TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Hodenpijl

Schipluiden, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Boerderij(M1)
Category
onroerend gebouwd
Address
Tramkade 23, 2636 CT Schipluiden (Midden-Delfland 28) (and others)
Place
Schipluiden
Municipality
Midden-Delfland
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
51.98668, 4.32224
Monument number
526235

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Hollandiae meridionalis descriptio nova" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

INLEIDING

Het geheel omwaterde boerderijcomplex Hodenpijl ligt aan de oostzijde van de Gaag (Tramkade), even buiten de bebouwde kom van Schipluiden. De naam Hodenpijl is waarschijnlijk in de loop van de negentiende eeuw in gebruik geraakt. Een gelijknamig kasteel uit de dertiende eeuw stond oorspronkelijk ten noorden van Schipluiden. Het complex is ook bekend onder de namen het 'Witte Huis', 'Ons Genoegen' en 'De Plaats'.

Hodenpijl wordt voor zover bekend voor het eerst afgebeeld op een kaart van Joan van Beest uit 1634 als een boerderijcomplex dat bestaat uit vier opstallen en twee hooibergen omringd door een boomgaard en geriefhout. De kaart van Nicolaes Krukius uit 1712 toont een L-vormig gebouw met twee hooibergen, gelegen op een vierkant erf en omgeven door boomgaarden en bosschages. Er is verder een tot vijver verbrede sloot aanwezig en aan de zuidoostzijde een windsingel. Een veilingbericht uit 1763 beschrijft het geheel als een 'Hofstede met behangen kamers, boven en beneden, ook geschilderd (of beschilderd). Een ruijme oranjerie, eetkamer, een tweede keuken. Annex staande agter de huijsinge en de oranjerie een stalling voor 10 paarden, koetshuis, tuinmanshuis, allen aaneengebouwd. Groot erf, tuinen, speelvijver met zicht op Delft. Mitsgaders een boerewoning annex het heerenhuis met boes en stalling voor 40 beesten, hooibergen en schueren en 32 morgen land, ook tuinen, boomgaarden hieronder begrepen'. Ruim een eeuw later (1880) wordt er ten behoeve van de grondbelasting een beschrijving opgesteld, die meer details geeft over de indeling van het huis en de buitenruimte. Inmiddels heeft het complex in grote lijnen de huidige samenstelling en vormgeving gekregen. 'Het Huis genaamd 'Hodenpijl', bestaande uit Heerenhuizing, geschikt voor Zomer- en Winterverblijf, bevattende vijf Benedenkamers en Grote Zaal, fraaije gewulfde Kelder, ruime Keuken, vier Bovenkamers, Dienstbodenkamer en Zolder; voorts twee aan die huizing verheelde groote Pakhuizen, onder een van welke een Kelder, Zolder boven die Pakhuizen, Stal voor vijf Paarden, Koetshuis, Wagenschuur, Hooizolder, Stalling voor zeven Koeijen, Hooiberg, Houtloods, Moestuin met Vruchtenmuur en gemetselde Broeikast, Tuin en Boomgaard, Watering, Lanen met opgaande Boomen en ander Plantsoen, Kade, enz.'.

Het complex bestaat uit een BOERDERIJ, TUINAANLEG met boomgaard, vijver en windsingel, TUINMUUR, WAGENSCHUUR en een DAM met TOEGANGSHEK. De moderne schuur op het zuidelijke erf en het tuinhuis met aanbouw op het zuidoostelijke terrein zijn voor de bescherming van ondergeschikt belang.

OMSCHRIJVING

Het brede voorhuis van de L-vormige BOERDERIJ is georiënteerd op het zuidwesten en wordt gedekt door een zadeldak met wolfseinden. De dakbedekking bestaat uit Hollandse pannen, het grootste deel gesmoord en een klein deel rood. Het lange achterhuis bestaat uit een woning, twee dwarshuizen (voormalige pakhuizen) en een stal en is op het zuidoosten georiënteerd. Het achterhuis wordt gedekt door een asymmetrisch zadeldak, dat is aangekapt tegen de aangrenzende bouwdelen. Op het lagere dakschild aan de zuidoostzijde (waarin twee moderne daklichten) liggen voornamelijk rode pannen, aan de andere zijde gesmoorde. De zadeldaken van de dwarshuizen zijn gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. Het zadeldak van de stal is een stuk lager en aangekapt tegen de zijgevel en de kap van het achterste dwarshuis. Aan de zuidoostelijke zijde liggen voornamelijk rode Hollandse pannen, aan de andere zijde gesmoorde, mogelijk vlakkere pannen. Met uitzondering van de stal is het hele gebouw wit geschilderd, deels met een pleisterlaag als ondergrond. Voor- en achterhuis zijn voorzien van een zwart geschilderde plint.

Links achter de bijna 25 meter brede voorgevel van het voorhuis liggen de opkamer en de kelder, herkenbaar aan drie grote T-vensters hoog boven het maaiveld met onder elk venster een kelderluik. Vensters en luiken zijn negentiende-eeuws. In het risalerende middendeel van de voorgevel bevindt zich links een voordeur met sierlijk gietijzeren rooster en eenvoudig bovenlicht uit de tweede helft van de negentiende eeuw, in een omlijsting die bestaat uit een geprofileerde kroonlijst op houten blokpilasters met een hardstenen basement. De deur wordt voorafgegaan door twee hardstenen treden. Rechts van de voordeur twee T-vensters en op de verdieping eveneens twee T-vensters (één boven de voordeur en het andere boven het meest rechter venster). De vensters hebben houten onderdorpels en dateren uit het laatste kwart van de negentiende eeuw. In het rechter deel van de voorgevel op de begane grond vier vensters en op de verdieping twee vensters als in het middendeel. De vensters op de begane grond zijn aan de bovenzijde licht getoogd. De gevel wordt afgesloten door een gevellijst van multiplex en een zinken dakgoot. Daar waar de cementlaag is afgebladderd zijn geel/oranje tamelijk onregelmatige stenen zichtbaar, gemetseld in kruisverband. De gemêleerde kleur van de handgevormde stenen lijkt te duiden op een datering voor het midden van de 17de eeuw. In het linker- en middendeel van de voorgevel zijn achter de cementlaag verschillende typen korfbogen herkenbaar, die eveneens een datering in de eerste helft van de 17de eeuw doen vermoeden.

De zuidoostgevel bestaat uit de zijgevel van het voorhuis, de gevel van het achterhuis, de gevels van de twee dwarshuizen en de stalgevel. In de zijgevel van het voorhuis bevinden zich drie boven elkaar geplaatste ramen, waarvan de onderste twee zijn uitgevoerd zoals in de voorgevel. Het bovenste raam is een openslaand vierruits venster. Ter hoogte van de verdiepingsvloer zijn twee eenvoudige muurankers zichtbaar. Een dakgoot ontbreekt. Wel zijn twee geprofileerde houten klossen aanwezig die een vroegere dakgoot hebben ondersteund. De gevel van het achterhuis is ongeveer 10 meter breed en wordt afgesloten door een brede daklijst, die net als de gevel aan weerszijden iets naar voren springt. In het linker deel een ingangspartij, bestaande uit een deur met bovenlicht (als in de voorgevel), omlijst door twee vlakke, met een rozet versierde pilasters op een hardstenen basement, die worden beëindigd door de daklijst. Rechts van de deur bevindt zich boven de plint een spitsboogvormige nis met daarin een rijk uitgevoerd, ornamenteel, gietijzeren ventilatierooster. In het midden- en risalerende rechter deel een schuifraam, waarvan het vaste deel uit drie ruiten bestaat en het schuivende deel uit twee ruiten. In de iets geprofileerde daklijst (eerste helft negentiende eeuw) is een houten dakgootomkleding opgenomen. Achter de brandmuur van het achterhuis staan twee dwarshuizen met driehoekige topgevels, zonder vlechtingen of daklijst, van ruim vijf meter breed. Het bovenste deel van beide gevels dateert uit de 19de eeuw en is opgetrokken uit kleine, gele ijsselsteentjes met smalle voegen. In de linkergevel is centraal een kozijn met middenstijl aanwezig dat aan de linkerkant afgesloten wordt door een luik en aan de andere kant voorzien is van een zesruits venster. In de rechtergevel bevindt zich centraal een staand kozijn met dubbel luik en smal vierruits bovenlicht. Beide kozijnen worden afgesloten door een rechte strek van koppen. Het onderste deel van de gevels is geheel of gedeeltelijk opgetrokken uit rode stenen in een formaat dat iets kleiner is dan waalformaat. Er zijn diverse sporen zichtbaar van vroegere toegangen. Op de begane grond van het linker dwarshuis is een iets uit het midden geplaatste eenvoudige toegangsdeur aanwezig met een smal vierruits bovenlicht. Links en rechts van deze deur bevindt zich een onregelmatig geplaatst hoog gietijzeren stalvenster met roedenverdeling en halfronde beëindiging. Het linker stalvenster heeft een spitsboogvormige roedenverdeling en een bakstenen lekdorpel. Het rechter stalvenster heeft een straalvormige roedenverdeling. In het rechter dwarshuis eveneens een hoog stalvenster met straalvormige roedenverdeling. Muurankers tussen de begane grond en verdieping tonen de enkelvoudige balklaag, die de vloer van de verdieping draagt.

De boerderij wordt achter de beide dwarshuizen beëindigd door een stal van ongeveer tien meter lang, gemetseld van ijsselsteen in kruisverband. In de rechter zijgevel twee stalramen met roedenverdeling zoals ook in de beide dwarshuizen voorkomen. Geheel links een brede toegangsdeur met drieruits bovenlicht. De kopgevel van deze stal, tevens achtergevel van de boerderij, is negen meter breed en heeft een driehoekige topgevel zonder daklijst. Het onderste deel is opgetrokken uit rode steen, de bovengevel uit ijsselsteentjes. Links en rechts in de gevel een eenvoudige mestdeur. Afgaand op de breedte van de strekken waren de oorspronkelijke deuren vermoedelijk smaller. In het midden van de gevel een eigentijds raam met verticale roedenverdeling, aan onder- en bovenzijde afgesloten door een rechte strek. Op diverse plaatsen in de gevel zitten muurankers. Aan de voet van de gevel bevindt zich een lange smalle gierput. In de noordwestelijke zijgevel van de stal bevinden zich twee stalvensters, zoals aan de zuidoostelijke zijde.

De noordwestelijke gevels van de dwarshuizen hebben tuitgevels, voorzien van een smalle cementen daklijst. In beide gevels op de verdieping twee dubbele, openslaande ramen met zesruits roedenverdeling. In het stalgedeelte twee twaalfruits ramen. Een moderne schuur is tegen het achterste dwarshuis geplaatst. Het deel van het voorste dwarshuis dat niet als stal in gebruik is, is voorzien van een T-raam en een moderne deur. In de gevel van het achterhuis bevindt zich links een schuifraam, waarvan het vaste deel uit drie ruiten bestaat en het schuivende deel uit twee (zoals ook aan de zuidoostelijke zijde is toegepast). Rechts van dit venster zijn twee dubbele, openslaande deuren aanwezig, bestaande uit een paneel en twee ruiten, onder een tweeruits bovenlicht (eind negentiende eeuw). De gevel wordt afgesloten door een brede daklijst, zoals aan de zuidoostelijke zijde.

De noordoostelijke gevel (de achtergevel van het voorhuis) bestaat uit een uitgebouwd gedeelte ter hoogte van het middendeel met daarin een gietijzeren rozetraam (trappenhuis) en een negenruits schuifraam (voormalige keuken). Onder het keukenraam zitten twee kleine gietijzeren roosters, die mogelijk voor de ventilatie van de keukenkasten zorgden. Op de verdieping bevindt zich een openslaand vierruits venster (voormalige dienstbodenkamer). De muurankers geven aan dat zich binnen een enkelvoudige balklaag bevindt. Rechts van dit middendeel de nagenoeg blinde achtergevel van de opkamer en kelder. Er is één kelderluik aanwezig dat gelijk is aan de kelderluiken in de voorgevel. Ter hoogte van de kelderingang bevindt zich een kleine, plat gedekte aanbouw met een toegangsdeur van verticale delen en een oud slot. Onder in de lange zijde van deze aanbouw een kelderluik met een groot aantal dunne spijlen in de opening. Deze aanbouw dateert vermoedelijk uit het einde van de negentiende eeuw. Mogelijk bevond de oorspronkelijke kelderingang zich meer naar rechts, waar nog een korfboog achter het pleisterwerk zichtbaar is.

In de noordwestelijke gevel van het voorhuis (de linkerzijgevel van opkamer en kelder) bevinden zich ramen en kelderluiken, zoals aan de voorzijde. In de top een openslaand vierruits venster. Ook in deze gevel diverse korfbogen. De kelderluiken zijn thans van multiplex. De kozijnnissen van de kelderopeningen zijn waarschijnlijk zeventiende-eeuws.

INTERIEUR De geheel bepleisterde kelder onder de opkamer dateert uit de zestiende of zeventiende eeuw en is verdeeld in twee bij drie vakken, overwelfd door zes kruisgewelven met ribben. Deze worden in het midden ondersteund door twee achtkantige zuiltjes met eenvoudige kapitelen. De vloer is in de loop der tijd vermoedelijk verschillende keren opgehoogd. Vloer en plint zijn voorzien van ongeglazuurde rode plavuizen. De keldervensters zijn deels rechthoekig en deels getoogd van vorm en voorzien van overhoeks geplaatste diefijzers (om en om van ijzer en van hout). Oorspronkelijk waren de openingen ook aan de binnenzijde voorzien van luiken, de duimen zijn nog aanwezig. In het vak naast de huidige toegang is het opgaande muurwerk tot ongeveer de maaiveldhoogte bekleed met groen/gele geglazuurde plavuizen.

In de hal van het middendeel van het voorhuis bevindt zich links een trap naar de opkamer. Deze is voorzien van leuningen op gedraaide eindpalen en dunne, gietijzeren balusters (tweede helft negentiende eeuw). Achterin, toegankelijk via een korfboogvormige doorgang, bevindt zich links de toegang tot de provisiekelder en in het midden de spiltrap naar de verdieping; deze heeft een eenvoudige ijzeren leuning. Het trappenhuis wordt verlicht door een rond raam met rozetvormige roedenverdeling, gevuld met helder en gekleurd glas. Rechts van de trap bevindt zich de toegang tot de (voormalige) keuken via een glazen paneeldeur met bijzonder decoratieve roedenverdeling, waarin gekleurd en geëtst glas is opgenomen (eind negentiende eeuw). In de keuken bevindt zich thans nog een ingebouwde servieskast met glasdeur (tot voor kort ook een schouw, aaanrecht met onderkasten en tweede ingebouwde kast). De deur wordt bekroond door een al even bijzonder halfrond bovenlicht met een rozetvormige roedenverdeling gevuld met gekleurd glas. Het geheel wordt omlijst door een geprofileerd kozijn met halfronde bovenzijde. Rechts van de hal aan de voorzijde een vrijwel vierkant vertrek met stucplafond. Het schoorsteenkanaal eindigt aan de bovenzijde in een kroonlijst met gedecoreerd fries, de laat negentiende-eeuwse schoorsteenmantel is tijdens de aanwijzingsprocedure zonder monumentenvergunning verwijderd. Onder de ramen vensterbanken om op te zitten en verder een ingebouwde kast.

De opkamer links van de hal heeft het formaat van een zaal (ruim 8 bij bijna 6 meter). Het hele vertrek is behangen en bespannen. Het plafond is voorzien van sierlijk en subtiel uitgevoerd stucwerk met het zwaartepunt rond een middenpartij van bloem- en bladslingers en acanthusbladeren, die in cirkelvormige patronen zijn aangebracht. Tegen de korte noordwestelijke wand bevindt zich een monumentale kastpartij, bestaande uit een dubbele paneeldeur met daarboven een schilderstuk van een mand met bloemen in een ovale geprofileerde lijst. Deuren en schilderstuk worden geflankeerd door Ionische pilasters, waarvan de schacht is versierd met gesneden bloem- en bladslingers (Lodewijk XIV) en bekroond door een hoofdgestel met tandlijst. Ter weerszijden van de kastpartij een hoog schuifvenster met schuin geplaatste luikkasten, binnenluiken met panelen en vensterbanken. De entreepartij in de overliggende wand (zuidoost) is op enigszins vergelijkbare wijze vorm gegeven. De dubbele paneeldeur is van een ander formaat en type dan de kastdeuren en voorzien van oudere scharnieren, boven de deur een (deel van een) zwaar geprofileerd kozijn, daarboven een leeg rechthoekig veld, aan weerszijden dezelfde Ionische pilasters als aan de overzijde, maar hier voorzien van slingers waarin eikels en dennenappels verwerkt zijn. Het geheel wordt afgesloten door eenzelfde hoofdgestel. Tegen de lange, blinde noordoostelijke wand is centraal een zwarte marmeren schouw geplaatst met geprofileerde decoraties in zwart/wit gevlamd marmer (vermoedelijk ca. 1830). De zuidwestelijke wand is voorzien van drie hoge schuifvensters met schuin geplaatste luikkasten, binnenluiken met panelen en vensterbanken.

Op de verdieping links een dienstbodenkamer en aan de voorzijde twee kleinere en een grote kamer, alle toegankelijk via paneeldeuren en alle voorzien van een enkelvoudige balklaag. De grote kamer (4 stuks) en één van de kleinere kamers (1 stuk) hebben ingebouwde kasten. De meeste toegangs- en kastdeuren zijn voorzien van houten draaikrukken.

Een deel van het voorhuis, het gehele achterhuis en de verdiepingen van de beide dwarshuizen waren niet toegankelijk. Wel is bekend dat zich in het woongedeelte van het achterhuis onder meer marmeren vloeren en stucplafonds bevinden.

De begane grond van de dwarshuizen wordt ingenomen door een driebeukige grupstal, voorzien van twee langsgebintbalken, ondersteund door standvinken. De stal achter de dwarshuizen is eveneens een driebeukige grupstal. Deze heeft echter een uitzonderlijke gebintconstructie. Het dak rust op driehoekspanten, die weer rusten op een ankerbalkgebint met zeer lange stijlen. De korte ankerbalk wordt geschoord door korbelen. Boven de ankerbalk worden de gebintstijlen nogmaals geschoord door een overhoeks geplaatst kruis van twee tussenbalken.

Rondom het boerderijcomplex is een geheel door waterlopen omsloten historische TUINAANLEG aanwezig. Aan de zuidwestzijde tussen de Gaag en het voorhuis liggen een boomgaard met vijver en een kleine siertuin, aan de zuidoostzijde bevinden zich het erf en de bijgebouwen. Verderop liggen in het zuidoostelijke deel van het terrein een voormalige moestuin met TUINMUUR en een weiland. Aan de noordzijde, in de oksel van het boerderijcomplex is een siertuin aangelegd. Met name in de directe omgeving van de boerderij staan diverse monumentale bomen, waaronder kastanjes en beuken. Aan de oostzijde wordt het terrein begrensd door een windsingel van wilgen, essen en elzen.

Ten oosten van de boerderij staat een sobere, rechthoekige WAGENSCHUUR, opgetrokken uit gele ijsselsteen en gedekt door een laag zadeldak met brede wolfseinden en rode Hollandse pannen. De schuur dateert in oorsprong uit de zeventiende of achttiende eeuw. De stalramen en het houtwerk dateren uit de tweede helft van de negentiende eeuw. In de voorgevel van links naar rechts een halfrond gietijzeren stalraam gevat in een omlijsting van rode koppen, een eenvoudige deur met gedeeld bovenlicht, een dichtgemetseld kippenpoortje, een grote schuifdeur (oorspronkelijk draaideur, te zien aan de duimen in de kozijnstijl) en een dubbele inrijdeur. Deze laatste deur bevindt zich in een deel van de schuur, dat later aangebouwd lijkt te zijn. Een verticale scheur met aan weerszijden verschillende typen steen markeert de tweedeling. Ter hoogte van de enkelvoudige balklaag zitten muurankers. Ook zijn de metalen steunen zichtbaar van een inmiddels verdwenen dakgoot. In de linker zijgevel twee lage, getoogde, gietijzeren stalramen met geometrische roedenverdeling, onder in de gevel een rechte strek. In de achtergevel een stalraam zoals in de voorgevel. Onder de dakrand bevinden zich houten, geprofileerde klossen, behorend bij een inmiddels verdwenen dakgoot. Tegen de achtergevel staat een houten schuurtje met lessenaarsdak van recente datum. In de rechtergevel bevindt zich centraal een modern raam. Tegen de gevel een kleine aanbouw.

Aan de zuidwestzijde van het terrein ligt de DAM met een decoratief smeedijzeren TOEGANGSHEK, vermoedelijk uit het einde van de negentiende eeuw. De gebogen damwanden zijn gemetseld van rode baksteen en voorzien van hardstenen platen, daar waar de balustrade van het toegangshek bevestigd is. De dam is verhard met grint. Het hek is voorzien van een decoratief geometrisch patroon en bestaat uit twee hekstijlen met daarin de naam Hoden-Pijl, balustrades op de keermuren en sluitstukken in de vorm van voluten. De rechter balustrade van het hek volgt de contouren van de keermuren, de linker is een recht spijlenhek.

WAARDERING

Het complex van boerderij met tuinaanleg, tuinmuur, wagenschuur en toegangsdam met hek is van algemeen cultuur-, architectuur-, bouw- en tuinhistorisch belang:

- vanwege de ouderdom;

- vanwege de ontwikkelingsgeschiedenis en het feit dat de verschillende bouwfasen sinds de bouwtijd herkenbaar zijn gebleven in de bouwmassa's, vormgeving en detaillering;

- als voorbeeld van een boerenhofstede uit de zeventiende eeuw die relatief gaaf bewaard is gebleven;

- vanwege het gaaf bewaarde interieur, zowel in plattegrond, indeling als in afwerking;

- vanwege de kenmerkende historische inrichting van het terrein, waarbij de oude structuren in de aanleg tot op heden gaaf bewaard en beeldbepalend zijn gebleven (waterlopen, toegangsdam, voormalige moestuin met tuinmuur, boomgaard, erf en windsingel);

- vanwege de monumentale bomen rond het hoofdgebouw en de historische boomgaard;

- vanwege de toegangsdam met hek;

- vanwege de eenvoudige, doelmatige vormgeving van de stallen, de wagenschuur en de tuinmuur;

- vanwege de bijzondere ankerbalkgebintconstructie in de stal;

- vanwege de functioneel-ruimtelijke en visuele samenhang tussen de verschillende onderdelen van het complex.

NB. 1. De niet genoemde moderne opstallen op het terrein zijn voor de bescherming van ondergeschikt belang.

NB. 2 Tijdens de aanwijzingsprocedure in het kader van de Monumentenwet 1988 zijn verschillende werkzaamheden uitgevoerd zonder monumentenvergunning. Het betreft onder meer de volgende zaken:

- De keuken met een inrichting uit ca. 1920 is deels gesloopt ten behoeve van een badkamer.

- Diverse negentiende-eeuwse ramen zijn geheel vervangen.

- De oorspronkelijke deuropeningen en deuren zijn vergroot.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

INTRODUCTION

The entirely moated farmstead complex Hodenpijl lies on the east side of the Gaag (Tramkade), just outside the built-up area of Schipluiden. The name Hodenpijl probably came into use in the course of the nineteenth century. A castle of the same name from the thirteenth century originally stood to the north of Schipluiden. The complex is also known by the names 'Het Witte Huis' (The White House), 'Ons Genoegen' (Our Pleasure) and 'De Plaats' (The Place).

Hodenpijl is, as far as is known, first depicted on a map by Joan van Beest from 1634 as a farmstead complex consisting of four buildings and two hay barns surrounded by an orchard and utility woodland. The map by Nicolaes Krukius from 1712 shows an L-shaped building with two hay barns, situated on a square plot and surrounded by orchards and copses. There is also a ditch widened into a pond and on the south-east side a windbreak. An auction notice from 1763 describes the whole as a 'Manor house with hung rooms, above and below, also painted (or decorated). A spacious orangery, dining room, a second kitchen. Adjoining behind the house and the orangery a stabling for 10 horses, coach house, gardener's cottage, all joined together. Large plot, gardens, ornamental pond with a view of Delft. As well as a farmhouse adjoining the manor house with store and stabling for 40 beasts, hay barns and sheds and 32 morgen of land, also gardens, orchards included herein'. More than a century later (1880) a description is drawn up for the purposes of land tax, which gives more details about the layout of the house and the outdoor space. Meanwhile the complex has acquired, in broad outline, its present composition and form. 'The House named 'Hodenpijl', consisting of Manor house, suitable for Summer and Winter residence, containing five Ground-floor rooms and Great Hall, fine vaulted Cellar, spacious Kitchen, four Upper rooms, Servants' room and Loft; furthermore two large Warehouses attached to that house, beneath one of which a Cellar, Loft above those Warehouses, Stabling for five Horses, Coach house, Wagon shed, Hay loft, Stalling for seven Cows, Hay barn, Wood shed, Kitchen garden with Fruit wall and built Hothouse, Garden and Orchard, Watering, Lanes with standing Trees and other Plantings, Waterside, etc.'.

The complex consists of a FARMSTEAD, GARDEN LAYOUT with orchard, pond and windbreak, GARDEN WALL, WAGON SHED and a DAM with ENTRANCE GATE. The modern shed on the southern plot and the garden house with extension on the south-eastern terrain are of subordinate importance for the protection.

DESCRIPTION

The broad front house of the L-shaped FARMSTEAD is oriented to the south-west and is covered by a gabled roof with half-hipped ends. The roof covering consists of Dutch tiles, the majority of which are blackened and a small part red. The long rear house consists of a dwelling, two transverse houses (former warehouses) and a stable and is oriented to the south-east. The rear house is covered by an asymmetrical gabled roof, which is joined against the adjacent building components. On the lower roof slope on the south-east side (in which two modern roof lights) predominantly red tiles are laid, on the other side blackened. The gabled roofs of the transverse houses are covered with blackened Dutch tiles. The gabled roof of the stable is somewhat lower and joined against the side gable and the roof of the rearmost transverse house. On the south-east side predominantly red Dutch tiles are laid, on the other side blackened, possibly flatter tiles. With the exception of the stable, the entire building is painted white, partly with a render layer as a base. Front and rear houses are provided with a black-painted plinth.

Behind the almost 25-metre wide front gable of the front house lie the storeroom and cellar, recognizable by three large T-windows set high above ground level with beneath each window a cellar hatch. Windows and shutters are nineteenth-century. In the projecting middle section of the front gable is situated on the left a front door with ornate cast-iron grille and simple fanlight from the second half of the nineteenth century, in a surround consisting of a profiled cornice on wooden block pilasters with a stone basement. The door is preceded by two stone steps. To the right of the front door two T-windows and on the upper storey likewise two T-windows (one above the front door and the other above the rightmost window). The windows have wooden lintels and date from the last quarter of the nineteenth century. In the right part of the front gable on the ground floor four windows and on the upper storey two windows as in the middle section. The windows on the ground floor are lightly arched at the top. The gable is terminated by a gable list of plywood and a zinc gutter. Where the cement layer has flaked off are visible yellow/orange fairly irregular stones, laid in cross-bond. The mottled colour of the hand-formed stones appears to indicate a date before the middle of the 17th century. In the left and middle sections of the front gable different types of segmental brick arches are recognizable behind the cement layer, which also suggest a date in the first half of the 17th century.

The south-east gable consists of the side gable of the front house, the gable of the rear house, the gables of the two transverse houses and the stable gable. In the side gable of the front house are three windows placed one above the other, of which the lower two are executed as in the front gable. The uppermost window is a hinged four-pane window. At the height of the storey floor are two simple ornamental wall anchors visible. A gutter is absent. However, two profiled wooden blocks are present which supported an earlier gutter. The gable of the rear house is approximately 10 metres wide and is terminated by a broad cornice, which like the gable projects slightly forward on both sides. In the left part an entrance section, consisting of a door with fanlight (as in the front gable), framed by two flat, rosette-decorated pilasters on a stone basement, which are terminated by the cornice. To the right of the door is above the plinth a pointed arch-shaped niche containing a richly executed, ornamental, cast-iron ventilation grille. In the middle and projecting right part a sash window, of which the fixed part consists of three panes and the sliding part of two panes. In the slightly profiled cornice (first half nineteenth century) is incorporated a wooden gutter edging. Behind the firewall of the rear house stand two transverse houses with triangular top gables, without wattling or cornice, more than five metres wide. The upper part of both gables dates from the 19th century and is built of small, yellow Ussels brick with narrow joints. In the left gable is centrally a window frame with middle post present which is closed on the left by a shutter and on the other side provided with a six-pane window. In the right gable is situated centrally a tall window frame with double shutter and narrow four-pane fanlight. Both window frames are terminated by a straight run of bricks. The lower part of the gables is wholly or partially built of red stones in a format slightly smaller than the standard Dutch brick size. There are diverse traces visible of earlier entrances. On the ground floor of the left transverse house is a slightly off-centre simple entrance door present with a narrow four-pane fanlight. Left and right of this door is an irregularly placed tall cast-iron stable window with glazing bars and semi-circular termination. The left stable window has a pointed arch-shaped glazing bar pattern and a brick drip moulding. The right stable window has a radial glazing bar pattern. In the right transverse house likewise a tall stable window with radial glazing bar pattern. Wall anchors between the ground floor and upper storey show the single floor beam, which supports the storey floor.

The farmstead is terminated behind the two transverse houses by a stable of approximately ten metres long, built of Ussels brick in cross-bond. In the right side gable two stable windows with glazing bars as also appear in the two transverse houses. At the far left a wide entrance door with three-pane fanlight. The gable end of this stable, also the rear gable of the farmstead, is nine metres wide and has a triangular top gable without cornice. The lower part is built of red stone, the upper gable of Ussels brick. Left and right in the gable a simple manure door. Based on the width of the runs the original doors were presumably narrower. In the middle of the gable an up-to-date window with vertical glazing bar pattern, closed at top and bottom by a straight run. On diverse locations in the gable sit wall anchors. At the foot of the gable is a long narrow slurry pit. In the north-west side gable of the stable are two stable windows, as on the south-east side.

The north-west gables of the transverse houses have spout gables, provided with a narrow cement cornice. In both gables on the upper storey two double, hinged windows with six-pane glazing bar pattern. In the stable section two twelve-pane windows. A modern shed is placed against the rearmost transverse house. The part of the front transverse house that is not in use as a stable is provided with a T-window and a modern door. In the gable of the rear house is situated on the left a sash window, of which the fixed part consists of three panes and the sliding part of two (as is also applied on the south-east side). To the right of this window are two double, hinged doors present, consisting of a panel and two panes, beneath a two-pane fanlight (late nineteenth century). The gable is terminated by a broad cornice, as on the south-east side.

The north-east gable (the rear gable of the front house) consists of a built-out section at the height of the middle part containing therein a cast-iron rosette window (stairwell) and a nine-pane sash window (former kitchen). Beneath the kitchen window sit two small cast-iron grilles, which possibly provided ventilation for the kitchen cupboards. On the upper storey is a hinged four-pane window (former servants' room). The wall anchors indicate that within is a single floor beam. To the right of this middle section the nearly blind rear gable of the storeroom and cellar. One cellar hatch is present which is identical to the cellar hatches in the front gable. At the height of the cellar entrance is a small, flat-roofed extension with an entrance door of vertical boards and an old lock. Under the long side of this extension a cellar hatch with a large number of thin posts in the opening. This extension probably dates from the end of the nineteenth century. The original cellar entrance was possibly located further to the right, where a segmental brick arch is still visible behind the plasterwork.

In the north-west gable of the front house (the left side gable of storeroom and cellar) are windows and cellar hatches, as at the front. In the top a hinged four-pane window. Also in this gable diverse segmental brick arches. The cellar hatches are now of plywood. The window frame recesses of the cellar openings are probably seventeenth-century.

INTERIOR

The completely rendered cellar beneath the storeroom dates from the sixteenth or seventeenth century and is divided into two by three bays, arched over by six ribbed cross-vaults. These are supported in the middle by two octagonal pillars with simple capitals. The floor has in the course of time probably been raised several times. Floor and plinth are provided with unglazed red tiles. The cellar windows are partly rectangular and partly arched in shape and provided with bars placed diagonally (alternately of iron and of wood). Originally the openings were also provided with shutters on the inside, the tumblers are still present. In the bay next to the current entrance the rising masonry up to approximately ground level is clad with green/yellow glazed tiles.

In the hall of the middle section of the front house is situated on the left a staircase to the storeroom. This is provided with railings on turned end posts and thin, cast-iron balusters (second half nineteenth century). At the rear, accessible via a segmental arch-shaped passage, is situated on the left the entrance to the provisions cellar and in the middle the spiral staircase to the upper storey; this has a simple iron railing. The stairwell is lit by a round window with rosette-shaped glazing bar pattern, filled with clear and coloured glass. To the right of the staircase is the entrance to the (former) kitchen via a glazed panel door with particularly decorative glazing bar pattern, in which coloured and etched glass is incorporated (late nineteenth century). In the kitchen is now still a built-in china cabinet with glass door (until recently also a chimney, sink with lower cupboards and second built-in cabinet). The door is crowned by an equally distinctive semi-circular fanlight with a rosette-shaped glazing bar pattern filled with coloured glass. The whole is framed by a profiled window frame with semi-circular top. To the right of the hall at the front is an almost square room with stucco ceiling. The flue ends at the top in a cornice with decorated frieze, the late nineteenth-century chimneypiece was removed during the designation procedure without a monument permit. Beneath the windows window seats for sitting and furthermore a built-in cupboard.

The storeroom to the left of the hall has the format of a hall (more than 8 by nearly 6 metres). The entire room is hung and covered with fabric. The ceiling is provided with elegant and subtly executed stucco work with the focal point around a central section of flower and leaf garlands and acanthus leaves, which are arranged in circular patterns. Against the short north-west wall is a monumental cupboard section, consisting of a double panel door with above it a painting of a basket with flowers in an oval profiled frame. Doors and painting are flanked by Ionic pilasters, of which the shaft is decorated with carved flower and leaf garlands (Louis XIV) and crowned by a capital with dentil moulding. On either side of the cupboard section a tall sash window with sloping shutter boxes, interior shutters with panels and window seats. The entrance section in the opposite wall (south-east) is formed in a somewhat comparable manner. The double panel door is of a different format and type than the cupboard doors and provided with older hinges, above the door a (part of a) heavily profiled window frame, above that an empty rectangular field, on both sides the same Ionic pilasters as on the other side, but here provided with garlands in which acorns and pine cones are incorporated. The whole is terminated by the same capital. Against the long, blind north-east wall is situated centrally a black marble chimneypiece with profiled decorations in black/white flamed marble (presumably c. 1830). The south-west wall is provided with three tall sash windows with sloping shutter boxes, interior shutters with panels and window seats.

On the upper storey on the left a servants' room and at the front two smaller and one large room, all accessible via panel doors and all provided with a single floor beam. The large room (4 pcs) and one of the smaller rooms (1 pc) have built-in cupboards. Most of the entrance and cupboard doors are provided with wooden door handles.

Part of the front house, the entire rear house and the upper storeys of the two transverse houses were not accessible. However, it is known that in the residential section of the rear house are found, among other things, marble floors and stucco ceilings.

The ground floor of the transverse houses is taken up by a three-aisled group stall, provided with two longitudinal roof trusses, supported by corner posts. The stable behind the transverse houses is likewise a three-aisled group stall. However, this has an exceptional roof truss structure. The roof rests on triangular trusses, which in turn rest on an anchor beam roof framework with very long posts. The short anchor beam is braced by corbels. Above the anchor beam the roof truss posts are braced once more by a diagonally placed cross of two intermediate beams.

Around the farmstead complex is a historical GARDEN LAYOUT entirely enclosed by watercourses. On the south-west side between the Gaag and the front house lie an orchard with pond and a small ornamental garden, on the south-east side are situated the plot and the outbuildings. Further along in the south-eastern part of the terrain lies a former kitchen garden with GARDEN WALL and a meadow. On the north side, in the angle of the farmstead complex an ornamental garden is laid out. Particularly in the immediate surroundings of the farmstead stand diverse monumental trees, including chestnuts and beeches. On the east side the terrain is bounded by a windbreak of willows, ashes and alders.

To the east of the farmstead stands a sober, rectangular WAGON SHED, built of yellow Ussels brick and covered by a low gabled roof with broad half-hipped ends and red Dutch tiles. The shed dates in origin from the seventeenth or eighteenth century. The stable windows and the woodwork date from the second half of the nineteenth century. In the front gable from left to right a semi-circular cast-iron stable window set in a frame of red bricks, a simple door with divided fanlight, a bricked-up small door, a large sliding door (originally a swing door, visible by the tumblers in the frame post) and a double entrance door. This latter door is situated in a part of the shed which appears to have been added later. A vertical crack with different types of stone on either side marks the division. At the height of the single floor beam are wall anchors. Also visible are the metal supports of a vanished gutter. In the left side gable two low, arched, cast-iron stable windows with geometric glazing bars, at the bottom of the gable a straight run. In the rear gable a stable window as in the front gable. Below the roof edge are wooden, profiled blocks, belonging to a vanished gutter. Against the rear gable stands a small wooden shed with lean-to roof of recent date. In the right gable is situated centrally a modern window. Against the gable a small extension.

On the south-west side of the terrain lies the DAM with a decorative wrought-iron ENTRANCE GATE, probably from the end of the nineteenth century. The curved dam walls are built of red brick and provided with stone slabs, where the balustrade of the entrance gate is attached. The dam is surfaced with gravel. The gate is provided with a decorative geometric pattern and consists of two gate posts with therein the name Hoden-Pijl, balusters on the retaining walls and finials in the form of volutes. The right balustrade of the gate follows the contours of the retaining walls, the left is a straight post fence.

VALUATION

The complex of farmstead with garden layout, garden wall, wagon shed and entrance dam with gate is of general cultural, architectural, building and garden-historical importance:

- on account of its age;

- on account of its development history and the fact that the various building phases since the time of construction remain recognizable in the building masses, form-giving and detailing;

- as an example of a seventeenth-century peasant manor that has remained relatively well-preserved;

- on account of the well-preserved interior, both in floor plan, layout and finish;

- on account of the characteristic historical arrangement of the terrain, whereby the old structures in the layout have remained intact and visually defining up to the present day (watercourses, entrance dam, former kitchen garden with garden wall, orchard, plot and windbreak);

- on account of the monumental trees around the main building and the historical orchard;

- on account of the entrance dam with gate;

- on account of the simple, functional form-giving of the stalls, the wagon shed and the garden wall;

- on account of the special anchor beam roof truss structure in the stable;

- on account of the functional-spatial and visual coherence between the various components of the complex.

N.B. 1. The modern structures not mentioned on the terrain are of subordinate importance for the protection.

N.B. 2. During the designation procedure under the Monuments Act 1988 various works were carried out without a monument permit. These include the following matters:

- The kitchen with fittings from c. 1920 has been partly demolished in favour of a bathroom.

- Various nineteenth-century windows have been entirely replaced.

- The original door openings and doors have been enlarged.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map