TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Batouwe

Alkmaar, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1915 - 1916
Address
Wilhelminalaan 28, 1815 JD Alkmaar
Place
Alkmaar
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.62631, 4.73508
Monument number
524945

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 11 Amsterdam, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

STADSVILLA "Batouwe" uit 1915-1916 met bijbehorende ERFSCHEIDING. De villa werd gebouwd naar ontwerp van de Bussumse architect K.P.C. de Bazel (1869 - 1923) in een sobere baksteenarchitectuur. Opdrachtgever was mr. C. van Lookeren Campagne te Alkmaar. Modern voor die tijd was de toepassing van betonnen vloeren, waarvoor dan ook afzonderlijk vergunning moest worden aangevraagd. De villa is gesitueerd aan de noordwestzijde van de Wilhelminalaan in de Alkmaarderhout. De voortuin wordt van de openbare weg gescheiden door een vermoedelijk uit de bouwtijd daterende erfscheiding.

N.B. De latere aanbouw met plat dak rechtsachter (N) maakt geen deel uit van de bescherming.

Omschrijving

Op nagenoeg rechthoekig grondplan opgetrokken villa van twee bouwlagen onder een met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen gedekt schilddak met ruim overstek evenwijdig aan de weg. Het buitenmuurwerk is beneden de vensters van de begane grond uitgevoerd in paarsrode machinale baksteen waalformaat in kruisverband met platvolle voeg. Boven deze hoge, door een bovenrand van grijs graniet afgesloten plint zijn de gevels opgetrokken in geelrode machinale baksteen waalformaat (ca. 21 x 5,5, cm) in kruisverband met snijvoeg. Onder verdiepingsvensters wordt het muurwerk horizontaal geleed door een uitspringende band van grijs graniet, waaronder siermetselwerk in de vorm van terugliggende vierkanten met in het midden een uitkragende kop. Het hoge schilddak wordt bekroond door twee taps toelopende hoekschoorstenen van gele machinale baksteen met een getrapt uitkragende bovenrand. Alle boeiborden kragen bovenaan eveneens getrapt uit. De vensters op de begane grond zijn twee keer zo hoog als de direct onder het overstek geplaatste verdiepingsvensters.

De symmetrische voorgevel (ZO) heeft in het midden een driezijdige erker met in elke kant een schuifvenster met negenruits bovenlicht. Ter weerszijden van deze erker bevindt zich een driedelig venster voorzien van drie schuiframen met zesruits bovenlicht. Links- en rechtsboven is eveneens een driedelig venster aangebracht waarin een zesruits schuifraam met ter weerszijden zesruits draairamen. Boven de erker bevindt zich een balkon met een dichte borstwering in hetzelfde metselwerk als de gevel. De granieten band onder de verdiepingsvensters zet zich voort als bovenrand van deze borstwering. Het balkon is toegankelijk via een dubbele balkondeur middenboven geflankeerd door smalle drieruits schuifvensters. In het midden van het voorschild bevindt zich een dakkapel voorzien van drie vierruits draairamen en een tegen het hoofddak aansluitend schilddak waarop eveneens gesmoorde verbeterde Hollandse pannen.

Midden tegen de rechterzijgevel (NO) is een rechthoekige uitbouw opgetrokken van één bouwlaag die via een schilddak met genoemde dakpan overgaat in een boven de dakvoet uitstekende middenrisaliet ter hoogte van de eerste verdieping. De laatste heeft een tegen het hoofddak aansluitend schilddak met dezelfde dakpan en een ruim overstek waaronder een driedelig venster voorzien van drie zesruits glas-in-loodramen (ter hoogte van het achterliggende tweede trapbordes). De voorzijde van de rechthoekige uitbouw is uitgevoerd als portiek waaromheen de plint van de villa zich als borstwering voortzet. Op de laatste rusten vier pijlers van grijs graniet. In het midden van het portiek bevindt zich de voordeur, een paneeldeur van gelakt teakhout waarin een raampje met kwartrond inzwenkende bovenhoeken (de rijke omlijsting rond het ene deurpaneel springt op de vier hoeken kwartrond in). De portiekvloer telt vier rechthoeken opgebouwd uit omgaande lagen van afwisselend rode en gele baksteen. De verhoogde vloer is bereikbaar via een granieten trap middenvoor waarvan de vier treden afgeronde hoeken hebben. Bovenin de rechterzijgevel van de uitbouw zijn drie valramen aangebracht: de linker en de middenste vierruits, de rechter enkelruits. Tegen de achterzijde van de uitbouw is een tweede rechthoekige uitbouw opgetrokken onder een met dezelfde dakpan gedekt schilddak evenwijdig aan de weg. In de voorzijde hiervan bevindt zich op straatniveau de zij-ingang, een paneeldeur met raampje en drieruits bovenlicht. Links in de rechterzijgevel van de villa zit nog een smal schuifvenster met zesruits bovenlicht.

De linkerzijgevel (ZW) heeft links een driezijdige erker als voor, maar zonder balkon of borstwering; rond het platte erkerdak is een grijsgranieten rand aangebracht waaronder siermetselwerk als onder de verdiepingsvensters. Rechts op de begane grond zit een smal schuifvenster met zesruits bovenlicht. De eerste verdieping is gesloten. In het midden van het linkerdakschild bevindt zich een dakkapel als voor (met gewijzigde vensters).

In de achtergevel (NW) is rechtsboven een driedelig venster aangebracht als boven in de voorgevel. Links van het midden heeft de achtergevel een forse uitbouw over twee bouwlagen waarboven een op het hoofddak aansluitend schilddak met in alle drie dakschilden een kleine dakkapel met plat dak en een liggend zesruits draairaam (bij de rechter dakkapel een enkel raam). In de voorzijde van de uitbouw is zowel beneden als boven een driedelig venster aangebracht als in de voorgevel. In de rechterzijgevel van de uitbouw zit boven een tweedelig venster bestaande uit twee zesruits ramen (de linker uitgevoerd als draairaam), en beneden een dubbele deur naar het verhoogde terras tegen de rechter helft van de achtergevel. Rond dit halfrond uitgebouwde terras zet de hoge plint van de villa zich voort, waarbij de op gestapelde rode bakstenen rustende granieten bovenrand fungeert als borstwering. Het opzij via een gemetselde trap bereikbare terras heeft een vloer van in een decoratief patroon gelegde gele en rode baksteen. Naast de uitbouw heeft de achtergevel linksboven een balkon rustend op een hoge rondboog. Het balkon is toegankelijk via een paneeldeur waarin twaalf ruitjes. Links hiervan bevindt zich een zesruits draairaam. Onder het balkon is in de achtergevel een vierruits keldervenster aangebracht waarboven een keukenvenster met een vierruits onderraam. Hiernaast zit in de zijmuur van de rondboog (tevens de zuidwestmuur van de uitbouw met het schilddak evenwijdig aan de weg) een groot vierruits stolpraam, waaronder de door een vlonder deels aan het oog onttrokken deur naar de kelder. Op de door een latere aanbouw grotendeels aan het oog onttrokken achtergevel van de laatstgenoemde uitbouw staat een smalle dakkapel waarin een deur.

INTERIEUR. Het interieur is nog grotendeels oorspronkelijk en bevat onder meer een marmeren vloer en een lambrisering van grijsgroene tegels in de vestibule, een tegelvloer en meerkleurige tegellambrisering met florale motieven in de naastgelegen ruimte, een keldertrap met treden van zwart marmer, in de hal een vloer van wit en zwart marmer in schaakbordpatroon, een bordestrap met eikenhouten lattenleuning en een hoge eikenhouten lambrisering waarin opgenomen een schouw, stucplafonds met een complex middenpatroon van elkaar snijdende lijsten in de drie kamers beneden, en in de vertrekken op de eerste verdieping onder meer een hoge eikenhouten lambrisering en twee stucplafonds met een gestileerd bloemmotief.

De erfscheiding tussen de voortuin en de openbare weg bestaat uit een laag muurtje van geelrode baksteen waarop een uit vierkante staven samengesteld smeedijzeren hek. Ter weerszijden van het pad naar de voordeur staan twee in dezelfde baksteen gemetselde hekpijlers voorzien van een grijsgranieten deksteen met een getrapt inspringende bovenkant en in de voorzijde de naam van de villa: links "BAT" en rechts "OUWE".

Waardering

De villa met bijbehorende erfscheiding uit het eerste kwart van de 20ste-eeuw is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf voorbeeld van sobere baksteenarchitectuur met bijzondere bewaard gebleven interieuronderdelen, kenmerkend voor het latere oeuvre van architect K.P.C. de Bazel. De villa heeft situationele waarde vanwege de ligging in de Alkmaarderhout.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

STADES VILLA "Batouwe" from 1915-1916 with associated BOUNDARY ENCLOSURE. The villa was built to the design of the Bussum architect K.P.C. de Bazel (1869 - 1923) in sober brick architecture. The client was mr. C. van Lookeren Campagne in Alkmaar. Modern for that time was the use of concrete floors, for which separate permission had to be requested. The villa is situated on the north-west side of the Wilhelminalaan in the Alkmaarderhout. The front garden is separated from the public road by a boundary enclosure presumed to date from the time of construction.

N.B. The later extension with flat roof at the rear right (N) does not form part of the protection.

Description

Villa built on an approximately rectangular ground plan of two storeys under a hipped roof covered with dampened improved Dutch tiles with generous overhanging eaves parallel to the road. The outer brickwork below the windows of the ground floor is executed in purple-red machine-made brick waal format in cross bond with full joint. Above this high plinth terminated by a top edge of grey granite, the gables are built up in yellow-red machine-made brick waal format (ca. 21 x 5.5 cm) in cross bond with cut joint. Below the first-floor windows the brickwork is divided horizontally by a projecting band of grey granite, below which is decorative brickwork in the form of recessed squares with a projecting head in the centre. The high hipped roof is crowned by two tapering corner chimneys of yellow machine-made brick with a stepped projecting top edge. All barge-boards also project stepped at the top. The windows on the ground floor are twice as high as the first-floor windows placed directly beneath the eaves.

The symmetrical front gable (SE) has in the centre a three-sided bay window with in each side a sash window with nine-pane fanlight. On either side of this bay window is a three-part window with three sash frames with six-pane fanlight. Top left and right is likewise a three-part window with a six-pane sash frame flanked on either side by six-pane casement windows. Above the bay window is a balcony with a solid parapet in the same brickwork as the gable. The granite band below the first-floor windows continues as the top edge of this parapet. The balcony is accessed via a double balcony door in the centre flanked by narrow three-pane sash windows. In the centre of the front gable is a roof dormer with three four-pane casement windows and a hipped roof adjoining the main roof, on which likewise dampened improved Dutch tiles are laid.

Against the middle of the right gable (NE) is a rectangular extension built of one storey which via a hipped roof with said tile transitions into a centre projection above the roof edge at the height of the first floor. The latter has a hipped roof adjoining the main roof with the same tile and generous overhanging eaves beneath which is a three-part window with three six-pane leaded-glass windows (at the height of the rear second landing). The front of the rectangular extension is executed as a portico around which the villa's plinth continues as a parapet. On the latter rest four pillars of grey granite. In the centre of the portico is the front door, a panel door of lacquered teak with a small pane with quarter-round inward-opening upper corners (the rich moulding around the single door panel curves inward at the four corners in quarter-rounds). The portico floor consists of four rectangles built up from surrounding layers of alternating red and yellow brick. The raised floor is accessible via a granite staircase in the centre of which the four steps have rounded corners. In the upper part of the right gable of the extension are three drop windows: the left and centre ones four-pane, the right one single-pane. Against the rear of the extension is a second rectangular extension built under a hipped roof covered with the same tile parallel to the road. In the front of this is at street level the side entrance, a panel door with small pane and three-pane fanlight. Left in the right gable of the villa is a narrow sash window with six-pane fanlight.

The left gable (SW) has on the left a three-sided bay window as before, but without balcony or parapet; around the flat roof of the bay window is a grey granite edge with decorative brickwork below as beneath the first-floor windows. Right on the ground floor is a narrow sash window with six-pane fanlight. The first floor is closed. In the centre of the left roof gable is a roof dormer as before (with modified windows).

In the rear gable (NW) is top right a three-part window as at the top of the front gable. Left of centre, the rear gable has a substantial extension over two storeys above which is a hipped roof adjoining the main roof with in all three roof gables a small roof dormer with flat roof and a horizontal six-pane casement window (at the right dormer a single window). In the front of the extension is both below and above a three-part window as in the front gable. In the right gable of the extension is above a two-part window consisting of two six-pane windows (the left executed as a casement window), and below a double door to the raised terrace against the right half of the rear gable. Around this semi-circular extension of the terrace, the villa's high plinth continues, with the granite top edge resting on stacked red bricks serving as a parapet. The terrace accessible via a mortared staircase to the side has a floor of yellow and red brick laid in a decorative pattern. Beside the extension, the rear gable has top left a balcony resting on a high round arch. The balcony is accessed via a panel door with twelve small panes. Left of this is a six-pane casement window. Below the balcony is in the rear gable a four-pane cellar window above which is a kitchen window with a four-pane lower window. Next to this is in the side wall of the round arch (also the south-west wall of the extension with the hipped roof parallel to the road) a large four-pane hopper window, below which the door to the cellar, partly concealed by a floor board. On the rear gable of the last-mentioned extension, largely concealed from view by a later extension, stands a narrow roof dormer with a door.

INTERIOR. The interior is still largely original and contains among other things a marble floor and grey-green tile wainscoting in the vestibule, a tile floor and multi-coloured decorative tile wainscoting with floral motifs in the adjacent space, a cellar staircase with steps of black marble, in the hall a floor of white and black marble in checkerboard pattern, a principal staircase with oak-wood lattice balustrade and high oak-wood wainscoting into which a fireplace is incorporated, stucco ceilings with a complex central pattern of intersecting mouldings in the three rooms below, and in the rooms on the first floor among other things high oak-wood wainscoting and two stucco ceilings with a stylised flower motif.

The boundary enclosure between the front garden and the public road consists of a low wall of yellow-red brick on which sits a wrought-iron fence composed of square bars. On either side of the path to the front door stand two fence pillars built in the same brick, topped with a grey granite coping stone with a stepped inward-sloping top and on the front the name of the villa: left "BAT" and right "OUWE".

Valuation

The villa with associated boundary enclosure from the first quarter of the 20th century is of general importance for its cultural-historical and architectural value as an intact example of sober brick architecture with particularly well-preserved interior components, characteristic of the later work of architect K.P.C. de Bazel. The villa has situational value because of its location in the Alkmaarderhout.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map