Rijksmonumentenregister · Netherlands
Watertoren
Dordrecht, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Industrie
- Function
- Nutsbedrijf
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1882
- Address
- Oranjelaan 7 A, 3311 DH Dordrecht
- Place
- Dordrecht
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.81557, 4.68498
- Monument number
- 526400
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
WATERTOREN voor de drinkwatervoorziening met machinistenwoningen en kantoortje en een aangebouwde machinekamer en ketelhuis. De watertoren is gebouwd in 1882 naar een ontwerp van de directeur van Gemeentewerken van Dordrecht, J.A. van der Kloes. De 33 meter hoge, niet meer als zodanig in gebruik zijnde watertoren is gebouwd in de voor de bouwtijd karakteristieke stijl van het Eclecticisme met invloeden van de in opkomst zijnde Neo-Hollandse Renaissance. Het robuuste "chateau d'eau" werd ingericht met een reinwaterkelder en het oudste nog bestaande ijzeren vlakbodemreservoir in Nederland met een inhoud van 500 m3. Om de waterdruk te verhogen werd in 1938 de toren voorzien van een 16 m hoge standpijp met een diameter van drie meter, die inmiddels grotendeels weer is verwijderd. De bovenbouwen van de vier hoektorens zijn in 1938 afgebroken. In de machinekamer en het ketelhuis aan de achterzijde van de toren zijn in de loop der tijd nieuwe vensters geplaatst.
Omschrijving
De vrijstaande watertoren heeft een vierkante plattegrond en is opgetrokken in baksteen. Aan de achtergevel bevindt zich een eenlaagse uitbouw op rechthoekige plattegrond, deels met plat dak en deels met zadeldak. De toren heeft vier bouwlagen en een ronde bovenbouw met meerzijdig tentdak bekroond door een hoge glazen lantaarn met metalen kap. De ronde bovenbouw is geplaatst tussen de restanten van vier achtzijdige hoektorens. In de lantaarn zit een glasdeur en direct onder het overstekende dakschild is een strook kleine raampjes geplaatst. De uitbouw aan de achterzijde heeft een deel met verhoogd zadeldak, een deel met dwarsgeplaatst zadeldak en een houten keet met lessenaarsdak. De toren heeft op de begane grond rechthoekige deuren en rondboogvensters in rondboogportalen met teruggemetselde profielomlijstingen en op de verdiepingen getoogde venster met houten kozijnen en stalen roedenverdeling en ronde vensters met stalen taatsramen. De vier assen tellende gevels zijn vrijwel identiek en hebben een uitgemetselde plint met een brede hardstenen rand. Op de licht risalerende begane grond bevinden zich vensters met hardstenen afzaten in de plintrand en hardstenen, diamantkoppen sluitstenen. De begane grond heeft een rand van siermetselwerk en een hardstenen cordonlijst. Op de verdiepingen zijn de schuifvensters geplaatst in terugliggende gevelvlakken die op de vierde bouwlaag een rondboog- en segmentboogvormige beëindiging hebben. In dit fries ronde vensters met taatsramen en muurankers. De pilasters en hoekrisalieten hebben hardstenen sluitstukken. De ronde bovenbouw heeft banden van zwarte baksteen en acht uitgemetselde pilasters die door de gootlijst heen steken en die eindigen in een schoorsteen. De toren heeft een geprofileerde, hardstenen dakrand. De hoektorens hebben een omloop met ijzeren omheining, een rondboogdeur met geheng en bovenin zes smalle, rechthoekige ramen met hardstenen boven- en onderdorpels.
De voorgevel (zuidwestzijde) heeft in de middenassen twee dubbele deuren en in de hoeken enkele deuren alle met een inpandig hardstenen trapje. De deuren zijn geplaatst onder een rechthoekig raam met verticale roedenverdeling. Daarboven is een rondboogvormig bovenlicht geplaatst met radiale ijzeren roeden en een hardstenen sluitsteen. De deuren hebben gehengen en een smal deurlicht. De verdiepingen hebben in de middenassen twee en in de zijassen een venster. De eerste en de tweede verdieping hebben een vooruitstekende betonnen vloerplaat met een eenvoudige ijzeren omheining die als balkon fungeert.
De achter- en zijgevels zijn vergelijkbaar met de voorgevel; de vensters in de hoekrisalieten zijn echter gevuld met siermetselwerk van zwartgeglazuurde baksteen. De linker zijgevel heeft geheel rechts een blind venster met een hardstenen gevelsteen met tekst. De gevels van de machinekamer en het ketelhuis beschikken over een aantal originele openingen. De machinekamer heeft aan de rechter zijde een dubbele houten deur met een achtdelig, getoogd bovenlicht met aan weerszijden een venster met zesruits schuifraam en een driedelig venster. De vensters hebben hardstenen onderdorpels. Geheel links een ijzeren luik. Langs de gevelrand een gemetselde tandlijst en een houten dakgoot. Voorts het ketelhuis met een tuitgevel met rechts dubbele inrijdeuren, rood siermetselwerk in de top en een getrapte sierrand. Op het dwars geplaatste zadeldak een verhoogd daklicht met een strook raampjes en hellende dakschilden. De keet aan de achterzijde heeft een horizontale beschieting en nieuwe vensters. Aan de linker zijde een tuitgevel met gemetselde segmentbogen met hardstenen sluitstenen, uitgemetselde penanten en siermetselwerk in de top.
In het interieur van het ketelhuis en de machinekamer zijn nog delen van het oorspronkelijke interieur aanwezig. De begane grond heeft een troggewelf, de houten spanten van de aanbouw worden ondersteund door ijzeren zuiltjes met Corinthische kapiteeltjes. De toren bevat op de verdiepingen de machinistenwoningen. De hoge stalen standpijp is gevat tussen ijzeren hang- en trekstangen. In twee torens bevinden zich ijzeren wenteltrappen.
Waardering
De laat negentiende-eeuwse watertoren met aangebouwde machinekamer en ketelhuis is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische en de ensemblewaarde.
De watertoren is van cultuurhistorisch belang als representatief voorbeeld van een laat negentiende eeuws utilitair gebouw in eclectische trant en als belangrijke schakel in de ontwikkeling van de watertoren in Nederland.
De watertoren heeft architectuurhistorisch belang vanwege de kwaliteiten van het ontwerp, vanwege de detaillering en materiaaltoepassing en vanwege de samenhang tussen in- en exterieur. Bovendien maakt het ontwerp deel uit van het oeuvre van de Dordtse architect Van der Kloes en bevat het gebouw het oudste ijzeren vlakbodemreservoir in Nederland.
De watertoren heeft ensemblewaarde vanwege de samenhang met het nabijstaande pomp- en filtergebouw waarmee het een visuele en functionele relatie heeft.
De watertoren is van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van in- en exterieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
WATER TOWER for the drinking water supply with machinist dwellings and small office and an adjoining engine room and boiler house. The water tower was built in 1882 to a design by the director of Public Works of Dordrecht, J.A. van der Kloes. The 33 metre high water tower, no longer in use as such, was built in the style characteristic of the building period of Eclecticism with influences of the emerging Neo-Dutch Renaissance. The robust "chateau d'eau" was fitted with a clean water cellar and the oldest surviving cast-iron flat-bottomed reservoir in the Netherlands with a capacity of 500 m3. To increase water pressure, in 1938 the tower was provided with a 16 m high standpipe with a diameter of three metres, which has since been largely removed. The superstructures of the four corner towers were demolished in 1938. In the engine room and boiler house at the rear of the tower, new windows have been installed over time.
Description
The freestanding water tower has a square plan and is built in brickwork. On the rear facade is a single-storey extension on a rectangular plan, partly with a flat roof and partly with a gabled roof. The tower has four storeys and a round upper storey crowned with a multi-sided tent roof topped by a tall glass lantern with metal cap. The round upper storey is placed between the remains of four octagonal corner towers. In the lantern is a glass door and directly below the overhanging roof shield is a strip of small windows. The extension at the rear has a part with raised gabled roof, a part with transverse gabled roof and a wooden shed with a half-hipped roof. The tower has on the ground floor rectangular doors and round-arched windows in round-arched portals with set-back moulded surrounds and on the upper floors arched windows with wooden frames and steel glazing bars and round windows with steel casements. The facades, numbering four bays, are virtually identical and have a raised plinth with a broad stone band. On the slightly projecting ground floor are windows with stone seatings in the plinth band and stone, diamond-shaped voussoirs. The ground floor has a band of decorative brickwork and a stone cordon moulding. On the upper floors the sash windows are placed in recessed facade planes which on the fourth storey have a round-arched and segmental arch termination. In this frieze round windows with casements and ornamental wall anchors. The pilasters and corner risalits have stone caps. The round upper storey has bands of black brick and eight raised pilasters which pass through the cornice line and which end in a chimney. The tower has a moulded, stone roof edge. The corner towers have a gallery with iron railings, a round-arched door with hinges and at the top six narrow, rectangular windows with stone lintels and sills.
The front facade (south-west side) has in the central bays two double doors and in the corners single doors all with an internal stone step. The doors are placed under a rectangular window with vertical glazing bars. Above this is a round-arched fanlight placed with radial iron glazing bars and a stone voussoir. The doors have hinges and a narrow door light. The upper floors have in the central bays two and in the side bays one window. The first and second floors have a projecting concrete floor slab with simple iron railing which functions as a balcony.
The rear and side facades are comparable to the front facade; the windows in the corner risalits are however filled with decorative brickwork of black-glazed brick. The left side facade has on the far right a blind window with a stone facade slab with text. The facades of the engine room and boiler house have a number of original openings. The engine room has on the right side a double wooden door with an eight-part arched fanlight with on either side a window with six-pane sash window and a three-part window. The windows have stone sills. On the far left an iron shutter. Along the facade edge a raised brick band and a wooden gutter. Furthermore the boiler house with a spout gable with on the right double vehicle doors, red decorative brickwork at the top and a stepped ornamental edge. On the transverse gabled roof a raised roof light with a strip of small windows and sloping roof shields. The shed at the rear has horizontal boarding and new windows. On the left side a spout gable with raised segmental arches with stone voussoirs, raised pilasters and decorative brickwork at the top.
In the interior of the boiler house and the engine room parts of the original interior remain. The ground floor has a barrel vault, the wooden trusses of the extension are supported by iron columns with Corinthian capitals. The tower contains on the upper floors the machinist dwellings. The tall steel standpipe is enclosed between iron hanging and bracing rods. In two towers are iron spiral staircases.
Valuation
The late nineteenth-century water tower with adjoining engine room and boiler house is of general interest by reason of its cultural-historical, architectural-historical and ensemble value.
The water tower is of cultural-historical significance as a representative example of a late nineteenth-century utilitarian building in eclectic style and as an important link in the development of the water tower in the Netherlands.
The water tower has architectural-historical significance by reason of the qualities of the design, by reason of the detailing and material application and by reason of the coherence between interior and exterior. Moreover the design forms part of the oeuvre of the Dordrecht architect Van der Kloes and the building contains the oldest cast-iron flat-bottomed reservoir in the Netherlands.
The water tower has ensemble value by reason of the coherence with the nearby pump and filter building with which it has a visual and functional relationship.
The water tower is of importance by reason of its recognisability and the great degree of integrity of interior and exterior.
Nearby in the register
- Vm. watertorenIndustrieunder 1 mi
- Hallincqhof Blok BWoonhuisunder 1 mi
- Hallincqhof Blok AWoonhuisunder 1 mi
- Kijck over den DijckIndustrie- en poldermolenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.