Rijksmonumentenregister · Netherlands
Stationsgebouw Weert
Weert, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Transport
- Function
- Stationsgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1911 - 1912
- Address
- Stationsplein 19, Locatie: Centrum, 6001 CH Weert (and others)
- Place
- Weert
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.24900, 5.70423
- Part of complex
- 527279
- Monument number
- 527280
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 33 Helmond, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
STATIONSGEBOUW van de Nederlandse Spoorwegen met vierkante opzet, gebouwd in 1913 in de stijl van het Traditionalisme. Het object is gesitueerd binnen de bebouwde kom van Weert aan de zuidzijde van het oude centrum, achter de rooilijn aan het stationsplein. De entree van het stationsgebouw ligt noordelijk, het spoor ligt zuidelijk. Het station is gebouwd naar ontwerp van civiel ingenieur G.W. Van Heukelom in opdracht van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen. Er zijn verscheidene uitbreidingen en vernieuwingen gerealiseerd. In 1959 is een fietsenstalling aan de linker en deels de achtergevel aangebouwd, waarbij in de linkerzijgevel een doorgang is verkleind. In 1981 is de stationshal verbouwd waarbij onder andere de loketten, tochtdeuren in de hal, een doorgang naar de rijwielstalling en een toiletgroep zijn gerealiseerd. Ook zijn er tl-bakken aangebracht aan het plafond.
Omschrijving
Het STATIONSGEBOUW met een in hoofdvorm vierkant grondplan met aan de linkergevel een iets teruggelegen bijvolume, heeft twee bouwlagen en kapverdieping. Het object heeft een opstand van baksteen met metselwerk in kruisverband, en decoratief gemetselde fries onder de dakrand. De vensterdorpels- en lateien, pijlers, deuromlijstingen en zich verjongende blokken van de toren zijn uitgevoerd in graniet. Gedekt met gewelfde schilddaken, lessenaarsdak en torenspits met leien. De torenspits is voorzien van een windvaantje van de voormalige Staatsspoorwegen. In de dakschilden bevinden zich diverse dakkapellen en schoorstenen onder kap. Dakoverstek op klossen. Alle vensters hebben roedenverdeling, tenzij anders vermeld.
De voorgevel heeft van links naar rechts de volgende gevelindeling. Uiterst links bevinden zich in de eerste bouwlaag van het bijvolume een smal venster geflankeerd door twee dubbele houten rondboogvormige deuren. In de tweede bouwlaag bevinden zich acht vensters, geschakeld per drie, twee en drie vensters. Eerste en tweede bouwlaag worden gescheiden door een groot houten overstek dat aan staaldraden is opgehangen en welke zich doorzet tot de erkeruitbouw van het hogere volume. Het hoofdvolume heeft een vooruitspringend deel, een afgeschuinde hoek met ingangspartij en een torenpartij. Het vooruitspringende deel heeft in de eerste bouwlaag de volgende gevelopeningen. Links bevinden zich eerst twee rijen van vijf vensters boven elkaar, afgesloten door het houten overstek. Daarnaast bevindt zich een erkeruitbouw, welke wordt afgesloten door een balkon met bakstenen balustrade. Onder de baluster is in siermetselwerk een fries aangebracht. De erker heeft vier vensters met daarboven vijf vensters. Onder het vierde venster bevindt zich een keldervenster. In de linkergevel van de erkeruitbouw bevindt zich een dubbele houten deur, waarboven een geglazuurd tegeltableau met de tekst "aangifte goederen". Rechts van de erker bevindt zich een smal venster, waarnaast een entree naar een bovenwoning in de vorm van een rondboogvormige houten deur met glas en twee smalle vensters. Rechts van de deur bevindt zich een keldervenster. De entree heeft een gemetseld opstapje met smeedijzeren balustrade. De deur wordt afgesloten door een houten overstek waarboven zich drie kleine vensters bevinden. De tweede bouwlaag heeft de volgende gevelopeningen. Links twee keer één venster, centraal een keer drie geschakelde vensters met bovenlicht en roedenverdeling, en rechts drie vensters. In het dakschild bevindt zich een dakkapel. In de afgeschuinde hoek, bevindt zich de hoofdentree naar de stationshal en is over de tweede bouwlaag teruggelegen ten opzichte van de eerste bouwlaag, waarbij het plat van de eerste bouwlaag een balkon is met gemetselde bakstenen baluster. Onder de balustrade is in siermetselwerk een fries aangebracht. In de eerste bouwlaag bevinden zich twee dubbele houten rondboogvormige deuren met rechts daarvan een smal venster. Naar de entree is een brede trap. Boven de deuren bevinden zich zes vensters, geschakeld per drie, waarbij het tweede en het vijfde venster een breder venster is. In de tweede bouwlaag bevinden zich twee dubbele openslaande glasdeuren ten behoeve van het balkon met bovenlichten. Het geveldeel wordt bekroond met een klokgevel waarin zich drie geschakelde topgevelvensters bevinden, waarbij het middelste venster groter is dan de twee buitenste vensters. In de terugliggende dakschilden, aan weerszijden van de klokgevel, bevinden zich twee dakkapellen. Het linker geveldeel van de toren, deel van de voorgevel, heeft in de eerste bouwlaag links een smal venster en rechts een houten deur met licht. De entree heeft een gemetseld opstapje met smeedijzeren balustrade. Boven de entree bevindt zich een houten overstek, waarboven zich een venster bevindt. In de tweede bouwlaag bevindt zich een venster, evenals in de topgevel van de toren. Boven in de toren bevinden zich over alle vier de gevels een gemetseld fries, het stadswapen van Weert, waarna onder de dakrand decoratief metselwerk is aangebracht.
De rechterzijgevel bestaat uit een deel van de toren, het hoofdvolume en de voetgangerstunnel naar het perron toe. De gevel heeft in de eerste bouwlaag van links naar rechts een smal venster, een entree met dubbele houten rondboogvormige deuren geflankeerd door twee smalle vensters waarboven een houten overstek met drie vensters, in de voetgangerstunnel drie vensters en twee kleine vensters zonder roedenverdeling. Links in de rechterzijgevel bevinden zich een recentere hellingbaan en toegang met trap naar de entree. De tweede bouwlaag ligt terug ten opzichte van de eerste bouwlaag, waarbij het plat van de eerste bouwlaag een balkon is voor de tweede bouwlaag met gemetselde bakstenen balustrade, waaronder in siermetselwerk een fries is aangebracht. De eerste bouwlaag verjongt zich naar de toren in de vorm van een lessenaarsdak met hardstenen dakrand. De tweede bouwlaag heeft de volgende gevelopeningen. Links in de toren bevindt zich een venster, in het hoofdvolume bevindt zich voorts een venster en een dubbele openslaande balkondeur met glas, waarboven twee vensters. In de derde bouwlaag bevindt zich in de toren een smal venster.
De achtergevel heeft van links naar rechts de volgende gevelindeling. Uiterst links bevinden zich twee smalle vensters ten behoeve van het portaal van de entree aan de rechterzijgevel. In de achtergevel van de toren bevindt zich een smal venster. Voorst bevindt zich in de achtergevel van het hoofdvolume in de eerste bouwlaag van links naar rechts vijf roosters ten behoeve van de luchttoevoer in de stationshal en voetgangerstunnel, een meerruitsvenster, een venster met bovenlicht, een meerruitsvenster en twee kleine vensters. Het zicht op de eerste bouwlaag van het bijvolume wordt ontnomen door een fietsenstalling van omstreeks 1960. In de tweede bouwlaag van het hoofdvolume bevinden zich acht T-vensters met bovenlicht met roedenverdeling. In het bijvolume bevinden zich acht kleine vensters. In het dakschild van het hoofdvolume bevinden zich drie dakkapellen.
De linkerzijgevel bestaat uit het hoofdvolume en het aankappende bijvolume. In de linkerzijgevel bevinden zich in de eerste bouwlaag een smal venster en een dubbele houten rondboogvormige deur. In de tweede bouwlaag bevinden zich acht vensters, geschakeld per drie, twee en drie vensters. Eerste en tweede bouwlaag worden gescheiden door een groot houten overstek dat aan staaldraden is opgehangen. In het dakschild bevindt zich een dakkapel. Het hoofdvolume heeft de volgende gevelindeling. De eerste bouwlaag kent drie smalle vensters. De tweede bouwlaag kent een T-venster met bovenlicht met roedenverdeling en een venster met rechts een klein zijlicht. In het dakschild bevinden zich twee dakkapellen.
Het stations-interieur is verdeeld in een stationshal en een voetgangerstunnel. De structuur van het interieur is in tact. De stationshal bevat een tochtportaal, een winkel op de plaats waar oorspronkelijk de loketten waren en een bloemenwinkel. De muren in het interieur zijn opgetrokken in geglazuurde baksteen van gele tinten, met een granieten en daarboven groen geglazuurde baksteen gemetselde plint welke is afgezet met rode geglzauurde baksteen. De deuropeningen en voetstukken van de pilasters bevatten granieten omlijstingen. De muren zijn op diverse plaatsen verlevendigd met lisenen met granieten aanzet- en sluitstenen en decoratief metselwerk dat onder het betonnen cassetteplafond is aangebracht. Boven de oorspronkelijke loketten zijn geglazuurde tableaux aangebracht met de teksten "plaatskaarten 1e en 2e klasse", "kilometerboekjes" en "plaatskaarten 3e klasse". Op de vloer liggen zwart-gele en rode tegels. Er zijn verschillende rondboogdoorgangen aangebracht in het interieur die de overgang van de ene naar de andere ruimte markeren. Tussen de algemene ruimten en de kantooruimten zijn diverse vensters met roedenverdeling aangebracht. Tussen stationshal en perron bevindt zich de voetgangerstunnel, welke is voorzien van een gemetseld troggewelf. De trap van voetgangerstunnel naar perron is van graniet.
Waardering
Het STATION van Weert uit 1913 is van algemeen belang. Het station bezit cultuurhistorische waarde als onderdeel van de sociaal-economische ontwikkeling van de stad Weert. De architectuurhistorische waarden van het station worden bepaald door de bouwstijl, het bijzondere belang van het station voor het oeuvre van architect G.W. van Heukelom, de esthetische kwaliteit, het materiaalgebruik en de ornamentiek en de samenhang tussen exterieur en interieur.
Het stationsgebouw is een essentieel onderdeel van een belangrijke stadsuitbreiding uit de periode 1850-1940, en heeft situationele waarde vanwege de verbondenheid met stad en streek, de ligging binnen het oude centrum van de stad en vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie tussen de drie complex-onderdelen. Het station is van belang vanwege de hoge mate van gaafheid in exterieur en interieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
STATION BUILDING of the Nederlandse Spoorwegen with square layout, built in 1913 in the style of Traditionalism. The object is situated within the built-up area of Weert on the south side of the old centre, behind the building line at the station square. The entrance of the station building is on the north side, the track is on the south side. The station was built to the design of civil engineer G.W. Van Heukelom on behalf of the Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen. Several extensions and renovations have been realised. In 1959 a bicycle storage shed was built onto the left side and partly the rear facade, whereby a passage in the left side facade was reduced in size. In 1981 the station hall was renovated with, among other things, ticket offices, draught doors in the hall, a passage to the bicycle storage and a toilet group being realised. Fluorescent light fittings were also installed on the ceiling.
Description
The STATION BUILDING with a mainly square ground plan with a slightly recessed secondary volume on the left side facade, has two storeys and a roof space. The object has a brick facade with cross-bond brickwork, and decorative brick frieze under the roof edge. The window sills and lintels, piers, door surrounds and tapering blocks of the tower are executed in granite. Covered with arched hipped roofs, lean-to roof and tower spire with slates. The tower spire is fitted with a weather vane of the former Staatsspoorwegen. In the roof sections there are various roof dormers and chimneys under hood. Roof overhang on corbels. All windows have glazing bars, unless otherwise stated.
The front facade has the following facade division from left to right. At the far left on the first storey of the secondary volume there is a narrow window flanked by two double wooden round-arched doors. On the second storey there are eight windows, grouped in threes, twos and threes. First and second storey are separated by a large wooden overhang which is hung on steel cables and which continues to the bay window extension of the higher volume. The main volume has a projecting section, a chamfered corner with entrance arrangement and a tower section. The projecting section has the following facade openings on the first storey. On the left there are first two rows of five windows one above the other, closed off by the wooden overhang. Next to this is a bay window extension, which is closed off by a balcony with brick balustrade. Under the balustrade a decorative brick frieze is applied. The bay window has four windows with five windows above. Under the fourth window there is a basement window. In the left side facade of the bay window extension there is a double wooden door, above which is a glazed tile tableau with the text "goods declaration". To the right of the bay window there is a narrow window, next to which is an entrance to a flat above in the form of a round-arched wooden door with glass and two narrow windows. To the right of the door there is a basement window. The entrance has a brick step with wrought iron balustrade. The door is closed off by a wooden overhang above which there are three small windows. The second storey has the following facade openings. On the left two single windows, in the centre three linked windows with fanlight and glazing bars, and on the right three windows. In the roof section there is a roof dormer. In the chamfered corner, there is the main entrance to the station hall and is set back over the second storey relative to the first storey, whereby the flat of the first storey is a balcony with brick balustrade. Under the balustrade a decorative brick frieze is applied. On the first storey there are two double wooden round-arched doors with a narrow window to the right of them. To the entrance is a broad stair. Above the doors there are six windows, grouped in threes, whereby the second and fifth windows are wider windows. On the second storey there are two double opening glass doors for the balcony with fanlights. The facade section is crowned with a bell gable in which there are three linked top gable windows, whereby the middle window is larger than the two outer windows. In the recessed roof sections, on either side of the bell gable, there are two roof dormers. The left facade section of the tower, part of the front facade, has on the first storey on the left a narrow window and on the right a wooden door with light. The entrance has a brick step with wrought iron balustrade. Above the entrance there is a wooden overhang, above which there is a window. On the second storey there is a window, as well as in the top gable of the tower. At the top of the tower there is a brick frieze over all four facades, the coat of arms of the city of Weert, after which decorative brickwork is applied under the roof edge.
The right side facade consists of part of the tower, the main volume and the pedestrian tunnel to the platform. The facade has on the first storey from left to right a narrow window, an entrance with double wooden round-arched doors flanked by two narrow windows above which a wooden overhang with three windows, in the pedestrian tunnel three windows and two small windows without glazing bars. On the left in the right side facade there is a more recent ramp and access with stair to the entrance. The second storey is set back relative to the first storey, whereby the flat of the first storey is a balcony for the second storey with brick balustrade, under which a decorative brick frieze is applied. The first storey tapers to the tower in the form of a lean-to roof with hardstone roof edge. The second storey has the following facade openings. On the left in the tower there is a window, in the main volume there is further a window and a double opening glass balcony door, above which are two windows. On the third storey there is a narrow window in the tower.
The rear facade has the following facade division from left to right. At the far left there are two narrow windows for the portal of the entrance on the right side facade. In the rear facade of the tower there is a narrow window. In front, in the rear facade of the main volume on the first storey from left to right there are five grilles for air intake in the station hall and pedestrian tunnel, a multi-pane window, a window with fanlight, a multi-pane window and two small windows. The view of the first storey of the secondary volume is obscured by a bicycle storage of approximately 1960. On the second storey of the main volume there are eight T-windows with fanlight with glazing bars. In the secondary volume there are eight small windows. In the roof section of the main volume there are three roof dormers.
The left side facade consists of the main volume and the abutting secondary volume. In the left side facade there is on the first storey a narrow window and a double wooden round-arched door. On the second storey there are eight windows, grouped in threes, twos and threes. First and second storey are separated by a large wooden overhang which is hung on steel cables. In the roof section there is a roof dormer. The main volume has the following facade division. The first storey has three narrow windows. The second storey has a T-window with fanlight with glazing bars and a window with on the right a small side light. In the roof section there are two roof dormers.
The station interior is divided into a station hall and a pedestrian tunnel. The structure of the interior is intact. The station hall contains a draught vestibule, a shop in the place where originally the ticket offices were and a flower shop. The walls in the interior are built up in glazed brick of yellow tones, with a granite and above green glazed brick brick plinth which is edged with red glazed brick. The door openings and pedestals of the pilasters contain granite surrounds. The walls are livened up in various places with pilaster strips with granite corner and end stones and decorative brickwork which is applied under the concrete coffered ceiling. Above the original ticket offices are glazed tableaux applied with the texts "class 1 and 2 seat tickets", "kilometre books" and "class 3 seat tickets". On the floor are black-yellow and red tiles. Various round-arched passages have been applied in the interior which mark the transition from one space to another. Between the general spaces and the office spaces various windows with glazing bars are applied. Between station hall and platform is the pedestrian tunnel, which is fitted with a brick barrel vault. The stair from pedestrian tunnel to platform is of granite.
Valuation
The STATION of Weert from 1913 is of general interest. The station possesses cultural-historical value as part of the social-economic development of the city of Weert. The architectural-historical values of the station are determined by the architectural style, the special significance of the station for the oeuvre of architect G.W. van Heukelom, the aesthetic quality, the use of materials and the ornamentation and the coherence between exterior and interior.
The station building is an essential part of an important city expansion from the period 1850-1940, and has situational value because of the connection with city and region, the location within the old centre of the city and because of the functional-spatial relationship between the three complex components. The station is of importance because of the high degree of integrity in exterior and interior.
Nearby in the register
- Stationsperron met bijgebouwenTransportunder 1 mi
- Spoortunnel bij stationWegunder 1 mi
- Woonhuis, Langstraat 20Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Langstraat 6Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.