Rijksmonumentenregister · Netherlands
Pastorie(F), Groenestraat 231
Nijmegen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerkelijke dienstwoning
- Function
- Pastorie(F)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1909 - 1910
- Address
- Groenestraat 231, 6531 HH Nijmegen
- Place
- Nijmegen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.83100, 5.84732
- Part of complex
- 525503
- Monument number
- 525505
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 26 Nijmegen, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
In 1909-1910 gebouwde PASTORIE, vermoedelijk ontworpen door de architect van de naastgelegen kerk (apart monumentnummer 524836) A.A.J. Margry. Het pand is gesitueerd op de zuidelijke hoek van de Groenestraat en de Dobbelmannweg en ontworpen in een eenvoudige, voor een belangrijk deel functioneel bepaalde, bouwstijl waarin zowel verwijzingen naar de Neo-Gotiek, maar ook meer moderne elementen zijn opgenomen. Ook in het interieur is deze vermenging zichtbaar.
Rond het pand bevindt zich een tuin, die aan de voorzijde van de straat wordt afgescheiden door een laag bakstenen tuinmuurtje met een ezelsrugafdekking. Aan de zijde van de Dobbelmannweg is deze muur gedeeltelijk hoger (apart monumentnummer 525505). De pastorie heeft een rechthoekig grondvlak, is onderkelderd en heeft twee bouwlagen en een zolder onder een samengesteld, afgeplat schilddak, dat met leien is belegd. Tegen de linkerzijde bevindt zich een lagere, oorspronkelijke aanbouw. Het rechtergedeelte van het pand wordt benadrukt door een aan de voorzijde licht risalerend bouwdeel, dat aan zowel de voor- als aan de achterzijde is voorzien van een topgevel. Het schilddak heeft ter plaatse van dit risaliet afgewolfde steekkappen. De omlopende en geprofileerde gootlijst is doorgetrokken ter plaatse van de topgevels. De goot wordt in beide zijgevels doorbroken door vier uitgemetselde schoorstenen. Op enkele plaatsen zijn nog de oorspronkelijke hemelwaterafvoeren aanwezig. De twee schoorstenen aan de westzijde zijn afgetopt, de twee aan de oostzijde hebben nog de oorspronkelijke hoogte. Ze zijn smal, hoog en voorzien van horizontale sierbanden in gele verblendsteen, ijzeren sierankers en profiellijsten. Ze worden plat afgesloten met gemetselde rookgaten. Op de nok van het risalerende deel van de gevel en uiterst links in de linker zijgevel bevinden zich een vijfde en een zesde oorspronkelijke schoorsteen. In de dakschilden bevinden zich vier originele dakkapellen en één Vlaamse gevel (oostzijde). De dakkapellen hebben een stolpraam en zijn voorzien van met leien belegde schilddaken, pirons en een ijzeren bekroning (voorzijde) en een kroonlijstje. De aanbouw tegen de linkergevel heeft één bouwlaag en een eveneens met leien belegd, afgeplat schilddak. De rechthoekige aanbouw heeft een schuingeplaatste erkeruitbouw met topgevel in de noordoosthoek en een Vlaams geveltje aan de oostzijde. Dit dak bevat twee originele dakkapellen. De aanbouw is door middel van een plat gedekt tussenlid met bakstenen balustrade met het kerkgebouw bevonden. De gevels van de pastorie zijn met baksteen in kruisverband opgemetseld en nog voorzien van de oorspronkelijke schuiframen op de begane grond en stolpramen op de verdieping (achterzetbeglazing). De schuiframen kenmerken zich door een middenroede in het onderraam (niet overal meer aanwezig) en een zesruits verdeling van het bovenraam, waarbij als bijzonderheid de horizontale roede onder het midden is geplaatst. Deze roedenverdeling is niet overal meer aanwezig. De vensters worden afgesloten door segmentbogen met in hardsteen uitgevoerde geboortestenen en in hardsteen uitgevoerde getande lateien (op de verdieping). De horizontale geleding van het pand wordt bewerkstelligd door de omlopende hardstenen afsluiting van de uitgemetselde plint, de in pleisterwerk doorgetrokken hardstenen onderdorpels van de ramen, de vlakke en geprofileerde cordonlijst op de verdiepingscheiding en door het zorgvuldig gedetailleerde, uitgemetselde baksteenfries.
De VOORGEVEL van de pastorie is asymmetrisch ingedeeld. Rechts bevindt zich een iets risalerend bouwdeel waarin op de begane grond een driezijdige erker met hoofdgestel, leien dakschilden en een plat dak met een bewerkte houten balkonbalustrade is opgenomen. In de erker bevinden zich twee schuiframen en een gekoppeld kozijn met een bewerkte middenstijl en twee schuiframen. Op het balkon bevindt zich een breed kozijn met openslaande deuren, zij- en bovenlichten. De topgevel heeft een gotiserend drielicht, bestaande uit een klein schuifraam, voorzien van spitsboogvormige zijlichten met glas-in-lood en een spitsboogvormig bovenlicht met gotisch traceerwerk en glas-in-lood. Het linkerdeel van de gevel heeft drie vensterassen. Links naast de erker bevindt zich de entreepartij in een segmentboogvormig en van een hardstenen vloerplaat en stoeptrede voorzien portiek. In het metselwerk van het portiek zijn twee halfzuiltjes verwerkt. De originele paneeldeur bevindt zich in een breed kozijn met zij- en bovenlichten. Links van de entree bevinden zich twee schuiframen, op de verdieping drie stolpramen.
De RECHTER ZIJGEVEL aan de Dobbelmannweg heeft op de begane grond twee schuiframen en op de verdieping twee stolpramen. De twee ramen rechts liggen niet in dezelfde as. Op de verdieping bevinden zich de twee uitgemetselde schoorsteenkanalen die op ca. 1 meter boven de goot zijn afgetopt.
Tegen de LINKER ZIJGEVEL bevindt zich het lagere bouwdeel, waarin de geveldetaillering van het hoofdblok is doorgetrokken. De iets uitgebouwde erker in de noordoosthoek heeft een kozijn met een bewerkte middenstijl en twee gekoppelde schuiframen en wordt afgesloten met een topgeveltje waarin een klein schuifraam is voorzien van een gotiserend bovenlicht met traceerwerk en glas-in-lood. De smalle zijgevels hebben elk een smal schuifraam. De in het verlengde van de voorgevel van het hoofdblok liggende gevel van dit bouwdeel heeft eenzelfde gekoppeld schuifraam. De zijgevel van de aanbouw heeft een plat gedekt tussenlid dat met de kerk is verbonden. In de voorzijde van dit tussenlid bevindt zich een oorspronkelijke dubbele deur met twee zijlichten en een doorlopende hardstenen latei. Boven het tussenlid bevindt zich in het lagere bouwdeel een Vlaamse gevel met een schuifraam en een rond venster. In de zijgevel van het hoofdblok is tussen de beide schoorstenen nog een grotere Vlaamse gevel aanwezig met een segmentboogvormig kozijn en met leien belegd, afgewolfd schilddak.
De ACHTERGEVEL was oorspronkelijk voorzien van een grote houten serre met een plat dak, waarop de balkondeuren van de verdieping uitkwamen. Deze houten serre is in 1929 verdwenen en vervangen door een stenen uitbouw van gelijke hoogte. De uitbouw werd iets dieper en veel breder dan de oorspronkelijke serre. In het midden van de gevel werd de uitbouw, ter plaatse van de middengang, voorzien van een driezijdig uitgemetselde erker. In de brede, meerhoekige uitbreiding werd de detaillering van de bestaande gevels overgenomen. Er werd in kruisverband gemetseld, er werden schuiframen toegepast en het bouwdeel werd afgesloten met een kroonlijst en schuine dakschilden met asfaltleien. Op de verdieping werd in het risaliet het balkondeurkozijn vervangen door twee enkele schuiframen. Ter plaatse van de zolder heeft de topgevel een op het drielicht in de voorgevel geïnspireerd, maar sterk vereenvoudigd uitgevoerd drielicht. Op de plaats van de huidige erkeruitbouw bevond zich oorspronkelijk dus de achterdeur met daarboven, op de verdieping een getoogd afgesloten tweelicht. De twee vensterassen daarnaast hadden schuiframen. Eén van deze schuiframen in de keuken is in 1929 vervangen door een deur, van waaruit men nu de tuin kan betreden. Rechts sluit tegen de gevel een oorspronkelijke platgedekte enkellaags uitbouw aan, waarin de bijkeuken is ondergebracht.
De RUIMTELIJKE INDELING is ondanks de in 1929 aangebrachte wijziging zeer goed bewaard gebleven. Aan weerszijden van de middengang bevinden zich op de begane grond onder meer de kamer en suite, de spreekkamer, het trappenhuis en de keuken. Er zijn veel oorspronkelijke INTERIEURonderdelen bewaard gebleven. De vormgeving van het interieur valt op omdat deze niet alleen aansluit bij de traditionele, meer functioneel bepaalde architectuur van het huis, maar ook door de aanwezigheid van moderne elementen. Zo zijn de geheel betegelde gangvloer, de diverse marmeren schoorsteenmantels en de houten trappartij nog typerend voor de traditionele interieurvormgeving uit de periode rond de eeuwwisseling. De stucplafonds, de overal nog aanwezige paneeldeuren, de wandbetimmeringen en kozijnomlijstingen verwijzen echter samen met de geëtste glazen deurpanelen en de nog aanwezige glas-in-loodramen naar een meer modernere vormgeving. Een opvallende plek in het huis wordt ingenomen door de geheel intact bewaard gebleven keuken, waarvan de wanden volledig zijn betegeld en waarin zich nog de oorspronkelijke kasten, deuren en schouw bevinden.
Waardering
PASTORIE uit 1909-1910, vermoedelijk ontworpen door A.A.J. MARGRY.
- Van architectuurhistorische en typologische waarde als goed bewaard gebleven pastorie die door situering en in de architectuur verwijst naar de oorspronkelijke functie. De architectuur vormt een assimilatie van een aan de architectuur van de kerk gerelateerde detaillering en een wat meer moderne vormgeving, zoals die in die tijd vaker in de woonhuisarchitectuur werd toegepast. Het pand is in die zin zowel vanuit de functionele waarde als pastoriegebouw, maar ook binnen de ontwikkeling van de woonhuisarchitectuur van belang. Het bewaard gebleven interieur en de ensemblewaarde met kerk en tuinmuur zijn hierbij van groot belang.
- Van stedenbouwkundige waarde als een krachtig herkenningspunt in het silhouet van de Groenestraat en in een duidelijke zichtas vanuit de tegenover gelegen Willemsweg. Kerk, pastorie en tuinmuur maken deel uit van een nog grotendeels herkenbaar katholiek complex dat dit gedeelte van de Groenestraat en de Dobbelmannweg nog steeds domineert.
- Van cultuurhistorisch belang vanwege de grote waarde van het complex voor de religieuze en algemene ontwikkeling van de stad Nijmegen, die in deze tijd een belangrijke katholieke groei doormaakte. De kerk vormde en vormt ook nu nog een belangrijk onderdeel van het Katholieke volksleven in deze stad. De pastorie heeft hierbij, ondanks de functiewijzing, een belangrijke historische waarde.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
PARSONAGE built in 1909-1910, presumably designed by the architect of the adjacent church (separate national monument number 524836) A.A.J. Margry. The building is situated at the southern corner of Groenestraat and Dobbelmannweg and designed in a simple, largely functionally determined architectural style in which references to Neo-Gothic as well as more modern elements are incorporated. This mixture is also visible in the interior.
Around the building is a garden, which is separated at the front of the street by a low brick garden wall with a saddle-back coping. On the side of Dobbelmannweg this wall is partly higher (separate national monument number 525505). The parsonage has a rectangular ground plan, is cellaraged and has two storeys and an attic under a composite, flattened hipped roof, which is covered with slate. Against the left side is a lower, original extension. The right part of the building is emphasized by a building section that projects slightly forward on the facade and is provided with a stepped gable on both the front and the rear. The hipped roof has chamfered roof corners at the location of this projection. The continuous and moulded gutter line is carried through at the location of the stepped gables. The gutter is interrupted in both side facades by four built-up chimneys. In some places the original rainwater pipes are still present. The two chimneys on the west side are topped off, the two on the east side still have their original height. They are narrow, tall and provided with horizontal ornamental bands in yellow facing brick, ornamental wall anchors and moulded lines. They are finished flat with built-up smoke holes. On the ridge of the projecting part of the facade and at the far left in the left side facade are a fifth and sixth original chimney. In the roof sections there are four original roof dormers and one Flemish gable (east side). The roof dormers have a transom window and are provided with slate-covered hipped roofs, pirons and an iron finial (front) and a cornice line. The extension against the left facade has one storey and likewise a slate-covered, flattened hipped roof. The rectangular extension has an angled oriel projection with a stepped gable in the northeast corner and a small Flemish gable on the east side. This roof contains two original roof dormers. The extension is connected to the church building by means of a flat-covered intermediate section with brick balustrade. The facades of the parsonage are constructed of brick in English bond and still provided with the original sash windows on the ground floor and transom windows on the upper storey (rear glazing). The sash windows are characterized by a centre muntin in the lower sash (not everywhere still present) and a six-pane division of the upper sash, with the special feature that the horizontal muntin is placed below the middle. This glazing bar division is not everywhere still present. The windows are closed by segmental arches with birth stones executed in ashlar and toothed lintels executed in ashlar (on the upper storey). The horizontal articulation of the building is accomplished by the continuous ashlar termination of the built-up plinth, the ashlar sub-sills of the windows carried through in plasterwork, the flat and moulded string course at the storey division and by the carefully detailed, built-up brick frieze.
The FRONT FACADE of the parsonage is asymmetrically arranged. On the right is a slightly projecting building section in which a three-sided oriel with a structural head, slate roof sections and a flat roof with a worked wooden balcony balustrade is incorporated on the ground floor. The oriel contains two sash windows and a coupled frame with a worked centre post and two sash windows. On the balcony is a broad frame with double doors, side and fanlights. The stepped gable has a Gothic-inspired triple light, consisting of a small sash window, provided with pointed-arched side lights with leaded glass and a pointed-arched fanlight with Gothic tracery and leaded glass. The left part of the facade has three window bays. To the left of the oriel is the entrance section in a segmental-arched portico provided with an ashlar floor plate and stoep step. Two half-columns are incorporated in the brickwork of the portico. The original panelled door is in a broad frame with side and fanlights. To the left of the entrance are two sash windows, on the upper storey three transom windows.
The RIGHT SIDE FACADE on Dobbelmannweg has two sash windows on the ground floor and two transom windows on the upper storey. The two windows on the right are not in the same axis. On the upper storey are the two built-up chimney flues which are topped off at approximately 1 metre above the gutter.
Against the LEFT SIDE FACADE is the lower building section, in which the facade detailing of the main block is carried through. The slightly projected oriel in the northeast corner has a frame with a worked centre post and two coupled sash windows and is closed with a small stepped gable in which a small sash window is provided with a Gothic-inspired fanlight with tracery and leaded glass. The narrow side facades each have a narrow sash window. The facade of this building section lying in line with the front facade of the main block has the same coupled sash window. The side facade of the extension has a flat-covered intermediate section that is connected to the church. In the front of this intermediate section is an original double door with two side lights and a continuous ashlar lintel. Above the intermediate section is a Flemish gable in the lower building section with a sash window and a round window. In the side facade of the main block is a larger Flemish gable between the two chimneys with a segmental-arched frame and slate-covered, chamfered hipped roof.
The REAR FACADE originally had a large wooden conservatory with a flat roof, onto which the balcony doors from the upper storey opened. This wooden conservatory disappeared in 1929 and was replaced by a stone extension of equal height. The extension was made somewhat deeper and much wider than the original conservatory. In the middle of the facade the extension was provided with a three-sided built-up oriel at the location of the central passage. The detailed brickwork of the existing facades was adopted in the broad, polygonal extension. Brick was laid in English bond, sash windows were used and the building section was closed with a cornice and sloping roof sections with asphalt slate. On the upper storey the balcony door frame in the projection was replaced by two single sash windows. At the location of the attic the stepped gable has a triple light inspired by but greatly simplified from the triple light on the front facade. At the location of the current oriel projection there was originally a back door with, on the upper storey above it, a two-light arched at the top. The two window bays next to it had sash windows. One of these sash windows in the kitchen was replaced in 1929 by a door, from which one can now enter the garden. On the right, against the facade, an original flat-covered single-storey extension is attached, in which the scullery is housed.
The SPATIAL LAYOUT has been very well preserved despite the alterations made in 1929. On either side of the central passage on the ground floor are, among other things, the suite room, the consultation room, the stairwell and the kitchen. Many original INTERIOR components have been preserved. The design of the interior is striking because it not only conforms to the traditional, more functionally determined architecture of the house, but also through the presence of modern elements. The entirely tiled corridor floor, the various marble fireplace mantels and the wooden staircase are still typical of the traditional interior design from the period around the turn of the century. However, the stucco ceilings, the panelled doors still present everywhere, the wall panelling and frame surrounds, together with the etched glass door panels and the still present leaded glass windows, point to a more modern design. A striking place in the house is occupied by the completely intact preserved kitchen, whose walls are entirely tiled and which still contains the original cupboards, doors and chimney breast.
Valuation
PARSONAGE from 1909-1910, presumably designed by A.A.J. MARGRY.
- Of architectural historical and typological value as a well-preserved parsonage which through its location and architecture refers to its original function. The architecture represents an assimilation of detailing related to the architecture of the church and a somewhat more modern design, such as was more frequently applied in residential architecture at that time. In this respect, the building is important both from the functional value as a parsonage building and within the development of residential architecture. The preserved interior and the ensemble value with the church and garden wall are of great importance in this regard.
- Of urban design value as a powerful landmark in the silhouette of Groenestraat and in a clear sight line from the opposite Willemsweg. The church, parsonage and garden wall are part of a still largely recognizable Catholic complex that continues to dominate this section of Groenestraat and Dobbelmannweg.
- Of cultural historical importance because of the great value of the complex for the religious and general development of the city of Nijmegen, which underwent important Catholic growth during this period. The church was and still is an important part of Catholic popular life in this city. The parsonage has, despite the change of use, important historical value in this regard.
Nearby in the register
- H. ANTONIUS VAN PADUA/ST. ANNAKERKKerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Tuinmuur, BY Groenestraat 229Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Schoolgebouw, Groenestraat 210Onderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Sint AnnamolenIndustrie- en poldermolenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.