TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Nijenhuis

Diepenheim, Overijssel, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Kasteel
Category
onroerend gebouwd
Address
Nijenhuizerlaan 11, 7478 PA Diepenheim (Hof van Twente 23) (and others)
Place
Diepenheim
Municipality
Hof van Twente
Province
Overijssel
Country
Netherlands
Coordinates
52.20339, 6.57436
Part of complex
527016
Monument number
527015

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Ditio Trans Isulana." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Onderdeel 1

Omschrijving

HOOFDGEBOUW (Nijenhuis). De kern van het huidige hoofdgebouw, een rechthoekig bakstenen gebouw van vijf vensterassen breed, bestaande uit een souterrain, twee bouwlagen en een kapverdieping, werd omstreeks 1662 voltooid naar een ontwerp van Philips Vingboons. De oorspronkelijke voorgevel had een risalerende middenpartij van drie traveëen breed bekroond door een fronton (tekening Rademaker 1e kwart 18de eeuw). De ingang bevond zich in het midden. Ter weerszijden van het bouwblok waren twee toren-achtige bouwdelen aangebracht op een rechthoekige plattegrond van bescheiden formaat, vermoedelijk voor het onderbrengen van de 'gemakken'. Hoewel globaal in overeenstemming met dit ontwerp dateert de huidige voorgevel uit het begin van de 19de eeuw. De vernieuwde voorgevel werd voorzien van empire-schuifvensters; ter weerszijden van de middenpartij en aan de uiteinden van de gevel werd een verticale geleding aangebracht van wit geschilderde hardstenen blokken. De huidige bordestrap dateert eveneens uit deze tijd. Een gedenksteen ter weerszijden van de oculus in het fronton herinnert aan het allereerste huis: "Van 't ouden huis dat is vergaen, siet gij hier noch den datum staen. An(n)o 1491". De centrale dubbele toegangsdeur met roedeverdeling is gevat in een eenvoudige omlijsting en wordt voorafgegaan door een naar onder breed uitlopende hardstenen bordestrap. Een eenvoudige ijzeren leuning van twee staanders en een regel met gebogen uiteinden begeleidt de trap. Het bordes wordt afgebakend door een smeedijzeren balustrade waarvan het hekwerk een geometrisch patroon heeft. Deze balustrade dateert uit de tweede helft van de 20ste eeuw. Onder het bordes bevindt zich de dienstingang naar het souterrain. In de gevels schuifvensters in empirestijl met persiennes aan weerszijden. In de voor- en achtergevel zijn vrijwel alle vensters voorzien van groen geschilderde persiennes, evenals in de zuidelijke zijgevel. De balklagen worden aan de buitenzijde gemarkeerd door regelmatig aangebrachte sierankers. Op souterrainniveau openslaande enkele en dubbele meerruits vensters. Het omlopende schilddak dateert uit het einde van de 19de eeuw, het oorspronkelijke dak was hoger. Het is met leien gedekt en aan de voor- en achterzijde voorzien van eenvoudige, decoratieve kapellen, bestaande uit een meeruits venster bekroond door een fronton. De achtergevel telt zes vensterassen welke op het niveau van de bel-etage zijn voorzien van dubbele openslaande deuren en op de verdieping van schuifvensters. Het rechthoekige balkon met robuuste zandstenen balustrade waarop de openslaande deuren uitkomen dateert uit 1888-1889. Het werd in samenhang met de tuinontwerpen van Poortman ontworpen door architect Moll.

De beide veelhoekige bakstenen torens ter weerszijden van het huis werden rond 1858 gebouwd in opdracht van de toenmalige eigenaar Gerrit Schimmelpenninck. De gootlijsten van de torens hadden oorspronkelijk dezelfde hoogte als de gootlijst van het huis. Sinds een verhoging van de torens aan het einde van de 19de eeuw in opdracht van de zoon en erfgenaam van Gerrit, Lodewijk Schimmelpenninck, liggen ze iets hoger. Onder de gootlijst is een neo-gothische gemetselde sierrand aangebracht. De vormgeving van het met leien gedekte schilddak van de torens volgt de veelhoekige omtrek van de bouwmassa. Aan de achterzijde een hoge gemetselde schoorsteen; ter weerszijden decoratieve kapellen. In de gevelvlakken diverse meerruits vensters waarvan de vormgeving aansluit bij de vensters van het huis.

De beide bakstenen vleugels aan de achterzijde dateren uit 1914/1915. Ze werden gebouwd door de firma Aberson uit Steenwijk in opdracht van de toenmalige eigenaar Lodewijk Hieronymus Schimmelpenninck, het ontwerp is van Mannes Meierink uit Zwolle. De vleugels hebben dezelfde hoogte als de torens aan de voorzijde. Boven de goot op klossen een met leien gedekt schilddak met aan de voor en zijkant een kapel en aan de achterzijde/opzij een schoorsteen. Onder de daklijst is een abstracte gemetselde sierrand aangebracht. In de eindgevel van de noordelijke vleugel één vensteras, in de eindgevel van de zuidelijke vleugel twee. Deze asymmetrische verdeling is het gevolg van de interieurafwerking van de bijbehorende vertrekken, waar een betimmering met respectievelijk geschilderde behangsels en gobelins moest worden ingepast. De zijgevels tellen twee vensterassen met schuifvensters (bel-etage en verdieping) en openslaande vensters (souterrain). De vormgeving van de vensters in de vleugels sluit aan bij de vormgeving van de vensters van het huis.

Tot aan het begin van de 20ste eeuw hebben ter weerszijden van het huis ranke ronde torentjes gestaan, ongeveer op de plaats waar in de 18de eeuw een rechthoekige toren-achtige uitbouw was. Deze torentjes zijn vermoedelijk gesloopt in verband met de bouw van de vleugels aan de achterzijde (1914/15). Tegenwoordig zijn de torens en de vleugels verbonden door een enigszins terugspringende gevelwand, die aan de noord- en zuidzijde verschillend is ingedeeld. In de zuidelijke zijgevel bevindt zich op het niveau van het souterrain een dienstingang geflankeerd door meerruits vensters, op de bel-etage een loggia met decoratieve zandstenen balustrade en op de verdieping een venster. In de noordelijke zijgevel werd de muur tussen toren en gevel ter hoogte van de verdieping afgesloten door een decoratieve zandstenen balustrade, op souterrain-niveau bevinden zich twee vensters, op de bel-etage een groot meerruits venster. Het interieur van het Nijenhuis bevat nog elementen uit de bouwtijd, maar vooral veel onderdelen uit de 18de en de 19de eeuw, zoals betimmeringen, stucplafonds, schouwen en bovendeurstukken en in het souterrain een keuken met toebehoren. Met name Lodewijk Schimmelpenninck heeft het huis in zijn tijd (2de helft 19de eeuw, begin 20ste eeuw) gemoderniseerd en aangepast, waarbij onder meer in de hal en in één van de salons een nieuwe grote zandstenen schouw in renaissance-stijl werd geplaatst, voorzien van het wapen van het geslacht Schimmelpenninck. Enkele jaren later werd in de hal een bij de schouw passende hoge eiken betimmering aangebracht. De vertrekken in de vleugels, die in dezelfde tijd tot stand kwamen, werden afgewerkt en ingericht in 18de-eeuwse stijl, waarbij in de noordelijke vleugel een tapijtkamer werd gerealiseerd met gobelins uit circa 1700 en in de zuidelijke vleugel 18de-eeuwse geschilderde behangsels werden aangebracht in een bijpassende betimmering. De Vlaamse tapijten zijn zogenaamde 'verdures', die vermoedelijk afkomstig waren uit het voormalige Princenhof in Groningen. De voorstellingen verbeelden de vijf zintuigen. Op de geschilderde behangsels in de zuidelijke vleugel zijn landschappelijke taferelen afgebeeld. In 1942 werd een deel van de inboedel geveild in opdracht van de toenmalige eignaar Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck, waaronder schilderijen, bronzen beelden en meubilair. Sinds het begin van de 20ste eeuw is er niets wezenlijks meer veranderd aan het interieur.

Waardering

Het HOOFDGEBOUW (Nijenhuis) is van algemeen belang:

- vanwege de ouderdom;

- vanwege de architectonische vormgeving, waarin naast het oorspronkelijke Vingboonshuis uit 1661, fasen uit de 18de, 19de en 20ste eeuw zijn te onderscheiden;

- vanwege de bouw- en ontwikkelingsgeschiedenis, die representatief is voor veel 17de- en 18de-eeuwse edelmanswoningen;

- vanwege de nagenoeg oorspronkelijke plattegrond en indeling;

- vanwege de gaaf bewaarde interieurafwerkingen uit de 18de, 19de en 20ste eeuw;

- vanwege de kenmerkende ligging binnen de oorspronkelijke 17de-eeuwse parkaanleg;

- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Component 1

Description

MAIN BUILDING (Nijenhuis). The core of the current main building, a rectangular brick building five bays wide, consisting of a basement, two storeys and an attic storey, was completed around 1662 according to a design by Philips Vingboons. The original front façade had a projecting central section three bays wide crowned by a pediment (drawing Rademaker first quarter 18th century). The entrance was located in the middle. On either side of the building block were two tower-like building sections arranged on a rectangular ground plan of modest dimensions, presumably for accommodating the 'conveniences'. Although broadly in accordance with this design the current front façade dates from the beginning of the 19th century. The renovated façade was provided with empire sash windows; on either side of the central section and at the ends of the façade a vertical articulation was created with white-painted sandstone blocks. The current steps also date from this time. A memorial stone on either side of the oculus in the pediment recalls the very first house: "Van 't ouden huis dat is vergaen, siet gij hier noch den datum staen. An(n)o 1491". The central double entrance door with glazing bars is set in a simple frame and is preceded by a broadly flaring sandstone flight of steps. A simple iron balustrade of two posts and a rail with curved ends accompanies the steps. The landing is demarcated by a wrought iron balustrade whose railwork has a geometric pattern. This balustrade dates from the second half of the 20th century. Below the landing is the service entrance to the basement. In the façades sash windows in empire style with shutters on either side. In the front and rear façades virtually all windows are provided with green-painted shutters, as are also the southern side façade. The floor beams are marked on the exterior by regularly placed ornamental wall anchors. On basement level some single and double multi-light windows opening outwards. The surrounding hipped roof dates from the end of the 19th century, the original roof was higher. It is covered with slates and on the front and rear sides provided with simple, decorative roof dormers, consisting of a multi-light window crowned by a pediment. The rear façade has six window bays which on the level of the principal floor are provided with double opening doors and on the storey above with sash windows. The rectangular balcony with robust sandstone balustrade onto which the opening doors emerge dates from 1888-1889. It was designed by architect Moll in conjunction with the garden designs of Poortman.

The two polygonal brick towers on either side of the house were built around 1858 on the instruction of the then owner Gerrit Schimmelpenninck. The guttering lines of the towers originally had the same height as the guttering of the house. Since an heightening of the towers at the end of the 19th century on the instruction of the son and heir of Gerrit, Lodewijk Schimmelpenninck, they lie slightly higher. Beneath the gutter line a neo-gothic mortared ornamental band has been applied. The design of the slate-covered hipped roof of the towers follows the polygonal outline of the building mass. On the rear side a tall mortared chimney; on either side decorative roof dormers. In the façade surfaces various multi-light windows whose design corresponds with the windows of the house.

The two brick wings on the rear side date from 1914/1915. They were built by the firm Aberson from Steenwijk on the instruction of the then owner Lodewijk Hieronymus Schimmelpenninck, the design is by Mannes Meierink from Zwolle. The wings have the same height as the towers on the front side. Above the gutter on corbels a slate-covered hipped roof with on the front and side a roof dormer and on the rear side/side a chimney. Below the roof line an abstract mortared ornamental band has been applied. In the end façade of the northern wing one window bay, in the end façade of the southern wing two. This asymmetrical distribution is the result of the interior finishing of the associated rooms, where panelling with respectively painted wallpapers and tapestries had to be fitted. The side façades have two window bays with sash windows (principal floor and storey) and opening windows (basement). The design of the windows in the wings corresponds with the design of the windows of the house.

Until the beginning of the 20th century slender round turrets stood on either side of the house, approximately where in the 18th century a rectangular tower-like extension had been. These turrets were presumably demolished in connection with the construction of the wings on the rear side (1914/15). Nowadays the towers and the wings are connected by a somewhat recessed façade wall, which on the north and south sides is arranged differently. In the southern side façade on the level of the basement a service entrance flanked by multi-light windows is located, on the principal floor a loggia with decorative sandstone balustrade and on the storey above a window. In the northern side façade the wall between tower and façade at the height of the storey was closed off by a decorative sandstone balustrade, on basement level two windows are located, on the principal floor a large multi-light window. The interior of the Nijenhuis still contains elements from the building period, but in particular many components from the 18th and 19th centuries, such as panelling, stucco ceilings, chimney pieces and overdoor panels and in the basement a kitchen with accessories. In particular Lodewijk Schimmelpenninck modernised and adapted the house in his time (second half 19th century, beginning 20th century), whereby amongst other things in the hall and in one of the reception rooms a new large sandstone chimney piece in Renaissance style was installed, provided with the coat of arms of the Schimmelpenninck family. A few years later a high oak panelling matching the chimney piece was installed in the hall. The rooms in the wings, which came into being in the same period, were finished and furnished in 18th-century style, whereby in the northern wing a tapestry room was created with tapestries from circa 1700 and in the southern wing 18th-century painted wallpapers were installed in matching panelling. The Flemish tapestries are so-called 'verdures', which presumably came from the former Princenhof in Groningen. The depictions illustrate the five senses. On the painted wallpapers in the southern wing landscape scenes are depicted. In 1942 part of the furnishings was auctioned on the instruction of the then owner Rutger Jan Eugen Schimmelpenninck, including paintings, bronze sculptures and furniture. Since the beginning of the 20th century nothing significant has changed in the interior.

Valuation

The MAIN BUILDING (Nijenhuis) is of general importance:

- because of its age;

- because of its architectural design, in which phases from the original Vingboons house from 1661, phases from the 18th, 19th and 20th centuries can be distinguished;

- because of the construction and development history, which is representative of many 17th- and 18th-century noble residences;

- because of the virtually original ground plan and layout;

- because of the well-preserved interior finishes from the 18th, 19th and 20th centuries;

- because of its characteristic location within the original 17th-century park layout;

- because of the functional-spatial relationship with the other components of the country estate.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map