangular floor plan with a straight front and rear. The dimensions are: rear 5.20 metres, side walls straight 1 metre, side walls sloped 2 metres and front 2.50 metres. The height including floor slab is 3 metres. The casemate consists only of a combat chamber with a rear exit, three rifle embrasures and has walls of 80 cm reinforced concrete. Bevels are made in the perimeter of the roof to achieve ricochet of grenades.

Valuation:

The casemate is of general importance because of:

Cultural-historical value through its memorial value because of the role during the combat operations in 1939-1940.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map