TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Thierensweg 30

Naarden, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1921
Address
Thierensweg 30, 1411 EX Naarden (Gooise meren 27)
Place
Naarden
Municipality
Gooise meren
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.28795, 5.16056
Monument number
524811

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1900 map "Kaart ten behoeve der oefeningen in de legerplaats bij Laren : (tevens garnizoenskaart)" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Aan de oostzijde van de Thierensweg gelegen houten WOONHUIS uit 1921. Het pand werd gebouwd naar ontwerp van de Amsterdamse architect H.Th. Wijdeveld (1885-1987) in de stijl van de Amsterdamse School. Opdrachtgever was H.P. Bendien, kweker en de uitvinder van de meststof Pokon. De bouw werd vermoedelijk uitgevoerd door de Bussumse aannemer Boersma. Vanwege de ligging van het pand binnen de middelste van de verboden kringen rond de vesting Naarden mocht uitsluitend in hout gebouwd worden boven een stenen voeting van maximaal 50 cm. In 1937 liet Bendien het op vierkant grondplan gebouwde pand aan de achterzijde verlengen tot aan de Bussemse Vaart en tevens een garage aanbouwen tegen de linkerzijgevel (beide naar ontwerp van de Bussumse architect K. van den Berg). In de zuidgevel werden in dat jaar alle begane grondramen vervangen door stalen exemplaren. Tevens werd het interieur verbouwd waarbij onder meer het kantoor linksvoor en de keuken linksachter verplaatst werden naar de aanbouw.

Omschrijving

Op rechthoekig grondplan opgetrokken woonhuis van twee bouwlagen onder een plat dak. De buitengevels zijn ter hoogte van de begane grond bekleed met in een harmonicapatroon aangebrachte liggende delen (oorspronkelijk om en om geel en paars geverfd) boven een voeting van staand gemetselde geelpaarse mondstenen in halfsteens verband met platvolle voeg. Boven de lage houten harmonicawand zijn de gevels uitgevoerd als een bijna vertikaal dakvlak met een gering overstek en een dekking van licht gebolde rode leipannen in Maasdekking. De vensters van de begane grond zijn direct onder dit overstek geplaatst. In de uitbouw van 1937, alsmede op de begane grond van de zuidgevel van het oorspronkelijke volume, zijn geen houten maar stalen vensters toegepast (vervaardigd door De Vries Robbé). Deze ramen hebben een afwijkende maatvoering van de oorsponkelijk toegepaste vensters. De symmetrische voorgevel (W) heeft zowel links als rechts een liggend venster bestaande uit twee lage gekoppelde stolpramen. In het midden bevindt zich een uitgeknikte erker waaronder de voeting plaatselijk verhoogd is. De erker is voorzien van twee stolpramen waartussen een halfronde stijl die boven de erker uitsteekt. Dit ronde bovenste gedeelte is gedecoreerd met bloemmotieven. Ter hoogte van de eerste verdieping bevindt zich links en rechts een liggend stolpraam en in het midden een inpandig balkon waarin een dubbele glasdeur met ter weerszijden een zijlicht, en links een enkele glasdeur. De linker zijgevel (N) heeft rechts van de garage achtereenvolgens een liggend vast raam, een voordeur, een smal driehoekig uitzetraam, een liggend vast raam, en een liggend stolpraam dat aan de rechterzijde geflankeerd wordt door een openslaand raam. De voordeur heeft een krulvormige gietijzeren deurklopper en rechts drie smalle ramen boven elkaar waarnaast links een golvende sierplank met greep. Ter plaatse van het vaste raam rechts van het driehoekige uitzetraam bevond zich een dito gespiegelde deur naar het kantoor. Deze is in 1937 verplaatst naar de voorgevel van de garage. Op de eerste verdieping heeft de linkerzijgevel van links naar rechts een uitgeknikte dakkapel waarin twee openslaande ramen, een liggend stolpraam, een driedelig liggend venster (twee openslaande ramen waartussen een vast raam), en een liggend stolpraam. In de rechterzijgevel (Z) bevinden zich van links naar rechts twee gekoppelde stalen stolpramen, een door een openslaand stalen zijraam geflankeerde deur waarin een raam, een driedelig stalen venster voorzien van twee openslaande ramen waartussen een vast raam, en een uit de oude achtergevel afkomstige horizontaal in tweeën gedeelde paneeldeur met zowel in de onder- als bovendeur rechts een smal vijfzijdig raam. De eerste verdieping telt drie liggende stolpramen en heeft rechts een driedelig venster waarin een vast raam tussen twee openslaande ramen. De aan de Bussumer Vaart grenzende achtergevel O) heeft op de begane grond links een openslaand raam en rechts een groot driedelig venster waarin een liggend vast raam tussen openslaande ramen. Linksboven bevindt zich een liggend stolpraam en rechtsboven een driedelig venster waarin een vast raam tussen twee openslaande ramen. De tegen de linker helft van de linker zijgevel aangebouwde garage is opgetrokken in gele machinale waalsteen in halfsteens verband met verdiepte voeg onder een plat dak met aan de voorzijde een overstek. In de voorgevel (W) van de garage bevindt zich links van de genoemde deur een vlakke houten garagedeur die uitgevoerd is als een vierdelige schuifdeur. De linkerzijgevel (N) van de garage is gesloten. In de achtergevel (O) heeft de garage links een naar binnen draaiend stalen stolpraam en rechts een driedelig stalen venster voorzien van een openslaand raam links en twee vaste ramen. De woning heeft een houtskelet samengesteld uit stijlen waartussen dwarsbalken en onderin kruisschoren. Achter de harmonicawanden van de na de afschaffing van de Kringenwet (1926) daterende uitbouw gaan dragende stenen muren schuil. Het interieur is in de gangen onder meer voorzien van met eikenfineer beklede opdekdeuren op beide bouwlagen, in de hal een vloer van witte en zwarte tegels in schaakbordpatroon, met eikenfineer beklede wanden en een uit de bouwtijd daterende scheluwe trap met onder- en bovenaan een kwart. In de woonkamer een kastenwand waarin een liggend glas-in-loodraam. In de van lichtgele wandtegels voorziene keuken een granitovloer, een nis voor het fornuis en een servieskast met dubbele glasdeur. In het voormalige kantoor middenachter een wandafwerking van eikenfineer en een boardplafond. In twee slaapkamers in de aanbouw van 1937 uit de kantoortijd stammende met eikenfineer afgewerkte wanden en (kast)deuren, daarnaast nog één kamer met eikenfineer (kast)deuren in het oorspronkelijke volume.

Waardering

Het woonhuis met aangebouwde garage is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde als een grotendeels gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een vanwege de Kringenwet in hout gebouwd woonhuis uit het eerste kwart van de 20ste eeuw, opgetrokken in de stijl van de Amsterdamse School. Tevens is het pand van belang als kenmerkend werk uit het oeuvre van architect Wijdeveld.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

A wooden DWELLING located on the east side of the Thierensweg, built in 1921. The building was designed by Amsterdam architect H.Th. Wijdeveld (1885-1987) in the style of the Amsterdam School. The client was H.P. Bendien, nurseryman and inventor of the fertiliser Pokon. The construction was presumably carried out by Bussum contractor Boersma. Due to the building's location within the middle of the forbidden rings around the fortress Naarden, construction was permitted only in wood above a stone foundation of a maximum of 50 cm. In 1937 Bendien had the building, constructed on a square ground plan, extended at the rear to the Bussumse Vaart and also had a garage built against the left side gable (both designed by Bussum architect K. van den Berg). In that year all ground-floor windows in the south gable were replaced with steel examples. The interior was also remodelled, with the office at the front left and the kitchen at the back left being relocated to the extension.

Description

A two-storey dwelling on a rectangular ground plan with a flat roof. The outer facades at ground-floor level are clad with horizontal elements applied in an accordion pattern (originally painted alternately yellow and purple) above a foundation of vertically laid yellow-purple brick in half-bond with flush pointing. Above the low wooden accordion wall the facades are executed as an almost vertical roof surface with minimal overhang and covered with lightly curved red slate tiles in Maas bond. The ground-floor windows are positioned directly below this overhang. In the 1937 extension, as well as on the ground floor of the south gable of the original volume, steel rather than wooden windows are used (manufactured by De Vries Robbé). These frames have different proportions from the originally used windows. The symmetrical front facade (W) has a horizontal window on both left and right consisting of two low coupled frame windows. In the centre is a recessed oriel window beneath which the foundation is locally raised. The oriel is fitted with two frame windows between which a semicircular mullion extends above the oriel. This round upper section is decorated with floral motifs. At first-floor level there is a horizontal frame window on both left and right, and in the centre an internal balcony containing a double glazed door with sidelights on either side, and a single glazed door on the left. The left side gable (N) has, to the right of the garage, successively a horizontal fixed window, a front door, a narrow triangular tilting window, a horizontal fixed window, and a horizontal frame window flanked on the right by an opening window. The front door has a curled cast-iron door knocker and to the right three narrow windows stacked vertically, beside which on the left is a wavy decorative plank with handle. At the location of the fixed window to the right of the triangular tilting window there was a similarly mirrored door to the office. This was relocated to the front of the garage in 1937. On the first floor, the left side gable has, from left to right, a recessed roof dormer with two opening windows, a horizontal frame window, a three-part horizontal window (two opening windows with a fixed window between), and a horizontal frame window. The right side gable (S) has, from left to right, two coupled steel frame windows, a door flanked by an opening steel side window with a window, a three-part steel window with two opening windows and a fixed window between, and a horizontal panel door in two parts originating from the old rear gable with a narrow five-sided window on the right in both upper and lower door. The first floor has three horizontal frame windows and on the right a three-part window with a fixed window between two opening windows. The rear gable (E) facing the Bussumer Vaart has on the ground floor on the left an opening window and on the right a large three-part window with a horizontal fixed window between opening windows. Above left is a horizontal frame window and above right a three-part window with a fixed window between two opening windows. The garage built against the left half of the left side gable is constructed in yellow machine-made Flemish bond brick in half-bond with recessed pointing under a flat roof with an overhang at the front. In the front gable (W) of the garage, to the left of the aforementioned door, is a flush wooden garage door executed as a four-part sliding door. The left side gable (N) of the garage is closed. In the rear gable (E) the garage has on the left an inward-opening steel frame window and on the right a three-part steel window with an opening window on the left and two fixed windows. The dwelling has a timber frame constructed from vertical members between which are cross-beams and diagonal braces at the base. Behind the accordion walls of the extension dating from after the abolition of the Rings Act (1926) are concealed load-bearing stone walls. The interior features, in the corridors, pocket doors clad with oak veneer on both storeys, in the hall a floor of white and black tiles in a chequerboard pattern, walls clad with oak veneer and an original open-well staircase with quarter landings at top and bottom. In the living room a wall of cupboards containing a horizontal leaded-glass window. In the kitchen with light yellow wall tiles a granite floor, a niche for the stove and a crockery cabinet with double glazed door. In the former office in the middle at the rear wall finish in oak veneer and a board ceiling. In two bedrooms in the 1937 extension with oak-veneer finish walls and (cupboard) doors dating from the office period, plus one further room with oak-veneer (cupboard) doors in the original volume.

Valuation

The dwelling with attached garage is of general interest for its architectural and cultural-historical value as a largely well-preserved example of a dwelling built in wood due to the Rings Act from the first quarter of the 20th century, constructed in the style of the Amsterdam School. Furthermore, the building is of significance as a characteristic work from the oeuvre of architect Wijdeveld.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map