TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Meerenberg

Bloemendaal, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Gezondheidszorg
Function
Psychiatrische inrichting
Category
onroerend gebouwd
Built
1846 - 1848
Address
Zocherlaan 10, 2061 DK Bloemendaal (and others)
Place
Bloemendaal
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.41944, 4.61864
Part of complex
529401
Monument number
525028

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1838 map "Amsterdam" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het Carré werd in 1848 voltooid naar het ontwerp van de architect J.D. Zocher jr. Het werd opgetrokken in statige, classicistische stijl, wat een bewuste keuze was. Het pand moest medisch gezag uitstralen en de onrust van de krankzinnigen in toom houden. De kliniek bestond in eerste aanleg uit vier vleugels rondom een vierkante binnenplaats en een lange smalle gang tussen de oost- en westvleugel. Het was gebouwd volgens het zogenaamde carré-corridorprincipe. De smalle corridor scheidde het gebouw in een vrouwen- en mannenzijde. In en rond het middenpaviljoen waren ondermeer magazijnen, woningen voor artsen, een regentenkamer, een apotheek en keukens opgenomen. De vleugels kenden de verdeling in klasse. De oostvleugel was bedoeld voor de eerste en tweede klasse en voorzien van gemeubileerde eetzaaltjes, salons en kleine slaapkamers. De noord- en zuidvleugels waren voornamelijk bestemd voor de derde klasse en kende grote slaapzalen en verblijfszalen. De westvleugel bezat met name werkkamers en winkels, en een aantal isoleercellen. De westvleugel was maar één bouwlaag hoog in tegenstelling tot de overige vleugels die twee bouwlagen hoog waren. Alle vleugels waren voorzien van een brede gang als verkeersruimte. Op strategische plekken in het gebouw bevonden zich toiletgroepen, pompen en badkamers met uiteenlopende badinrichtingen voor straal-, stort-, douche- en dropbaden. Langs de buitengevels bevonden zich veelal langgerekte veranda's, zodat patiënten bij regenachtig weer toch van de buitenlucht konden genieten.

Drie jaar na de totstandkoming van het gesticht werd het maximaal aantal patiënten in het gesticht overschreden. Hierdoor ging men in 1853 al over tot uitbreiding. Er kwamen aansluitend op het carré van Zocher een grote zuid- en noordvleugel tot stand die qua opzet en uitstraling aansloten op de statige, classicistische stijl van Zocher. Het ontwerp voor de uitbreiding werd geleverd door de architect A. van der Linden, die later gestichtsarchitect van Meerenberg zou worden. De nieuwe vleugels werden loodrecht op de bestaande noord- en zuidvleugel van het carré geplaatst en werden met elkaar verbonden door een smalle gang die over de binnenplaats van het hoofdgebouw liep. Van der Linden had in zijn ontwerp duidelijk naar aansluiting op het corridorprincipe van Zocher gezocht. Op de begane grond kwamen kleine cellen tot stand voor onrustigen, op de eerste verdieping werden grote vertrekken gebouwd voor rustige patiënten. Verder verfijnde men het klassensysteem door twee extra klassen in de voeren: de vierde en vijfde klasse. In de decennia daarna werd het hoofdgebouw meerdere malen uitgebreid naar de ontwerpen van A. van der Linden, met onder meer een katholieke kapel (1856), een theater (1869) en een klokkenstoel op het middenpaviljoen (1887-1888). In 1934 kwamen twee veelhoekige vleugels aan weerszijden van de façade tot stand. De in 1853 aangebouwde noordvleugel werd aan het eind van de twintigste eeuw verwoest door een brand.

Omschrijving

CARRÉ met ZUIDVLEUGEL, THEATER, KATHOLIEKE KAPEL en GEBOUW van de TECHNISCHE DIENST. Het carré van Zocher is thans niet meer in zijn originele vorm aanwezig. Het meest authentiek is de vleugel aan de voorzijde. De zijvleugels (noord- en zuidzijde) van het carré worden grotendeels aan het zicht onttrokken door aanbouwen uit diverse perioden. Deze vleugels zijn bovendien aan de kant van het binnenterrein van een extra verdieping voorzien. De achterzijde van het carré van Zocher is deels gesloopt en deels ingrijpend verbouwd waardoor het niet meer als zodanig herkenbaar is. Zeer prominent is de door Van der Linden aangebouwde vleugel uit 1853 die haaks op de zuidelijke zijvleugel van het carré georiënteerd is. Aan de noordzijde bevond zich een vergelijkbare vleugel. Hiervan is als gevolg van een brand alleen nog een restant aanwezig. Aan de westzijde zijn onder meer een werkplaats voor de technische dienst en magazijnen aangebouwd. Hier zijn bovendien aansluitend op de oost-westgang een katholieke kapel en een theater buhgebouwd.

CARRÉ

De façade wordt gekenmerkt door een middenpaviljoen en twee hoekpaviljoens, onderling verbonden door lange vleugels. De gevel kent een statige, classicistische uitstraling door de horizontaliteit, symmetrie, kroonlijsten, kordonlijsten en pilasters. Het middenpaviljoen is drielaags en voorzien van een mezzanino. Het wordt bekroond door een toren met klokkenstoel (1887-1888) op een dak waarvan de vier met pannengedekte dakschilden een trechter vormen naar een Keulse goot. Het middenpaviljoen is vijf traveeën breed en kent een centrale ingang. De gevel wordt ingedeeld door zesruits vensters met geprofileerde omlijstingen. De dakranden zijn afgewerkt met kroonlijsten en ondersteunen een pseudo-attiek. Op de muurdam tussen de tweede en derde gevelopening bevindt zich een bronzen bordje met de inscriptie: '27-6-1849 tot 26-3-2002 door het provinciaal ziekenhuis 153 jaar zorg aan psychiatrische patiënten'. Op het dak van het middenpaviljoen rust de houten torenopbouw van de architect A. van der Linden. De toren is vormgeven in classicistische stijl en voorzien van een mechanisch uurwerk uit ca. 1900, ontworpen door Addicks en later voorzien van elektrische opwinding. De hoekpaviljoens zijn tweelaags. De linker wordt bekroond door dak waarvan de vier met pannengedekte dakschilden een trechter vormen naar een Keulse goot. Het rechter hoekpaviljoen wordt bekroond door plat dak. De bouwdelen zijn vijf traveeën breed en bezitten dakranden met kroonlijsten en een pseudo-attiek. In de gevel zijn vensters gevat met zes- en achtruits roedenverdeling en halfronde bovenlichten op eerste verdieping. De tussenvleugels kennen twee bouwlagen onder een pannengedekt zadeldak. De gevels zijn twaalf traveeën breed en tonen een reeks openslaande deuren met halfrond bovenlicht op de begane grond. Op de eerste verdieping bevinden zich reeksen zesruits vensters.

De zijvleugels van het carré worden grotendeels aan het zicht onttrokken door later aangebrachte uitbreidingen uit verschillende soorten metselwerk, van verschillende hoogtes, onder verschillende soorten daken. De zijvleugels zijn aan de buitenzijde van het carré tweelaags en voorzien van verschillende soorten gevelopeningen waaronder blindnissen met halfronde bovenlichten op de eerste verdieping en kordonlijsten van baksteen. Het dak bestaat uit een dakschild dat met dakpannen is bekleed. De zijvleugels aan de binnenzijde van het carré zijn drielaags en voorzien van verschillende soorten gevelopeningen waaronder hoge, smalle vensters met stalen roedenverdeling op eerste verdieping, openslaande deuren met halfronde bovenlichten op de begane grond. De gevels worden geleed door kleine driehoekige topgevels onder steekkappen van zink.

De achterzijde van het carré is deels gesloopt. Andere delen zijn niet meer als zodanig herkenbaar door latere verbouwingen. De onderdelen die thans tot de restanten van het carré van Zocher gerekend kunnen worden zijn tweelaags, voorzien van verschillende soorten vensters, waaronder openslaande deuren op de begane grond met halfronde bovenlichten. Ze worden bekroond door een zadeldak.

De binnenplaats van het carré wordt doorkruist door twee gangen die haaks op elkaar georiënteerd zijn. De oost-westgang, behorende tot het ontwerp van Zocher, verbindt middenpaviljoen van de façadevleugel (oostzijde) met het theater en de katholieke kapel (westzijde). De noord-zuidgang verbond van oorsprong de zijvleugels uit 1853 met elkaar. Het binnenterrein wordt grotendeels gevuld door samengeklonterde uitbreidingen en aankappingen onder verschillende soorten daken en opgetrokken uit verschillende soorten materialen. Ze dateren voornamelijk uit de twintigste eeuw en zijn ontstaan uit functionele overwegingen of vanwege ruimtegebrek.

Intern zijn de grote zalen met hoge plafonds en de lange gangen het meest karakteristiek. Vooraan in de zijvleugels bevinden zich nog de authentieke trappenhuizen met houten lichtkokers. In de gangen zijn de vloeren betegeld in een decoratief patroon. De plafonds zijn gestuukt en voorzien van een perklijst. De entreehal in de façadevleugel is verlevendigd met eenvoudige ornamenten. De middengang bezit aan weerszijden vierkante kolommen met bloemmotieven. Aan weerszijden van de gang een vide onder een glazen dak Aan het eind van de gang een secundair geplaatste houten trap met decoratief vormgegeven balusters en leuning. De wanden in de hal zijn plaatselijk bekleed met betimmeringen. De originele paneeldeuren bezitten omlijstingen. Het vertrek rechts naast het trappenhuis bezit een secundair geplaatst stucplafond.

ZUIDVLEUGEL

De zuidvleugel kwam tot stand in 1853 naar het ontwerp van gestichtarchitect A. van der Linden. De zuidvleugel werd haaks tegen de zuidelijke zijvleugel van het carré gebouwd en kwam tegelijk met een identieke, thans niet meer bestaande noordvleugel tot stand, die haaks op de noordelijke zijgevel van het carré werd gebouwd.

De zuidvleugel betreft een langgerekt, tweelaags bouwdeel met een paviljoen op de kop, een 3/8 uitbouw centraal in de voorgevel, een veranda en diverse uitbreidingen onder verschillende kappen aan de achterzijde. Het bouwdeel wordt bekroond door een zadeldak met dakpannen. De bakstenen voor- en achtergevel zijn voorzien van reeksen vensters op de begane grond en eerste verdieping. In aansluiting op de vensterindeling van het carré zijn de vensters op de begane grond voorzien van halfronde bovenlichten en geprofileerde omlijstingen. Het paviljoen daarentegen kent halfronde bovenlichten op de eerste verdieping. Hier is de dakrand afgewerkt met een lijst. De veranda aan de achterzijde is voorzien van fijngesneden consoles onder de dakrand.

Het interieur bestaat uit kleine kamers langs een lange gang op de begane grond en grote zalen op de eerste verdieping.

THEATER

Het theater kwam tot stand in 1869 naar het ontwerp van gestichtarchitect A. van der Linden. Het theater werd centraal tegen de achtergevel van de westvleugel gebouwd en is opgetrokken in classicistische stijl. De totstandkoming van het gebouw gaf blijk van de vooruitstrevende en vrijzinnige behandelmethode die het gesticht hanteerde.

Het theater is gebouwd op rechthoekige grondslag en kent driebouwlagen onder een flauw hellend zadeldak dat met zink bekleed is. Aan alle zijden zijn de gevels bovenaan afgewerkt met een kroonlijst. De in ossebloedkleur gesausde voorgevel is vijf traveeën breed en wordt vanaf de eerste bouwlaag geleed door vier witgestucte pilasters. Op de begane grond - de plint - zijn de drie centrale traveeën van gestuct blokmotief voorzien. In het midden een risalerende ingang onder een zinken dak. De vensters zijn voorzien van stalen roedenverdeling. De linker zijgevel is voorzien van blindnissen. De rechter zijgevel toont sporen van een verwijderde aanbouw. De achtergevel wordt grotendeels aan het zicht onttrokken door andere bouwdelen. De mezzaninoverdieping toont een met de voorgevel vergelijkbare situatie.

Intern is de grote zaal met podium op de eerste verdieping nog aanwezig. De kapconstructie rust op driehoekige spanten met gesneden makelaar. De spanten rusten op muurstijlen tot aan de verdiepingsvloer. De toegang wordt gevormd door twee hoge, openslaande paneeldeuren.

KATHOLIEKE KAPEL

De katholieke kapel kwam tot stand in 1856 naar het ontwerp van A. van der Linden. De kapel werd in eclectische stijl gebouwd bovenop de westvleugel, ter hoogte van de oost-westgang. Zocher had in zijn eigen ontwerp al rekening gehouden met een eventuele toevoeging op deze plek.

De kapel is gebouwd op rechthoekige grondslag met het koor naar het oosten gericht. Het bouwdeel bestaat uit twee noord-zuid georiënteerde beuken, elk begrensd door topgevels en elk bekroond door een met zink bekleed zadeldak met lijsten langs de randen. De topgevels zijn voorzien van drie gekoppelde rondboogvensters met omlijstingen. De ramen bezitten ruitvormig glas-in-lood. Aan de oostkant het koor, bestaande uit een rechthoekige uitbouw onder een klein zadeldak dat met pannen is bekleed. Langs de dakrand een geprofileerde lijst.

Intern zijn twee beuken van drie aaneengesloten kruisribgewelven aanwezig. Tussen deze beuken drie rondbogen, gedragen door vierkante kolommen. De gewelven zijn voorzien van een roset in het midden. De ribben eindigen in karakteristiek vormgegeven geprofileerde aanzetstenen. De westwand van de kapel is voorzien van een ingang met rondboognissen aan weerszijden. Onder de huidige stuclaag zijn restanten van de oorspronkelijke schilderafwerking herkenbaar. Aan de oostzijde bevindt zich het koor dat van vier halfovaal afgewerkte treden is voorzien.

GEBOUW van de TECHNISCHE DIENST

Dit bouwdeel dateert naar alle waarschijnlijkheid uit omstreeks 1850-1856, naar het ontwerp van de architect A. van der Linden. Het is gesitueerd tegen de westvleugel van het carré en gebouwd in classicistische stijl. Het gebouw is getrokken op rechthoekige grondslag en bestaat uit twee lagen onder een zadeldak met de nok haaks op de voorgevel. Deze gevel is drie traveeën breed en bezit deuren op de begane grond en vensters op de eerste verdieping. De middelste travee wordt geaccentueerd door gemetselde pilasters en een rondboog.

Waardering

Het CARRÉ met ZUIDVLEUGEL, KATHOLIEKE KAPEL, THEATER en GEBOUW van de TECHNISCHE DIENST is van algemeen belang vanwege cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedebouwkundige waarde, en vanwege ensemblewaarde en zeldzaamheidswaarde. - cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van de overgang binnen de psychiatrie naar de moral treatment en de 'non restraint' behandelmethode, de professionalisering van de verzorging en de aandacht voor zaken als klasse, geslacht, veiligheid, gezondheid en tijdsbesteding;

- cultuurhistorische waarde vanwege de ontwikkelingsgeschiedenis in de anderhalve eeuw na de bouw, waarin het complex zich heeft uitgebreid en verjongd;

- architectuurhistorische waarde vanwege de carrévorm, vanwege het corridorstelsel, vanwege de esthetische kwaliteiten van met name de gevels van het carré, de zuidvleugel, theater, katholieke kapel, gebouw van de technische dienst met de hierin toegepaste ornamentiek, detaillering en bewaard gebleven interieurelementen;

- ensemblewaarde vanwege de functionele situering in de grondwaterrijke en per spoor goed bereikbare duinen, vanwege de samenhang met de overige opstallen, en als beeldbepalend onderdeel van de historische bebouwing aan de westzijde van Bloemendaal;

- zeldzaamheidswaarde als carrévormig gesticht.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The Carré was completed in 1848 after the design of architect J.D. Zocher jr. It was erected in stately, classicistic style, which was a deliberate choice. The building was intended to radiate medical authority and keep the unrest of the mentally ill in check. The clinic originally consisted of four wings around a square inner courtyard and a long narrow corridor between the east and west wing. It was built according to the so-called carré-corridor principle. The narrow corridor divided the building into a women's and men's side. In and around the central pavilion were included, among other things, storage rooms, residences for doctors, a regents' room, a pharmacy and kitchens. The wings had a division by class. The east wing was intended for the first and second class and provided with furnished dining rooms, salons and small bedrooms. The north and south wings were mainly intended for the third class and featured large dormitories and day rooms. The west wing had particularly work rooms and shops, and a number of isolation cells. The west wing was only one storey high in contrast to the other wings which were two storeys high. All wings were provided with a broad corridor as circulation space. At strategic places in the building were toilet groups, pumps and bathrooms with various bathing facilities for spray, pouring, shower and drop baths. Along the outer facades were mostly elongated verandas, so that patients could enjoy fresh air even in rainy weather.

Three years after the establishment of the institution, the maximum number of patients in the institution was exceeded. As a result, in 1853 expansion was undertaken. Large south and north wings were built adjoining Zocher's carré which in their design and appearance matched the stately, classicistic style of Zocher. The design for the expansion was provided by architect A. van der Linden, who would later become architect of Meerenberg. The new wings were placed perpendicular to the existing north and south wings of the carré and were connected to each other by a narrow corridor that ran across the inner courtyard of the main building. Van der Linden had clearly sought in his design to connect to Zocher's corridor principle. On the ground floor small cells were created for agitated patients, on the first floor large rooms were built for quiet patients. Furthermore, the class system was refined by introducing two additional classes: fourth and fifth class. In the decades that followed, the main building was expanded several times according to designs by A. van der Linden, including a Catholic chapel (1856), a theatre (1869) and a bell turret on the central pavilion (1887-1888). In 1934 two polygonal wings were created on either side of the facade. The north wing built in 1853 was destroyed by fire at the end of the twentieth century.

Description

CARRÉ with SOUTH WING, THEATRE, CATHOLIC CHAPEL and TECHNICAL SERVICE BUILDING. Zocher's carré is no longer in its original form. The most authentic is the wing at the front. The side wings (north and south sides) of the carré are largely obscured by extensions from various periods. Furthermore, these wings have been provided with an additional storey on the side of the inner courtyard. The rear of Zocher's carré has been partly demolished and substantially rebuilt so that it is no longer recognizable as such. Very prominent is the wing built in 1853 by Van der Linden, which is oriented perpendicular to the southern side wing of the carré. A comparable wing was located on the north side. Of this, only a remnant remains as a result of a fire. On the west side, among other things, a workshop for the technical service and storage rooms have been added. Also adjoining the east-west corridor, a Catholic chapel and a theatre have been added.

CARRÉ

The facade is characterized by a central pavilion and two corner pavilions, interconnected by long wings. The facade has a stately, classicistic appearance through its horizontality, symmetry, cornices, string courses and pilasters. The central pavilion is three storeys and provided with a mezzanine. It is crowned by a tower with bell turret (1887-1888) on a roof whose four tile-clad roof slopes form a funnel towards a Cologne gutter. The central pavilion is five bays wide and features a central entrance. The facade is divided by six-pane windows with moulded frames. The roof edges are finished with cornices and support a pseudo-attic. On the wall between the second and third facade opening is a bronze plaque with the inscription: '27-6-1849 to 26-3-2002 through the provincial hospital 153 years care for psychiatric patients'. On the roof of the central pavilion rests the wooden tower structure of architect A. van der Linden. The tower is designed in classicistic style and provided with a mechanical clockwork from c. 1900, designed by Addicks and later provided with electric winding. The corner pavilions are two storeys. The left one is crowned by a roof whose four tile-clad roof slopes form a funnel towards a Cologne gutter. The right corner pavilion is crowned by a flat roof. The building sections are five bays wide and possess roof edges with cornices and a pseudo-attic. In the facade are windows with six- and eight-pane glazing bars and half-round fanlights on the first floor. The intermediate wings have two storeys under a tile-clad gabled roof. The facades are twelve bays wide and show a series of glazed doors with half-round fanlight on the ground floor. On the first floor are series of six-pane windows.

The side wings of the carré are largely obscured by later additions from various types of brickwork, of different heights, under different types of roofs. The side wings are two storeys on the outside of the carré and provided with various types of facade openings including blind niches with half-round fanlights on the first floor and brick string courses. The roof consists of a roof slope covered with roof tiles. The side wings on the inside of the carré are three storeys and provided with various types of facade openings including tall, narrow windows with steel glazing bars on the first floor, glazed doors with half-round fanlights on the ground floor. The facades are divided by small triangular gables under zinc roof coverings.

The rear of the carré is partly demolished. Other parts are no longer recognizable as such through later alterations. The components that can now be counted as remnants of Zocher's carré are two storeys, provided with various types of windows, including glazed doors on the ground floor with half-round fanlights. They are crowned by a gabled roof.

The inner courtyard of the carré is crossed by two corridors oriented perpendicular to each other. The east-west corridor, belonging to Zocher's design, connects the central pavilion of the facade wing (east side) with the theatre and the Catholic chapel (west side). The north-south corridor originally connected the side wings from 1853 to each other. The inner courtyard is largely filled with clustered extensions and additions under various types of roofs and built from various types of materials. They date mainly from the twentieth century and arose from functional considerations or due to lack of space.

Internally, the large halls with high ceilings and the long corridors are most characteristic. At the front of the side wings are still the authentic staircases with wooden light wells. In the corridors, the floors are tiled in a decorative pattern. The ceilings are plastered and provided with a picture rail. The entrance hall in the facade wing is enlivened with simple ornaments. The central corridor is fitted on both sides with square columns with floral motifs. On both sides of the corridor a void under a glazed roof. At the end of the corridor a secondary wooden staircase with decoratively designed balusters and handrail. The walls in the hall are partly covered with timber panelling. The original panel doors have frames. The room to the right of the staircase has a secondary plastered ceiling.

SOUTH WING

The south wing was built in 1853 according to the design of institutional architect A. van der Linden. The south wing was built at right angles against the southern side wing of the carré and was created at the same time as an identical, now no longer existing north wing, which was built at right angles to the northern side facade of the carré.

The south wing is an elongated, two-storey building section with a pavilion at the end, a 3/8 projection centrally in the front facade, a veranda and various extensions under different roof types on the rear side. The building section is crowned by a gabled roof with roof tiles. The brick front and rear facades are provided with series of windows on the ground floor and first floor. In line with the window arrangement of the carré, the windows on the ground floor are provided with half-round fanlights and moulded frames. The pavilion, on the other hand, features half-round fanlights on the first floor. Here the roof edge is finished with a moulding. The veranda on the rear side is provided with finely carved consoles under the roof edge.

The interior consists of small rooms along a long corridor on the ground floor and large halls on the first floor.

THEATRE

The theatre was built in 1869 according to the design of institutional architect A. van der Linden. The theatre was built centrally against the rear facade of the west wing and is erected in classicistic style. The construction of the building was evidence of the progressive and liberal treatment methods practiced by the institution.

The theatre is built on a rectangular ground plan and has three storeys under a gently sloping gabled roof covered with zinc. On all sides the facades are finished at the top with a cornice. The front facade, painted in ox-blood colour, is five bays wide and from the first storey is divided by four white plastered pilasters. On the ground floor - the plinth - the three central bays are provided with plastered block motifs. In the centre a projecting entrance under a zinc roof. The windows are provided with steel glazing bars. The left side facade is provided with blind niches. The right side facade shows traces of a removed addition. The rear facade is largely obscured by other building sections. The mezzanine storey shows a situation comparable to the front facade.

Internally, the large hall with stage on the first floor is still present. The roof truss structure rests on triangular trusses with carved brackets. The trusses rest on wall supports up to the floor level. The access is formed by two high, glazed panel doors.

CATHOLIC CHAPEL

The Catholic chapel was built in 1856 according to the design of A. van der Linden. The chapel was built in eclectic style on top of the west wing, at the level of the east-west corridor. Zocher had already taken into account a possible addition at this location in his own design.

The chapel is built on a rectangular ground plan with the choir facing east. The building section consists of two north-south oriented aisles, each bounded by gables and each crowned by a gabled roof covered with zinc with mouldings along the edges. The gables are provided with three coupled round-arch windows with frames. The windows have diamond-shaped stained glass. On the east side the choir, consisting of a rectangular projection under a small gabled roof covered with tiles. Along the roof edge a moulded profile.

Internally there are two aisles of three connected cross-rib vaults. Between these aisles three round arches, supported by square columns. The vaults are provided with a rosette in the middle. The ribs terminate in characteristically designed moulded springerstones. The west wall of the chapel is provided with an entrance with round-arch niches on both sides. Under the current plaster layer, remnants of the original painted finish are recognizable. On the east side is the choir which is provided with four semi-oval finished steps.

TECHNICAL SERVICE BUILDING

This building section dates most probably from around 1850-1856, according to the design of architect A. van der Linden. It is situated against the west wing of the carré and built in classicistic style. The building is erected on a rectangular ground plan and consists of two storeys under a gabled roof with the ridge perpendicular to the front facade. This facade is three bays wide and has doors on the ground floor and windows on the first floor. The middle bay is accentuated by bricked pilasters and a round arch.

Valuation

The CARRÉ with SOUTH WING, CATHOLIC CHAPEL, THEATRE and TECHNICAL SERVICE BUILDING is of general interest for cultural-historical, architectural-historical and urban planning value, and for ensemble value and rarity value.

- cultural-historical value as a distinctive expression of the transition within psychiatry towards moral treatment and the 'non restraint' treatment method, the professionalization of care and attention to matters such as class, gender, safety, health and activities;

- cultural-historical value due to the development history in the one and a half centuries after construction, during which the complex has expanded and been renewed;

- architectural-historical value due to the carré form, due to the corridor system, due to the aesthetic qualities of in particular the facades of the carré, the south wing, theatre, Catholic chapel, technical service building with the ornamentation, detailing and preserved interior elements applied therein;

- ensemble value due to the functional location in the groundwater-rich and well-accessible by rail dunes, due to the coherence with the remaining structures, and as an image-defining part of the historical development on the west side of Bloemendaal;

- rarity value as a carré-shaped institution.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map