Rijksmonumentenregister · Netherlands
R.K. Kerk H. Hart van Jezus
Venlo, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1921
- Address
- Veldenseweg 2, 5914 ST Venlo
- Place
- Venlo
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.37825, 6.18094
- Monument number
- 524759
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
2 historical maps cover this location, the earliest the 1898 map "Composite: 377. Kaldenkirchen." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
R.K. KERK H.Hart van Jezus, 1921-1926. Gebouwd in verschillende bouwfasen, in een door het Expressionisme beïnvloede bouwstijl naar ontwerpen van architect Jules Kayser. Opdrachtgever annex bouwheer was deken Matheus Bauduin. De kerk werd in 1922 ingewijd. De kerk is dominant gesitueerd in de zichtas die de Straelseweg vanuit de Venlose binnenstad vormt, bij de splitsing van Veldenseweg en Straelseweg. De hoofdvorm van de kerk is geïnspireerd door de typologie van de centraalbouw met koor en straalkapellen. De in het ontwerp van architect Jules Kayser voorziene klokkentoren, ten westen van de huidige entreepartij, is niet gerealiseerd. Mede als gevolg hiervan is het oorspronkelijk voorziene grondplan van de kerk aangepast. De entreepartij werd ondergebracht aan het uiteinde van een nieuw ontworpen schip aan de zuidzijde van de centraalbouw. Tussen 1921 en 1926 werd de sacristie met kapel ontworpen. In 1926 werd er tevens een ontwerp gemaakt om de kerk aan weerszijden van het schip en de centraalbouw nogmaals uit te breiden met zijbeuken en kruisarmen. In 1946 werd het entreeportaal van de kerk gewijzigd.
Omschrijving
Het kerkgebouw heeft een complexe, in hoofdvorm kruisvormige PLATTEGROND. De kerk kenmerkt zich door een hoge centraalbouw, omgeven door lagere bouwvolumes in twee niveaus. Het vooraanzicht vanaf de Straelseweg geeft daarmee de indruk van een zich trapsgewijs verbredende én verhogende bouwmassa. De sacristie met kapel aan de noordzijde heeft een in hoofdvorm rechthoekige plattegrond. De sacristie alsmede het priesterkoor zijn gedeeltelijk onderkelderd. De hoge vierzijdige centraalbouw wordt gedekt door een samenstelling van vier onder een rechte hoek op elkaar ingestoken ZADELDAKEN, met een kruisvormige noklijn. Op de kruising van deze vier daken bevindt zich een dakruiter met luidklok. Deze nokruiter is bekleed met zink en koper. De centraalbouw heeft op alle vier de hoeken een steunbeerconstructie, die wordt gedekt door een samenstelling van een tent- en een zadeldakje. De noklijn van deze dakjes vormt een hoek van 45 graden met de noklijnen van de centraalbouw. De rondom op de centraalbouw aansluitende bouwvolumes van het koor, de beide kruisarmen en het schip hebben dezelfde, maar in vergelijking met de centraalbouw aanzienlijk lagere, nokhoogte. De nokhoogte van deze zijvolumes komt overeen met de dorpelhoogte van de vensterreeksen in de vier gevelzijden van de centraalbouw. Het zevenzijdige koor heeft een samengesteld zadel- annex tentdak. Beide kruisarmen hebben een half schilddak. Het schip heeft een zadeldak, de entreepartij in het verlengde hiervan heeft een half tentdak. De nokhoogte van de zijbeuken van het schip, de sacristie en de uitbouwen in de oksels van centraalbouw en kruisarmen, schip of koor reikt tot de goothoogte van kruisarmen, schip en koor. Het betreft hier overwegend lessenaarsdaken. Het dak van de sacristie met kapel aan de noordzijde is een gecombineerd zadel- annex schilddak met een L-vormige noklijn. Op de nok van de sacristie een hoge schoorsteen. Alle daken worden gedekt met rode, rechtsdekkende HOLLANDSE PANNEN en hebben bakgoten zonder overstek. Kerk en sacristie hebben overwegend ijzeren spitsboogVENSTERS, grotendeels voorzien van glas-in-lood. De rechthoekige, deels dubbele houten DEUREN zijn geplaatst in spitsboogvormige omlijstingen met vulstukken. De kerk van het H.Hart van Jezus is opgetrokken in een donkere getinte BAKSTEEN. De gevels kenmerken zich door een expressieve baksteentoepassing, met name in de verticale ornamentering in de centraalbouw. Metselwerk in kruisverband, met open voegwerk, dat herhaaldelijk met platvol voegwerk is gerepareerd. Rode keramische dorpeltegels. De kerk heeft een robuust voorkomen mede vanwege een hoog, geprofileerd basement in de bouwvolumes rondom de centraalbouw. Daarboven, enigszins terugliggend ten opzichte van het basement, een bakstenen opstand die op regelmatige afstanden wordt ondersteund door op het basement rustende kleine steunberen. Op het basement een bovenafdekking van rode keramische tegels. De gevelvlakken worden beëindigd door geprofileerde, decoratieve streklijsten waarop de bakgoten rusten. Diverse rollagen. De CENTRAALBOUW heeft aan elke gevelzijde een topgevel, bekroond door een met decoratief metselwerk vormgegeven kruis. In deze topgevels telkens een reeks van vijf, in hoogte oplopende spitsboogvensters met glas-in-lood. Strekken met muizentandlijsten onder de vensterreeksen. In de topgevel aan de zuidzijde (gericht op de stad) is een uurwerk geplaatst. Op de hoeken van de centraalbouw steunbeerachtige pijlers, gekenmerkt door zich trapsgewijs verjongend en decoratief verticaal metselwerk. In deze hoekpartijen zijn drie ronde glas-in-lood-vensters geplaatst. Boven deze ronde vensters zijn metalen hoekelementen ter versteviging van de bouwconstructie aangebracht. In de KRUISARMEN ten westen en ten oosten van de centraalbouw is in de gevelvlakken boven het geprofileerde basement een reeks van vijf spitsboogvormige vensters geplaatst. Het schip wordt voorafgegaan door een driezijdig afgeschuinde ENTREEPARTIJ. Deze kenmerkt zich door drie hoge spitsboogopeningen, zes hardstenen traptreden en een portaalvloer gedekt met gebroken leisteen. In het portaal een rechthoekige, dubbele houten deur van rabatdelen, met beslag. Deze dubbele deur is geplaatst in een spitsboogvormig spaarveld. In het vulstuk een viervoudige frieslijst met spitsboogmotieven. Aan weerszijden van de dubbele houten deur zijn enkelvoudige rechthoekige houten deur geplaatst, in een getoogde omlijsting. Boven deze omlijsting een rond glas-in-lood bovenlicht. In de ZIJBEUKEN en de uitbouwen in de oksels van centraalbouw en kruisarmen zijn, onmiddellijk boven het basement, op regelmatige afstanden kleine gekoppelde spitsboogvensters met glas-in-lood geplaatst. Hiertussen bevinden zich kleine steunberen. De zijbeuk aan de oostzijde van het schip wordt beëindigd door een zij-ingang, die onder een zadeldakje dwars op de zijbeuk is ingestoken. Hierin, in een spitsboogvormig spaarveld, een rechthoekige dubbele houten rabatdelen deur met beslag. Het vulstuk is, boven de streklijst, gevuld met schoon metselwerk. Zevenzijdig KOOR aan de noordzijde van de centraalbouw. In vijf gevelvelden is, hoog in de gevel, één spitsboogvormig glas-in-lood venster geplaatst. Trapsgewijs uitgemetselde kroonlijst. In het basement de rechthoekige houten souterraindeur en een klein, rechthoekig houten souterrainvenster. Streklijsten boven de plint en onder de vensterdorpels. De SACRISTIE met kapel heeft in de asymmetrisch ingedeelde noordgevel een niet-oorspronkelijke, rechthoekige entreepartij. Links daarnaast, een spitsboogvormig souterrainvenster. De twee overige souterrainvensters zijn verwijderd ten behoeve van de nieuwe entreepartij. Boven de entree, in de tweede laag, een reeks van drie spitsboogvensters van de jongenssacristie. Daarnaast, op de gevelhoek, een spitsboogvenster van de sacristieruimte. In de westgevel van de sacristie, een reeks van drie spitsboogvormige souterrainvensters. Daarboven, een reeks van drie spitsboogvensters ten behoeve van de sacristieruimte. In de topgevel een spitsboogvormig zoldervenster. In de westgevel een enigszins teruggerooide entreepartij met luifel. In een spitsboogvormig spaarveld met vulstuk een rechthoekige houten rabatdelen sacristiedeur met beslag, bereikbaar via een aantal bakstenen traptreden.
Het INTERIEUR van de kerk wordt gedomineerd door het grote, geel genuanceerde bakstenen gewelf van de centraalbouw. Rode bakstenen gewelfribben, booglijsten en scheibogen. Rode bakstenen kolommen met gele bakstenen speklagen en gesneden voegwerk. Trekstangen in de centraalbouw. Geel genuanceerde bakstenen kruisribgewelven in het schip, de zijbeuken en de zij- annex koorkapellen. Spitsboogvormige ribben tussen de gewelven, scheibogen tussen de zijbeuken en het schip. In de kruisarmen twee geel genuanceerde bakstenen spitsbooggewelven, waartussen een rode bakstenen rib. Spitsbooggewelf bij de aansluiting van de sacristie naar de kruisarm. Het koor heeft een spitsbooggewelf, een rode bakstenen gewelfrib en daarachter een koepelgewelf met acht ribben. In 1970 vergroot priesterkoor van travertin. Hoge koorlambrisering in marmer. Wit gepleisterde gevelvelden tussen lambrisering en koorgewelf. Doopkapel, voorzien van een kruisribgewelf, met vont in de oksel van koor en oostelijke kruisarm. In het schip, achter de middendeur van de entreepartij, een entreeportaal op vierkante grondslag. Onder het zangkoor een entreeportaal op vierkante grondslag, onmiddellijk achter de middendeur van de entreepartij. Hierin spitsboogvormige bovenlichten met glas-in-lood en bakstenen traceringen, dubbele houten deuren. Zeer decoratieve, ornamentele en in details variërende wijwaterbakken. In de westelijke zijbeuk de kapel van OLV Altijddurende Bijstand, met witgepleisterde wanden en spitsbooggewelven, alsmede een bidkapel met half koepelgewelf en wit gesausde wanden. De kerk beschikt nog grotendeels over het oorspronkelijk kerkmeubilair en de oorspronkelijke rode vloertegels met zwarte kaders. Niet oorspronkelijke, detonerende schrotenbetimmering van de zangkoorbalustrade. In dit interieur zijn onder meer van belang: twee biechtstoelen met neogotisch maaswerk, ca. 1900, in de oostelijke zijbeuk; een zestal kerkbanken uit de kapel van Genooi, XIXa; kruiswegstaties in Franse zandsteen, XXb, naar een ontwerp van Charles Vos; zandstenen beeld H. Antonius van Padua, XXA; zandstenen beeld H.Jozef met Kind, XXA; H.Hartbeeld in hout, XXb; houten beeld Maria Onbevlekt Ontvangen, XXB; beeld Gemma Galgani, XXc; terra cotta beeldengroep beeldengroep met St.Joris te Beesel en de H. Familie, naar een ontwerp van Charles Vos, XXc; twee gebrandschilderde ramen in de devotiekapel voorstellende Maria ten Hemelopneming, O.L.Vrouw van Fatima, naar een ontwerp van Charles Eijck, ca. 1950; negen gebrandschilderde ramen in het koor, naar een ontwerp van Gisèle Waterschoot van der Gracht, 1950, met voorstellingen rondom het thema H.Hart. Sacristie met gave indeling en sobere inrichting, waaronder een hoge lambrizering. Eenvoudig figuratief glas-in-lood in de spitsboogvensters.
Waardering
De R.K. Kerk H.Hart van Jezus aan de Veldenseweg is van algemeen belang vanwege het geheel van navolgende waarden. De kerk is van cultuurhistorisch belang als een bouwkundige exponent van de ontwikkeling van het katholieke religieuze leven in de eerste decennia van de twintigste eeuw. De architectuurhistorische waarden van de kerk worden bepaald door de bouwstijl, het karakteristieke materiaalgebruik en de kwaliteit van het interieur. De kerk, die beschikt over een onderscheidende typologie, is van aanmerkelijk belang voor het oeuvre van architect Jules Kayser. De R.K. Kerk H.Hart van Jezus beschikt vanwege de situering in de zichtas van de Straelseweg over belangrijke ensemblewaarden en is een belangrijk markeringspunt in de stedenbouwkundige ontwikkelingen die Venlo vanaf de laatste decennia van de negentiende eeuw heeft ondergaan. De kerk is in redelijk tot hoge mate gaaf bewaard gebleven en beschikt over aanzienlijke architectuurhistorische en typologische zeldzaamheidswaarden.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Roman Catholic Church of the Sacred Heart of Jesus, 1921-1926. Built in various construction phases, in a building style influenced by Expressionism according to designs by architect Jules Kayser. The client and building contractor was Dean Matheus Bauduin. The church was consecrated in 1922. The church is dominantly sited in the sight line formed by Straelseweg from the Venlo city centre, at the junction of Veldenseweg and Straelseweg. The main form of the church is inspired by the typology of the centralised building with choir and radiating chapels. The bell tower envisioned in architect Jules Kayser's design, to the west of the current entrance section, was not realised. Partly as a result of this, the originally planned ground plan of the church was adapted. The entrance section was placed at the end of a newly designed nave on the south side of the centralised building. Between 1921 and 1926 the sacristy with chapel was designed. In 1926 a design was also created to expand the church on either side of the nave and the centralised building with side aisles and transepts. In 1946 the entrance portal of the church was modified.
Description
The church building has a complex, fundamentally cruciform GROUND PLAN. The church is characterised by a high centralised building, surrounded by lower building volumes in two storeys. The front elevation from Straelseweg thus gives the impression of a building mass widening and rising in steps. The sacristy with chapel on the north side has a fundamentally rectangular ground plan. The sacristy as well as the priest's choir are partially cellar-vaulted. The high four-sided centralised building is covered by an arrangement of four GABLED ROOFS intersecting one another at right angles, with a cruciform ridge line. At the intersection of these four roofs there is a roof turret with bell. This ridge turret is clad with zinc and copper. The centralised building has at all four corners a buttress construction, which is covered by an arrangement of a hipped roof and a gabled roof. The ridge line of these roofs forms an angle of 45 degrees with the ridge lines of the centralised building. The building volumes of the choir, both transepts and nave adjoining the centralised building all around have the same, but compared with the centralised building considerably lower, ridge height. The ridge height of these side volumes corresponds with the threshold height of the window rows in the four gable sides of the centralised building. The seven-sided choir has a composite gabled and hipped roof. Both transepts have a half-hipped roof. The nave has a gabled roof, the entrance section in line with it has a half hipped roof. The ridge height of the side aisles of the nave, the sacristy and the structures in the re-entrant angles of centralised building and transepts, nave or choir extends to the gutter height of transepts, nave and choir. These are predominantly half-hipped roofs. The roof of the sacristy with chapel on the north side is a combined gabled and hipped roof with an L-shaped ridge line. On the ridge of the sacristy a high chimney. All roofs are covered with red, right-lapping DUTCH TILES and have gutters without overhang. Church and sacristy have predominantly iron pointed-arch WINDOWS, largely provided with stained glass. The rectangular, partly double wooden DOORS are placed in pointed-arch framings with filler pieces. The Sacred Heart of Jesus Church is constructed in a dark-tinted BRICK. The facades are characterised by an expressive brick application, particularly in the vertical ornamentation in the centralised building. Masonry in stretcher bond, with raked joints, which has repeatedly been repaired with flush joints. Red ceramic threshold tiles. The church has a robust appearance also because of a high, profiled basement in the building volumes around the centralised building. Above this, set somewhat back relative to the basement, a brick superstructure which is supported at regular intervals by small buttresses resting on the basement. On the basement a top covering of red ceramic tiles. The facade planes are terminated by profiled, decorative belt courses upon which the gutters rest. Various courses. The CENTRALISED BUILDING has a stepped gable on each facade side, crowned by a cross formed with decorative masonry. In these gables each time a row of five, increasingly high pointed-arch windows with stained glass. Courses with dentil ornaments below the window rows. In the stepped gable on the south side (facing the city) a clock face is placed. On the corners of the centralised building buttress-like piers, characterised by gradually tapering and decoratively vertically laid masonry. In these corner sections three round stained glass windows are placed. Above these round windows metal corner elements for reinforcing the building structure have been applied. In the TRANSEPTS to the west and east of the centralised building, in the facade planes above the profiled basement a row of five pointed-arch-shaped windows is placed. The nave is preceded by a THREE-SIDED CHAMFERED ENTRANCE SECTION. This is characterised by three tall pointed-arch openings, six ashlar steps and a portal floor covered with broken slate. In the portal a rectangular, double wooden door of rebated sections, with fittings. This double door is placed in a pointed-arch-shaped reveal. In the filler piece a fourfold frieze course with pointed-arch motifs. On either side of the double wooden door single rectangular wooden doors are placed, in a traceried framing. Above this framing a round stained glass fanlight. In the SIDE AISLES and the structures in the re-entrant angles of centralised building and transepts, immediately above the basement, at regular intervals small coupled pointed-arch windows with stained glass are placed. Amongst these small buttresses are located. The side aisle on the east side of the nave is terminated by a side entrance, which is inserted athwart the side aisle under a small gabled roof. In it, in a pointed-arch-shaped reveal, a rectangular double wooden rebated-section door with fittings. The filler piece is, above the belt course, filled with plain masonry. Seven-sided CHOIR on the north side of the centralised building. In five facade fields, high in the gable, one pointed-arch-shaped stained glass window is placed. Stepped-up cornice course. In the basement the rectangular wooden cellar door and a small, rectangular wooden cellar window. Belt courses above the plinth and below the window sills. The SACRISTY with chapel has in the asymmetrically arranged north facade a non-original, rectangular entrance section. To the left of it, a pointed-arch-shaped cellar window. The two other cellar windows were removed for the benefit of the new entrance section. Above the entrance, in the second storey, a row of three pointed-arch windows of the boys' sacristy. Beside it, on the facade corner, a pointed-arch window of the sacristy space. In the west facade of the sacristy, a row of three pointed-arch-shaped cellar windows. Above these, a row of three pointed-arch windows for the sacristy space. In the stepped gable a pointed-arch-shaped attic window. In the west facade a somewhat recessed entrance section with canopy. In a pointed-arch-shaped reveal with filler piece a rectangular wooden rebated-section sacristy door with fittings, accessible via a number of brick steps.
The INTERIOR of the church is dominated by the large, yellowish-toned brick vault of the centralised building. Red brick vault ribs, arch mouldings and transverse arches. Red brick columns with yellow brick speckled courses and cut joints. Tie rods in the centralised building. Yellowish-toned brick cross-rib vaults in the nave, the side aisles and the side and choir chapels. Pointed-arch-shaped ribs between the vaults, transverse arches between the side aisles and the nave. In the transepts two yellowish-toned brick pointed-arch vaults, between which a red brick rib. Pointed-arch vault at the junction of the sacristy to the transept. The choir has a pointed-arch vault, a red brick vault rib and behind it a dome vault with eight ribs. In 1970 priest's choir enlarged with travertine. High choir wainscoting in marble. White plastered facade fields between wainscoting and choir vault. Baptistery, provided with a cross-rib vault, with font in the re-entrant angle of choir and eastern transept. In the nave, behind the central door of the entrance section, an entrance portal on square ground plan. Under the choir loft an entrance portal on square ground plan, immediately behind the central door of the entrance section. In it pointed-arch-shaped fanlights with stained glass and brick traceries, double wooden doors. Highly decorative, ornamental and in details varying stoup basins. In the western side aisle the chapel of Our Lady of Perpetual Succour, with white plastered walls and pointed-arch vaults, as well as a side chapel with half-dome vault and white-painted walls. The church still possesses largely the original church furnishings and the original red floor tiles with black frames. Non-original, discordant panelling of the choir gallery balustrade. In this interior the following are of particular importance: two confessionals with neo-gothic tracery, c. 1900, in the eastern side aisle; half a dozen church pews from the chapel of Genooi, 19th century first half; Stations of the Cross in French sandstone, 20th century second half, according to a design by Charles Vos; sandstone image of St. Anthony of Padua, 20th century first half; sandstone image of St. Joseph with Child, 20th century first half; Sacred Heart image in wood, 20th century second half; wooden image of Mary Immaculate, 20th century second half; image of Gemma Galgani, 20th century third quarter; terra cotta sculptural group with St. George at Beesel and the Holy Family, according to a design by Charles Vos, 20th century third quarter; two stained glass windows in the devotion chapel depicting the Assumption of Mary, Our Lady of Fatima, according to a design by Charles Eijck, c. 1950; nine stained glass windows in the choir, according to a design by Gisèle Waterschoot van der Gracht, 1950, with depictions around the theme of the Sacred Heart. Sacristy with original arrangement and austere furnishings, including high wainscoting. Simple figurative stained glass in the pointed-arch windows.
Valuation
The Roman Catholic Church of the Sacred Heart of Jesus at Veldenseweg is of general importance by virtue of the entirety of the following values. The church is of cultural-historical importance as an architectural exponent of the development of Catholic religious life in the first decades of the twentieth century. The architectural-historical values of the church are determined by the building style, the characteristic material use and the quality of the interior. The church, which possesses a distinctive typology, is of considerable importance for the oeuvre of architect Jules Kayser. The Roman Catholic Church of the Sacred Heart of Jesus possesses important ensemble values by virtue of its location in the sight line of Straelseweg and is an important marker point in the urban developments which Venlo has undergone since the last decades of the nineteenth century. The church has been preserved in a reasonably good to high degree of integrity and possesses considerable architectural-historical and typological rarity values.
Nearby in the register
- Woonhuis, Hogeweg 76 AWoonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Herungerweg 170Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Wilhelminapark 18Woonhuisunder 1 mi
- Voormalig Klooster NazarethSociale zorg, liefdadigheidunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.