Rijksmonumentenregister · Netherlands
Voormalig Klooster Nazareth
Venlo, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Sociale zorg, liefdadigheid
- Function
- Weeshuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1901
- Address
- Straelseweg 325, 5916 AA Venlo (and others)
- Place
- Venlo
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.38294, 6.18701
- Monument number
- 524758
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesTU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1850 map "14. Velden (1850)" (TU Delft Library).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Huize Nazareth, 1901-1911, voormalig opvanghuis voor verwaarloosde kinderen en wezen. Gebouwd in traditionele bouwstijl met elementen van Neo-renaissance en Neo-gotiek, in opdracht van deken Mares en naar ontwerp van architect Henri Seelen te Venlo. Het oorspronkelijke bouwvolume van het weeshuis, parallel aan de Straelseweg, werd in 1909 uitgebreid met een zijvleugel en in 1911 met een kapel en een sacristie.
Omschrijving
Het in 1901 gerealiseerd hoofdvolume van voormalig weeshuis Huize Nazareth, heeft een in hoofdvorm rechthoekige PLATTEGROND met een risalerende entreepartij. Dit hoofdvolume bevindt zich in lengterichting ten opzichte van de Straelseweg. De uit 1909 daterende zijvleugel is aan de zuidwestzijde onder een rechte hoek aan het hoofdvolume gebouwd. De kapel is dwars tegen de achtergevel van het hoofdvolume gebouwd, in het verlengde van de centraal geplaatste entreepartij. Het hoofdvolume en de zijvleugel beschikken over twee BOUWLAGEN, een souterrainverdieping en een zolderverdieping. De kapel heeft eveneens een souterrain. ZADELDAK met muldenpannen op het uit 1901 daterende hoofdvolume. Het voordakvlak heeft een dubbele reeks dakkapellen, die niet meer compleet is. Deze dakkapellen zijn deels nog voorzien van een zinken pion en leien in schubdekking, her en der ook van bitumen shingles. De dakkapellen op het achterdakvlak zijn verdwenen. Afgeplatte MANSARDEKAP met leien en nieuwe verzinkte daklijst op de zijvleugel uit 1909. Per travee een dakkapel onder gewelfd schilddakje met leien in schubdekking, ook op de wangen van de kapellen. Een ZADELDAK met leien op de kapel. Houten VENSTERS en DEUREN, in diverse vormen en geledingen, overwegend geplaatst in rondboogvormige lijsten met vulstukken. Diverse venster- en deurkozijnen hebben nog de oorspronkelijke decoratieve blokornamenten. Huize Nazareth kenmerkt zich door een rijke BAKSTEENtoepassing. Een donkerrode bakstenen opstand met lichtrode en/of gele omlijstingen, gele bakstenen speklagen. Lichtrode of rood-gele vlechtingen in de vulstukken, variërend in vormgeving. Hardstenen dorpels. Geglazuurde keramische waterlijsten. Metselwerk in kruisverband met gesneden voegwerk. Smeedwerk. Het in 1901 gerealiseerde hoofdvolume parallel aan de Straelseweg heeft een symmeterisch ingedeelde VOORGEVEL. Risalerende middenpartij van drie vensterassen, aan weerszijden terugliggende gevelvlakken met zes vensterassen. Genoemde MIDDENPARTIJ heeft in de eerste laag een vooruitspringende entreepartij. Hierin, in een meervoudig trapsgewijs verspringende spitsbooglijst van lichtrode en gele baksteen, een spitsboogvormige dubbele, gesneden houten deur met glas-in-lood. Vijf hardstenen traptreden. Hardstenen latei, bovenlicht met vierpasmotief en glas-in-lood. De entreepartij wordt bekroond door een tuitgevel met hardstenen afdekking, schouderstukken, pionnen en pinakels. Vlechtingen in de top van de tuitgevel. Aan weerszijden van de entreepartij een rechthoekig houten T-venster met horizontale geleding van de glaspanelen, geplaatst in een rondboogvormige bakstenen lijst met tweekleurige bakstenen vlechtingen in de vulstukken en hardstenen dorpels. In de tweede laag van de middenpartij een reeks van drie soortgelijke houten T-vensters in rondbooglijsten. Elk venster heeft een houten rolluikkast, twee van deze kasten hebben nog de oorspronkelijke decoratieve loodslab. Eén van deze vensters heeft ten dele een niet-oorspronkelijk traliewerk. Boven de tweede laag een dubbele waterlijst, waartussen gestucte diamantkoppen en bolornamenten, alsmede het opschrift 'Nazareth'. De middenpartij loopt uit in een schoudergevel met pionnen op de schouderstukken. Achter deze schoudergevel een zadeldakje, dat dwars op de hoofdkap is ingestoken. In de schoudergevel een centraal geplaatste rondboogvormige nis, met een heiligenbeeld op een hardstenen sokkel. Aan weerszijden twee rechthoekige houten T-vensters in een meerkleurige bakstenen rondbooglijst en meerkleurig siermetselwerk in de vulstukken. De GEVELVLAKKEN aan weerszijden van de risalerende middenpartij tellen elk zes vensterassen en zijn symmetrisch ingedeeld. Geprofileerde plint, met geglazuurde rode bakstenen profiellijst. In elke vensteras een verticaal ingedeeld houten souterrainvenster met rollaag en twee rechthoekige houten T-vensters met horizontaal ingedeelde glaspanelen. De T-vensters zijn telkens geplaatst in een meerkleurige rondbooglijst met meerkleurig vlechtwerk in de vulstukken. Gevelbekroning in de vorm van een dubbele, lichtrode bakstenen frieslijst. Bakgoten met kleine consoles. Het gevelvlak ter linkerzijde van de middenpartij is, wat betreft de detaillering, in vergelijking met het rechter gevelvlak gaver bewaard gebleven. Geveldeel links van hoofdvolume is identiek aan geveldeel rechts, maar de detaillering van dit geveldeel is relatief gaver bewaard gebleven. Het bouwvolume van de ZIJVLEUGEL risaleert ten opzichte van het hoofdvolume. De symmetrische korte gevel aan de straatzijde is symmetrisch ingedeeld en telt viervensterassen. In de geprofileerde plint vier getoogde houten souterrainvensters met traliewerk en strek. In beide bouwlagen vier rechthoekige houten kruiskozijnen met vierruits bovenlichten, horizontale geleding én kleine tweeruits geleding in het glaspaneel. Alle vensters zijn geplaatst in een rondboogvormige, geprofileerde bakstenen lijst met meerkleurige vlechtingen in de vulstukken. In de tweede bouwlaag heeft elk venster een houten rolluik met loodslab. Kroonlijst met decoratief lichtrood bakstenen fries. Deze gevel wordt bekroond door een tuitgevel met schouderstukken. Hierin een rondboogvormig houten T-venster met verticaal ingedeeld bovenlicht en niet-oorspronkelijk traliewerk. Rode bakstenen balusters. Hardstenen topgevelafdekking met bolornamenten. Twee dakkapellen met rechthoekige houten T-vensters aan weerszijden van de tuitgevel, met een schilddakje ingestoken op het dakschild. De lange, nagenoeg symmetrische ZIJGEVEL van deze vleugel telt zeven vensterassen, die twee- en driegewijs gepaard in de gevel zijn geplaatst. Elke as heeft een getoogd souterrainvenster onder een strek, voorzien van traliewerk en wordt bekroond door een dakkapel met rechthoekig houten T-venster en een schilddakje. Naast de kapel in de tweede as vanaf de straatzijde is een schoorsteen geplaatst. In beide bouwlagen heeft nagenoeg elke as een rechthoekig dubbel houten kruiskozijn met vierruitsindeling van de bovenlichten en decoratieve geleding in de glaspanelen: horizontaal, boven de dorpel tweeruits geleding per glaspaneel. In de tweede laag zijn twee vensternissen ten dele blind. Rondboogvormige vensterlijsten met in vormgeving en kleur variërende vulstukvlechtingen. Decoratieve lichtrode bakstenen frieslijst. Keramische waterlijsten, waarin hardstenen vensterdorpels. De korte ACHTERGEVEL van de zijvleugel telt slechts één travee. Geprofileerde plint met lichtrode bakstenen profiellijst. Trapbordes met zeven hardstenen traptreden, deels vernieuwd. Het hekwerk van het bordes is verdwenen. Getoogde souterrainvensters van uiteenlopende samenstelling met tralies en strekken. In de eerste bouwlaag een rechthoekige dubbele houten paneeldeur met zesruits bovenlichten. In de tweede laag een rechthoekig, dubbel houten kruiskozijn met vierruitsindeling van de bovenlichten en decoratieve geleding in de glaspanelen: horizontaal, boven de dorpel tweeruits geleding per glaspaneel. De gele bakstenen speklagen zijn verdwenen. De kozijnen zijn nog steeds geplaatst in rondbooglijsten, maar deze lijsten zijn sober en eenkleurig. Lichtrode bakstenen vlechtingen in de vulstukken. Eenvoudige, lichtrode bakstenen frieslijst met blokornamenten. Drie dakkapellen, één schoorsteen. Tegen de ZIJGEVEL van deze zijvleugel is over alle bouwlagen, inclusief de zolderverdieping, op rechthoekige grondslag een natte cel met een - niet oorspronkelijk - plat dak uitgebouwd. In beide korte gevelzijden een reeks van drie rechthoekige houten vensters met vierruits bovenlicht, horizontale geleding van het glaspaneel (eerste en tweede laag), alsmede een tweeruits geleding van het glaspaneel boven de vensterdorpel. In de lange gevelzijden per bouwlaag twee kleine rechthoekige houten vensters met horizontale geleding. Alle vensters zijn geplaatst in rondboogvormige lijsten met eenvoudig, lichtrood gekleurde vlechtingen in de vulstukken. Lichtrode bakstenen frieslijst. Getoogde souterrainvensters in de geprofileerde plint van de natte cel. In het resterende ZIJGEVELVLAK is, in de geprofileerde plint en in de oksel met de uitgebouwde natte cel een getoogde dubbele houten souterraindeur onder een strek geplaatst. Deze deur heeft glaspanelen met kleine roedenverdeling en is bereikbaar via een aantal bakstenen traptreden, waarnaast een decoratieve smeedwerk balustrade. Naast deze dubbele deur is in de plint nog een getoogd houten kruiskozijn onder een strek geplaatst. Daarboven, in beide bouwlagen en beide vensterassen een rechthoekig houten kruiskozijn met vierruits bovenlicht, horizontale geleding van het glaspaneel, alsmede een tweeruits geleding van het glaspaneel boven de vensterdorpel. Rondboogvormige vensterlijsten met lichtrode bakstenen vlechtingen. Eenvoudige lichtrode frieslijst met bloktanden. Op het dakschild boven de bakgoot een centraal geplaatste kapel met rechthoekig houten T-venster en houten fronton. De ACHTERGEVEL van het hoofdvolume tussen zijvleugel en kapel is aanzienlijk soberder dan de voorgevel. Een blinde geprofileerde plint met lichtrode bakstenen lijst. Zes vensterassen. In de eerste laag vijf, in de tweede laag zes rechthoekige houten T-vensters met horizontaal gelede glaspanelen. Vernieuwde venstervleugels. Rondboogvormige vensterlijsten met lichtrode bakstenen vlechtingen in de vulstukken. Eenvoudige lichtrode frieslijst met bloktanden. In de eerste laag, in de oksel met de sacristiegang, een rechthoekige dubbele houten deur met bovenlicht in een rondboogvormige lijst met lichtrode bakstenen vlechtingen in het vulstuk. Vijf hardstenen traptreden. In de oksel van de achtergevel van de kapel een blokvormig bakstenen volume van twee lagen onder een plat dak. In elke laag twee rechthoekige houten toiletvensters in een rondbooglijst met lichtrode bakstenen vlechtingen in het vulstuk. In het gevelvlak boven de sacristiegang een rechthoekige houten deur met bovenlicht in een getoogde omlijsting, die toegang geeft tot het platte dak boven de sacristiegang. Het platte dak van het blokvormige bakstenen bouwvolume van twee lagen is toegankelijk via een rechthoekige dubbele houten deur met bovenlicht in een getoogde omlijsting, die hoog in de tweede laag van de achtergevel van het hoofdvolume is geplaatst. Naast de kapel is een SACRISTIE van één laag met toeleidende SACRISTIEGANG gebouwd. De sacristiegang heeft drie gevelvlakken, geleed door lisenen, elk met twee houten spitsboogvensters met glas-in-lood in lichtrode bakstenen profiellijsten. In de plint van de sacristiegang per travee twee getoogde houten T-vensters met traliewerk. In de iets verhoogde sacristie rondboogvormige, verticaal ingedeelde vensters (twee aan de lange gevelzijde, één in de korte gevelzijde) met verticaal geleed bovenlicht in lichtrode bakstenen omlijstingen. In de plint van de sacristie vijf licht getoogde houten souterrainvensters (lange zijde) en een getoogde dubbele houten souterraindeur met zesruits glaspanelen (korte zijde). Het platte dak van de sacristiegang en de sacristie worden aan het oog onttrokken door een opengewerkte bakstenen attieklijst. In het metselwerk van de kapel is in deze gevelzijde het oorspronkelijke gesneden voegwerk ten dele vervangen door platvol voegwerk. De achterliggende KAPEL heeft een hoog schip met drie traveeën, onderling gescheiden door zich verjongende steunberen met hardstenen bovenafdekking. Per travee een spitsboogvenster met lichtrode bakstenen omlijsting, traceringen en glas-in-lood. Muizentandlijsten. Het schip wordt gedekt door een zadeldak met leien, aan elke lange dakzijde met dakkapellen, voorzien van verticaal ingedeelde houten vensters en schilddaken met pionnen. De tuitvormige scheimuur tussen schip en absis heeft een hardstenen afdekking en een nokkruis. De absis is versmald ten opzichte van het schip, is vijfzijdig en heeft een lagere noklijn. Spitsboogvormige koorvensters met glas-in-lood, tussen de zich verjongende steunberen met hardstenen bovenafdekking. Dakkapellen identiek aan de kapellen op het schip. In de plint, per gevelvlak, één licht getoogd houten souterrainvenster onder een strek. In het achterste gevelvlak van de absis een hardstenen gevelsteen met het opschrift "TER EERE van de HEILIGE JOZEF, 10-09-1911". De andere zijgevel van de kapel heeft dezelfde opbouw en indeling, maar ontbeert een sacristie en sacristiegang. In de oksel tussen absis en schip is een achtzijde ranke traptoren geplaatst. Hierin een rechthoekige houten buitendeur onder een hardstenen latei. Lichtrode bakstenen hoekprofielen in de traptoren. Spitsboogvormige trappenhuisvensters. Het schip van de kapel heeft aan deze zijde in de geprofileerde plint met profiellijst, per travee twee licht getoogde souterrainvensters met traliewerk. In de oksel van kapel en ACHTERGEVEL van het hoofdvolume een over twee bouwlagen én de zolderverdieping uitbouwde natte cel annex TRAPTOREN, verhoogd met een zich verbredende, op friezen uitkragende vierkante opbouw met ingesnoerde spits. Deze toren heeft in de ene gevelzijde per laag twee rechthoekige houten venstertjes in een rondboogvormige omlijsting met lichtrode vlechtingen in de vulstukken; in de andere gevelzijde een getoogd deurkozijn met verticaal ingedeeld glas-in-lood-bovenlicht onder een strekboog en rechthoekige houten T-vensters, deels met kleine roedenverdeling in rondboogvormige omlijstingen met vulstukken. De aansluitende ACHTERGEVEL van het hoofdvolume is asymmetrisch ingedeeld. In drie assen zijn over twee bouwlagen rechthoekige houten T-vensters met bovenlichten en horizontaal gelede glaspanelen geplaatst. Rondboogvormige vensterlijsten met lichtrode bakstenen vlechtingen. Daarnaast in de eerste bouwlaag een rechthoekig houten kruiskozijn en in de tweede bouwlaag een dubbele reeks van drie rechthoekige, horizontaal ingedeelde stalen vensters. Op het achterdakvlak drie dakkapellen met fronton en verticaal ingedeeld vensterkozijn. Het INTERIEUR van het voormalige weeshuis is wat betreft de indeling grotendeels in tact bewaard gebleven. Uitsluitend de doorgangen tussen hoofdvolume en zijvleugel zijn gedicht. In het hoofdvolume bevonden zich overwegend de verblijfsruimten van de religieuzen, in de zijvleugel de slaapzalen (zolders) en de onderwijs- en werkruimten (beide bouwlagen en souterrain). In het souterrain van de kapel bevinden zich eveneens werkruimten én de sanitaire voorzieningen. In dit interieur zijn onder meer de volgende onderdelen van belang. Het hoofdvolume uit 1901 beschikt achter de entreeparij over een portaal met terrazzo vloeren, gemarmerde lambriseringen en een reeks gepleisterde kruisribgewelven, steunend op bakstenen kolommen met composietkapitelen en gesneden voegen. In dit portaal de entree van de kapel. Aan weerzijden van deze entree een trappenhuis met rijk geornamenteerde smeedijzeren balustraden. De zijvleugel beschikt nog over de oorspronkelijke trappenhuizen, de indeling van de slaapzalen en de schoollokalen is nog herkenbaar aanwezig. Authentieke deuren. Het interieur van de kapel is aanzienlijk versoberd en in een grijstint gesausd. Het betreft een éénbeukig schip. Zangkoor en schip tellen vier kruisribgewelven, het versmalde koor heeft een kruisribgewelf en een half stergewelf. Beeldconsoles zonder beelden. De bakstenen colonnetten zijn geel gesausd. Vernieuwde vloer. Ontruimde biechtstoelnis. Het zangkoor is afgesloten met een tussenwand. Koor met witmarmeren altaar. Authentieke glas-in-lood vensters in het koor, niet-oorspronkelijk figuratief glas-in-lood in het schip.
Waardering
Het voormalige weeshuis Huize Nazareth is van algemeen belang vanwege het geheel van navolgende waarden. Huize Nazareth is van cultuurhistorisch belang als exponent van de op religieuze grondslag georganiseerde maatschappelijke zorg in het begin van de twintigste eeuw. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door de geornamenteerde rijke baksteenarchitectuur, de bouwstijl, de betrokkenheid van architect Henri Seelen en de kwaliteit van het interieur. Huize Nazareth werd gebouwd op ruime afstand van de stad, waardoor er een min of meer gesloten leefgemeenschap werd gecreëerd. Dit maakt de situering langs de Straelseweg van belang. Huize Nazareth is in hoge mate gaaf bewaard gebleven en is in cultuurhistorisch en typologisch opzicht zeldzaam.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Huize Nazareth, 1901-1911, former reception home for neglected children and orphans. Built in traditional building style with elements of Neo-renaissance and Neo-gothic, commissioned by dean Mares and designed by architect Henri Seelen of Venlo. The original building volume of the orphanage, parallel to the Straelseweg, was extended in 1909 with a side wing and in 1911 with a chapel and a sacristy.
Description
The main volume of the former orphanage Huize Nazareth, realised in 1901, has a rectangular FLOOR PLAN with a projecting entrance section. This main volume is situated lengthwise in relation to the Straelseweg. The side wing dating from 1909 is built at the south-west side at right angles to the main volume. The chapel is built transversely against the rear facade of the main volume, in line with the centrally placed entrance section. The main volume and the side wing have two STOREYS, a basement storey and an attic storey. The chapel likewise has a basement. GABLED ROOF with curved tiles on the main volume dating from 1901. The front roof slope has a double row of roof dormers, which is no longer complete. These roof dormers are partly still provided with a zinc crest and slates in shingle coverage, here and there also with bitumen shingles. The roof dormers on the rear roof slope have disappeared. Flattened MANSARD ROOF with slates and new galvanised roof edge on the side wing from 1909. Per bay a roof dormer under a curved hipped roof with slates in shingle coverage, also on the flanks of the dormers. A GABLED ROOF with slates on the chapel. Wooden WINDOWS and DOORS, in various forms and divisions, predominantly placed in semicircular lists with infill pieces. Various window and door frames still have the original decorative block ornaments. Huize Nazareth is characterised by rich BRICKWORK. A dark red brick elevation with light red and/or yellow surrounds, yellow brick banding. Light red or red-yellow interlacing in the infill pieces, varying in form. Hardstone sills. Glazed ceramic drip mouldings. Brickwork in English bond with cut joints. Wrought ironwork. The main volume realised in 1901 parallel to the Straelseweg has a symmetrically arranged FRONT FACADE. Projecting central section of three window bays, flanked by recessed facade areas with six window bays. Said CENTRAL SECTION has in the first storey a projecting entrance section. Herein, in a multiply stepped pointed-arch list of light red and yellow brick, a pointed-arch-shaped double, carved wooden door with leaded glass. Five hardstone steps. Hardstone lintel, fanlight with four-foil motif and leaded glass. The entrance section is crowned by a spout gable with hardstone coping, shoulder pieces, crests and pinnacles. Interlacing in the top of the spout gable. On either side of the entrance section a rectangular wooden T-window with horizontal glazing of the glass panes, placed in a semicircular brick list with two-colour brick interlacing in the infill pieces and hardstone sills. In the second storey of the central section a row of three similar wooden T-windows in semicircular lists. Each window has a wooden roller shutter box, two of these boxes still have the original decorative lead slab. One of these windows has in part non-original ironwork. Above the second storey a double drip moulding, between which stuccoed diamond heads and ball ornaments, as well as the inscription 'Nazareth'. The central section culminates in a shoulder gable with crests on the shoulder pieces. Behind this shoulder gable a small saddle roof, which is inserted transversely on the main roof. In the shoulder gable a centrally placed semicircular niche, with a saint image on a hardstone base. On either side two rectangular wooden T-windows in a multi-coloured brick semicircular list and multi-coloured decorative brickwork in the infill pieces. The FACADE AREAS on either side of the projecting central section each count six window bays and are symmetrically arranged. Profiled plinth, with glazed red brick profile list. In each window bay a vertically divided wooden basement window with roller layer and two rectangular wooden T-windows with horizontally divided glass panes. The T-windows are each placed in a multi-coloured semicircular list with multi-coloured interlacing in the infill pieces. Facade coping in the form of a double, light red brick frieze list. Roof gutters with small consoles. The facade area to the left side of the central section is, as regards detailing, in comparison with the right facade area better preserved.
Facade section left of main volume is identical to facade section right, but the detailing of this facade section is relatively better preserved. The building volume of the SIDE WING projects in relation to the main volume. The symmetrical short facade on the street side is symmetrically arranged and counts four window bays. In the profiled plinth four arched wooden basement windows with ironwork and stretchband. In both storeys four rectangular wooden cross windows with four-pane fanlights, horizontal division and small two-pane division in the glass pane. All windows are placed in a semicircular, profiled brick list with multi-coloured interlacing in the infill pieces. In the second storey each window has a wooden roller shutter with lead slab. Cornice with decorative light red brick frieze.
This facade is crowned by a spout gable with shoulder pieces. Herein a semicircular wooden T-window with vertically divided fanlight and non-original ironwork. Red brick balusters. Hardstone top facade coping with ball ornaments. Two roof dormers with rectangular wooden T-windows on either side of the spout gable, with a hipped roof inserted on the roof slope.
The long, nearly symmetrical SIDE FACADE of this wing counts seven window bays, which are positioned two and three-wise paired in the facade. Each bay has an arched basement window under a stretchband, provided with ironwork and is crowned by a roof dormer with rectangular wooden T-window and a hipped roof. Beside the chapel in the second bay from the street side is a chimney placed. In both storeys nearly every bay has a rectangular double wooden cross window with four-pane division of the fanlights and decorative division in the glass panes: horizontally, above the sill two-pane division per glass pane. In the second storey two window recesses are partly blind. Semicircular window lists with in form and colour varying infill interlacing. Decorative light red brick frieze list. Ceramic drip mouldings, in which hardstone window sills. The short REAR FACADE of the side wing counts only one bay. Profiled plinth with light red brick profile list. Landing with seven hardstone steps, partly renewed. The railwork of the landing has disappeared. Arched basement windows of varying composition with ironwork and stretchbands. In the first storey a rectangular double wooden panel door with six-pane fanlights. In the second storey a rectangular, double wooden cross window with four-pane division of the fanlights and decorative division in the glass panes: horizontally, above the sill two-pane division per glass pane. The yellow brick banding has disappeared. The frames are still placed in semicircular lists, but these lists are austere and monochromatic. Light red brick interlacing in the infill pieces. Simple, light red brick frieze list with block ornaments. Three roof dormers, one chimney. Against the SIDE FACADE of this side wing a wet cell with a - non-original - flat roof is built out over all storeys, including the attic storey, on a rectangular ground plan. In both short gable sides a row of three rectangular wooden windows with four-pane fanlight, horizontal division of the glass pane (first and second storey), as well as a two-pane division of the glass pane above the window sill. In the long facade sides per storey two small rectangular wooden windows with horizontal division. All windows are placed in semicircular lists with simple, light red coloured interlacing in the infill pieces. Light red brick frieze list. Arched basement windows in the profiled plinth of the wet cell. In the remaining SIDE FACADE area, in the profiled plinth and in the corner with the built-out wet cell a arched double wooden basement door under a stretchband is placed. This door has glass panes with small glazing bars and is accessible via a number of brick steps, beside which a decorative wrought ironwork balustrade. Beside this double door is in the plinth still an arched wooden cross window under a stretchband placed. Above it, in both storeys and both window bays a rectangular wooden cross window with four-pane fanlight, horizontal division of the glass pane, as well as a two-pane division of the glass pane above the window sill. Semicircular window lists with light red brick interlacing. Simple light red frieze list with block teeth. On the roof slope above the roof gutter a centrally placed chapel with rectangular wooden T-window and wooden pediment. The REAR FACADE of the main volume between side wing and chapel is considerably more austere than the front facade. A blind profiled plinth with light red brick list. Six window bays. In the first storey five, in the second storey six rectangular wooden T-windows with horizontally divided glass panes. Renewed window sashes. Semicircular window lists with light red brick interlacing in the infill pieces. Simple light red frieze list with block teeth. In the first storey, in the corner with the sacristy passage, a rectangular double wooden door with fanlight in a semicircular list with light red brick interlacing in the infill piece. Five hardstone steps. In the corner of the rear facade of the chapel a block-shaped brick volume of two storeys under a flat roof. In each storey two rectangular wooden toilet windows in a semicircular list with light red brick interlacing in the infill piece. In the facade area above the sacristy passage a rectangular wooden door with fanlight in an arched surround, which provides access to the flat roof above the sacristy passage. The flat roof of the block-shaped brick building volume of two storeys is accessible via a rectangular double wooden door with fanlight in an arched surround, which is placed high in the second storey of the rear facade of the main volume. Beside the chapel a SACRISTY of one storey with leading SACRISTY PASSAGE is built. The sacristy passage has three facade areas, articulated by pilasters, each with two wooden pointed-arch windows with leaded glass in light red brick profile lists. In the plinth of the sacristy passage per bay two arched wooden T-windows with ironwork.
In the slightly elevated sacristy semicircular, vertically divided windows (two on the long facade side, one on the short facade side) with vertically divided fanlight in light red brick surrounds. In the plinth of the sacristy five slightly arched wooden basement windows (long side) and an arched double wooden basement door with six-pane glass panes (short side). The flat roof of the sacristy passage and the sacristy are concealed from view by an open-worked brick attic list. In the brickwork of the chapel on this facade side is the original cut jointing partly replaced by flush jointing.
The rear CHAPEL has a high nave with three bays, mutually separated by tapering buttresses with hardstone top coping. Per bay a pointed-arch window with light red brick surround, traceries and leaded glass. Corbel tables. The nave is covered by a gabled roof with slates, on each long roof side with roof dormers, provided with vertically divided wooden windows and hipped roofs with crests. The spout-shaped wall between nave and apse has a hardstone coping and a roof cross.
The apse is narrower in relation to the nave, is five-sided and has a lower ridge line. Pointed-arch-shaped choir windows with leaded glass, between the tapering buttresses with hardstone top coping. Roof dormers identical to the chapels on the nave. In the plinth, per facade area, one slightly arched wooden basement window under a stretchband. In the rear facade area of the apse a hardstone facade stone with the inscription "IN HONOUR of SAINT JOSEPH, 10-09-1911". The other side facade of the chapel has the same structure and arrangement, but lacks a sacristy and sacristy passage. In the corner between apse and nave an octagonal slender staircase tower is placed. Herein a rectangular wooden exterior door under a hardstone lintel. Light red brick corner profiles in the staircase tower. Pointed-arch-shaped stairwell windows. The nave of the chapel has on this side in the profiled plinth with profile list, per bay two slightly arched basement windows with ironwork.
In the corner of chapel and REAR FACADE of the main volume a wet cell adjoining STAIRCASE TOWER, built out over two storeys and the attic storey, elevated with a widening square superstructure projecting on friezes with indented spire. This tower has in one facade side per storey two rectangular wooden small windows in a semicircular surround with light red interlacing in the infill pieces; in the other facade side an arched door frame with vertically divided leaded glass fanlight under a stretchband arch and rectangular wooden T-windows, partly with small glazing bars in semicircular surrounds with infill pieces. The adjoining REAR FACADE of the main volume is asymmetrically arranged. In three bays rectangular wooden T-windows with fanlights and horizontally divided glass panes are placed over two storeys. Semicircular window lists with light red brick interlacing. Besides this in the first storey a rectangular wooden cross window and in the second storey a double row of three rectangular, horizontally divided steel windows. On the rear roof slope three roof dormers with pediment and vertically divided window frame. The INTERIOR of the former orphanage is largely intact as regards the arrangement. Only the passages between main volume and side wing are filled in. In the main volume there were predominantly the dwelling rooms of the religious, in the side wing the dormitories (attics) and the teaching and work rooms (both storeys and basement). In the basement of the chapel there are likewise work rooms and sanitary facilities.
In this interior the following components are notably important. The main volume from 1901 has behind the entrance section a portal with terrazzo floors, marbled wall panelling and a row of plastered cross-rib vaults, supported on brick columns with composite capitals and cut joints. In this portal the entrance to the chapel. On either side of this entrance a stairwell with richly ornamented wrought iron balusters.
The side wing still has the original staircases, the arrangement of the dormitories and the schoolrooms is still recognisably present. Authentic doors. The interior of the chapel is considerably simplified and painted in a grey tint. It is a single-aisle nave. Choir loft and nave count four cross-rib vaults, the narrowed choir has a cross-rib vault and a half-star vault. Image consoles without images. The brick columnettes are painted yellow. Renewed floor. Emptied confessional niche. The choir loft is separated by an intermediate wall. Choir with white marble altar. Authentic leaded glass windows in the choir, non-original figurative leaded glass in the nave.
Valuation
The former orphanage Huize Nazareth is of general importance because of the collection of the following values. Huize Nazareth is of cultural-historical importance as an exponent of socially organised care on a religious basis in the beginning of the twentieth century. The architectural-historical values are determined by the ornamented rich brick architecture, the building style, the involvement of architect Henri Seelen and the quality of the interior. Huize Nazareth was built at a considerable distance from the city, thereby creating a more or less closed living community. This makes the location along the Straelseweg of importance. Huize Nazareth is largely intact and is rare from a cultural-historical and typological perspective.
Nearby in the register
- MariadalKlooster, kloosteronderdlunder 1 mi
- R.K. Kerk H. Hart van JezusKerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Woonhuis, Herungerweg 170Woonhuisunder 1 mi
- Waterweg, werf en haven, Resten Fossa Eugeniana VenloWaterweg, werf en havenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.