Rijksmonumentenregister · Netherlands
Stichting Paling en Van Foreest
Alkmaar, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Sociale zorg, liefdadigheid
- Function
- Hofje
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1901 - 1902
- Address
- Steijnstraat 14, Locatie: Emmakwartier, 1814 DC Alkmaar (and others)
- Place
- Alkmaar
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.62619, 4.74420
- Monument number
- 524930
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
3 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
HOFJE "Paling en Van Foreest" in neorenaissancestijl uit 1901-1902 met bijbehorende ERFSCHEIDING. Het voor vijftien "hulpbehoevende weduwen of bejaarde dames" bestemde hofje werd gebouwd in opdracht van de gelijknamige stichting naar ontwerp van de Zijper architect H.G.Th. Mann (Workum 1850 - Alkmaar 1934). Aannemer was de firma F.H. Ringers & Zoon te Alkmaar. Op 10 september 1901 werd de eerste steen gelegd door jonkvrouwe J.E. van Foreest. Het gebouw ligt in een U-vorm rond een binnenhof, dat via een poortgebouw op de Steynstraat is ontsloten. De dwarsvleugel linksachter werd reeds kort na de bouw met vier kamers verlengd. De voortuin van het hofje wordt van de openbare weg gescheiden door een ijzeren spijlenhek dat het gebogen verloop van de straat volgt en vermoedelijk dateert uit de bouwtijd.
Omschrijving
Op U-vormig grondplan gebouwd hofje bestaande uit een lange hoofdvleugel evenwijdig aan de Steynstraat, waartegen rechtsachter een korte dwarsvleugel en linksachter een naderhand verlengde dwarsvleugel. Alle vleugels zijn één bouwlaag hoog en voorzien van een zadeldak met gesmoorde kruispannen. Het poortgebouw middenvoor heeft eenzelfde dak, maar telt twee volledige bouwlagen. Het buitenmuurwerk van het hofje is opgetrokken in rode machinale baksteen waalformaat in kruisverband met snijvoeg. De in hetzelfde metselwerk uitgevoerde omgaande plint heeft een afgeschuinde bovenrand van profielsteen. Naast hardsteen is crèmekleurige kalksteen toegepast. De symmetrische voorgevel (O) telt links en rechts van het risalerende poortgebouw vijf tweedelige schuifvensters waarboven segmentbogen met sluit- en aanzetstenen van kalksteen. Onder de segmentbogen is siermetselwerk aangebracht van gele, oranje en rode baksteen en beigekleurige en grijze kalkzandsteen. Ter hoogte van de boven- en onderdorpels van de vensters wordt de voorgevel verfraaid door een kalkstenen band. Het middenste van de vijf vensters is geplaatst in een risaliet voorzien van hoekblokken van kalksteen en een trapgevel waarachter een zadeldak haaks op het hoofddak. De geveltrappen zijn bekleed met geprofileerde dekstenen van hardsteen. Op de bovenste trap staat gekruld siersmeedwerk. Beide trapgevels tellen vier muurankers en hebben middenboven een klein stolpraam ontlast door een rondboog met sluit- en aanzetstenen van kalksteen en daaronder een boogtrommel van siermetselwerk. Onder beide stolpramen zijn twee kalkstenen banden aangebracht waartussen ingemetselde siermotieven in hetzelfde materiaal (om en om een ruitmotief en een "I"). Ter weerszijden van de twee risalerende trapgevels staan op het voorschild twee dakkapellen voorzien van een vierruits draairaam en een zinkgedekt ingesnoerd schilddak met overstek. De voorgevel wordt afgesloten door een houten bakgoot met gootlijst waaronder een fries voorzien van kruismotieven van gele verblendsteen. Onder het fries loopt een lijst van gesmoorde profielsteen boven een laag waarin om en om twee koppen rode baksteen en twee koppen gele verblendsteen.
Het hoge risalerende poortgebouw in het midden van de voorgevel heeft een breedte van drie traveeën. De middentravee is uitgevoerd als risalerende trapgevel en op de begane grond voorzien van een doorgang waarboven een korfboog. Deze wordt evenals de hoeken van de middenrisaliet, het poortgebouw én de voorgevel verlevendigd door blokken kalksteen. De doorgang wordt afgesloten door een dubbel smeedijzeren spijlenhek afgehangen aan hardstenen blokken. De twee zijtraveeën hebben zowel beneden als boven een tweedelig schuifvenster met een segmentboog als genoemd en ter hoogte van de onder- en bovendorpels banden van kalksteen. Onder de verdiepingsvensters zijn twee kalkstenen banden aangebracht waartussen siermotieven als in de twee risalieten en, boven de doorgang, een brede hardstenen naamsteen met in opliggende letters de tekst "STICHTING PALING EN VAN FOREEST". Op de naamsteen rust een driedelig schuifvenster samengesteld uit een middenraam tussen twee smallere zijramen. Tussen de segmentboog van dit venster en het stolpraam (met rondboog) bovenin de trapgevel is een dubbele sierband aangebracht als onder de verdiepingsvensters, met in het midden een hardstenen jaartalsteen "1901". De trapgevel van de middentravee is vrijwel identiek aan de twee genoemde trapgevels, maar de bovenste geveltrap wordt hier bekroond door een halfrond hardstenen schelpmotief waarop een smeedijzeren windvaan. De gesloten kopse gevels van het poortgebouw zijn uitgevoerd als trapgevel, ook voorzien van vier muurankers, geprofileerde dekstenen van hardsteen, en op de bovenste trap siersmeedwerk. De doorgang wordt overwelfd door ijzeren dwarsliggers waartussen troggewelfjes van gele machinale ijsselsteen. De in rijk siermetselwerk (gele, oranje, rode en gesmoorde baksteen, beigekleurige kalkzandsteen) opgetrokken zijmuren van de doorgang worden geleed door gemetselde pilasters waarop korfbogen. De sluit- en aanzetstenen van de korfbogen en de kapitelen en banden van de pilasters zijn uitgevoerd in crèmekleurig kalksteen. Beide zijmuren tellen drie spaarvelden. In het rechter spaarveld van de linker (Z) zijmuur bevindt zich een paneeldeur voorzien van twee gietijzeren deurroosters (in de overige spaarvelden zijn in de jaren '70 en '80 vier herdenkingsstenen gemetseld waarop informatie over de bouw en de restauratie). De achtergevel (W) van het poortgebouw verschilt in zoverre van de voorgevel dat tussen de twee banden boven de begane grond en boven de eerste verdieping siermotieven en een jaartal- of naamsteen ontbreken, en dat ter weerszijden van de doorgang een zesruits schuifvenster is aangebracht waarnaast een paneeldeur met twee gietijzeren deurroosters en een bovenlicht. Deze vensters en deuren hebben een rondboog met sluit- en aanzetstenen van kalksteen en in de boogtrommel siermetselwerk als voor. Verder staat op de trapgevel geen windvaan maar siersmeedwerk, en worden de zijtraveeën afgesloten door een gladde bakgoot waaronder een muizentand en een dubbele laag van beigekleurig kalkzandsteen. De rest van de symmetrische achtergevel en de langsgevels van de dwarsvleugels worden op dezelfde wijze afgesloten. Ter weerszijden van het poortgebouw telt de symmetrische achtergevel vier paneeldeuren als in het poortgebouw met aan de ene kant een zesruits schuifvenster en aan de andere kant een valraampje. Al deze vensters en bovenlichten hebben een rondboog met sluit- en aanzetstenen van kalksteen en in de boogtrommel siermetselwerk als voor. Banden ter hoogte van de onder- en bovendorpels ontbreken. In het midden van de zuidgevel van de korte dwarsvleugel bevindt zich een paneeldeur als genoemd, met links hiervan een tweedelig schuifvenster als voor, maar onder een korfboog. Rechts in de hoek bevindt zich een (recent half dichtgezette) inham met achterin een paneeldeur en in de rechter wand een zesruits schuifvenster. De verlengde dwarsvleugel heeft in de noordgevel links eenzelfde inham en verder vier paneeldeuren als genoemd. Rechts van elk van deze deuren bevindt zich een tweedelig schuifvenster waarboven een korfboog. De kopse westgevel van beide dwarsvleugels is uitgevoerd als trapgevel. De korte dwarsvleugel heeft bovenin een vierruits schuifvenster en telt vier muurankers, in de verlengde dwarsvleugel ontbreken muuropeningen en ankers. De kopse gevels van de hoofdvleugel zijn eveneens uitgevoerd als trapgevel met op de begane grond een zesruits schuifvenster als in de achtergevel, vier muurankers, siersmeedwerk op de top, en middenboven drie moderne vensters waarvan het als vierruits schuifraam uitgevoerde middenvenster van de noordelijke trapgevel vermoedelijk nog oorspronkelijk is. De rechterzijgevel (N) telt rechts van de risalerende trapgevel drie zesruits schuifvensters als achter met tussen de linker en de middenste twee valraampjes als genoemd. In de linkerzijgevel (Z) zijn links van de risalerende trapgevel vier paar zesruits schuifvensters aangebracht waartussen steeds een valraampje. Rechts van het rechter paar bevinden zich twee valraampjes en één zesruits schuifvenster.
De erfscheiding langs de Steynstraat bestaat uit twee smeedijzeren spijlenhekken die het gebogen verloop van de straat volgen en onder een kwartronde hoek aansluiten tegen het poortgebouw.
Waardering
Het hofje "Paling en Van Foreest" uit 1901-1902 met bijbehorende erfscheiding is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als uitwendig gaaf bewaard voorbeeld van een in hoofdvorm en opbouw karakteristiek hofje in neorenaissancestijl uit het begin van de 20ste-eeuw.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Courthouse "Paling en Van Foreest" in neo-Renaissance style from 1901-1902 with associated BOUNDARY FENCE. The courthouse, intended for fifteen "needy widows or elderly ladies", was built on commission of the foundation of the same name after designs by the Zijper architect H.G.Th. Mann (Workum 1850 - Alkmaar 1934). The contractor was the firm F.H. Ringers & Zoon in Alkmaar. On 10 September 1901 the foundation stone was laid by Jonkvrouwe J.E. van Foreest. The building is arranged in a U-shape around an interior courtyard, which is accessed via a gatehouse on the Steynstraat. The rear cross-wing on the left was extended shortly after construction with four rooms. The front garden of the courthouse is separated from the public road by an iron railing fence that follows the curved course of the street and presumably dates from the time of construction.
Description
Courtthouse built on a U-shaped ground plan consisting of a long main wing parallel to the Steynstraat, against which a short cross-wing is positioned to the rear right and a subsequently extended cross-wing to the rear left. All wings are one storey high and provided with a gabled roof with muted cross pans. The gatehouse in the middle front has the same roof but comprises two full storeys. The external brickwork of the courthouse is constructed in red machine-made bricks of Waal format in cross-bond with V-jointing. The plinth executed in the same masonry has a bevelled upper edge of moulded stone. In addition to hard stone, cream-coloured limestone is used. The symmetrical front facade (E) has five two-part sash windows to the left and right of the projecting gatehouse, above which are segment arches with closing and setting stones of limestone. Below the segment arches decorative brickwork has been applied in yellow, orange and red bricks and beige-coloured and grey sandstone. At the level of the upper and lower lintels of the windows the front facade is decorated by a limestone band. The middle of the five windows is placed in a risalit provided with corner blocks of limestone and a stepped gable behind which a gabled roof perpendicular to the main roof. The gable steps are clad with profiled coping stones of hard stone. Curved ornamental ironwork stands on the top step. Both stepped gables have a small fixed light transom above, relieved by a round arch with closing and setting stones of limestone and below it an arch soffit of decorative brickwork. Below both fixed lights are two limestone bands with inset ornamental motifs in the same material (alternately a diamond motif and an "I"). On either side of the two projecting stepped gables stand on the front slope two roof dormers provided with a four-light casement window and a zinc-covered pinched hipped roof with overhang. The front facade is concluded by a wooden gutter with gutter moulding beneath which a frieze featuring cross motifs in yellow cladding brick. Below the frieze runs a moulding of muted profile stone above a course in which alternately two courses of red brick and two courses of yellow cladding brick.
The tall projecting gatehouse in the centre of the front facade is three bays wide. The middle bay is executed as a projecting stepped gable and on the ground floor provided with a passage above which a basket arch. This, like the corners of the middle risalit, the gatehouse and the front facade, is enlivened by limestone blocks. The passage is closed off by a double wrought-iron railing fence hung on hard stone blocks. The two side bays each have a two-part sash window both below and above with a segment arch as described and at the level of the lower and upper lintels limestone bands. Below the first-floor windows two limestone bands have been applied between which ornamental motifs as in the two risalits and, above the passage, a broad hard stone name stone with superimposed letters reading "STICHTING PALING EN VAN FOREEST". On the name stone rests a three-part sash window composed of a centre light between two narrower side lights. Between the segment arch of this window and the fixed light transom (with round arch) above in the stepped gable a double ornamental band has been applied as below the first-floor windows, with in the centre a hard stone date stone "1901". The stepped gable of the middle bay is almost identical to the two mentioned stepped gables, but the top gable step is here crowned by a semi-circular hard stone shell motif upon which stands a wrought-iron weathervane. The closed gable end walls of the gatehouse are executed as stepped gables, also provided with four wall anchors, profiled coping stones of hard stone, and ornamental ironwork on the top step. The passage is spanned by iron transverse beams between which barrel vaults of yellow machine-made Ijssel stone. The side walls of the passage, constructed in rich decorative brickwork (yellow, orange, red and muted brick, beige-coloured sandstone), are articulated by moulded pilasters on which rest basket arches. The closing and setting stones of the basket arches and the capitals and bands of the pilasters are executed in cream-coloured limestone. Both side walls contain three spandrel fields. In the right spandrel field of the left (S) side wall is a panel door provided with two cast-iron door grilles (in the remaining spandrel fields four memorial stones were set in during the 1970s and 1980s bearing information about the construction and restoration). The rear facade (W) of the gatehouse differs in that between the two bands above the ground floor and above the first storey ornamental motifs and a date or name stone are absent, and that on either side of the passage a six-light sash window has been placed beside which a panel door with two cast-iron door grilles and a fanlight. These windows and doors have a round arch with closing and setting stones of limestone and in the arch soffit decorative brickwork as before. Furthermore, on the stepped gable stands no weathervane but ornamental ironwork, and the side bays are concluded by a smooth gutter beneath which a mouse-tooth moulding and a double course of beige-coloured sandstone. The remainder of the symmetrical rear facade and the long sides of the cross-wings are concluded in the same manner. On either side of the gatehouse the symmetrical rear facade has four panel doors as in the gatehouse with on the one side a six-light sash window and on the other side a fixed light transom. All these windows and fanlights have a round arch with closing and setting stones of limestone and in the arch soffit decorative brickwork as before. Bands at the level of the lower and upper lintels are absent. In the middle of the south facade of the short cross-wing is a panel door as mentioned, with to the left of it a two-part sash window as before, but below a basket arch. To the right in the corner is a (recently half-blocked) alcove with a panel door at the back and in the right wall a six-light sash window. The extended cross-wing has in the north facade on the left the same alcove and further four panel doors as mentioned. To the right of each of these doors is a two-part sash window as before above a basket arch. The end west facade of both cross-wings is executed as a stepped gable. The short cross-wing has a four-light sash window above and has four wall anchors, in the extended cross-wing window openings and anchors are absent. The end facades of the main wing are likewise executed as stepped gables with on the ground floor a six-light sash window as on the rear, four wall anchors, ornamental ironwork at the top, and above the centre three modern windows of which the centre window of the northern stepped gable executed as a four-light sash frame is presumably still original. The right side facade (N) has to the right of the projecting stepped gable three six-light sash windows as at the rear with between the left and the centre two fixed light transoms as mentioned. In the left side facade (S) to the left of the projecting stepped gable four pairs of six-light sash windows have been placed with between them always a fixed light transom. To the right of the right pair are two fixed light transoms and one six-light sash window.
The boundary fence along the Steynstraat consists of two wrought-iron railing fences that follow the curved course of the street and connect at a quarter-round angle against the gatehouse.
Valuation
The courthouse "Paling en Van Foreest" from 1901-1902 with associated boundary fence is of general interest on account of its cultural-historical and architectural value as an outwardly well-preserved example of a courthouse characteristic in main form and structure in neo-Renaissance style from the beginning of the 20th century.
Nearby in the register
- Dokterswoning, Emmastraat 16Dienstwoningunder 1 mi
- Villa HollandDienstwoningunder 1 mi
- HofdijkWoonhuisunder 1 mi
- SchoonzichtWoonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.