Rijksmonumentenregister · Netherlands
Huize Westerlicht
Alkmaar, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Sociale zorg, liefdadigheid
- Function
- Bejaardentehuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1931 - 1932
- Address
- Prinses Julianalaan 14, 1815 JE Alkmaar
- Place
- Alkmaar
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.62702, 4.73343
- Monument number
- 524940
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1915 map "19 Alkmaar" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
BEJAARDENHUIS "Huize Westerlicht" uit 1931-1932 met bijbehorende TUINAANLEG, gebouwd naar ontwerp van de Alkmaarse architect D. Saal Czn. (Zwaag 1884 - Alkmaar 1945) in Late Amsterdamse School-trant. Opdrachtgever was het bestuur van "Westerlicht, Vereeniging van Diaconieën in de Ned. Hervormde Kerk Alkmaar" (opgericht bij K.B. van 19-3-1930). In 1934 is het bejaardenhuis linksachter uitgebreid met een vleugel in dezelfde stijl. "Huize Westerlicht" is zeer markant gesitueerd aan de noordoostzijde van de Pr. Julianalaan tegenover de hertenkamp in de Alkmaarderhout en wordt door een ruim voorterrein met vijverpartij gescheiden van de openbare weg.
N.B. De na-oorlogse uitbreiding valt buiten de bescherming.
Omschrijving
Op nagenoeg U-vormig grondplan opgetrokken bejaardenhuis bestaande uit een evenwijdig aan de Prinses Julianalaan gesitueerde hoofdvleugel met haaks hierop linksachter een T-vormige vleugel en rechtsachter een korte vleugel. Het gebouw telt boven een souterrain twee bouwlagen onder hoge schilddaken met ruim overstek en een dekking van gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. De buitenmuren zijn gemetseld in machinale baksteen waalformaat in kettingverband (de afgeronde hoeken in koppenverband) met enigszins verdiepte voeg. Onder de vensters van de begane grond is paarsrode baksteen toegepast, daarboven oranjerode baksteen. De overstekende balkons van de voor- en zijgevels zijn aan de onderzijde bekleed met oranjerode baksteen op z'n plat. Alle dakkapellen hebben een plat dak met overstek.
De symmetrische voorgevel (ZW) is samengesteld uit een middenrisaliet van drie bouwlagen die door flankerende bouwdelen verbonden wordt met hoekrisalieten waarvan de schilddaken insnijden in het hogere hoofddak. De laatste wordt in het midden onderbroken door het tentdak boven de middenrisaliet waarop een hoge, uit blokvormige volumes opgebouwde bekroning die bekleed is met koper en voorzien van een kubusvormige basis met in alle vier zijden een wijzerplaat en een windwijzer in de vorm van een (symbolische) ondergaande zon. Ter hoogte van de begane grond en de eerste verdieping is de middenpartij over de volle breedte naar voren toe uitgebouwd. Boven deze van kwartronde hoeken voorziene uitbouw heeft de tweede verdieping een balkon toegankelijk via drie dubbele balkondeuren. Aan de voorzijde van de gemetselde borstwering rond dit plat zijn twee siersmeedijzeren vlaggenstokhouders bevestigd waartussen in zwartgeschilderde ijzeren letters met vergulde rand de naam "WESTERLICHT". De top van beide vlaggenstokken wordt verfraaid door drie ronde schijven. In de kwartrond gemetselde hoeken van de uitbouw is op beide bouwlagen een driedelig venster aangebracht waarin een kwartrond middenraam tussen smalle zijramen met bovenlicht (uitzetraam). De terugliggende hoofdingang wordt geflankeerd door kwartrond gemetselde dagkanten. De vloer voor de ingang bestaat uit grijsporfieren en zwarte tegeltjes omgeven door een gemetselde buitenrand. Het brede balkon boven de ingang heeft een gemetselde borstwering en is toegankelijk via een terugliggende dubbele deur geflankeerd door schuine zijden. De dichte borstweringen van de twee balkons van de middenpartij zijn voorzien van een ronde ijzeren handlijst. De brede dakkapel boven de middenpartij telt vijf liggende vensters waarvan de middelste en de twee buitenste zijn uitgevoerd als draairaam.
De terugliggende geveldelen tussen de midden- en hoekpartijen zijn op beide bouwlagen voorzien van vijf brede driedelige vensters bestaande uit een groot liggend middenraam geflankeerd door smalle zijramen met als bovenlicht een uitzetraam. In het dakvlak boven beide bouwdelen bevindt zich een doorgaande dakkapel die zich uitstrekt vanaf de tweede verdieping van de middenpartij tot boven de hoekpartijen. De dakkapellen zijn voorzien van stolpramen. In de hoek tussen de terugliggende bouwdelen en de hoekpartijen is boven de begane grond een L-vormig balkon aangebracht met afgeronde hoeken en een gemetselde borstwering. Beide balkons zijn zowel vanuit de terugliggende delen als de hoekpartijen toegankelijk via een dubbele balkondeur waartussen in de hoek twee gekoppelde tweeruits venster met middendorpel en glas-in-loodramen. Onder de balkons is in alle vier de bouwvolumes een stolpraam aangebracht. Hiernaast bevindt zich in de zijgevels van de hoekpartijen een tweede stolpraam waarboven op de eerste verdieping eveneens een stolpraam. Vóór de voorgevel is tussen beide hoekpartijen een verhoogd terras (waarop grijze trottoirtegels) aangelegd met tussen de opgangen links, rechts en in het midden twee gemetselde borstweringen die aan de uiteinden overgaan in een bloembak. De voorgevels van de hoekpartijen hebben op beide bouwlagen een brede vensterpartij samengesteld uit twee grote liggende ramen waartussen een met hout beklede afgeronde muurdam, en ter weerszijden een zijraam met als bovenlicht een uitzetraam. Tussen beide vensterpartijen is in dezelfde letters als bij de middenpartij links de tekst "HUIZE" aangebracht en op de rechter hoekpartij het bouwjaar "1932". Langs de voorgevels van de hoekpartijen loopt een gemetselde bloembak. Het voorschild van beide hoekpartijen draagt een dakkapel waarin twee stolpramen. Op de nok van de rechter hoekpartij staat achteraan een forse langwerpige schoorsteen van rode machinale baksteen in kettingverband. In de buitenste zijgevel van beide hoekpartijen zijn beneden twee stolpramen aangebracht en op de eerste verdieping een stolpraam en een dubbele balkondeur, waarvoor een klein halfrond balkon met gemetselde borstwering. Op het dakschild erboven staat een brede dakkapel voorzien van drie stolpramen. Voorbij de hoekpartijen zet de hoofdvleugel zich als het ware nog enkele meters voort. De hierdoor ontstane risalieten hebben in het voorschild een brede dakkapel en op de zijschilden een kleine dakkapel. De risaliet van de linkerzijgevel (NW) telt ter hoogte van het souterrain vier stolpramen en heeft op de begane grond en de eerste verdieping een samengestelde vensterpartij die zich tot in de zijgevels voortzet. In de risaliet van de rechterzijgevel (ZO) zijn op de verdieping twee driedelige vensters als voor aangebracht waartussen een smaller venster met bovenlicht; de vensters op de begane grond zijn gewijzigd. De rechterhelft van de rechterzijgevel heeft driedelige verdiepingsvensters en daaronder gewijzigde vensters. Boven dit geveldeel bevindt zich een doorgaande dakkapel waarin stolpramen. Het terugliggende middendeel van de linkerzijgevel (NW) telt boven het souterrain drie bouwlagen waarboven een plat dak. Hierboven zijn in het terugliggende dakschild drie brede dakkapellen aangebracht (elk met vier liggende ramen). Tussen de eerste en de tweede verdieping loopt een brede bakgoot. Onder deze goot wordt de gevel in het midden geleed door vijf aaneengeschakelde driezijdige erkers, met zowel op de begane grond als de eerste verdieping in het brede middendeel een groot liggend venster geflankeerd door een draairaam met bovenlicht (uitzetraam) in de schuine zijden. Ter weerszijden van de serie erkers is op de begane grond en de eerste verdieping een klein driezijdig balkon aangebracht met gemetselde borstwering (de balkondeuren zijn naderhand dichtgezet), waarnaast twee driedelige vensters als voor. In het souterrain en de tweede verdieping zijn voornamelijk stolpramen toegepast. Rond de dwarsbouw aan het einde van de T-vormige linker vleugel is boven de begane grond een betonnen balkon aangebracht. De dwarsbouw is voorzien van verschillende typen vensters en deuren, en van een schilddak waarin per dakvlak twee brede dakkapelen boven elkaar. Tegen de zuidoostzijde van de dwarsbouw bevindt zich een forse uitbouw van twee bouwlagen onder een plat dak. Dit bouwvolume heeft merendeels driedelige vensters als voor en in de zuidwest- en zuidoostgevel een driezijdige erker tot boven aan toe. De achtergevel van de linker vleugel en van de linker helft van de hoofdvleugel zijn boven het souterrain tot drie bouwlagen opgetrokken. Tussen de begane grond en de eerste verdieping is over de volle lengte een betonnen balkon aangebracht, tussen de eerste en de tweede verdieping een brede houten bakgoot. De derde verdieping (ter hoogte van de vliering in de kap) wijkt terug waardoor het platte dak van de tweede verdieping bij brand als vluchtweg kan fungeren. Evenals het souterrain is de derde verdieping voorzien van stolpramen. Op de begane grond zijn merendeels driedelige vensters aangebracht als voor. De eerste verdieping is voornamelijk voorzien van dubbele balkondeuren al dan niet geflankeerd door zijramen (deels met uitzetramen als bovenlicht). Tot aan de tweede verdieping wordt de achtergevel van de linker vleugel in het midden geleed door een serie van zeven driezijdige erkers. Hierboven zijn op de tweede verdieping driedelige vensters aangebracht als in de voorgevel maar minder hoog. Verder is de tweede verdieping voorzien van stolpramen. De achtergevel van de middenpartij heeft ter hoogte van het achterliggende trappenhuis een middenrisaliet waarin op de begane grond en de eerste verdieping drie nagenoeg vierkante (non-figuratieve) glas-in-loodramen. In de smalle geveldelen ter weerszijden van de door een schilddak met dakkapel bekroonde middenrisaliet zijn voornamelijk hoog geplaatste liggende vensters aangebracht, waarnaast ter hoogte van de eerste verdieping een paneeldeur naar het genoemde balkon. Ter weerszijden van het tentdak van de middenpartij staat op het hoofddak een hoge schoorsteen van rode machinale baksteen. De achtergevel links van de middenpartij telt evenals de aangrenzende achtergevel van de rechter vleugel boven het souterrain twee bouwlagen waarboven in beide dakvlakken een doorgaande dakkapel voorzien van stolpramen. Hierboven bevindt zich in het noordoostelijke dakschild nog een brede dakkapel waarin twee stolpramen. De gevelindeling links van de middenpartij is tot en met de eerste verdieping vergelijkbaar met die in de rechter helft (ook een balkon boven de parterre). In de achtergevel van de rechter vleugel zijn merendeels vaste vensters aangebracht met tweedelige bovenlichten.
INTERIEUR. In het interieur is de hoofdstructuur, lange gangen met ter weerszijden kamers, nog herkenbaar. Ook het souterrain heeft een dergelijke indeling. Hier zijn in een deel van de gangen en de aangrenzende dienstruimten nog de oorspronkelijke granitovloeren aanwezig. Aan het einde van de gang in de linker vleugel bevindt zich een sobere rechthoekige kerkzaal. Deze ruimte wordt verlicht door gebrandschilderde ramen van bruin en geel glas, elk voorzien van een symbolische voorstelling (o.a. een vis, een anker, een roos, een schip, een bijbel, een moeder met kind). De vloer tussen het souterrain en de begane grond is uitgevoerd in gewapend beton; alle hoger gelegen vloeren zijn van hout.
TUINAANLEG. De grote vijver in het midden van het voorterrein behoort tot de oorspronkelijke tuinaanleg en heeft vanaf de weg gezien de vorm van een halve cirkel met ter weerszijden, vlak boven de rechte basis, een kleine halfronde uitstulping.
Waardering
Bejaardenhuis "Huize Westerlicht" met bijbehorende tuinaanleg is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als merendeels gaaf bewaard voorbeeld van bejaardenhuisvesting uit het Interbellum, opgetrokken in de stijl van de late Amsterdamse School. Het gebouw heeft hoge situationele waarde vanwege de markante ligging in de Alkmaarderhout.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
RETIREMENT HOME "Huize Westerlicht" from 1931-1932 with associated GARDEN LAYOUT, built to the design of Alkmaar architect D. Saal Czn. (Zwaag 1884 - Alkmaar 1945) in Late Amsterdam School style. The client was the board of "Westerlicht, Association of Deaconries in the Dutch Reformed Church Alkmaar" (established by Royal Decree of 19-3-1930). In 1934 the retirement home was extended to the left rear with a wing in the same style. "Huize Westerlicht" is very prominently situated on the north-east side of Pr. Julianalaan opposite the deer park in the Alkmaarderhout and is separated from the public road by a spacious forecourt with pond feature.
N.B. The post-war extension falls outside the protection.
Description
Retirement home constructed on a nearly U-shaped ground plan consisting of a main wing situated parallel to Prinses Julianalaan with at right angles to it a T-shaped wing to the left rear and a short wing to the right rear. The building comprises above a basement two storeys under high hipped roofs with generous overhang and a covering of suppressed improved Dutch tiles. The exterior walls are built in machine-made brick in waal format in English bond (the rounded corners in header bond) with somewhat recessed joints. Below the ground floor windows purple-red brick is applied, above this orange-red brick. The overhanging balconies of the front and side facades are clad on the underside with orange-red brick laid flat. All roof dormer windows have a flat roof with overhang.
The symmetrical front facade (SW) is composed of a central risalit of three storeys connected by flanking building elements with corner risalits whose hipped roofs cut into the higher main roof. The latter is interrupted in the middle by the tent roof above the central risalit on which stands a tall crowning element constructed from block-shaped volumes clad in copper and provided with a cubic base with on all four sides a clock face and a weather vane in the form of a (symbolic) setting sun. At the level of the ground floor and first floor the central section is built forward across the full width. Above this construction with rounded corners the second floor has a balcony accessible via three double glazed doors. On the front of the built brick balustrade surrounding this flat surface are two ornamental wrought-iron flagpole holders between which in black-painted iron letters with gilded edge the name "WESTERLICHT". The top of both flagpoles is adorned with three round discs. In the rounded built brick corners of the construction at both storeys is placed a three-part window with a rounded central sash between narrow side panes with fanlight (opening window). The recessed main entrance is flanked by rounded built brick reveals. The floor before the entrance consists of grey porphyry and black tiles surrounded by a built outer edge. The wide balcony above the entrance has a built brick balustrade and is accessible via a recessed double door flanked by angled sides. The solid balustrades of the two balconies of the central section are provided with a round iron handrail. The wide roof dormer above the central section has five horizontal windows of which the middle one and the two outermost are executed as pivot windows.
The recessed facade sections between the central and corner sections are provided at both storeys with five wide three-part windows consisting of a large horizontal central sash flanked by narrow side panes with as fanlight an opening window. In the roof plane above both building sections is found a continuous roof dormer extending from the second floor of the central section to above the corner sections. The roof dormers are provided with pivot windows. In the corner between the recessed building sections and the corner sections is above the ground floor an L-shaped balcony with rounded corners and a built brick balustrade. Both balconies are accessible from both the recessed sections and the corner sections via a double glazed door between which in the corner two coupled two-pane windows with mullion and leaded-glass panes. Below the balconies is in all four building volumes a pivot window applied. Beside this is in the side facades of the corner sections a second pivot window with above it on the first floor likewise a pivot window. In front of the front facade between both corner sections is a raised terrace (on which grey paving stones) laid with between the entrances left, right and in the middle two built brick balustrades which at the ends transition into a planting box. The front facades of the corner sections have at both storeys a wide window arrangement composed of two large horizontal panes between which a wood-clad rounded wall panel, and at either side a side pane with as fanlight an opening window. Between both window arrangements the text "HUIZE" is applied in the same letters as at the central section on the left and on the right corner section the building year "1932". Along the front facades of the corner sections runs a built brick planting box. The front roof of both corner sections carries a roof dormer with two pivot windows. On the ridge of the right corner section stands at the rear a substantial elongated chimney of red machine-made brick in English bond. In the outermost side facade of both corner sections are below two pivot windows applied and on the first floor a pivot window and a double glazed door, in front of which a small semi-circular balcony with built brick balustrade. On the roof roof plane above stands a wide roof dormer provided with three pivot windows. Beyond the corner sections the main wing continues as it were several metres further. The risalits thereby created have in the front roof a wide roof dormer and on the side roofs a small roof dormer. The risalit of the left side facade (NW) counts at the level of the basement four pivot windows and has on the ground floor and first floor a composite window arrangement which extends into the side facades. In the risalit of the right side facade (SE) are on the floor two three-part windows as before with between them a narrower window with fanlight; the windows on the ground floor are altered. The right half of the right side facade has three-part floor windows and below altered windows. Above this facade section is found a continuous roof dormer with pivot windows. The recessed middle section of the left side facade (NW) comprises above the basement three storeys with above a flat roof. Above this are in the recessed roof section three wide roof dormers applied (each with four horizontal panes). Between the first and second floors runs a wide lead gutter. Below this gutter the facade is articulated in the middle by five connected three-sided bay windows, with both on the ground floor and first floor in the wide middle section a large horizontal window flanked by a pivot window with fanlight (opening window) in the angled sides. On either side of the series of bay windows is on the ground floor and first floor a small three-sided balcony applied with built brick balustrade (the glazed doors have subsequently been closed), beside which two three-part windows as before. In the basement and second floor pivot windows are primarily applied. Around the transverse section at the end of the T-shaped left wing is above the ground floor a concrete balcony applied. The transverse section is provided with various types of windows and doors, and a hipped roof with per roof plane two wide roof dormers above each other. Against the south-east side of the transverse section is a substantial extension of two storeys under a flat roof. This building volume has mostly three-part windows as before and in the south-west and south-east facade a three-sided bay window to the full height. The rear facade of the left wing and of the left half of the main wing are above the basement built to three storeys. Between the ground floor and first floor is across the full length a concrete balcony applied, between the first and second floor a wide wooden lead gutter. The third floor (at the level of the attic space in the roof) recedes thus allowing the flat roof of the second floor in case of fire to function as an escape route. Like the basement the third floor is provided with pivot windows. On the ground floor are mostly three-part windows applied as before. The first floor is principally provided with double glazed doors with or without flanking side panes (partly with opening windows as fanlight). Up to the second floor the rear facade of the left wing is articulated in the middle by a series of seven three-sided bay windows. Above this are on the second floor three-part windows applied as in the front facade but less high. Furthermore the second floor is provided with pivot windows. The rear facade of the central section has at the level of the rear staircase a central risalit with on the ground floor and first floor three nearly square (non-figurative) leaded-glass panes. In the narrow facade sections on either side of the crowned by a hipped roof with roof dormer central risalit are principally placed high horizontal windows applied, beside which at the level of the first floor a panel door to the said balcony. On either side of the tent roof of the central section stands on the main roof a tall chimney of red machine-made brick. The rear facade left of the central section counts like the adjacent rear facade of the right wing above the basement two storeys with in both roof planes a continuous roof dormer provided with pivot windows. Above this is in the north-east roof section still a wide roof dormer with two pivot windows. The facade articulation left of the central section is up to and including the first floor comparable to that in the right half (also a balcony above the ground floor). In the rear facade of the right wing are mostly fixed windows applied with two-part fanlights.
INTERIOR. In the interior the main structure, long corridors with rooms on either side, is still recognisable. The basement likewise has such an arrangement. Here in part of the corridors and the adjacent service rooms the original granito floors are still present. At the end of the corridor in the left wing is found a simple rectangular chapel. This space is lit by stained-glass windows of brown and yellow glass, each provided with a symbolic representation (including a fish, an anchor, a rose, a ship, a bible, a mother with child). The floor between the basement and ground floor is executed in reinforced concrete; all higher floors are of wood.
GARDEN LAYOUT. The large pond in the middle of the forecourt belongs to the original garden layout and has viewed from the road the form of a semicircle with on either side, just above the straight base, a small semicircular projection.
Valuation
Retirement home "Huize Westerlicht" with associated garden layout is of general interest because of its cultural-historical and architectural value as a mostly well-preserved example of Interbellum retirement home housing, constructed in the style of the late Amsterdam School. The building has high situational value because of its striking location in the Alkmaarderhout.
Nearby in the register
- Dierenverblijf(J2), Prinses Julianalaan tegenover 14Dierenverblijfunder 1 mi
- BatouweWoonhuisunder 1 mi
- Dierenverblijf(J2), Hertenkamp/Pr. BernardlnDierenverblijfunder 1 mi
- Algemene BegraafplaatsBegraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.