Rijksmonumentenregister · Netherlands
Hoofdgebouw
Nieuwegein, Utrecht, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kasteel, buitenplaats
- Function
- Landhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Oudegein 1, 3432 NC Nieuwegein (and others)
- Place
- Nieuwegein
- Province
- Utrecht
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.02212, 5.08728
- Part of complex
- 526905
- Monument number
- 526904
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesNationaal Archief, the NetherlandsDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving onderdeel 1: HOOFDGEBOUW, LANDHUIS OUDEGEIN.
Statig hoog uit de gracht oprijzend paviljoenvormig rechthoekig classicistisch landhuis uit 1633, onder hoog met leien gedekt tentdak met twee verdiepingen op onderhuis, gebouwd door de toenmalige eigenaar Adriaan Ploos van Amstel, heer van Tienhoven, het Gein en Jutphaas. Ploos van Amstel bouwde het huis op de fundamenten van een ouder kasteel, en herschiep tegelijkertijd de parkaanleg in renaissancistische trant, zoals die tot op heden gedeeltelijk is bewaard. Huis en park vormen sinds 1633 een eenheid, die wellicht in de invloedsfeer van Constantijn Huygens (en hiermede in de invloedssfeer van prins Frederik Hendrik) tot stand is gekomen; Ploos van Amstel was nauw met Constantijn Huygens bevriend. In het onderhuis is de oude 14de-eeuwse woontoren van het oude kasteel nog deels bewaard, getuige de 1,9 m dikke muren en de aanwezigheid van een zwaar tongewelf (westzijde). Het huis is opgetrokken onder invloed van het toen in zwang zijnde Hollands classicisme; invloed van Scamozzi is tastbaar aanwezig in de rechte zandstenen door geprofileerde omlijsting omgeven ingangspartij (zuidzijde) met door voluten gesteunde kroonlijst, die naar voorbeelden uit zijn voorbeeldboeken is ontworpen. In het boven de kroonlijst gesitueerde wapenveld in reliëf het wapen van de ridderhofstad. Tegen de oostgevel is een waterstoep gelegen met 17de-eeuwse eiken toegangsdeur naar de keuken; naast de stoep bevond zich oorspronkelijk een duivenhok. Op het dak drie opvallende, hoge schoorstenen, afgesloten door een siersmeedijzeren kroonstuk met bol (centrale schoorsteen) en windvaan. De voor- en achtergevel (respectievelijk zuid- en noordgevel) zijn respectievelijk in zes en vijf venstertraveeën verdeeld. De muurdammen aan de voorgevel zijn van ongelijke breedte, hetgeen wellicht verklaard kan worden uit de gebruikmaking van gedeelten van de voorganger van het huidige huis (gevel vertoont echter geen naad) of uit de indeling van de ruimtes inwendig. Oorspronkelijk was het huis omgaande van kruisvensters voorzien met korfbogen (bel-etage) en accoladebogen (verdieping). Waarschijnlijk werd het huis omstreeks 1801, toen het door vererving in bezit kwam van Willem de Geer, gemoderniseerd en verkreeg het aan de voor-, achter- en de drie traveeën brede linker(west-)gevel de thans aanwezige brede 15- ruits schuifvensters (bel-etage) en 12-ruits schuifvensters (verdieping) met strekken erboven; toen verkreeg de huidige achtergevel de huidige regelmatige travee-indeling waar brede muurdammen aan weerszijden van de centrale venstertravee deze travee in visueel opzicht benadrukken en deze gevel een symmetrisch aanzien geven. Vermoedelijk werden de vensters aan de achterzijde toen eveneens van de thans nog aanwezige persiennes voorzien. De vensters in de drie traveeën brede rechter (oost-)gevel werden toen door de huidige blindnissen dichtgezet. Het oorspronkelijke drielichts venster aan de rechterzijde van de voorgevel van het onderhuis werd toen vervangen door de huidige twee 6-ruits schuifvensters. De achtergevel verkreeg toen in het onderhuis de vijf op de traveeën gelegen 6-ruits vensters. Op de plaats van de eenvoudige ophaalbrug kwam de huidige vaste houten brug van vijf bogen op gebosseerde pijlers met eronder gesitueerde dienstbrug; toen werd ook ter plaatse in het onderhuis de huidige dienstingang gemaakt. Het bovendek wordt voorafgegaan door een hardstenen trap van 8 geprofileerde treden. Trap en bovenbrug werden in deze tijd voorzien van de thans aanwezige eenvoudige smeedijzeren balustrade. De dakkapellen (drie aan de voorzijde, een enkele op de centrale travee aan de achterzijde en rechterzijde en drie aan de linkerzijde) dateren in oorsprong uit de bouwtijd van het huis en bestaan uit een van een kloosterkozijn afgeleide variant van een in een enkel kozijn gevat met luiken voorzien ondervenster (twee maal 6-ruits openslaand) waarboven een 12-ruits bovenvenster. De kapellen zijn overkapt door een met leien gedekt schilddak met driezijdig overstek aan de voorzijde. De kleinere en hogergelegen dakkappel aan de linkerzijde heeft een kloosterkozijn met 4-ruits onder- en bovenvenster. In 1873 werd het huis gerestaureerd; toen werden inwendig een aantal wijzigingen aangebracht. Honderd jaar later, in 1971, werd het huis wederom gerestaureerd. Inwendig: in de keuken (onderhuis, oostzijde) een balkenplafond en plavuizenvloer uit de bouwtijd. Op de bel-etage aan de linkerzijde de zaal met forse 17de-eeuwse schouw met zuilen en halfzuilen in rood-wit geaderd marmer. De kapconstructie bestaat uit zes eikenhouten jukken met krommers. Uit de tijd van Willem de Geer (eigenaar van 1801 tot 1831) dateren de vier ovale dessus-de-portes in stuc in de hal met voorstelling van de vier jaargetijden. Toen werden op de bovenverdieping de twee lage grijs en zwart marmeren schouwen aangebracht in eenvoudige laat-Empire-vormgeving. Bij de restauratie in 1873 werd het stucplafond met florale motieven in de hal aangebracht. Toen werd eveneens de trap, die waarschijnlijk oorspronkelijk achter de hal lag, verplaatst naar de rechter voorzijde van het huis.
Waardering
Het hoofdgebouw is in cultuurhistorisch opzicht van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom;
- vanwege de gaafheid;
- vanwege de schoonheid;
- als gaaf bewaard voorbeeld van een in de invloedsfeer van het Hollands-classicisme opgetrokken hoofdgebouw van een Utrechtse ridderhofstad uit de eerste helft van de 17de eeuw;
- vanwege de verwevenheid met de in oorsprong 17de-eeuwse infrastructuur van het park en hiermee als gaaf bewaarde en zeldzame uiting van het gedachtengoed uit de eerste helft van de 17de eeuw met betrekking tot de architectuur van een ensemble van een riddermatig huis en park.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description component 1: MAIN BUILDING, COUNTRY HOUSE OUDEGEIN.
A stately pavilion-shaped rectangular neoclassical country house from 1633, rising high from the moat, covered with a high roof of slates in the form of a tent roof with two storeys above a basement storey, built by the then owner Adriaan Ploos van Amstel, lord of Tienhoven, het Gein and Jutphaas. Ploos van Amstel built the house on the foundations of an older castle, and at the same time redesigned the park layout in Renaissance style, which has been partially preserved to the present day. House and park have formed a unity since 1633, which may have come about under the influence of Constantijn Huygens (and thereby under the influence of Prince Frederik Hendrik); Ploos van Amstel was closely befriended with Constantijn Huygens. In the basement storey the old 14th-century residential tower of the old castle is partially preserved, as evidenced by the 1.9 m thick walls and the presence of a heavy barrel vault (west side). The house was constructed under the influence of the Dutch neoclassicism then in vogue; the influence of Scamozzi is distinctly present in the straight sandstone entrance section surrounded by profiled moulding (south side) with cornice supported by volutes, which was designed after examples from his pattern books. In the coat-of-arms field in relief situated above the cornice, the coat of arms of the knights' estate. Against the east gable is a water step with a 17th-century oak access door to the kitchen; beside the step there was originally a dovecote. On the roof three striking, tall chimneys, closed off by a decorative wrought-iron crown piece with a ball (central chimney) and weathervane. The front and rear gables (south and north gables respectively) are divided into six and five window bays respectively. The wall piers on the front gable are of unequal width, which may perhaps be explained by the use of parts of the predecessor of the current house (the gable shows no seam however) or by the arrangement of the spaces inside. Originally the house was provided all around with cross windows with corbelled arches (bel-etage) and accolade arches (upper storey). Probably around 1801, when it came into the possession of Willem de Geer through inheritance, the house was modernised and the front, rear and the three bays wide left (west) gable acquired the current broad 15-pane sash windows (bel-etage) and 12-pane sash windows (upper storey) with transoms above; the current rear gable then acquired the current regular bay arrangement where broad wall piers on either side of the central window bay emphasise this bay visually and give this gable a symmetrical appearance. Presumably the windows on the rear were also then provided with the present-day shutters. The windows in the three bays wide right (east) gable were then closed off by the current blind recesses. The original three-light window on the right side of the front gable of the basement storey was then replaced by the current two 6-pane sash windows. The rear gable acquired five 6-pane windows situated on the bays in the basement storey. In place of the simple drawbridge came the current fixed wooden bridge of five arches on rusticated piers with a service bridge situated beneath it; at this time the current service entrance was also made in the basement storey. The upper deck is preceded by a hard stone step of 8 profiled treads. Step and upper bridge were provided at this time with the current simple wrought-iron balustrade. The roof dormers (three on the front, a single one on the central bay on the rear and right side and three on the left side) date in origin from the building period of the house and consist of a variant derived from a monastery window with a single window frame fitted with shutters and an underwindow (twice 6-pane opening) above which is a 12-pane fanlight. The dormers are covered by a roof of hipped form covered with slates with three-sided overhang on the front. The smaller and higher-situated roof dormer on the left side has a monastery window with 4-pane under- and over-window. In 1873 the house was restored; at that time a number of internal alterations were made. One hundred years later, in 1971, the house was restored again. Interior: in the kitchen (basement storey, east side) a beam ceiling and tiled floor from the building period. On the bel-etage on the left side the hall with a substantial 17th-century fireplace with columns and half-columns in red-white veined marble. The roof truss structure consists of six oak joists with curved brackets. From the time of Willem de Geer (owner from 1801 to 1831) date the four oval stucco dessus-de-portes in the hall depicting the four seasons. At that time two low grey and black marble fireplaces were placed on the upper storey in simple late Empire design. During the restoration in 1873 the stucco ceiling with floral motifs in the hall was applied. At that time the staircase, which was probably originally behind the hall, was moved to the right front of the house.
Valuation
The main building is of general importance from a cultural-historical perspective:
- on account of its age;
- on account of its integrity;
- on account of its beauty;
- as an intact preserved example of a main building of a Utrecht knights' estate constructed under the influence of Dutch neoclassicism from the first half of the 17th century;
- on account of its integration with the originally 17th-century infrastructure of the park and hereby as an intact preserved and rare expression of the ideology from the first half of the 17th century regarding the architecture of an ensemble of a knightly house and park.
Nearby in the register
- Toegangshek en brug aan opritTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Brug en Hek naar VoorpleinTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- BrugTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Werkplaats in MoestuinTuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.