TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

H. ANTONIUS VAN PADUA/ST. ANNAKERK

Nijmegen, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1909 - 1910
Address
Groenestraat 229, 6531 HH Nijmegen (and others)
Place
Nijmegen
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.83082, 5.84766
Part of complex
525503
Monument number
524836

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 26 Nijmegen, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

In kruisverband gemetselde, bakstenen neogotische KERK van het type kruisbasiliek, gelegen aan de zuidzijde van de Groenestraat. De kerk heeft een hoog opgaand breed schip met smalle zijbeuken onder een lessenaarsdak met daarboven luchtbogen. De zijbeuken zijn doorgezet langs de voorzijde van de transepten. Het koor bevat een kooromgang. Door de breedte van het schip wordt het zicht op het altaar niet belemmerd door kolommen. Het schip telt vijf traveeën aan de westzijde van de transepten en één travee aan de oostzijde daarvan, de transepten hebben twee traveeën. Het koor heeft een vijfzijdige sluiting. De daken zijn gedekt met leien in Maasdekking. De leien hebben aan de onderzijde afgeschuinde hoeken zodat sprake is van een kruisdak/-dekking. De kerk is aan de buitenzijde vrij sober. De gevels zijn waar nodig voorzien van natuurstenen onderdelen, zoals de afzaten, pinakels en deklijsten van topgevels. Daarnaast zijn er versieringen aangebracht in natuursteen en helderrode baksteen. De vensters zijn uitgevoerd in natuursteen, bevatten traceringen en zijn bezet met glas-in-lood.

De VOORGEVEL bestaat uit een symmetrisch middendeel, geflankeerd door twee torens van ongelijke hoogte. De noordelijke toren is de hoogste en meet 56 meter. Het middendeel bestaat uit drie nissen, van elkaar gescheiden door lisenen. De lisenen zijn bij de aanzet van de topgevel gekoppeld via een sierlijst, bestaande uit een waterlijst van natuursteen, daaronder een pseudofries van vierkante natuurstenen blokjes met een ronde figuratie en daaronder een band van rode baksteen. Een dergelijke lijst komt ook halverwege de gevel voor. De begane grond bevat drie spitsboogvormige, terugliggende entrees met opgeklampte stolpdeuren en een bovenlicht. De lisenen zijn tussen de deuren voorzien van ronde natuursteen zuiltjes, eindigend in bladkapitelen die een hoofdgestel ondersteunen. Daarboven bevindt zich een pinakel met kruisbloem en hogels. Boven de entrees, die worden ontlast door een steens spitsboog met kraalprofiel, bevindt zich een wimberg. De middelste nis bevat een groot spitsboogvenster, de beide nissen daarnaast een kleiner spitsboogvenster. De topgevel bevat een vijflicht, van elkaar gescheiden door bakstenen kolommen. De gevel wordt afgesloten met een klimmend spitsboogfries. De top bevat een overhoeks geplaatste pinakel. De noordelijke toren kent geen geledingen, maar gaat ter hoogte van de galmgaten over in een achthoek. De galmgaten zijn uitgevoerd als een vierlicht met natuurstenen zuiltjes. De zijden van de achthoek worden beëindigd met topgevels, om en om groot en klein. De toren heeft hoekpilasters, die ter plaatse van de achthoek eindigen in pinakels. De klokkentoren bevat een drietal (niet beschermde) grote klokken, die dateren uit 1949 en zijn gegoten bij de klokkengietersfirma Petit en Fritsen te Aarle-Rixtel. De klokken bevatten elk een naam en een opschrift: St. Anna, St. Antonius en St. Aloysius. De toren eindigt in een naaldspits. De zuidelijke toren kent eveneens geen geledingen. De gevels hebben drielichten ter plaatse van de bordessen van de achterliggende trap. De toren eindigt met een laag met daarin een blinde dwerggalerij. Boven de galerij een band als in het middendeel. In de voor- en achterzijde wordt de band met blindnissen doorbroken door een venster, dat door de gootlijst heen steekt en eindigt in een wimberg. De toren is gedekt met een steil schilddak waaruit een vierzijdige naaldspits omhoog gaat.

De LINKER ZIJGEVEL wordt voor een deel aan het oog onttrokken door het parochieel centrum. De gevel heeft in elke travee boven het dak van de zijbeuk een spitsboogvenster, ingedeeld als drielicht met in de spitsboog een roosvenster. De traveeën worden van elkaar gescheiden door lisenen waartegen de luchtbogen rusten. Boven de eerste, derde en vijfde travee bevat het dakvlak een dakkapel. De zijgevels van het transept hebben een identieke gevelvulling. De kopgevel van het transept heeft een groot spitsboogvenster met onder een dubbele waterlijst een vijflicht met lancetvensters en daarboven een groot roosvenster. De gevel eindigt in een topgevel met klimmend spitsboogfries. In de top bevindt zich boven een waterlijst een drielicht met een hoog spitsboogvenster in het midden en twee lagere zijlichten. De gevel heeft op de hoeken steunberen. Vlak achter de toren bevat de gevel een hoog opgaande uitbouw met vijfzijdige sluiting. Elke zijde heeft een lancetvenster met daarboven een blinde dwerggalerij. Het dak van deze uitbouw is voorzien van een nokkam.

De ACHTERGEVEL wordt ingenomen door het koor met vijfzijdige sluiting. Elke zijde bevat een lancetvenster en wordt afgesloten met een blinde dwerggalerij. Op de scheiding tussen de zijden bevindt zich een overhoeks geplaatste steunbeer waartegen een luchtboog aansluit. Ter weerszijden van het koor bevindt zich een lagere kapel. De topgevel van het schip, waartegen het iets lagere koor aansluit, wordt beëindigd met een klimmend spitsboogfries. Ter weerszijden van het koor bevinden zich eveneens de sacristie en een andere kerkelijke ruimte.

De RECHTER ZIJGEVEL is identiek aan de linker zijgevel.

Het INTERIEUR is nog deels intact. Het koor is gewijzigd en de preekstoel is verplaatst. In het transept zijn de banken vernieuwd of later bij geplaatst. Het interieur is grotendeels gepleisterd met accenten in gele verblendsteen en natuursteen, zoals scheibogen, zuiltjes, lijsten, gewelfribben, etc. De wanden hebben een plint waarin blauwgroene verblendsteen is verwerkt. De vloer is belegd met gele en witte tegels met daartussen witte tegels met zwart motief. De zuilen in schip en transepten zijn van witte kalksteen op een basement van hardsteen, in de kooromgang van roodbruin gepolijst graniet. Details in het interieur zijn bedekt met zilverpapier, dat zodanig is behandeld dat er roestvlekjes zijn ontstaan. Waardevolle elementen in het interieur zijn onder meer de banken, de rijk geornamenteerde houten neogotische preekstoel en de biechtstoelfronten, alsmede de in 1912 door het Roermondse atelier Frans Nicolas & Zonen (1880-1930) vervaardigde glas-in-loodvensters in het koor. Het glas-in-lood in het schip en de transepten is in de oorlog verwoest. De ramen in de transepten dateren van 1955 en zijn vervaardigd door Lambert Simon (1909-1987). De gewelfschilderingen van de Maria- en de Heilig Hartkapel van de hand van Albert Arens zijn in de jaren zestig overgewit. Oorspronkelijke schilderingen bevinden zich nog boven de toegang naar gangen evenwijdig aan het schip en in de gewelfvelden van de kruising. De schilderingen boven de toegangen bevatten ook zilverpapier met 'roestige' kruisjes en streepjes. De sacristie heeft een gestuct tongewelf. De muurschilderingen (sjabloon-) aangetroffen tijdens de recente restauratie in de kerkelijke ruimte rechts achter naast het koor, zijn weer overgeschilderd.

Waardering: Rooms-katholieke kerk uit 1909-1910 van architect A.A.J. Margry.

- Van architectuurhistorische waarde als typisch voorbeeld van een in navolging van Cuypers gebouwde neogotische kerk van het type kruisbasiliek. Bij het ontwerp heeft Margry consequent met maten en verhoudingen gespeeld. Ondanks de vele aan- en uitbouwen en hun grote gevarieerdheid heeft dit toch een zeer harmonieus en evenwichtig beeld opgeleverd. Hoewel de stad Nijmegen in de late negentiende en vroeg twintigste eeuw een hoge concentratie aan religieuze gebouwen en complexen kende en daar zelfs landelijke bekendheid aan ontleende, is dit aantal inmiddels sterk gedaald. In feite is deze kerk met bijbehorende gebouwen de enige neogotische kerk welke niet alleen compleet bewaard is gebleven, maar ook als onderdeel van een heel ensemble is ontworpen. Van belang zijn ook de genoemde onderdelen in het interieur.

- Van stedenbouwkundige- en ensemblewaarde als krachtig herkenningspunt in het silhouet van de Groenestraat. Het maakt deel uit van een, ondanks de sloop van enkele bouwdelen, omvangrijk complex aan de Groenestraat/Dobbelmannweg.

- Van cultuurhistorische waarden voor de religieuze en algemene ontwikkeling van de stad Nijmegen. De kerk vormt een nog intact en functioneel onderdeel uit deze geschiedenis. Door de situering vormt de kerk een duidelijk herkenbaar en oorspronkelijk onderdeel van een groot religieus complex aan de Groenestraat/Dobbelmannweg. De kerk heeft eveneens een cultuurhistorische waarde door de wijding aan St. Antonius van Padua, een vermoedelijk opgelegde wijding als gevolg van een schenking uit het St. Antonius- of Grewenfonds, gesticht door de Rotterdamse mecenas Grewen. Deze had goede contacten met Margry.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

A brick neogothic CHURCH of the cross-basilica type, built in header bond and located on the south side of the Groenestraat. The church has a high, broad nave with narrow aisles under a lean-to roof with flying buttresses above it. The aisles are continued along the front of the transepts. The choir contains an ambulatory. Due to the width of the nave, the view of the altar is not obstructed by columns. The nave has five bays on the west side of the transepts and one bay on the east side thereof; the transepts have two bays. The choir has a five-sided termination. The roofs are covered with slates in Maas bond. The slates have bevelled corners on the underside, making it a cross roof/covering. The church is relatively austere on the outside. The facades are provided with natural stone components where necessary, such as the set-offs, pinnacles and coping mouldings of gable tops. In addition, decorations have been applied in natural stone and bright red brick. The windows are executed in natural stone, contain tracery and are fitted with stained glass.

The FRONT FACADE consists of a symmetrical central section, flanked by two towers of unequal height. The northern tower is the tallest and measures 56 metres. The central section consists of three recesses, separated from each other by pilasters. The pilasters are coupled at the base of the gable top via an ornamental moulding, consisting of a drip moulding of natural stone, below it a pseudo-frieze of square natural stone blocks with a round figure and below that a band of red brick. Such a moulding also appears halfway up the facade. The ground floor contains three pointed-arch recessed entrances with attached solid doors and a fanlight. The pilasters are provided between the doors with round natural stone columns, ending in foliate capitals that support a lintel. Above this is a pinnacle with crocket and hog-tooth moulding. Above the entrances, which are relieved by a stone pointed arch with bead moulding, is a pediment. The middle recess contains a large pointed-arch window; both recesses next to it contain a smaller pointed-arch window. The gable top contains a five-light window, separated from each other by brick columns. The facade is closed off with a climbing pointed-arch frieze. The top contains a corner-placed pinnacle. The northern tower has no divisions, but at the height of the sound holes changes into an octagon. The sound holes are executed as a four-light window with natural stone columns. The sides of the octagon are terminated with gable tops, alternately large and small. The tower has corner pilasters, which end in pinnacles at the octagon. The belfry contains three (unprotected) large bells, dating from 1949 and cast by the bell foundry Petit and Fritsen in Aarle-Rixtel. The bells each contain a name and an inscription: St. Anna, St. Antonius and St. Aloysius. The tower ends in a spire. The southern tower also has no divisions. The facades have three-light windows at the landings of the staircase behind. The tower ends with a storey containing a blind dwarf gallery. Above the gallery a band as in the central section. In the front and rear sides the band with blind niches is interrupted by a window, which extends through the gutter line and ends in a pediment. The tower is covered with a steep hipped roof from which a four-sided spire rises.

The LEFT SIDE FACADE is partly concealed from view by the parochial centre. The facade has in each bay above the aisle roof a pointed-arch window, divided as a three-light with a rose window in the arch. The bays are separated from each other by pilasters against which the flying buttresses rest. Above the first, third and fifth bays, the roof plane contains a dormer. The side facades of the transept have identical facade treatment. The gable facade of the transept has a large pointed-arch window with below it a double drip moulding a five-light window with lancet windows and above it a large rose window. The facade ends in a gable top with climbing pointed-arch frieze. In the top is above a drip moulding a three-light window with a tall pointed-arch window in the middle and two lower side lights. The facade has buttresses on the corners. Immediately behind the tower, the facade contains a tall projecting structure with five-sided termination. Each side has a lancet window with above it a blind dwarf gallery. The roof of this structure is provided with a ridge board.

The REAR FACADE is occupied by the choir with five-sided termination. Each side contains a lancet window and is closed off with a blind dwarf gallery. At the division between the sides is a corner-placed buttress against which a flying buttress adjoins. On either side of the choir is a lower chapel. The gable top of the nave, against which the slightly lower choir adjoins, is terminated with a climbing pointed-arch frieze. On either side of the choir are also the sacristy and another church space.

The RIGHT SIDE FACADE is identical to the left side facade.

The INTERIOR is still partially intact. The choir has been altered and the pulpit has been relocated. In the transept, the pews have been renewed or added later. The interior is largely plastered with accents in yellow facing brick and natural stone, such as transverse arches, small columns, mouldings, vault ribs, etc. The walls have a plinth in which blue-green facing brick is incorporated. The floor is covered with yellow and white tiles with white tiles with black motifs between them. The columns in the nave and transepts are of white limestone on a basement of hard stone; in the ambulatory of reddish-brown polished granite. Details in the interior are covered with silver paper, which has been treated in such a way that rust stains have developed. Valuable elements in the interior include the pews, the richly ornamented wooden neogothic pulpit and the confessional fronts, as well as the stained glass windows in the choir manufactured in 1912 by the Roermond studio Frans Nicolas & Zonen (1880-1930). The stained glass in the nave and transepts was destroyed in the war. The windows in the transepts date from 1955 and were manufactured by Lambert Simon (1909-1987). The vault paintings of the Mary and Sacred Heart Chapel by Albert Arens were whitewashed over in the nineteen sixties. Original paintings are still found above the access to passages parallel to the nave and in the vault fields of the crossing. The paintings above the accesses also contain silver paper with 'rusty' crosses and streaks. The sacristy has a stuccoed barrel vault. The wall paintings (stencilled) found during the recent restoration in the church room to the right behind beside the choir have been painted over again.

Valuation: Roman Catholic church from 1909-1910 by architect A.A.J. Margry.

- Of architectural-historical value as a typical example of a neogothic church of the cross-basilica type built in imitation of Cuypers. In his design, Margry has consistently played with dimensions and proportions. Despite the many additions and extensions and their great variety, this has nevertheless resulted in a very harmonious and balanced appearance. Although the city of Nijmegen in the late nineteenth and early twentieth centuries had a high concentration of religious buildings and complexes and even derived national recognition from this, this number has since declined sharply. In fact, this church with its associated buildings is the only neogothic church that has not only been preserved completely, but has also been designed as part of a complete ensemble. The aforementioned elements in the interior are also important.

- Of urban planning and ensemble value as a powerful landmark in the silhouette of the Groenestraat. It forms part of, despite the demolition of some building components, a large complex on the Groenestraat/Dobbelmannweg.

- Of cultural-historical values for the religious and general development of the city of Nijmegen. The church forms a still intact and functional part of this history. Due to its location, the church forms a clearly recognizable and original part of a large religious complex on the Groenestraat/Dobbelmannweg. The church also has cultural-historical value through its dedication to St. Anthony of Padua, a presumed imposed dedication as a result of a donation from the St. Anthony or Grewen Fund, founded by the Rotterdam patron Grewen. This patron had good contacts with Margry.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map